ECLI:NL:GHARL:2025:7625

ECLI:NL:GHARL:2025:7625, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-11-2025, 21-000508-24

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer 21-000508-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Zwolle
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Veroordeling voor de eendaadse samenloop van mensenhandel en eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 59.649,48, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Afwijzing van de vordering voor het overige.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 november 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.D. Kloosterman, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. W.A. Bruinsma-Woudstra, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft voorts de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van

€ 53.616,12 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het hof komt tot een andere kwalificatie van feit 2 en legt aan verdachte een andere straf op. Ook komt het hof tot een andere beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na een in eerste aanleg toegewezen vordering tot aanpassing van de omschrijving van de feiten ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten laste gelegd dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 oktober 2021 te [plaats] en/of elders in Nederland,

A)

een ander of anderen, te weten [benadeelde partij] , (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [benadeelde partij] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde partij] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar [benadeelde partij] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten [benadeelde partij] (sub 6°),

bestaande hierin dat verdachte,

- die [benadeelde partij] heeft gezegd dat zij hem moest helpen met het afbetalen van (een) schuld(en) die hij, verdachte, bij de onderwereld had en/of die [benadeelde partij] (meermalen) heeft gezegd dat zij verantwoordelijk was voor die schuld(en) en/of die [benadeelde partij] van hem verdachte afhankelijk heeft gemaakt en/of

- die [benadeelde partij] heeft vervoerd naar (een) woning(en) van (een) klant(en) en/of heeft meegenomen naar (een) hotel(s) en/of AirB&B(s) waar (een) klant(en) werden ontvangen en/of

- ( een) seksadvertentie(s) op Internet heeft geplaatst of door die [benadeelde partij] heeft laten plaatsen en/of

- de werktelefoon van die [benadeelde partij] ter beschikking had en/of seksafspraken voor die [benadeelde partij] heeft gemaakt waarna zij zich prostitueerde in de woning(en) van (een) klant(en) en/of in (een) hotel(s) en/of in (een) [naam] (s) en/of

- ( telkens) het door die [benadeelde partij] in de prostitutie verdiende geld aan zich heeft laten betalen/afstaan en/of

- die [benadeelde partij] meermalen, althans eenmaal, heeft geslagen en/of ongewilde seks met die [benadeelde partij] heeft gehad en/of

- die [benadeelde partij] heeft verboden op vakantie te gaan en/of

- die [benadeelde partij] (telkens) heeft gecontroleerd door (telkens) op Internet te kijken of haar seksadvertentie wel online stond en/of aan die [benadeelde partij] te vragen hoeveel klanten ze had en/of hoeveel geld ze daarmee had verdiend en/of dat ze een livelocatie moest sturen waar zij was en/of die [benadeelde partij] (een) Whatsappbericht(en)heeft gestuurd met de tekst(en): “waar blijf je, de tijd is voorbij” en/of “stuur foto” en/of - zakelijk weergegeven - dat ze op moest schieten en/of dat de volgende klant wachtte en/of

- die [benadeelde partij] alle kosten onder meer voor boetes en/of benzine en/of huurauto en/of boodschappen en/of hotel(s) heeft laten betalen;

2.

hij (op een of meer tijdstip(pen)) in de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 oktober

2021, te […] en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

één of meer voorwerp(en), te weten één of meer geldbedrag(en) van in totaal (ten minste) €

39.914,05 euro), althans een grote hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden heeft

gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt van

bovenomschreven voorwerp(en) zulks terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs had

moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren

uit enig(e) misdrijf/misdrijven en hij, verdachte van het plegen van witwassen al dan niet

een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen

Met betrekking tot feit 1

Verdachte wordt onder feit 1 verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte een verklaring afgelegd, die erop neerkomt dat hij met betrekking tot dit feit berust in de veroordeling door de rechtbank. Door of namens verdachte zijn geen bewijsverweren gevoerd.

Het hof acht het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, in hoofdlijnen op de gronden die in het vonnis van de rechtbank zijn vermeld. Het hof zal in het geval er in deze zaak cassatie wordt ingesteld in een aanvulling op dit arrest de bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen opnemen.

Met betrekking tot feit 2

Het hof stelt vast dat verdachte onder feit 1 wordt veroordeeld voor mensenhandel en dat de bewezenverklaring inhoudt dat verdachte [benadeelde partij] heeft uitgebuit en telkens het door haar in de prostitutie verdiende geld aan zich heeft laten betalen/afstaan. Verdachte heeft zodoende telkens geldbedragen voorhanden gehad die afkomstig waren uit dit door hemzelf gepleegde misdrijf. Het hof acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan eenvoudig witwassen.

