Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsvrouw heeft primair verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar en de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege kunnen de voorwaarden worden gekoppeld zoals door psychiater [psychiater] opgenomen in zijn rapport, aangevuld met voorwaarden over de medewerking aan bewindvoering, een time-out en de bezoeken aan het buitenland. De terbeschikkinggestelde heeft op alle leefgebieden laten zien dat hij klaar is om de volgende stap te zetten en het recidiverisico is tot een aanvaardbaar niveau verlaagd. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de zaak aan te houden om aan de reclassering de opdracht te geven een maatregelenrapport op te stellen.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is voldaan aan de wettelijke criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling. Er is sprake van stoornissen en zonder het kader van de terbeschikkingstelling wordt er nog recidivegevaar gezien. In het verleden zijn al veel resocialisatiepogingen gedaan. Daarom is het verstandig om niet overhaast te werk te gaan. De terbeschikkinggestelde moet goed ingebed zijn in het contact met de reclassering, de ambulante behandeling en de woonvorm waar hij kan verblijven. Hij staat nog op de wachtlijst van de RIBW. Het contact met de begeleiding verloopt op dit moment goed, maar dit contact is nog kwetsbaar. De advocaat-generaal acht een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege op dit moment nog te vroeg, maar vindt het wel passend om voor de volgende verlengingszitting een maatregelenrapport op te laten stellen.
Het oordeel van het hof
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en daarmee ook over de duur van de verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.
Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij arrest van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch van 16 december 2005 onder meer is veroordeeld voor het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is. Dit is een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.
Uit het verlengingsadvies van 6 oktober 2025 en de aanvullende informatie van de kliniek van 23 juni 2026 blijkt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Daarnaast is sprake van ADHD en een voorgeschiedenis van ernstige middelenproblematiek.
Verder leidt volgens de kliniek de meest recente risicotaxatie, uitgevoerd aan de hand van de HCR-20v3 en de SAPROF, tot de conclusie dat het risico op gewelddadig gedrag binnen het huidige kader van begeleiding, toezicht en behandeling laag wordt ingeschat. Bij het wegvallen van de maatregel wordt het risico op gewelddadig gedrag als matig ingeschat. In geval van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt het recidiverisico als laag tot matig beoordeeld.
Gelet op de adviezen van de kliniek en de andere omstandigheden die op de zitting naar voren zijn gekomen, waaronder de rapportages van psychiater [psychiater] , is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Voorts wordt overwogen dat de terbeschikkinggestelde al langer naar tevredenheid van de kliniek functioneert. Er is sprake van een positieve ontwikkeling. Ten tijde van de zitting bij de rechtbank verbleef de terbeschikkinggestelde nog maar kort bij [de kliniek] . Binnen [de kliniek] zal beoordeeld worden hoe de terbeschikkinggestelde omgaat met toenemende vrijheden en minder intensieve begeleiding dan binnen de longcare. Indien de positieve ontwikkeling zich op [de kliniek] voortzet, zal gekoerst worden richting een begeleid woonvoorziening. De rechtbank concludeerde dat het voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege nog nét (enkele maanden) te vroeg was omdat de terbeschikkinggestelde pas korte tijd heeft kunnen laten zien dat hij met meer vrijheden kan omgaan. Uit het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank van 24 februari 2026 blijkt dat aldaar namens de kliniek is aangegeven dat als er enigszins zicht is op de vervolgplek voor de terbeschikkinggestelde en er zekerheid is dat hij op termijn naar een RIBW kan verhuizen, de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd kan worden.
Inmiddels is het vier maanden later en verblijft de terbeschikkinggestelde negen maanden op [de kliniek] . Hij heeft de intakeprocedure bij RIBW [Stad] met positief resultaat doorlopen en is inmiddels op de wachtlijst geplaatst voor diverse locaties binnen de RIBW [Stad] . De terbeschikkinggestelde heeft belangrijke stappen gezet op het gebied van resocialisatie. Er is gebouwd aan een samenwerkings- en behandelrelatie met de reclassering en IrisZorg, waarmee de blijvende begeleiding wordt gewaarborgd in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De terbeschikkinggestelde kan in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege blijven wonen op [de kliniek] in afwachting van zijn plaatsing bij de RIBW. In praktisch opzicht zal er daarom vrijwel niets voor de terbeschikkinggestelde veranderen, ook niet wat betreft werk, vrijetijdsbesteding, netwerk en financieel beheer. Hoewel de kliniek het op 23 juni 2026 nog net te vroeg vindt, is het hof – met de raadsvrouw – van oordeel dat het gevaar voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen tot een zodanig aanvaardbaar niveau is teruggebracht dat beëindiging van de verpleging van overheidswege onder de hierna te noemen voorwaarden kan plaatsvinden.
Het hof neemt hierbij de voorwaarden op zoals psychiater [psychiater] heeft opgenomen in zijn rapport. Daarnaast voegt het hof voorwaarden toe over het vaststellen van zijn identiteit, de medewerking aan medicatie en bewindvoering, een time-out en eventuele bezoeken aan het buitenland. De terbeschikkinggestelde heeft bij de behandeling van het beroep zich bereid verklaard de voorwaarden na te leven.
Gelet op het de omstandigheid dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd zal worden, ziet het hof aanleiding om de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaar.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van
10 maart 2026 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [de terbeschikkinggestelde];
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Beëindigt de verpleging van overheidswege en stelt daarbij de volgende voorwaarden:
Geen strafbaar feit plegen
De terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
Meewerken aan reclasseringstoezicht
De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
Drugsverbod
De terbeschikkinggestelde gebruikt geen drugs, tenzij dit anders is afgesproken met de behandelaren van zorginstelling en de reclassering, en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de
terbeschikkinggestelde wordt gecontroleerd.
Alcoholverbod
De terbeschikkinggestelde gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de terbeschikkinggestelde wordt gecontroleerd.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
De terbeschikkinggestelde verblijft bij de [de kliniek] te [Stad] of een instelling voor beschermd wonen (RIBW) of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld.
Ambulante behandeling
De terbeschikkinggestelde laat zich behandelen door IrisZorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel mogelijk na het ingaan van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Niet naar het buitenland
De terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
Bewindvoering
De terbeschikkinggestelde zal indien geïndiceerd meewerken aan bewindvoering.
Draagt Reclassering Nederland op de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. A.W.T.M. Vissers en drs. H.J. Beintema, raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman en J. Kuipers, griffiers,
en op 23 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.