GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummers gerechtshof 200.356.582 (uithuisplaatsing) en 200.356.586 (hoofdverblijfplaats)
zaaknummers rechtbank Gelderland 449974 (uithuisplaatsing) en 445560 (hoofdverblijfplaats)
beschikking van 13 november 2025
in de zaak van
[appellant] (de vader)
die woont in [woonplaats1]
verzoeker in hoger beroep in beide zaken
advocaat: mr. H.L. Thiescheffer
en
[geïntimeerde] (de moeder)
die woont in [woonplaats2]
verweerster in beide zaken
advocaat: mr. R.J.W.C. Giebels
en
de raad voor de kinderbescherming (de raad)
die is gevestigd in Arnhem
verweerder in de zaak met nummer 200.356.582.
Als overige belanghebbende in beide zaken is aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland (de GI)
die is gevestigd te Arnhem.
1. De procedure in eerste aanleg
In de zaak met nummer 200.356.582
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer 449974.
In de zaak met nummer 200.356.586
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer 445560.
2. De procedure in hoger beroep
Gelet op de onderlinge samenhang en verwevenheid van de zaken en beslissingen ziet het hof aanleiding om alle zaken in één beschikking te bespreken.
In de zaak met nummer 200.356.582
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het beroepschrift
het verweerschrift van de moeder
het verweerschrift van de raad
het journaalbericht namens de vader van 26 september 2025 met bijlagen
het journaalbericht namens de vader van 7 oktober 2025
een brief van de raad van 8 oktober 2025 met een gewijzigd standpunt
In de zaak met nummer 200.356.586
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het beroepschrift
het verweerschrift van de moeder
het journaalbericht namens de vader van 26 september 2025 met bijlagen
het journaalbericht namens de vader van 7 oktober 2025
In beide zaken
De mondelinge behandeling heeft op 10 oktober 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de raad;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
3. De feiten in beide zaken
De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] .
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder. Sinds 13 maart 2025 woonde [minderjarige] bij oma (vaderszijde) en ging zij ieder weekend naar de vader, maar vanaf half april 2025 woont [minderjarige] volledig bij de vader en zijn partner.
4. Het oordeel van het hof
In de zaak met nummer 200.356.586 (hoofdverblijfplaats)
De bestreden beschikking
In de bestreden beschikking van 10 juni 2025 (met zaaknummer 445560) heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem te bepalen, afgewezen.
Wettelijke bepaling
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] en dat betekent onder andere dat zij samen beslissen over de hoofdverblijfplaats. Een geschil daarover kan op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechter worden voorgelegd (artikel 1:253a lid 1 BW). De rechter kan een afspraak van de ouders over de hoofdverblijfplaats wijzigen als de omstandigheden daarna zijn gewijzigd (artikel 1:253a lid 4 in samenhang met artikel 1:377e BW). De rechter neemt een zodanige beslissing als in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Het hof stelt allereerst vast dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds de ouders kennelijk onderling hebben afgesproken dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft, alleen al omdat [minderjarige] vanaf april 2025 volledig bij vader woont.
Oordeel van het hof
Op de zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] van de moeder naar de vader. De moeder heeft verklaard in het belang van [minderjarige] de beslissing te hebben genomen zich niet langer te verzetten tegen dit verzoek van de vader, omdat er dan rust en duidelijkheid voor [minderjarige] komt.
Het hof is van oordeel dat wat de ouders hebben afgesproken over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] in haar belang is en zal daarom de bestreden beschikking op dit punt vernietigen en alsnog haar hoofdverblijfplaats bij de vader bepalen.
In de zaak met nummer 200.356.582 (uithuisplaatsing)
De bestreden beschikking
In de bestreden beschikking van 10 juni 2025 (met zaaknummer 449974) heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld vanaf 10 juni 2025 tot 10 juni 2026 en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend bij de andere met gezag belaste ouder, te weten de vader, voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Wettelijke bepaling
De kinderrechter kan een machtiging geven een kind uit huis te plaatsen. De rechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van een kind of voor onderzoek van een kind (artikel 1:265b lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW)).
Oordeel van het hof
Zoals hiervoor onder rechtsoverweging 4.4 blijkt zijn de ouders het erover eens en is ook het hof van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij bij de vader woont, reden waarom het hof de beslissing ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing bij de andere ouder met gezag (de vader) bekrachtigt voor zover deze zich uitstrekt over de periode tot de datum van deze beschikking en vernietigt met ingang van de datum van deze beschikking omdat het hof vanaf dat moment de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader zal bepalen.
5. De beslissing
Het hof:
In de zaak met nummer 200.356.582 (uithuisplaatsing)
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025 (met zaaknummer 449974) over de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor zover deze zich uitstrekt over de periode tot heden;
vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025 (met zaaknummer 449974) over de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] met ingang van de datum van deze beschikking en beslist:
wijst het verzoek van de raad tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] alsnog af;
In de zaak met nummer 200.356.586 (hoofdverblijfplaats)
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025 (met zaaknummer 445560) voor zover daarbij een beslissing is genomen over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en opnieuw beschikkende:
bepaalt dat [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] , voortaan haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de beslissingen onder 5.2 tot en met 5.5 van dit dictum betreft.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, P.B. Kamminga en D.J.I. Kroezen en is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.