ECLI:NL:GHARL:2025:5199

ECLI:NL:GHARL:2025:5199, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-08-2025, 21-003546-24

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 22-08-2025
Datum publicatie 21-11-2025
Zaaknummer 21-003546-24
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Veroordeling wegens bedreiging niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden. De verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden vormt naar het oordeel van het hof geen inbreuk op het nemo tenetur beginsel.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 augustus 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft de eerder opgelegde strafbeschikking vernietigd en verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 100,-, te vervangen door twee dagen hechtenis.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 26 mei 2022 te [plaats] , niet (op eerste vordering) heeft voldaan aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht / het Wetboek van Strafvordering / het Wetboek van Strafrecht;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Ter terechtzitting van het hof heeft de verdachte aangevoerd dat de plicht zijn identiteitsbewijs te laten zien strijd oplevert met het nemo tenetur beginsel. Als verdachte mag je ervoor kiezen niet mee te werken en bijvoorbeeld weg te rennen, maar wanneer de verbalisant dan vraagt om een identiteitsbewijs moet je wel meewerken, omdat niet meewerken in dat geval strafbaar is. Op die wijze is feitelijk sprake van strijd met het nemo tenetur beginsel.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het dossier blijkt dat verdachte met een mobiele telefoon de binnenplaats van het politiebureau aan de [straat] in [plaats] aan het filmen was. Verdachte wordt gezien door een verbalisant, die beschrijft dat op de binnenplaats onder meer privévoertuigen van politiemensen staan en dat filmen van politiemensen een actueel thema is. De verbalisant vraagt verdachte wat hij aan het doen is en verdachte reageert dat hij het interessant vindt om een politiebureau en politiemensen te filmen. Op de vraag wat hij met de filmpjes gaat doen, laat verdachte weten deze misschien op YouTube te gaan delen. De verbalisant vraagt verdachte naar een identiteitsbewijs. Verdachte zegt dit niet bij zich te hebben. De verbalisant vraagt verdachte of hij zich op andere wijze kan legitimeren. Verdachte reageert dat hij dat niet kan en dat hij ook geen identiteitsbewijs hoeft af te geven aan de verbalisant. De verbalisant vordert vervolgens een identiteitsbewijs van verdachte op grond van artikel 8a van de Politiewet 2012. Verdachte weigert, waarop de verbalisant verdachte aanhoudt voor overtreding van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht.

Op grond van het eerste lid van artikel 8 van de Politiewet 2012 is een ambtenaar van de politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak bevoegd tot het vorderen van inzage van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van personen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak. De politietaak bestaat volgens artikel 3 van de Politiewet 2012 uit de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de handhaving van de openbare orde en de verlening van hulp aan hen die dit behoeven.

Het hof is van oordeel dat het vorderen van het identiteitsbewijs van verdachte in het onderhavige geval redelijkerwijs noodzakelijk was voor de uitoefening van de politietaak, te weten de handhaving van de openbare orde in het kader van het voorkomen van strafbare feiten tegen politieambtenaren of tegen de politie als instituut. De verbalisant heeft aldus rechtmatig gehandeld.

Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of deze in beginsel rechtmatige wijze van handelen strijd kan opleveren met het nemo tenetur beginsel, op grond waarvan verdachte niet gedwongen kan worden aan zijn eigen veroordeling mee te werken.

De verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden vormt naar het oordeel van het hof geen inbreuk op het nemo tenetur beginsel. Het recht van verdachte zichzelf niet te hoeven belasten strekt zich niet uit tot materiaal dat onafhankelijk van de wil van verdachte bestaat (EHRM 17 december 1996, ECLI:NL:XX:1996:ZB6862), zoals ook de identiteit van verdachte en zijn identiteitsbewijs.

Het hof is aldus van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot – zo begrijpt het hof het verweer – vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen, zal het verweer van verdachte verwerpen en komt tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 26 mei 2022 te [plaats] , niet (op eerste vordering) heeft voldaan aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht en / het Wetboek van Strafvordering / het Wetboek van Strafrecht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

niet voldoen aan de hem bij artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht opgelegde verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 100,-, te vervangen door twee dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd het vonnis van de kantonrechter te bevestigen.

Het hof overweegt als volgt.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een verplichting ingevolge de Wet op de identificatieplicht heeft overtreden en daarmee het met die plicht beoogde doel veronachtzaamd. Overtreding van dit feit wordt bestraft met een geldboete van de tweede categorie. Het hof heeft acht geslagen op het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 juli 2025, waaruit blijkt dat verdachte zich nog niet eerder schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Alles in acht genomen acht het hof, net als de kantonrechter, een geldboete van € 100,- passend en geboden, te vervangen door twee dagen hechtenis.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 447e van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 7 juni 2022 onder CJIB nummer 9132542004743956.

Ten aanzien van het bewezenverklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. J.J. Beswerda, voorzitter,

mr. E. de Witt en mr. M.C. van Linde, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier,

en op 22 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.J. Beswerda
  • mr. E. de Witt
  • mr. M.C. van Linde

Griffier

  • mr. D. de Jong

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand