ECLI:NL:GHARL:2025:5578

ECLI:NL:GHARL:2025:5578, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-09-2025, W200.351.253/02

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 11-09-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer W200.351.253/02
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

Wraking

Uitspraak

2. Beoordeling wrakingsverzoek leden wrakingskamer

De wrakingskamer stelt het wrakingsverzoek ten aanzien van de leden van de wrakingskamer buiten behandeling omdat dit verzoek niet anders kan worden verstaan dan als aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. De wrakingskamer zal dat hierna toelichten.

Verzoeker heeft in deze procedure eerder een wrakingsverzoek ingediend. De wrakingskamer heeft dit verzoek in de beslissing van 25 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1184 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het betrekking heeft op leden van het Hof die niet met de behandeling van de zaak zijn belast.

In het wrakingsverzoek ten aanzien van de voorzitter en de leden van de wrakingskamer geeft verzoeker een opsomming van bezwaren die ofwel geen betrekking hebben op de behandeling van het verzoek door de wrakingskamer, dan wel niet in overeenstemming zijn met het wrakingsprotocol van het Hof.

Verzoeker voert verder als wrakingsgrond aan:

“THAT WE WILL REJECT (WRAKING) EACH JUDGE OPERATING AT THIS COURT,

INDEED THIS IS OUR COURT CASE!

THEREFORE ALSO JUDGES OPERATING ON 17 SEPTEMBER 2025!

THIS SERIOUS MALPRACTICE OF mr. R.F.C. Spek ADD TO OUR COMPLAINT AGAINST HIS BEHAVIOR.”

In geval sprake is van een opeenstapeling van wrakingsverzoeken, doordat eerst de zittingsrechters en vervolgens de wrakingskamer wordt gewraakt, kan de wrakingskamer, mede ter voorkoming van ongerechtvaardigd oponthoud, in geval van evident misbruik van recht, het verzoek tot wraking van een of meer van haar leden buiten behandeling laten zonder dat de zaak in handen van een andere wrakingskamer wordt gesteld. Artikel 8:18, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) staat daaraan niet in de weg. Dat voorschrift is immers alleen van toepassing indien sprake is van een verzoek dat kan worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 van de Awb. Die uitleg sluit ook aan bij de rechtspraak van het EHRM, inhoudende dat de hoofdregel dat de behandeling van een wrakingsverzoek niet achterwege mag worden gelaten, alleen geldt bij een verzoek dat "does not immediately appear to be manifestly devoid of merit".

Er is sprake van een stapeling van wrakingsverzoeken. Verzoeker wil met deze wraking en de aankondiging van de wraking van elke raadsheer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden afdwingen dat de behandeling van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam wordt verwezen. Daarmee maakt hij oneigenlijk gebruik van de mogelijkheid tot wraking. De wrakingskamer stelt daarom het verzoek van 2 september 2025 tot wraking van de leden van de wrakingskamer buiten behandeling.

3. Beoordeling van het wrakingsverzoek

Artikel 8:15 van de Awb bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (zie onder meer HR 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9141 en HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3625).

Aan het wrakingsverzoek heeft verzoeker – kort gezegd – ten grondslag gelegd dat hij aangifte heeft gedaan tegen mr. R.C.C. van Leest, voormalig president van de rechtbank Gelderland en voormalig afdelingsvoorzitter van de afdeling Strafrecht bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wegens grensoverschrijdend gedrag. Verzoeker vreest voor beïnvloeding van de onderhavige belastingzaak door mr. Van Leest en is daarom van mening dat deze zaak niet door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan worden behandeld, maar moet worden verwezen naar het gerechtshof Amsterdam. Hij verwijst daarvoor naar de beschikking van de beklagkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 april 2023. Daarin heeft de beklagkamer de behandeling van het klaagschrift van verzoeker tegen het niet vervolgen van mr. Van Leest verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam. Door het dossier niet naar dat gerechtshof te sturen hebben de raadsheren zich niet gedragen als onafhankelijke, onpartijdige, integere en deskundige rechters, aldus verzoeker.

De wrakingskamer stelt voorop dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op grond van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke indeling en artikel 8:105, lid 1, van de Awb in verbinding met artikel 12 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bevoegd is van het hoger beroep kennis te nemen. Artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is. Een beslissing daarover heeft een procedureel karakter. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van procedurele beslissingen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Procedurele beslissingen kunnen als zodanig in beginsel dan ook geen grond vormen voor wraking; wraking is geen verkapt rechtsmiddel.

Ook de motivering van een procedurele beslissing kan in beginsel geen grond vormen voor wraking. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de procedurele beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). Daarvan is niet gebleken.

De verwijzing naar de onder 3.3 genoemde beslissing van 14 april 2023 maakt dit oordeel niet anders. Het betreft een klaagschrift van verzoeker tegen de beslissing van de officier van Justitie om tegen mr. Van Leest geen strafvervolging in te stellen. De strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de behandeling verwezen, omdat mr. Van Leest voor zijn functie als president bij de Rechtbank Gelderland, werkzaam is geweest bij de afdeling strafrecht van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze omstandigheid doet zich in deze belastingzaak tussen verzoeker en de Belastingdienst niet voor.

De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek daarom afwijzen.

Gezien de hierboven al gesignaleerde stapeling van wrakingsverzoeken en de al genoemde aankondiging van verzoeker dat hij opnieuw wrakingsverzoeken zal indienen, acht de wrakingskamer redenen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:18, lid 4, van de Awb en bepaalt dan ook dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer BK-ARN 23/2672 niet in behandeling zal worden genomen.

De beslissing

De wrakingskamer:

stelt het verzoek tot wraking van 2 september 2025, zoals gedaan ten aanzien van de leden van de wrakingskamer van het Hof, buiten behandeling

wijst het verzoek tot wraking van mr. P. van der Wal, mr. T. Tanghe en mr. R.A.V. Boxem af, en

bepaalt dat een nieuw verzoek tot wraking met betrekking tot de zaak met nummer BK-ARN 23/2672 niet in behandeling zal worden genomen.

Aldus gedaan te Arnhem door mr. R.F.C. Spek, voorzitter, mr. F.A.M. Bakker en mr. J. Sap, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Postema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2025.

De griffier, De voorzitter,

(E.D. Postema) (R.F.C. Spek)

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (Artikel 8:18, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.F.C. Spek

Griffier

  • mr. E.D. Postema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2025121005 FutD 2025-2470 NDFR Nieuws 2025/2003 NTFR 2026/77 met annotatie van mr. I. van Wijk
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?