Overwegingen
Het advies van de reclassering
Uit het aanvullend advies van de reclassering van 11 september 2025 volgt dat de reclassering het niet meer noodzakelijk vindt dat de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd. Ter zitting van 25 september 2025 heeft [reclasseringswerker] dit standpunt bevestigd. De reclassering achtte in een eerder stadium verlenging nog wel nodig vanwege de open eindjes in het traject van de terbeschikkinggestelde. Inmiddels is de reclassering tot de conclusie gekomen dat de hulpverlening en begeleiding op verantwoorde wijze binnen een vrijwillig kader kan plaatsvinden. Op het gebied van wonen en dagbesteding zijn stappen gezet. De terbeschikkinggestelde is in staat tijdig hulp in te roepen en beschikt over voldoende vaardigheden om zonder terbeschikkingstelling of GVM- maatregel zijn leven voort te kunnen zetten.
De terbeschikkinggestelde is in staat de hulp in te roepen van de begeleiders bij [locatie] en [locatie] . De reclassering verwacht dat dit niet anders zal zijn na het beëindigen van de terbeschikkingstelling. De reclassering ziet dat voortzetting van de terbeschikkingstelling het risico in zich draagt van ontregeling, omdat de terbeschikkinggestelde ontzettend zijn best doet om alles binnen dit forensisch kader perfect uit te voeren. Hierdoor is de druk voor de terbeschikkinggestelde enorm hoog en dat kost hem veel energie, die hij beter voor andere zaken kan bewaren. De reclassering constateert een grote betrokkenheid van [locatie] en [locatie] , welke betrokkenheid zal blijven zolang zij dit nodig achten. De terbeschikkinggestelde wil hier zijn medewerking aan blijven verlenen. De reclassering acht de beëindiging van de terbeschikkingstelling dan ook passend.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich – alsnog – op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank kan worden bevestigd. Het openbaar ministerie heeft zich aangesloten bij het aanvullend advies van de reclassering en aangegeven dat het openbaar ministerie er vertrouwen in heeft dat de terbeschikkinggestelde inmiddels zonder de terbeschikkingstelling zijn plek in de maatschappij kan vinden, en dat hij zelf de hulpverlening zal opzoeken als er sprake is van een lastige situatie. Het recidiverisico wordt voldoende beperkt door de huidige hulpverlening die in een vrijwillig kader kan worden voortgezet.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank om de vordering tot verlenging af te wijzen, op goede gronden tot stand is gekomen en in stand dient te blijven.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M.J. Vos, raadsheren,
en drs. I. van Outheusden en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. Ruiter, griffier,
en op 25 september 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.