ECLI:NL:GHARL:2025:8062

ECLI:NL:GHARL:2025:8062, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, 200.333.184/02

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer 200.333.184/02
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Twee broers hebben al ruim 10 jaar een geschil over de beëindiging van hun samenwerking in een agrarisch bedrijf. In 2015 hebben zij een overeenkomst gesloten voor een deskundigenprocedure tot vaststelling van de koopprijs. Er zijn allerlei geschillen ontstaan die inmiddels tot meerdere procedures hebben geleid. De door partijen aangewezen deskundigen willen een gezamenlijke opdracht, maar beide broers kunnen het niet eens worden over de voorwaarden voor de gezamenlijke opdracht. Hangende een bij het hof aanhangige bodemprocedure (200.333.184/01) tot ontbinding van de vennootschap onder firma op grond van artikel 7A:1684 BW is gevraagd deskundigen te benoemen om zich uit te laten over “alle aspecten die uiteindelijk zullen leiden tot ontvlechting van de vennootschap en toedeling van de onderneming aan één van partijen”. Het hof wijst het verzoek af omdat per datum heden in de dagvaardingszaak de vennootschap onder firma is ontbonden en het hof de toedeling en vereffening aan zich houdt, waarbij deskundigen z

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.333.184/02

beschikking van 16 december 2025

in de zaak van

[verzoeker] ,

die woont in [woonplaats] ,

verzoeker,

hierna: [verzoeker] ,

advocaat: mr. J.M. van Rongen,

en

[verweerder] ,

die woont in [woonplaats] ,

verweerder,

hierna: [verweerder] ,

advocaat: mr. A.A. Bos.

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift,

het verweerschrift,

namens [verzoeker] toegezonden productie 8,

het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 5 juli 2024 is gehouden,

namens [verweerder] toegezonden producties 5 t/m 8,

het verslag (proces-verbaal) van de voortgezette mondelinge behandeling die op 20 november 2024 is gehouden.

2. De beoordeling

[verzoeker] verzoekt een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. [verweerder] is van mening dat dit verzoek moet worden afgewezen. Volgens hem dient het verzoek geen redelijk doel, is het verzoek in strijd met de goede procesorde althans is sprake van misbruik van bevoegdheid en staan zwaarwichtige bezwaren van [verweerder] aan toewijzing van het verzoek in de weg.

Aan het verzoek ligt het volgende feitencomplex ten grondslag. [verzoeker] is samen met zijn broer [verweerder] in 2010 een vennootschap onder firma aangegaan met als doel voor gezamenlijke rekening en risico jongvee op te fokken. In een schriftelijke overeenkomst van 25 maart 2014 (hierna: de vof overeenkomst) zijn de afspraken vastgelegd. De naam van de vennootschap onder firma is “ [naam] ” (hierna: vof [naam] ). Vof [naam] heeft tot doel het opfokbedrijf van jongvee uit te breiden naar een volwaardig melkveebedrijf.

Op 9 maart 2015 mishandelt [verzoeker] [verweerder] waarvoor [verzoeker] op 11 mei 2015 door de politierechter is veroordeeld. De verstoorde verhouding leidt ertoe dat beide broers hun vof [naam] willen beëindigen.

In juli 2015 hebben [verzoeker] en [verweerder] hun afspraken over de procedure tot beëindiging van de vof [naam] schriftelijk vastgelegd (hierna: de beëindigingsovereenkomst). De vof [naam] zal op een nader overeen te komen datum worden ontbonden (artikel 1). [verweerder] heeft vanaf 10 maart 2015 geen arbeid binnen de onderneming meer verricht. [verzoeker] heeft vanaf die datum alle werkzaamheden in de onderneming uitgevoerd en zal tot de beëindiging van de vof [naam] de werkzaamheden voortzetten (artikel 3). [verweerder] zal na ontbinding van de vof [naam] de onderneming voortzetten, tenzij hij geen financiering van de koopprijs kan krijgen (artikelen 1 en 2). De broers zullen over de koopprijs – het bedrag van overbedeling als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de vof overeenkomst – overleggen. Als over de koopprijs geen overeenstemming wordt bereikt, zal de koopprijs overeenkomstig de deskundigenprocedure in de vof overeenkomst worden vastgesteld (artikel 2).

