ECLI:NL:GHARL:2025:7898

ECLI:NL:GHARL:2025:7898, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-12-2025, 200.349.326

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 200.349.326
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002761

Samenvatting

Erfrecht. Erfgenaam stelt rechtsvorderingen in tegen executeur die niet meer in functie is door een beneficiaire aanvaarding en van wie niet is gebleken dat hij kon aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om de schulden te betalen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.349.326

zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 419947

arrest van 9 december 2025

in de zaak van

[appellant] ([appellant])

die woont in [woonplaats1]

advocaat: mr. D. den Hartog

en

[geïntimeerde] (de executeur)

die woont in [woonplaats2]

advocaat: mr. J.W. Damstra

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, (hierna: de rechtbank) op 31 juli 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

de dagvaarding in hoger beroep

de memorie van grieven

de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep

de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep

2. De kern van de zaak

De oma van [appellant] en de moeder van de executeur (erflaatster) is overleden op 23 september 2017. Zij heeft haar kleinkinderen [kleinkind1] (1/8), [appellant] (7/24), [kleinkind2] (7/24) en [kleinkind3] (7/24) tot erfgenamen benoemd. Zij heeft haar zoon [geïntimeerde] tot executeur benoemd. Zij heeft aan [appellant] een legaat gemaakt van haar appartement in [woonplaats2] en bepaald:

“De waarde van de gelegateerde goederen komt in mindering op het erfdeel van mijn kleinzoon. Ik verzoek de executeur en erfgenamen de onder d gelegateerde goederen te -

laten taxeren door een onafhankelijk taxateur die door de executeur en de erfgenamen -

in onderling overleg wordt benoemd. In geval van onenigheid wordt de taxateur door de

executeur benoemd.”

In het dossier bevindt zich een stuk getiteld ‘koopovereenkomst appartement’. Daarin staat dat erflaatster haar appartement verkoopt aan derden voor een koopsom van € 78.500. Er staat ook in dat dit stuk is ondertekend door erflaatster op 19 juli 2017. Op pagina 10 staat haar naam en daarboven staat een handtekening.

[kleinkind2] en [kleinkind3] hebben de nalatenschap van erflaatster zuiver aanvaard. [appellant] en [kleinkind1] hebben op enig moment de nalatenschap beneficiair aanvaard. Dat is op 22 februari 2018 aan de executeur meegedeeld.

Op 15 maart 2018 is het appartement geleverd aan de derden die zijn genoemd in het stuk met de titel ‘koopovereenkomst appartement’. De netto-opbrengst van € 72.644,30 is in depot gebleven bij de notaris.

[appellant] heeft de executeur gedagvaard. Hij heeft gevorderd dat de rechtbank:

voor recht verklaart dat de hoogte van zijn legaat € 78.500 is

de executeur veroordeelt dat bedrag aan hem te betalen

inzage te geven in alle stukken die [appellant] nodig heeft om zijn erfdeel te berekenen.

De executeur heeft in reconventie gevorderd dat de rechtbank [appellant] veroordeelt mee te werken aan de vrijgave van het depot bij de notaris.

De rechtbank heeft [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen a en b, omdat de nalatenschap vanwege de beneficiaire aanvaarding door [appellant] en [kleinkind1] moet worden vereffend en taak van de executeur is geëindigd (artikel 4:149 lid 1 letter d BW); de executeur kon niet aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend waren om de schulden te voldoen. Vordering c van [appellant] is toegewezen voor alle stukken die de executeur heeft. De rechtbank heeft de executeur niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering in reconventie.

De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat het hof hem wel ontvangt in zijn vorderingen a en b en deze vorderingen alsnog toewijst. Verder wil [appellant] dat het hof beveelt dat de andere erfgenamen in dit geding worden opgeroepen. Ten slotte vermeerdert hij zijn eis in hoger beroep. Hij vordert dat het hof de executeur veroordeelt rekening en verantwoording af te leggen over financiële handelingen in de periode 2010-2017 ten aanzien van het vermogen van erflaatster en de schade te vergoeden die door zijn handelen is veroorzaakt. De bedoeling van het hoger beroep van de executeur is dat hij geen nadere stukken hoeft in te dienen en dat [appellant] wordt veroordeeld in de kosten van de procedure bij de rechtbank en bij het hof.

Het hof zal beslissen dat het vonnis van de rechtbank op delen wordt vernietigd en licht dat hierna toe. Het hof laat het vonnis van de rechtbank deels in stand en beslist voor een deel anders.

3. De toelichting op de beslissing van het hof

in het principaal hoger beroep

Grief 1: Is [appellant] ontvankelijk in zijn rechtsvorderingen tegen de executeur?

Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat [appellant] niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen a en b. [appellant] stelt deze rechtsvorderingen in tegen de executeur, terwijl al lang vaststaat dat de taak van de executeur is geëindigd. Dat is gebeurd op het moment dat [appellant] en [kleinkind1] de nalatenschap van erflaatster beneficiair hebben aanvaard. [appellant] heeft niet verteld wanneer [kleinkind1] en hij beneficiair hebben aanvaard, maar dat moet op enig moment voor 22 februari 2018 zijn geweest, toen dat is bericht aan de executeur. Niet is gebleken dat de executeur – die bevoegd was tot voldoening van opeisbare schulden en legaten – destijds kon aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen. Zou dat wel het geval zijn geweest, dan zou de taak van de executeur nog niet zijn geëindigd. [appellant] heeft gelijk als hij zegt: “De beneficiaire aanvaarding leidt niet tot een blokkade van de civielrechtelijke aanspraak van een legataris op zijn legaat.” Hij kan die aanspraak alleen niet meer geldend maken jegens een executeur wiens taak al begin 2018 is geëindigd. [appellant] zal voor de betaling van zijn legaat andere wegen moeten gaan en de betaling daarvan in de vereffening aan de orde moeten stellen. Grief 1 van [appellant] faalt.

