GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.356.213/01
zaaknummer rechtbank Gelderland C/05/431675 HZ ZA 24-48
arrest van 25 november 2025
in de zaak van
1. [appellant1] ,
2. [appellant2], (samen: [de eigenaren] )
die wonen in [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.J. Verweij te Ermelo,
tegen
Cannenburgh B.V. (Cannenburgh),
die is gevestigd in Doetinchem,
niet verschenen.
1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
[de eigenaren] hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen op 19 februari 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• de memorie van grieven met producties.
Cannenburgh is in hoger beroep niet verschenen zodat tegen haar op 1 juli 2025 verstek is verleend.
Vervolgens heeft het hof bepaald dat uitspraak wordt gedaan.
2. De kern van de zaak
[de eigenaren] zijn eigenaar van een recreatiewoning met ondergrond, erf, tuin en verdere aan- en toebehoren op [naam1] in [plaats1] . Het chaletpark wordt geëxploiteerd door Cannenburgh.
[de eigenaren] hebben bij de rechtbank (zakelijk samengevat) gevorderd dat Cannenburgh wordt veroordeeld tot het ondernemen van actie met betrekking tot verschillende faciliteiten op het chaletpark (watermeters, noodzakelijk onderhoud, centraal inzamelpunt huisvuil, meerjarenonderhoudsplan). Ook moet Cannenburgh vanaf 2019 inzage geven in, of rekening en verantwoording afleggen voor, verschillende in rekening gebrachte kosten die het chaletpark betreffen (o.m. zuiveringsheffing GBLT, gas, water, elektriciteit, vastrecht). Verder moet de zuiveringsheffing GBLT worden doorbelast op basis van het daadwerkelijke waterverbruik per kavel. Ook moet duidelijk worden welk deel van het vastrecht wordt gebruikt voor onderhoud en vervanging van het leidingnetwerk. De genoemde kosten moet Cannenburgh in de toekomst gespecificeerd, transparant en inzichtelijk gaan factureren. Cannenburgh moet verder teveel betaalde kosten aan waterschapslasten (GBLT) en water terugbetalen. Ten slotte willen [de eigenaren] dat wordt vastgesteld dat zij een rechtsverhouding hebben met Cannenburgh, dat Cannenburgh de doorberekende kosten en lasten transparant moet maken, dat bepaalde kosten en ‘extra’s’ niet in rekening mogen worden gebracht aan hen en dat Cannenburgh tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen.
De rechtbank heeft deze vorderingen voor een belangrijk deel afgewezen. Daartegen komen [de eigenaren] nu in hoger beroep.
3. Procedureel punt
Het hof stelt vast dat [de eigenaren] ten opzichte van de uitgebrachte hogerberoepdagvaarding in de memorie van grieven hun eis hebben gewijzigd en vermeerderd. Zo zijn de oorspronkelijke vorderingen onder II, III, IV, VIII en X geheel of gedeeltelijk gewijzigd en in sommige gevallen vermeerderd. Bovendien is in de memorie van grieven een nieuwe eis ingesteld onder XIII, die, in tegenstelling tot wat [de eigenaren] aanvoeren, niet al kon worden gelezen in de oorspronkelijke vordering onder VIII.
Het hof merkt op dat de eiswijziging/eisvermeerdering door [de eigenaren] niet op duidelijk kenbare wijze is vermeld. De aanhef van de memorie van grieven is daarom niet in overeenstemming met artikel 2.14 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven.
Cannenburgh is in hoger beroep niet verschenen. Uit het procesdossier blijkt niet
dat [de eigenaren] de hiervoor genoemde wijziging en vermeerdering van eis bij exploot aan Cannenburgh kenbaar hebben gemaakt. De gedachte achter het betekenen van zo’n eiswijziging/eisvermeerdering aan een niet verschenen partij is dat moet worden vermeden dat die partij tot iets veroordeeld kan worden waarvan zij niet weet en niet kan weten dat en waarom het gevorderd is. Op dit moment weet Cannenburgh niet welke eisen [de eigenaren] precies hebben ingesteld, noch alle gronden daarvan. Cannenburgh heeft daardoor ook niet volledig geïnformeerd kunnen beslissen om al dan niet in hoger beroep te verschijnen. Het hof kan daarom geen uitspraak doen op de gewijzigde en vermeerderde eis (vgl. artikel 130 lid 3 in samenhang met artikel 353 Rv).
In zo’n geval geldt het uitgangspunt dat de rechter, op verzoek van de partij die haar eis wil wijzigen of ambtshalve, alsnog gelegenheid kan bieden om de verandering of vermeerdering van eis aan de niet verschenen wederpartij te doen betekenen. De rechter kan wegens strijd met de eisen van een goede procesorde afzien van het bieden van die gelegenheid.
Het is hier niet gebleken dat de procedure onredelijke vertraging oploopt als het hof gelegenheid biedt om alsnog bij exploot aan Cannenburgh kenbaar te maken dat de eis in hoger beroep is gewijzigd en vermeerderd. Ook zijn er geen andere redenen naar voren gekomen waarom dit in strijd zou zijn met de goede procesorde. Het hof zal daarom [de eigenaren] in de gelegenheid stellen om met overeenkomstige toepassing van artikel 120 lid 3 Rv de memorie van grieven en dit arrest bij exploot aan Cannenburgh te laten betekenen, en haar daarbij op te roepen in de procedure. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor een door [de eigenaren] te nemen akte overlegging stukken. Daaruit moet ofwel blijken dat zij de memorie van grieven en dit arrest hebben laten betekenen en daarbij Cannenburgh hebben opgeroepen ofwel dat zij daarvan afzien. In dat laatste geval zal het hof rechtspreken op basis van de vorderingen waarover de rechtbank heeft geoordeeld.
4. De beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 23 december 2025 voor een akte aan de zijde van [de eigenaren] met het hiervoor onder 3.4 omschreven doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.A. Diebels, R. Verkijk en H.J. Berends, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.