ECLI:NL:GHARL:2025:5202

ECLI:NL:GHARL:2025:5202, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-08-2025, 21-005643-24

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 22-08-2025
Datum publicatie 21-11-2025
Zaaknummer 21-005643-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0006622

Samenvatting

Veroordeling wegens rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het hof overweegt dat uit de mededeling die verdachte is gedaan, hetgeen verdachte zei te begrijpen, zonder enige twijfel volgt dat het verdachte vanaf dat moment ondubbelzinnig duidelijk was gemaakt dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 augustus 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.K. Bulthuis, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis niet voldoet aan de wettelijke eis dat het proces-verbaal van zitting, naast de uitwerking van de aantekening mondeling vonnis, tevens een uitwerking van de gehanteerde bewijsmiddelen dient te bevatten. Aldus leent dat vonnis zich niet voor bevestiging. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 3 juli 2024 te [plaats] , [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Ter terechtzitting is door de raadsvrouw bepleit dat verdachte vrij dient te worden gesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Niet ter discussie staat dat verdachte geen post heeft ontvangen over het ongeldig verklaren van zijn rijbewijs. Dat hem dit een paar maanden eerder in het kader van een andere zaak is medegedeeld is niet voldoende voor de wetenschap hiervan. Hij heeft tijdens die mededeling, die tijdens een verhoor werd gedaan, geen stukken ontvangen en evenmin is deze mededeling hem gedaan door een andere instantie dan de bevoegde instantie, te weten de politie en niet het CBR. Verdachte heeft onvoldoende uitleg gehad bij de mededeling en het is hem niet gelukt contact op te nemen met het CBR, omdat hij veel aan zijn hoofd had. Hij wist niet dat hij geen geldig rijbewijs had en niet mocht rijden. Verdachte heeft zelf aangevoerd dat hij niet wist wat het betekende dat zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard en dat niemand hem dat kon uitleggen.

Uit het dossier blijkt het volgende. Tijdens een verhoor in het kader van een andere zaak waarvoor verdachte was aangehouden, is verdachte op 3 maart 2024 door de politie verhoord. In dat verhoor, dat zich tevens in het dossier van onderhavige zaak bevindt, is verdachte het volgende medegedeeld:

P1: Wist je dat je rijbewijs ongeldig verklaard was?

V: Nee dat wist ik niet. Ik zie namelijk geen post. Ik heb geen vast woonadres namelijk.

(…)

P1: Als je wilt weten hoe de stand van zaken is met betrekking tot je rijbewijs, dan moet je even contact zoeken met het CBR. Je moet even bellen met het CBR en weet dat je rijbewijs momenteel dus ongeldig verklaard is.

V : Ik begrijp dat.

Verdachte is vervolgens op 3 juli 2024 in het kader van een controle staande gehouden als bestuurder van een auto. Niet ter discussie staat dat het rijbewijs van verdachte op dat moment ongeldig was verklaard.

Het hof overweegt dat uit de mededeling die verdachte op 3 maart 2024 is gedaan, hetgeen verdachte zei te begrijpen, zonder enige twijfel volgt dat het verdachte vanaf dat moment ondubbelzinnig duidelijk was gemaakt dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. En dat hij vervolgens op 3 juli 2024 wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof is aldus van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen enkele reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen en zal het verweer tot vrijspraak van verdachte verwerpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 3 juli 2024 te [plaats] , [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [weg] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd het vonnis van de rechtbank te bevestigen. De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit verdachte geen voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte te volstaan met een taakstraf.

Het hof overweegt als volgt.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een personenauto bestuurd terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Door aldus te handelen heeft verdachte er blijk van gegeven door het openbaar gezag ten behoeve van de verkeersveiligheid getroffen maatregelen te negeren en heeft verdachte bovendien zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer miskend. Verdachte heeft zijn eigen belangen voorrang gegeven boven het maatschappelijk belang van de verkeersveiligheid. Bovendien heeft hij blijk gegeven aan het handelen van het bevoegd gezag onvoldoende gewicht toe te kennen.

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 juli 2025 blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder ook soortgelijke feiten. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen.

Het hof is gelet op de ernst van de feiten van oordeel dat de rechtbank een juiste straf heeft opgelegd en ziet in de aangevoerde omstandigheden van verdachte geen reden om te volstaan met een taakstraf. Het hof acht daarom, net als de rechtbank, twee weken gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk, passend en geboden en zal verdachte die straf opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. J.J. Beswerda, voorzitter,

mr. E. de Witt en mr. M.C. van Linde, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier,

en op 22 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.J. Beswerda
  • mr. E. de Witt
  • mr. M.C. van Linde

Griffier

  • mr. D. de Jong

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand