Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsman heeft primair verzocht onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid tot afgifte van een zorgmachtiging op grond van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg. Er is niet meer voldaan aan de criteria tot verlenging van de terbeschikkingstelling omdat het recidiverisico op dit moment laag is, maar het direct afwijzen van de vordering tot verlenging is onwenselijk. Als uit het onderzoek blijkt dat een zorgmachtiging mogelijk is, kan de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling alsnog worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van een jaar.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is sprake van stoornissen en het risico op gewelddadig gedrag wordt zonder het kader van de terbeschikkingstelling ingeschat als hoog vanwege de kwetsbaarheid van de terbeschikkinggestelde om psychotisch te decompenseren. Het traject heeft uitgewezen dat er voldoende tijd moet worden genomen voor de resocialisatie. De afgifte van een zorgmachtiging is op dit moment nog niet aan de orde omdat een forensisch kader nodig is. Een zorgmachtiging kan pas aan de orde zijn als de terbeschikkinggestelde een langere tijd stabiel blijft functioneren.
Het oordeel van het hof
Afwijzen verzoek onderzoek naar mogelijkheid zorgmachtiging
Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheid tot afgifte van een zorgmachtiging op grond van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg wordt afgewezen. De noodzakelijkheid van dit onderzoek is niet gebleken. Op grond van de aanwezige informatie acht het hof een zorgmachtiging op dit moment niet aan de orde. De forensische scherpte van het kader van de terbeschikkingstelling is nog nodig om het risicomanagement te kunnen waarborgen.
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de termijn van de verlenging van de terbeschikkingstelling.
Indexdelicten
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft aan de terbeschikkinggestelde bij vonnis van 8 april 2019 de terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd voor poging tot zware mishandeling en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Stoornis en recidivegevaar
Uit de Pro Justitia rapportage van psychiater [naam] van 20 januari 2025 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van schizofrenie en een cognitief verval passend bij schizofrenie, waardoor hij op een zwakbegaafd niveau functioneert. Bij de terbeschikkinggestelde is ook sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis, cocaïne en amfetamine (inclusief amfetamineachtige stoffen). De verslaving is al geruime tijd in remissie dankzij het huidige kader.
Het risico op gewelddadig gedrag is inherent aan de schizofrenie en is afhankelijk van de mate van structurering en toezicht en van effecten van de medicatie. Het risico op gewelddadig gedrag vloeit ook voort uit de verslavingsproblematiek. Bij een stabiel functioneren, zonder psychose en/of vijandigheid die daaruit voortvloeit en dankzij de ondersteuning, structurering, zorg en medicatie wordt het risico op gewelddadig gedrag als laag ingeschat. In de context ‘uit zorg’ is de kans op gewelddadig gedrag vrij snel hoog vanwege de kwetsbaarheid van betrokkene om psychotisch te decompenseren.
Het hof neemt de conclusies van de deskundige over en maakt die tot de zijne.
Verlenging
Op grond van deze gegevens stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van stoornissen en dat vanwege het recidivegevaar de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling vereist.
Duur van de verlenging
De psychiater heeft geadviseerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Anders dan de rechtbank sluit het hof aan bij dit advies. Er bestaat reden om de ontwikkelingen op de voet te volgen en te voorkomen dat het moment wordt gemist waarop de overgang naar een zorgmachtiging mogelijk zal zijn.
BESLISSING
Het hof:
Wijst af het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheid tot afgifte van een zorgmachtiging op grond van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg;
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats [geboorteplaats], van 1 mei 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde];
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. W.A. Holland, voorzitter,
mr. M. Keppels en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. I.E. Troost en dr. E.L.M. Klein Haneveld, raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman, griffier,
en op 16 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.