ECLI:NL:GHARL:2025:7301

ECLI:NL:GHARL:2025:7301, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-11-2025, 200.358.651/01

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 20-11-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer 200.358.651/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Machtiging uithuisplaatsing. Situatie veranderd maar machtiging toch op de goede gronden gegeven.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.358.651

zaaknummer rechtbank Gelderland 451279

beschikking van 20 november 2025

over de uithuisplaatsing van [minderjarige]

in de zaak van

[moeder] (de moeder)

die woont in [woonplaats1] , gemeente Buren

advocaat: mr. R. Plieger

en

de raad voor de kinderbescherming (de raad)

die is gevestigd in Arnhem

en

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (de GI)

die is gevestigd in Amsterdam

en

[vader] (de vader)

die woont in [woonplaats2] , gemeente Buren

advocaat: mr. W.G. Kuster-van de Ven

1. Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft [minderjarige] op 15 mei 2025 onder toezicht gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing bij de andere ouder met gezag voor [minderjarige] verleend tot 15 mei 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De ouders hebben twee kinderen, [jongmeerderjarige] , geboren [in] 2007 in [geboorteplaats] (Hongarije) en [minderjarige] , geboren [in] 2009 in [geboorteplaats] (Hongarije).

Bij beschikking van dit gerechtshof van 4 juli 2019 is de moeder alleen belast met het ouderlijk gezag over [jongmeerderjarige] en [minderjarige] . De rechtbank heeft in een beschikking van 15 mei 2025 die beschikking van het gerechtshof gewijzigd en bepaald dat de ouders voortaan weer gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over [jongmeerderjarige] en [minderjarige] . Daarnaast heeft de rechtbank in die beschikking het hoofdverblijf van [jongmeerderjarige] bij de vader vastgesteld.

3. De procedure bij de kinderrechter

De raad heeft de kinderrechter verzocht [minderjarige] (en [jongmeerderjarige] ) onder toezicht te stellen van de GI en [minderjarige] uit huis te mogen plaatsen bij de vader.

De kinderrechter heeft de verzoeken van de raad toegewezen en de GI gemachtigd om [minderjarige] uit huis te plaatsen (bij de vader) tot 15 mei 2026.

Die beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2025 en op schrift gesteld op 23 mei 2025.

4. De procedure bij het hof

De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter om [minderjarige] bij de vader te plaatsen. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt.

De vader is het wel eens met de beslissing van de kinderrechter. Hij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter in stand laat.

De raad wil dat de beslissing in stand blijft.

De informatie die het hof heeft ontvangen

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift

het verweerschrift van de raad

het verweerschrift van de vader

de stukken van mr. Plieger, ingediend op 14 oktober 2025

[minderjarige] heeft op 20 oktober 2025 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij heeft verteld wat zij vindt van de uithuisplaatsing.

De zitting bij het hof was op 21 oktober 2025. Aanwezig waren:

de moeder met haar advocaat

de vader met zijn advocaat

een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad)

twee vertegenwoordigers van de GI

5. Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?

De kinderrechter kan een machtiging geven een kind uit huis te plaatsen. De kinderrechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind of voor onderzoek van het kind.

Hoe oordeelt het hof?

Op het moment dat de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing bij de andere ouder met gezag voor [minderjarige] heeft verleend, was de situatie anders. De kinderrechter ging uit van de situatie dat de kinderen er grote behoefte aan hadden om dicht bij elkaar te zijn en voor elkaar te zorgen. Omdat [jongmeerderjarige] al bij de vader woonde, is besloten in het belang van [minderjarige] dat zij daar ook kon verblijven, maar dat is nu veranderd. [minderjarige] woont sinds juni 2025 bij de vader, maar [jongmeerderjarige] woont sinds eind augustus 2025, na een ernstig incident met de vriend van [jongmeerderjarige] in de woning van de vader, ergens anders. Toch vindt het hof dat de machtiging tot uithuisplaatsing aan de GI op goede gronden is gegeven, omdat [minderjarige] in een onstabiel en onveilig opvoedklimaat opgroeide en het nu beter is voor haar dat zij bij de vader blijft wonen.

Het hof volgt de moeder niet in haar vrees dat [minderjarige] door de houding en opstelling van de vader onvoldoende begeleiding en ondersteuning zal krijgen. [minderjarige] is duidelijk in haar wens om bij de vader te willen blijven wonen en het gaat – ook na het vertrek van [jongmeerderjarige] – goed met haar. De vader heeft, ondanks zijn bedenkingen en wantrouwen jegens de hulpverlening, zijn werktijden aangepast zodat hij zoveel mogelijk beschikbaar is voor [minderjarige] en er is hulpverlening ingezet (Samen18). Daarnaast is het gezin aangemeld bij ‘s Heerenloo voor een breed onderzoek en diagnostiek; de uitkomsten hiervan zijn leidend voor het vervolg en voor passende hulpverlening. Volgens de school is een duidelijke groei in de sociaalemotionele ontwikkeling van [minderjarige] te zien.

Wel vindt het hof het zorgelijk dat [minderjarige] nu geen contact heeft met [jongmeerderjarige] en zegt ook geen contact te willen met de moeder. Het lijkt erop dat dit voortvloeit uit een loyaliteitsconflict. Het hof verwacht dat de GI nader zal bekijken of plaatsing bij de vader duurzaam en houdbaar is en wat het meest in belang van [minderjarige] is. Ter zitting is naar voren gekomen dat beide meisjes te maken hebben met adoptie- en hechtingsproblematiek en dat het de voorkeur heeft dat de GI iemand inschakelt met kennis van deze problematiek. De kinderen zijn geneigd contacten te verbreken als dat contact moeilijk verloopt. Belangrijk is dat zij aan de hand worden genomen en hen te laten voelen dat zij controle hebben. Het hof merkt op dat het zou goed zijn als de GI aan [minderjarige] duidelijk maakt dat het voor haar moeilijk moet zijn geweest, maar dat de moeder altijd vanuit goede bedoelingen heeft gehandeld en dat beide ouders het beste voor haar willen.

De beslissing van de kinderrechter zal daarom in stand blijven (worden bekrachtigd).

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 15 mei 2025 over de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] .

Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, R. Feunekes en K.A.M. van Os-ten Have, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, en is op 20 november 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Th.H.M. Lueb

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?