GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 24 februari 2025, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 144,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 43,35.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Uit de overwegingen van de beslissing van de kantonrechter volgt dat de toe te kennen proceskostenvergoeding € 45,35 bedraagt. Het hof zal daarom het dictum van de beslissing van de kantonrechter verbeterd lezen in die zin dat het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 45,35.
2. Het hoger beroep richt zich tegen de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om een proceskostenvergoeding. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte vijftien zaken als samenhangend heeft aangemerkt. De data van het instellen van beroep liggen te ver uiteen. Als de beroepstermijnen niet overlappen, kan de gemachtigde de zaken niet gelijktijdig behandelen. De beroepstermijnen waren in dit geval verspreid over tien maanden.
3. In het Besluit proceskosten bestuursrecht is in artikel 3, tweede lid, het volgende bepaald:“Samenhangende zaken zijn: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het bestuursorgaan of de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn.”
4. Anders dan de gemachtigde stelt, volgt uit voorgaand artikel niet dat de gemachtigde de zaken gelijktijdig moet (kunnen) behandelen, wil sprake zijn van samenhangende zaken. Met (nagenoeg) gelijktijdige behandeling wordt gedoeld op behandeling door het bestuursorgaan of de rechter en niet op het moment van het verrichten van proceshandelingen van de gemachtigde. Uit de hiervoor aangehaalde definitie blijkt dat doorslaggevend is in hoeverre de door de gemachtigde uitgevoerde werkzaamheden identiek of nagenoeg identiek zijn. Het is vaste rechtspraak dat van nagenoeg identieke werkzaamheden sprake is wanneer de behandeling van meer dan één zaak voor de rechtshulpverlener geen reële extra inspanning hoefde te vergen. Naar het oordeel van het hof kan bij de beoordeling van de vraag of daarvan sprake is het tijdstip van het verrichten van de werkzaamheden een rol spelen. Echter, de omstandigheid dat de beroepschriften niet binnen dezelfde beroepstermijn zijn ingediend hoeft niet zonder meer aan het aannemen van samenhang in de weg te staan.
5. In dit geval heeft de kantonrechter geoordeeld dat sprake is van vijftien samenhangende zaken die op dezelfde zitting zijn behandeld, omdat in alle zaken alleen pro-forma beroepschriften zijn ingediend met daarin aangevoerd dat de betrokkenen zich niet kunnen verenigen met de beslissingen. Verder zijn geen aanvullende gronden ontvangen. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter de zaken terecht en op juiste gronden als samenhangend heeft aangemerkt en ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.