GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 25 februari 2025, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 112,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor:
“als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl voertuig niet voorzien is van goed werkende remlichten”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 augustus 2022 om 20:50 uur op de St. Annastraat in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Het bovenste remlicht functioneerde wel, waardoor de betrokkene geen enkel benul kon hebben dat een remlicht het niet deed. De betrokkene merkt op dat hier normaal gesproken een “toonbrief” voor wordt gegeven, maar dat hij hier geen kans voor kreeg. De gemachtigde voert verder aan dat uit het dossier niet naar voren komt of de ambtenaar heeft geconstateerd dat gereden werd met defecte remlichten.
3. De advocaat-generaal heeft bij het verweerschrift een aanvullend proces-verbaal overgelegd, waarin de ambtenaar verklaart dat hij zag dat het voertuig ten tijde van de geconstateerde verkeersovertreding reed en dat (zo volgt uit het zaakoverzicht: twee van de drie) remlichten het niet deden. Dat de gedraging is verricht, staat dan ook vast. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Uit het samenstel van artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de ten tijde van de gedraging geldende Regeling voertuigen, in verbinding met de artikelen 5.2.51, eerste lid, onder f, en 5.2.55, eerste lid, van die regeling vloeit voort dat de bestuurder van een voertuig verantwoordelijk is voor de juiste werking van de remlichten. Een en ander brengt mee dat het niet voldoen aan de hiervoor genoemde bepalingen van de Regeling voertuigen op zichzelf reeds het opleggen van een sanctie rechtvaardigt. Niet is vereist dat de bestuurder zich bewust is van de ondeugdelijke werking van de verlichting.
5. Voor de opvatting dat de ambtenaar hier, zo begrijpt het hof althans het standpunt van de (gemachtigde van de) betrokkene, had moeten volstaan met een waarschuwing is geen plaats. De bevoegdheid van een ambtenaar om, indien een gedraging is verricht, al dan niet een sanctie op te leggen, is discretionair van aard, zodat het hof deze slechts terughoudend kan toetsen. In dit geval is er geen aanleiding voor het oordeel dat de ambtenaar, bij afweging van de betrokken belangen, niet in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om de sanctie op te leggen.
6. De aangevoerde gronden treffen gelet op het voorgaande geen doel. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Nu betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.