GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 1 april 2025, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 158,- voor: “16 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 augustus 2023 om 19:46 uur op de N217 (kruising Vrouwe Huisjesweg) in Mijnsheerenland met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de betrokkene de gedraging ontkent. De betrokkene geeft aan dat zij geen bord A1 is gepasseerd. In het dossier bevinden zich geen schouwrapporten waaruit de aanwezigheid van bebording A1 blijkt. Uit de ‘Werkinstructie schouw bebording bij flitspalen’ volgt dat bij een initiële bordenschouw ook foto’s van de bebording moeten worden gemaakt. Hierin staat de volgende passage opgenomen: “Verschil initiële schouw en periodieke schouw bij flitspalen: De initiële schouw is veel uitgebreider dan de periodieke schouw en is de basis waar de periodieke schouwingen op volgen. Het is bij deze initiële schouw de bedoeling dat bij de bordenschouw ook een foto wordt gemaakt voorzien van een duidelijke locatieaanduiding.” Dit volgt ook uit de ‘Checklist incidentele schouw digitale flitspaal en bebording’. Bij de incidentele schouw van 5 december 2022 zijn echter geen foto’s van de bebording gevoegd, aldus de gemachtigde. Er kan derhalve niet worden vastgesteld of, en indien welke, bebording is gecontroleerd.
3. Namens de betrokkene is niet betwist dat met de gemeten snelheid is gereden. De vraag die voorligt is of de aanwezigheid van de bebording A1 ten tijde van de gedraging met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld.
4. In beroep bij de kantonrechter is namens de betrokkene een rijroute opgegeven, waarbij de betrokkene vanaf de A29 in de noordoostelijke richting de afslag 21 heeft genomen en vervolgens rechts is afgeslagen naar de N217. Deze weg heeft de betrokkene gevolgd tot de plek waarop de vermeende gedraging is verricht.
5. Uitgangspunt is dat de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de gedraging met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld als blijkt dat deze bebording aanwezig was op enig moment niet meer dan zes maanden vóór en niet meer dan zes maanden ná de gedraging. Is één van deze termijnen langer, dan zal uit (nadere) stukken moeten blijken dat na verificatie van daarvoor beschikbare bronnen is gebleken dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen (vgl. het arrest van het hof van 12 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7804).
6. Het hof stelt vast dat het dossier twee foto’s bevat. Hierop is het voertuig met het kenteken [kenteken] te zien. Als locatie is vermeld “3861 Mijnsheerenland N217/ kruising Vrouwe Huisjesweg”. Het dossier bevat voorts een proces-verbaal van schouw digitale flitspaal d.d. 5 december 2022. Dit proces-verbaal betreft HHM-nummer 3861, Mijnsheerenland ter hoogte van hmp 19.4 Hoeksche Waard en in dit proces-verbaal verklaart de ambtenaar onder meer dat ter plaatse de bebording (A1-50) conform de huidige wet- en regelgeving is geplaatst. Hierbij zijn schouwlijsten gevoegd. Deze schouwlijsten hebben, gelet op het HHM-nummer (3861) en de straatnaam (Provincialeweg), onder meer betrekking op de desbetreffende bebording. Bij de datum zijn onder andere ’26 juli 2023’, ‘1 augustus 2023’ en ‘5 september 2023’ en ‘akkoord: ja’ vermeld en zijn geen bijzonderheden opgegeven.
7. Het hof acht op basis van de op voormelde schouwlijsten aanwezige informatie aannemelijk dat de ambtenaar (in ieder geval) op 1 augustus 2023 en 5 september 2023 een schouw heeft uitgevoerd, waarbij de bebording A1 in goede orde is aangetroffen. De door de gemachtigde aangevoerde grond dat zich in het dossier geen schouwrapporten bevinden waarmee de aanwezigheid van voornoemde bebording kan worden aangetoond, treft geen doel.
8. Voor wat betreft de grond dat naast een schouwrapport ook een foto is vereist voor de vaststelling van de aanwezigheid van de bebording en de gemachtigde hierbij verwijst naar de ‘Werkinstructie schouw bebording bij flitspalen’ en de ‘Checklist incidentele schouw digitale flitspaal en bebording’, overweegt het hof als volgt. Nog los van de vraag welke betekenis toekomt aan beide stukken - zeker nu de gemachtigde een willekeurig aantal pagina’s heeft ingebracht -, is het hof van oordeel dat de enkele omstandigheid dat in het onderhavige geval is afgeweken van een werkinstructie van het openbaar ministerie, niet betekent dat geen sanctie aan de betrokkene mag worden opgelegd. Deze grond treft ook geen doel.
9. Nu de gronden van de gemachtigde niet slagen zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.