GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.331.081/01
(zaaknummer rechtbank Gelderland 418142)
beschikking van 25 november 2025
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats1] , gemeente [gemeente] , verzoeker in het principaal hoger beroep,
verweerder in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. W. Brouwer,
en
[verweerster] ,
wonende te [woonplaats2] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. E.N. Mulder.
1. Het verloop van het geding in hoger beroep
Voor het verloop van het geding tot 30 september 2025 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.
Op 27 oktober 2025 zijn de hierna te noemen [minderjarige1] en [minderjarige2] naar het hof gekomen. Zij hebben over het verzoek in hoger beroep gesproken met een raadsheer en een griffier.
2. De motivering van de beslissing
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeschikking van 30 september 2025, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.
Partijen zijn de ouders van:
[minderjarige1] , geboren [in] 2012;
[minderjarige2] , geboren [in] 2014.
De ouders zijn samen belast met het gezag over de kinderen.
Tussen partijen is alleen nog in geschil de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders en hun kinderen (dat is ter beoordeling voorgelegd in het incidenteel hoger beroep). De ouders kunnen het meer in het bijzonder niet eens worden over de vragen wanneer de kinderen bij de vader verblijven (zorgregeling) en wie de kinderen naar de andere ouder moet brengen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 september 2025 hebben partijen eensluidend verklaard dat de kinderen nu twee weekenden achter elkaar bij de vader verblijven en daarna twee weekenden achter elkaar bij de moeder.
Tijdens de gespreken met de beide kinderen op 27 oktober 2025 hebben [minderjarige1] en [minderjarige2] verteld dat zij het liefst helemaal niet meer naar de vader gaan. [minderjarige1] heeft daarbij verteld dat zij ouder wordt en meer haar eigen leven opbouwt. [minderjarige1] is druk met school, haar huiswerk en vriendinnen waardoor de contactmomenten bij de vader door haar als belastend worden ervaren. [minderjarige2] verveelt zich bij de vader. Er is bij de vader minder te doen dan bij de moeder en hij heeft het fijner bij de moeder.
Het hof zal een zorgregeling vaststellen waarbij de kinderen om het weekend bij de vader zullen verblijven. De kinderen worden ouder en bouwen steeds meer een eigen leven op. De kinderen spreken vaak af met vrienden en vriendinnen en [minderjarige1] is daarnaast druk met school. Onder deze omstandigheden vindt het hof het redelijk en passend dat de kinderen niet, zoals de vader verzoekt, twee van de drie weekenden bij de vader verblijven, maar de helft van de weekenden. De ouders hebben beide aangegeven dat als de weekenden tussen hen gelijk worden verdeeld, het voor hen niet uitmaakt of die weekendverdeling - zoals nu - twee om twee is of per weekend om en om. Het hof heeft goed naar de kinderen geluisterd en gehoord dat zij liever helemaal niet meer naar de vader toe gaan om redenen die niet alleen met de vader van doen hebben, maar met de invulling van de omgangsmomenten. Het hof vindt het voor de kinderen wel belangrijk dat zij regelmatig contact blijven houden met de vader. Daarom zal het hof beslissen dat de kinderen om het weekend bij de vader zullen verblijven. Het staat de kinderen natuurlijk vrij om meer naar de vader te gaan op het moment dat zij daar behoefte aan hebben.
Daarnaast zal het hof beslissen dat de ouders het brengen en halen van de kinderen bij helfte zullen verdelen. Dat betekent dat de ouder waar de kinderen op dat moment verblijven de kinderen naar de andere ouder brengt. Met andere woorden: op vrijdag brengt de moeder de kinderen naar de vader en op zondag brengt de vader de kinderen weer terug naar de moeder. Op deze manier laten beide ouders aan de kinderen zien dat zij achter de zorgregeling en dus het contact met de andere ouder staan.
Het hof heeft begrip voor de frustratie van de vader dat de moeder is verhuisd en dat hij daardoor wordt geconfronteerd met een situatie waarin hij de kinderen minder ziet en hij een lange(re) reistijd heeft. Zoals hiervoor ook is overwogen, worden de kinderen echter ouder en bouwen zij steeds meer hun eigen leven in hun woonomgeving op. Van de vader mag inspanning worden verwacht om in het leven van de kinderen betrokken te blijven.
Met de kinderen is besproken dat zij de uitkomst van deze procedure van de moeder zullen horen.
3. De slotsom
in het incidenteel hoger beroep
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slaagt de grief van de moeder. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen en beslissen als volgt.
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen proceskosten betaalt.
4. De beslissing
Het hof, beschikkende in het incidenteel hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 juli 2023, uitsluitend voor zover deze beschikking ziet op de daarin vastgestelde zorgregeling, en in zoverre opnieuw beschikkende:
verdeelt de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder aldus dat de kinderen om het weekend bij de vader verblijven, waarbij het weekend begint op vrijdag rond 18.00 uur en eindigt op zondag rond 18.00 uur en waarbij de moeder de kinderen op vrijdag naar de vader brengt en de vader de kinderen op zondag naar de moeder terugbrengt;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, R. Feunekes en I.G.M.T. Weijers-van der Marck, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 25 november 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.