GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 9 mei 2025, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 261,- voor: “25 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 juni 2023 om 11.47 uur op de A12 Li hmp 33.0 in Reeuwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat geen eerste keuring bekend is van het meetmiddel met serienummer 590-113/60483. Er is een eerste keuring bekend van het meetmiddel dat bekend staat als LE13. Dit betrof echter een keuring van een snelheidsmeetmiddel met een ander serienummer (590-113/60462). Het exemplaar met serienummer 590-113/60483 moet worden onderzocht. Zonder eerste keuring kan nimmer worden vastgesteld of een specifiek exemplaar voldoet aan alle vereisten. Dit is noodzakelijk om te concluderen dat de meting juist is. Het (niet-gepubliceerde) arrest van het hof waar de advocaat-generaal naar heeft verwezen betreft een zaak die niet overeenkomt met de onderhavige, omdat in dit geval aan de hand van alle keuringsrapporten van het meetmiddel deugdelijk betwist is dat er een eerste onderzoek heeft plaatsgevonden.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de vermelding dat met een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel is gemeten dat met het voertuig van de betrokkene met een (gecorrigeerde) snelheid van 125 km per uur is gereden, terwijl de toegestane snelheid 100 km per uur was. Verder bevindt zich in het dossier een foto van de gedraging. De gegevens in de databalk komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. In de databalk is verder vermeld Multa Radar CT TP8576 61106/60483.
5. Verder bevindt zich in het dossier een NMi-verklaring waaruit volgt dat een radarsnelheidsmeter voor herhaald onderzoek is aangeboden. Het gaat om een MultaRadar CT met typegoedkeuringsnummer TP 8576 en serienummer 590-113/60483. Het nummer van de antenne-eenheid is 590-113/60483 en het nummer van de digitale camera is 649-010/61106. De snelheidsmeter voldeed aan de Regeling meetmiddelen politie 2022. Het onderzoek werd verricht op 21 oktober 2022 en de verklaring vervalt op 28 oktober 2023 of eerder bij herstelling of verandering indien dit op het meetresultaat van invloed kan zijn.
6. Door de gemachtigde is een reeks oudere NMi-verklaringen toegestuurd. Het oudste onderzoek met betrekking tot een meetmiddel met de onder 5 genoemde nummers is verricht op 28 november 2016. Dit betrof een herhaald onderzoek. Op alle verklaringen met betrekking tot dit serienummer is in de hoek ‘LE13’ geschreven. Verder zijn er twee verklaringen met betrekking tot onderzoek van een radarsnelheidsmeter met serienummer 590-113/60462 bijgevoegd. Het betreft een herhaald onderzoek op 1 september 2015 en eerste onderzoek op 2 december 2014. Op beide verklaringen is in de hoek ‘13’ geschreven.
7. Gelet op de NMi-verklaring van 21 oktober 2022 en de daarop vermelde nummers die overeenkomen met de nummers in de databalk van de foto van de gedraging stelt het hof vast dat het door de ambtenaar gebruikte meetinstrument op basis van toetsing aan de daarvoor geldende normen is toegelaten en herkeurd, zodat in beginsel mag worden uitgegaan van de betrouwbare werking daarvan op 15 juni 2023. Het voorgaande betekent niet dat wordt uitgegaan van feilloosheid van apparatuur. Er kunnen fouten optreden. Dat kan, afhankelijk van de vraag welke gronden daartoe worden aangevoerd, de rechter nopen tot nader onderzoek. Wat de gemachtigde heeft aangevoerd, is daarvoor onvoldoende. Een NMi-verklaring van het eerste onderzoek hoeft geen deel uit te maken van het dossier. De gegevens op de NMi-verklaring van een eerste onderzoek naar de radarsnelheidsmeter die de gemachtigde heeft gestuurd, komen niet overeen met de gegevens van het gebruikte meetmiddel. Het serienummer is anders en er staat geen LE13 maar 13 op geschreven. Dit betekent ofwel dat het om een ander meetmiddel gaat, waardoor dit geen aanleiding geeft om te twijfelen dat het gebruikte meetmiddel niet voor het eerst gekeurd is, ofwel dat het gebruikte meetmiddel betreft met daarin een andere antenne-eenheid en digitale camera, maar dat deze wel voor een eerste keuring is aangeboden en dat vervolgens steeds bij herhaald onderzoek is vastgesteld dat de snelheidsmeter voldeed aan de voorschriften voor de meetmiddelen van de politie.
8. Gelet op het voorgaande stelt het hof dat de gedraging is verricht. De beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd. Aanleiding voor een proceskostenveroordeling is er niet.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.