Over de uitvoering van de beëindigingsovereenkomst en de vof overeenkomst zijn geschillen ontstaan. De broers hebben hun geschillen aan de rechter voorgelegd en inmiddels zijn er meerdere gerechtelijke procedures gevoerd.

In een gerechtelijke bodemprocedure die heeft geleid tot een op 3 mei 2023 door de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle gewezen eindvonnis is [verzoeker] onder meer veroordeeld een deskundige aan te wijzen voor de waardebepaling overeenkomstig artikel 15 van de vof overeenkomst. [verzoeker] is van het eindvonnis bij dit hof in hoger beroep gekomen (zaaknummer 200.333.184/01). In het licht van het vonnis van de rechtbank hebben partijen elk een deskundige benoemd en deze twee deskundigen hebben een derde deskundige aangewezen. De drie deskundigen hebben [verzoeker] en [verweerder] bij brief van 3 oktober 2023 en e-mail van 27 oktober 2023 gevraagd een gezamenlijke schriftelijke opdracht te verstrekken. Ten tijde van de voortgezette mondelinge behandeling van het verzoekschrift was die gezamenlijke opdracht nog niet gegeven.

[verzoeker] wil dat aan de door het hof te benoemen deskundigen “alle aspecten die uiteindelijk zullen leiden tot ontvlechting van de vennootschap en toedeling van de onderneming aan één van partijen” worden voorgelegd. In het verzoekschrift zijn vervolgens tien vragen, genummerd a t/m j, geformuleerd. [verweerder] maakt bezwaar tegen deze vragen en heeft twee vragen voor deskundigen geformuleerd.

Voor de beoordeling van een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht stelt het hof het volgende voorop.

Het verzoek van [verzoeker] tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht is bij het hof ingediend vóór 1 januari 2025. Dit betekent dat de per die datum in werking getreden regeling van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht, niet van toepassing is en dat het verzoek beoordeeld dient te worden op basis van de rechtsregels zoals die voor de invoering van de genoemde wet reeds golden.

Een voorlopig deskundigenonderzoek als bedoeld in art. 202 lid 2 Rv (oud) kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil relevant kunnen zijn. Zij kan aldus beter beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen of voort te zetten. De rechter die heeft te oordelen over het verzoek een dergelijk onderzoek te gelasten dient het onderzoek in beginsel te gelasten, mits het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Dit is anders indien de rechter op grond van in zijn beslissing te vermelden feiten en omstandigheden van oordeel is dat:

- het verzoek in strijd is met de eisen van een goede procesorde,

- van de bevoegdheid dit verzoek te doen misbruik wordt gemaakt (bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten),

- het verzoek afstuit op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

Daarnaast geldt ook voor een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht de in artikel 3:303 BW neergelegde regel dat zonder belang niemand een rechtsvordering toekomt.

Het hof heeft in het arrest van heden in de zaak met nummer 200.333.184/01 de vof [naam] op grond van artikel 7A:1684 BW ontbonden en houdt de toedeling en vereffening aan zich. In die bodemprocedure in hoger beroep zal het hof na ontvangst van de boedelbeschrijving en de financiële jaarstukken overgaan tot benoeming van deskundigen ter bepaling van de waarde van de onderneming en ter beantwoording van eventuele andere vragen waarvoor - in het kader van de afwikkeling van de vof [naam] - benoeming van deskundigen aangewezen zijn. Het hof stelt vast dat [verzoeker] gelet daarop geen voldoende belang meer heeft bij zijn verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht. Het verzoek van [verzoeker] zal daarom worden afgewezen.

Het geschil waarvoor een voorlopig deskundigenbericht is verzocht gaat in de kern over de vraag wie van de twee vennoten de onderneming voortzet en welk bedrag de ene vennoot aan de andere moet betalen. Het is daarmee een zakelijk geschil. De omstandigheid dat de twee vennoten broers zijn doet daaraan niet af. Nu het verzoek wordt afgewezen zal het hof [verzoeker] veroordelen in de proceskosten. De twee mondelinge behandelingen van het verzoek heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de mondelinge behandeling van de dagvaardingszaken in hoger beroep. Het hof zal daardoor daarvoor 1 punt toekennen. Voor het verweerschrift wordt ook 1 punt toegekend.

3. De beslissing

Het hof:

wijst het verzoek af;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] , welke worden begroot op

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. D.H. de Witte, O.E. Mulder en A.A.J. Smelt en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?