Voor zover verdachte wordt verweten dat hij verhullingshandelingen heeft gepleegd door geldbedragen om te zetten in (bijvoorbeeld) crypto-currency, of over te dragen dan wel daarvan gebruik te maken, overweegt het hof dat de met die handelingen gemoeide geldbedragen op grond van het dossier niet zonder meer aan de onder feit 1 bewezenverklaarde mensenhandel kunnen worden gekoppeld, nu verdachte in de betreffende periode ook legale inkomsten uit zijn bedrijf genoot. Het hof acht in zoverre het onder 2 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.hij in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 oktober 2021 te [plaats] en elders in Nederland,

A)

een ander, te weten [benadeelde partij] , telkens door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft vervoerd met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [benadeelde partij] (sub 1°) en

- heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en

- heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [benadeelde partij] , seksuele handelingen met een derde (sub 9°) en

B)

Telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten [benadeelde partij] (sub 6°),

bestaande hierin dat verdachte,

- die [benadeelde partij] heeft gezegd dat zij hem moest helpen met het afbetalen van schulden die hij, verdachte, bij de onderwereld had en

- die [benadeelde partij] heeft vervoerd naar woningen van klanten en heeft meegenomen naar hotels en AirB&B’s waar klanten werden ontvangen en

- seksadvertenties door die [benadeelde partij] heeft laten plaatsen en

- de werktelefoon van die [benadeelde partij] ter beschikking had en seksafspraken voor die [benadeelde partij] heeft gemaakt waarna zij zich prostitueerde in de woningen van klanten en in hotels en in een Air B&B en

- telkens het door die [benadeelde partij] in de prostitutie verdiende geld aan zich heeft laten betalen/afstaan en

- die [benadeelde partij] heeft geslagen en ongewilde seks met die [benadeelde partij] heeft gehad en

- die [benadeelde partij] heeft verboden op vakantie te gaan en

- die [benadeelde partij] heeft gecontroleerd door aan die [benadeelde partij] te vragen hoeveel klanten ze had en hoeveel geld ze daarmee had verdiend en dat ze een livelocatie moest sturen waar zij was en die [benadeelde partij] een Whatsappbericht heeft gestuurd met de tekst: “waar blijf je, de tijd is voorbij” en “stuur foto” en - zakelijk weergegeven - dat ze op moest schieten en dat de volgende klant wachtte en

- die [benadeelde partij] alle kosten onder meer voor boetes en benzine en huurauto en

boodschappen en hotels heeft laten betalen;

2.hij in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 oktober 2021, te […] en elders in Nederland, meermalen, geldbedragen voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van mensenhandel en eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan seksuele uitbuiting van aangeefster [benadeelde partij] . Verdachte heeft aangeefster misleid door haar te zeggen dat hij in de schulden zat en dat hij het door haar verdiende geld zou gebruiken om haar eigen schulden af te lossen. Ook heeft verdachte aangeefster misleid door een relatie met haar te onderhouden zonder haar te zeggen dat hij getrouwd was en zijn vrouw zwanger was. Aangeefster moest haar verdiende geld aan verdachte af staan. Verdachte stelde zich ten opzichte van haar en de door haar te verrichten prostitutiewerkzaamheden agressief, controlerend en dwingend op en had overwicht op haar. Mensenhandel waarbij het slachtoffer in de prostitutie wordt

gehouden en waarbij sprake is van bovengenoemde (dwang)middelen is een vergaande vorm van uitbuiting waarbij de

lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt worden gemaakt aan

de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter. De psychische gevolgen van dergelijke

uitbuiting kunnen voor een slachtoffer, zo is algemeen bekend, groot zijn. Dat dit ook voor

onderhavig slachtoffer geldt, blijkt uit een bij de vordering tot schadevergoeding gegeven

schriftelijke toelichting van 8 december 2023. Door aangeefster haar verdiensten aan hem te laten afstaan heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan eenvoudig witwassen. Hij heeft immers die uit door hem gepleegde mensenhandel afkomstige opbrengst telkens voorhanden gehad.

Het hof heeft gelet op een de verdachte betreffend uittreksel van 13 oktober 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk voor misdrijven is veroordeeld. Het hof heeft ook gelet op een enigszins gedateerd reclasseringsrapport van 1 mei 2023, waarin onder meer is opgetekend dat verdachte in de bouw werkt, dat hij getrouwd is en twee kinderen heeft en een derde op komst is. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij thans werkzaam is als hijskraanmachinist, dat hij maandelijks aflost op zijn schulden en dat hij probeert opnieuw vorm te geven aan zijn gezinsleven met inmiddels drie kinderen. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding voor strafverzwaring dan wel strafmatiging.

