GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.353.726
(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 11376716 en 11376751)
beschikking van 25 november 2025
inzake
[appellante] ( [rechthebbende] )
en
[moeder] (de moeder)
die wonen in [woonplaats1] , advocaat: mr. I. Roos
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
[bewindvoerder] , maat van Amstelland Bewind en Budgetbeheer ( [bewindvoerder] )
die woont in [woonplaats2]
[mentor] , handelende onder de naam Solida Mentorschap ( [mentor] )
die woont in [woonplaats3] , gemeente De Ronde Venen
[vader] (de vader)
die woont in [woonplaats4]
[belanghebbende1] ( [belanghebbende1] )
die woont in [woonplaats5]
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verder: de kantonrechter) van 7 februari 2025 en 20 maart 2025, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift, ingekomen op 11 april 2025;
- een brief van [bewindvoerder] van 14 mei 2025;
- een brief van [mentor] van 28 mei 2025;
- een journaalbericht van mr. Roos van 21 juli 2025 met als bijlage een stuk genaamd ‘vermeerdering van gronden en verzoek hoger beroep’;
- een journaalbericht van mr. Roos van 15 september 2025 met producties.
De mondelinge behandeling was op 21 oktober 2025. Aanwezig waren:
- [rechthebbende] en de moeder, bijgestaan door hun advocaat;
- [bewindvoerder] ;
- [mentor] ;
- [medementor] ( [medementor] ), aan wie bijzondere toelating ter zitting is verleend.
3. De feiten
[rechthebbende] is geboren [in] 2001. De kantonrechter heeft bij beschikking van 15 maart 2019 het vermogen van [rechthebbende] onder bewind gesteld op grond van haar lichamelijke en/of geestelijke toestand en een mentorschap ingesteld ten behoeve van haar, met benoeming van de vader en de moeder tot bewindvoerders en mentoren.
Bij brief, ingekomen bij de kantonrechter op 25 oktober 2024, heeft de moeder verzocht de vader te ontslaan als medebewindvoerder en medementor en [medementor] naast haar te benoemen tot medementor, of een professionele bewindvoerder te benoemen.
Bij brief, ingekomen bij de kantonrechter op 15 november 2025, heeft de vader verzocht om hem en de moeder te ontslaan als bewindvoerders en mentoren en om hun zoon [belanghebbende1] in hun plaats te benoemen tot bewindvoerder en mentor.
4. De omvang van het geschil
In de bestreden beschikking van 20 maart 2025 heeft de kantonrechter de vader en de moeder ontslagen als bewindvoerders en mentoren. De kantonrechter heeft met ingang van
1 april 2025 [bewindvoerder] benoemd tot bewindvoerder en [mentor] tot mentor.
[rechthebbende] en de moeder zijn in hoger beroep gekomen van de beschikkingen van 7 februari 2025 en 20 maart 2025. Zij verzoeken het hof – na vermeerdering van hun verzoek – de bestreden beschikkingen te vernietigen, en
- primair: de vader te ontslaan als medebewindvoerder en mentor en het bewindvoerderschap en mentorschap van de moeder in stand te laten;
- subsidiair: de vader te ontslaan als medebewindvoerder en mentor en het bewindvoerderschap en mentorschap van de moeder in stand te laten met benoeming van [medementor] als medementor;
- meer subsidiair: de benoeming van [bewindvoerder] tot bewindvoerder met ingang van 1 april 2025 in stand te laten en alleen het mentorschap van moeder in stand te laten, met benoeming van [medementor] als medementor.
5. De motivering van de beslissing
In artikel 1:448 lid 2 BW en artikel 1:461 lid 2 BW staat dat een bewindvoerder of een mentor ontslag wordt verleend op eigen verzoek of wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder of de mentor niet meer voldoet aan de eisen. Dat verzoek kan worden gedaan door een medebewindvoerder of medementor of degene die het recht heeft om onderbewindstelling te verzoeken (als bedoeld in artikel 1:432 lid 1 en 2 BW en artikel 1:451 lid 1 en 2 BW). De kantonrechter kan ook ambtshalve een beslissing geven.
In artikel 1:435 lid 3 BW en artikel 1:452 lid 3 BW staat dat de rechter bij de benoeming van de benoeming van de (nieuwe) bewindvoerder en mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende of betrokkene volgt, tenzij gegronde redenen zich tegen die benoeming verzetten.
In hoger beroep is het ontslag van de vader als bewindvoerder en mentor niet bestreden. [rechthebbende] heeft bij de mondelinge behandeling verklaard dat zij wil dat de moeder als bewindvoerder en mentor wordt benoemd, met benoeming van [medementor] als medementor.
Het hof oordeelt dat de uitdrukkelijke voorkeur van [rechthebbende] moet worden gevolgd. Zij heeft in het beroepschrift en op de zitting in hoger beroep duidelijk uitgesproken dat zij graag haar moeder als bewindvoerder wil, omdat zij vertrouwen in haar heeft en zich veilig voelt bij haar. Ook [medementor] voelt vertrouwd voor [rechthebbende] . Zowel [bewindvoerder] als [mentor] hebben in hun brieven en ook bij de mondelinge behandeling verklaard geen bezwaar te hebben tegen de verzoeken in hoger beroep. Het hof ziet geen bezwaren tegen inwilliging van het verzoek van [rechthebbende] en de moeder. Dat de moeder en de vader in een moeizame echtscheidingsprocedure waren verwikkeld is niet genoeg om daarover anders te oordelen. De moeder heeft nadat de ouders uit elkaar zijn gegaan alleen de zorg voor [rechthebbende] gehad en de financiën voor haar geregeld. Dat zij dat niet goed heeft gedaan of dat de belangen van [rechthebbende] zouden zijn geschaad, is niet gebleken.
De bestreden beschikking kan dan ook niet in stand blijven voor zover het betreft de beslissingen met betrekking tot de benoeming van de bewindvoerder en mentor. Om de overgang zorgvuldig te kunnen voorbereiden zal het hof de datum van ontslag van de bewindvoerder en de mentor en de benoeming van de moeder tot bewindvoerder en mentor en de benoeming van [medementor] tot (mede)mentor op 1 januari 2026 bepalen.
6. De motivering van de beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt met ingang van 1 januari 2026 de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 20 maart 2025 voor zover daarbij [bewindvoerder] voornoemd is benoemd tot bewindvoerder en [mentor] voornoemd tot mentor en in zoverre opnieuw beschikkende:
verleent met ingang van 1 januari 2026 [bewindvoerder] voornoemd respectievelijk [mentor] voornoemd ontslag als bewindvoerder respectievelijk mentor;
benoemt met ingang van 1 januari 2026 [moeder] , geboren [in] 1958 in [geboorteplaats1] , tot bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [rechthebbende] , geboren [in] 2001 in [geboorteplaats2] , en tot mentor van [rechthebbende] voornoemd, met benoeming van [medementor] , geboren [in] 1962 in [geboorteplaats3] , tot medementor;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, R. Feunekes en S. Kuijpers, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, is getekend door mr. Feunekes en is op 25 november 2025 uitgesproken in het openbaar.