Grief 2: onrechtmatige daad van de executeur?

[appellant] stelt in dit hoger beroep nieuwe rechtsvorderingen in tegen de executeur. Die rechtsvorderingen gaan over onrechtmatige handelingen die de executeur zou hebben verricht voordat hij executeur was. Ook in deze rechtsvorderingen is [appellant] niet-ontvankelijk. [appellant] heeft de executeur in zijn inleidende dagvaarding alleen gedagvaard in diens hoedanigheid van executeur; de executeur vertegenwoordigt in dit geding de erfgenamen. Hij kan in hoger beroep niet voor het eerst nieuwe rechtsvorderingen instellen tegen de executeur in een andere hoedanigheid dan die van executeur als vertegenwoordiger van de erfgenamen. Grief 2 van [appellant] faalt.

Grief 3: is een dwangsom nodig?

[appellant] wil dat het hof een dwangsom verbindt aan de veroordeling van de executeur in 3.2. van het bestreden vonnis om aan [appellant] de bankafschriften over 2010-2017 te geven. De executeur bestrijdt dat. Hij zegt dat de bankafschriften over de jaren 2010-2017 zijn overgelegd. Het hof oordeelt dat niet vaststaat dat de executeur de bankafschriften nog moet afgeven. Er is dan ook geen aanleiding aan de veroordeling een dwangsom te verbinden. Grief 3 van [appellant] faalt.

Wijziging van eis: moeten de erfgenamen meedoen in dit geding?

[appellant] wil dat het hof beveelt dat de andere erfgenamen op voet van artikel 118 Rv in dit geding moeten worden opgeroepen. [appellant] noemt dat een ‘wijziging van eis’. Het hof zal dat bevel niet geven. Als [appellant] vindt dat in dit geding sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding die het noodzakelijk maakt dat ook de andere erfgenamen in dit geding worden betrokken, had hij hen zelf als derden kunnen oproepen. Daarvoor heeft hij geen bevel van het hof nodig. Verder is niet gebleken van een noodzaak hen in dit geding te betrekken. [appellant] spreekt wel over een vordering tot verdeling van de nalatenschap, maar stelt die vordering niet in deze procedure in. De executeur, tegen wie [appellant] in deze procedure vorderingen instelt, is geen deelgenoot en hoeft niet te worden betrokken bij een verdeling.

in het incidenteel hoger beroep

Grief 1: Moet de executeur de proceskosten van [appellant] vergoeden?

De executeur bestrijdt in hoger beroep de proceskostenveroordeling. Het hof vindt dat zijn grief daarover slaagt. Beide partijen behoorden te weten dat de taak van de executeur al jaren voordat zij over en weer vorderingen tegen elkaar instelden was geëindigd. Toch heeft [appellant] die rechtsvordering tegen de executeur ingesteld en heeft de executeur dat in reconventie tegen [appellant] gedaan. Het hof ziet daarin aanleiding te oordelen dat ieder de eigen proceskosten moet dragen. Grief 1 van de executeur slaagt.

Grief 2: moet de executeur nog informatie aan [appellant] geven?

De executeur vindt dat de rechtbank hem niet had mogen veroordelen aan [appellant] inzage en afschrift te verstrekken van alle informatie die de executeur tot zijn beschikking heeft voor de berekening van zijn erfdeel, waaronder een boedelbeschrijving en de aangifte erfbelasting. Ook deze grief slaagt. De taak van de executeur is al lang geleden geëindigd. De executeur is dan ook niet meer gehouden informatie te geven aan [appellant] als erfgenaam. Daarnaast geldt ook nog het volgende. Niet staat vast dat de executeur destijds in de periode dat hij executeur was een boedelbeschrijving heeft gemaakt of een aangifte erfbelasting heeft gedaan. De executeur zegt dat de bankafschriften over 2010-2017 zijn overgelegd. Uit het verweer van [appellant] tegen deze grief leidt het hof af dat de executeur uiteindelijk wel inzage heeft gegeven in de gewenste stukken. Het had op de weg van [appellant] gelegen te concretiseren welke stukken hij dan toch nog niet heeft. Dat heeft hij niet gedaan.

De conclusie

Het hoger beroep van [appellant] faalt; het hoger beroep van de executeur slaagt.

Het hof bepaalt dat elke partij zijn eigen kosten moet dragen. Deze procedure was niet nodig geweest. Dat geldt voor de vorderingen in conventie en de vorderingen in reconventie. De taak van de executeur was allang geëindigd, zodat het niet mogelijk was hem in die allang verloren hoedanigheid te dagvaarden en het voor de executeur niet mogelijk was in die allang verloren hoedanigheid vorderingen in reconventie tegen [appellant] in te stellen.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de onderdelen 3.4., 3.5., 3.8., 3.9. en 3.10 van het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 31 juli 2024;

bekrachtigt dat vonnis voor het overige;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt van de procedures bij de rechtbank en het hof;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en S. Kuijpers en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JERF Actueel 2025/489 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0017
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?