De rechtbank heeft verdachte in eerste aanleg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden opgelegd, die verdachte reeds geheel in voorarrest heeft uitgezeten. Het hof is – evenals de rechtbank – van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde seksuele uitbuiting, niet kan worden volstaan met een andere dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële duur. Het hof is ook met de rechtbank van oordeel dat de onderhavige zaak in termen van de Landelijke Oriëntatiepunten voor Vakinhoud Strafrecht moet worden aangemerkt als een categorie II zaak. Anders dan de rechtbank is het hof echter van oordeel dat de bijzondere omstandigheden de oplegging van een zwaardere straf rechtvaardigen. Er is sprake van een langere periode van uitbuiting, het slachtoffer is mishandeld en misleid. Ook heeft verdachte geen inzicht getoond in het kwalijke in zijn gedrag. Het hof acht, alles afwegend, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden passend en geboden. Het hof zal daarvan een gedeelte van zes maanden voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijke strafdeel zorgt er enerzijds voor dat verdachte geen verdergaande vrijheidsbeneming meer hoeft te ondergaan, zodat hij de kans krijgt zijn maatschappelijke- en gezinsleven invulling te geven, en dient er anderzijds toe verdachte gedurende een proeftijd van drie jaren ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen. Voor oplegging van bijzondere voorwaarden ziet het hof geen aanleiding.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 136.649,48 ingediend. De rechtbank heeft het verzoek tot schadevergoeding voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 53.616,12. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Materiële schade

Aan materiële schade is een bedrag van in totaal € 121.649,88 gevorderd. Dit bedrag is een optelsom van de volgende schadeposten:

Het gevorderde bedrag aan afgestane verdiensten is gebaseerd op de verklaring van de benadeelde partij. Dat de benadeelde partij haar verdiensten uit de prostitutie grotendeels aan verdachte heeft afgestaan volgt uit de bewezenverklaring van feit 1. De door haar genoemde omvang van die verdiensten is echter niet nader onderbouwd. Het hof ziet daarin aanleiding om gebruik te maken van zijn schattingsbevoegdheid en schat het bedrag aan afgestane verdiensten op € 5.000,00 per maand gedurende de eerste acht maanden en op

€ 1.000 per maand gedurende de laatste acht maanden. Het hof zal deze schadepost daarom toewijzen tot een bedrag van (8 maanden x € 5.000,00 = € 40.000,00 en 8 maanden x

€ 1.000,00 = 8.000,00) 48.000,00.

De gevorderde reiskosten zijn voldoende onderbouwd en niet betwist. Het hof zal deze schadepost van € 824,74 dan ook geheel toewijzen.

Met betrekking tot de nog te maken reiskosten heeft de advocate van de benadeelde partij ter terechtzitting gesteld dat deze kosten inmiddels daadwerkelijk zijn gemaakt. Nu ook deze kosten niet zijn betwist zal het hof deze schadepost van € 824,74 eveneens toewijzen.

Immateriële schade

Aan immateriële schade is een bedrag van € 15.000,- gevorderd. Het hof is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat ook deze schadepost toewijsbaar is. Het hof zal de hoogte van de immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 10.000,-. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat sprake is geweest van seksuele uitbuiting van aanzienlijke duur en gepaard gaand met fysiek geweld tegen de benadeelde partij.

Gelet op het voorgaande zal het hof de vordering tot een bedrag van € 59.649,48 toewijzen. Dat deel moet door de verdachte worden vergoed. De rest van de gevorderde schade hoeft verdachte niet te vergoeden. Dat deel wijst het hof af.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 55, 57, 273f en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 59.649,48 (negenenvijftigduizend zeshonderdnegenenveertig euro en achtenveertig cent) bestaande uit € 49.649,48 (negenenveertigduizend zeshonderdnegenenveertig euro en achtenveertig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 59.649,48 (negenenvijftigduizend zeshonderdnegenenveertig euro en achtenveertig cent) bestaande uit € 49.649,48 (negenenveertigduizend zeshonderdnegenenveertig euro en achtenveertig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 317 (driehonderdzeventien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 31 oktober 2021.

Dit arrest is gewezen door mr. J.D. den Hartog, mr. A.H. Garos en mr. M.B. de Wit, in aanwezigheid van de griffier D.D. Drost en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?