[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000813-25
Uitspraakdatum: 24 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2025 met parketnummer 18-237300-23 in de strafzaak tegen
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1]
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 10 december 2025 en op de zitting van de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. van der Meer, en de advocaat van de benadeelde partijen, mr. M.M. Scholten, hebben aangevoerd.
In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen ontucht plegen met zijn dochter, toen zij in de leeftijd van 6 tot en met 12 jaar oud was. De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door de rechtbank geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Noord-Nederland op juiste wijze heeft beslist, maar dat het bewijs in het vonnis nog aangevuld moet worden. Het hof bevestigt het vonnis daarom met aanvulling van de gronden.
Aanvullende gronden
Door de rechtbank is in haar vonnis op pagina 5 opgeschreven dat de informatie van de huisarts over het vaginaal bloedverlies van het slachtoffer steunbewijs is. Deze informatie is niet bij de bewijsmiddelen opgenomen. Het hof vult het vonnis aan met dit bewijs.
Ook de verklaring van het slachtoffer hoe het kwam dat zij last had van haar vagina en vervolgens daarmee naar de huisarts ging, voegt het hof toe aan het bewijs.
De aanvullende bewijsmiddelen:
Voor het overige heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt ten aanzien van de bewezenverklaring. De behandeling in hoger beroep - waar dezelfde verweren zijn gevoerd – brengt het hof niet tot een andere afweging en oordeel. Datzelfde oordeel is het hof toegedaan ten aanzien van de strafbaarheid en de strafmaat. Ook het hof is onder verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank van oordeel dat de opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is. Het hof sluit zich ook aan bij de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de verzoeken om schadevergoeding. Ook daar heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt. Het hof zal daarom het vonnis onder aanvulling gronden bevestigen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Dolfing, mr. T.H. Bosma en mr. L.J. Hofstra, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 december 2025.