ECLI:NL:GHARL:2025:7153

ECLI:NL:GHARL:2025:7153, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-11-2025, Wahv 200.353.975/01

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer Wahv 200.353.975/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004581

Samenvatting

Aanvang beroepstermijn. Aangetekende verzending. Het hof gaat ervan uit dat PostNL, overeenkomstig de handelwijze wanneer een aangetekende brief naar een afhaalpunt is gebracht, de geadresseerde daarvan op de hoogte stelt. Als een geadresseerde stelt dat hij hiervan geen kennis heeft gekregen, ligt het op zijn weg om dit vermoeden te ontzenuwen. Dat heeft de betrokkene niet gedaan. Het hoger beroep is dus niet tijdig ingesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 24 juni 2024, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is N. Haantjes-Wassink, kantoorhoudende te Eindhoven.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 56,25. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 43,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 30 oktober 2025. De betrokkene en de gemachtigde van de betrokkene zijn niet verschenen, zoals vooraf aangekondigd en met overlegging van een pleitnota. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam] .

De beoordeling

1. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:

- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-

- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.

2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De sanctie bedraagt bij de beslissing van de kantonrechter € 56,25 en de kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard.

3. In artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten.

4. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene - die in beroep bij de kantonrechter zonder gemachtigde procedeerde - de oproep voor de zitting van de kantonrechter niet heeft ontvangen.

5. In het dossier bevindt zich een aan (het juiste adres van) de betrokkene gerichte oproep voor de zitting van de kantonrechter van 24 juni 2024 met dagtekening 17 april 2024. Uit het dossier blijkt niet dat deze brief aangetekend is verzonden. Ook is niet gebleken van een deugdelijke verzendadministratie. Het hof kan daarom niet vaststellen dat de betrokkene behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Daarmee is gehandeld in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv. Dit brengt mee dat het appelverbod buiten toepassing moet worden gelaten. Het appelverbod vormt dus geen reden het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

6. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.

7. De betrokkene voert aan dat hij de beslissing van de kantonrechter niet heeft ontvangen.

8. Uit het dossier blijkt dat de beslissing van de kantonrechter op 12 september 2024 aangetekend is verzonden naar het adres van de betrokkene, [adres] . Verder blijkt uit het dossier dat de brief met de beslissing van de kantonrechter retour is gekomen omdat deze niet is afgehaald.

9. Als een stuk aangetekend is verzonden en de geadresseerde de ontvangst ervan ontkent, moet worden onderzocht of dat stuk door PostNL op regelmatige wijze op het adres van de geadresseerde is aangeboden.

10. Omdat uitreiking van de brief in dit geval kennelijk niet mogelijk was, heeft PostNL de brief naar een PostNL-afhaalpunt gebracht. Het hof gaat er vanuit dat PostNL, overeenkomstig de handelwijze wanneer een aangetekende brief naar een afhaalpunt is gebracht, de geadresseerde daarvan op de hoogte stelt. Het hof wijst in dat verband op informatie op de website van PostNL, waaruit blijkt dat de geadresseerde, als deze niet thuis is als de postbezorger een aangetekende brief komt bezorgen, een e-mail krijgt of een melding in de PostNL-app. Als PostNL geen e-mailadres heeft van de geadresseerde, krijgt deze een niet-thuisbriefje op de deurmat, waarmee de post binnen 14 dagen kan worden afgehaald bij een PostNL-punt.

11. Als een geadresseerde stelt dat hij geen kennis heeft gekregen van het aangetekend verzonden stuk, dan ligt het op de weg van de geadresseerde om het aan de gegevens van PostNL ontleende vermoeden te ontzenuwen. Hiervoor is voldoende dat de geadresseerde feiten en omstandigheden aanvoert op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat het stuk is uitgereikt dan wel dat hij ervan op de hoogte is gesteld dat hij het stuk bij een afhaalpunt kan afhalen. Als de betrokkene erin slaagt het vermoeden te ontzenuwen, dan moet worden aangenomen dat het stuk niet op regelmatige wijze op het adres van de betrokkene is aangeboden.

12. De betrokkene heeft niet betwist dat hij op de hoogte is gesteld dat de aangetekende brief naar een afhaalpunt is gebracht. Het hof gaat ervanuit dat de brief met de beslissing van de kantonrechter op regelmatige wijze op het adres van de betrokkene is aangeboden.

13. De beroepstermijn eindigde dus op 24 oktober 2024. Het beroepschrift is gedateerd

8 april 2025. Uit een stempel blijkt dat het op 14 april 2025 door de rechtbank is ontvangen. Het hoger beroep is dan ook niet tijdig ingesteld. Niet is gebleken dat dit de betrokkene niet kan worden toegerekend. Het hof zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dit brengt mee dat het hof de gronden van (de gemachtigde van) de betrokkene tegen de opgelegde sanctie niet kan beoordelen.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van der Zee-Venema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?