[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] (Irak),
wonende te [woonplaats]
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het genoemde vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 24 februari 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis, met uitzondering van de strafoplegging. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, wordt opgelegd. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat deze geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. V.P.J. Tuma, is aangevoerd.
Vonnis
De rechtbank heeft bij vonnis van 21 november 2023, waartegen het hoger beroep is gericht, de volgende beslissingen genomen:
Het hof komt tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-253479-21:
primair[medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 30 augustus 2018 tot 11 november 2019, op diverse data en/of tijdstippen, te [plaats 1] , althans in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot 11 november 2019, te [plaats 1] , opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid heeft verschaft door zijn, verdachtes, woning/verblijfplaats aan de [adres 1] aldaar aan voornoemde [medeverdachte 1] ter beschikking te stellen voor de opslag van voornoemde hennep;
subsidiairhij in of omstreeks de periode van 30 augustus 2018 tot 11 november 2019, op diverse data en/of tijdstippen, te [plaats 1] , (meermalen) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een pand aan de [adres 1] aldaar) aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Zaak met parketnummer 08-188053-22 (gevoegd):
1. primairhij in of omstreeks de periode van 15 juli 2021 tot en met 2 december 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan op/aan de [adres 2] ) een hoeveelheid ongeveer 520, althans 260, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
1. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 15 juli 2021 tot en met 2 december 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland, met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan op/aan de [adres 2] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 520, althans 260, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 15 juli 2021 tot en met 2 december 2021 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;
2. primairhij op of omstreeks 2 december 2021 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ongeveer 28179 kWh, althans enige hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen stroom/elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, en/of verbreking en/of inklimming;
2. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 15 juli 2021 tot en met 2 december 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ongeveer 28179 kWh, althans enige hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan die onbekend gebleven personen toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die onbekend gebleven personen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen stroom/elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 juli 2021 tot en met 2 december 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het pand en/of de meterkast in het pand op/aan de de [adres 2] ter beschikking te stellen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan. Daarom zal het hof verdachte daarvan vrijspreken.
Bewijsoverweging
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft op de zitting van het hof bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van de aan hem in de zaak met 18-253479-21 tenlastegelegde feiten, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Daartoe heeft hij – kort samengevat en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat onder verdachte en in diens woning – die volgens het openbaar ministerie als stashplaats zou fungeren – geen hennep is aangetroffen. De observaties beperken zich tot enkele momenten waarop verdachte vanuit zijn woning naar [bedrijf] ging, met een tas of pakketje in zijn handen. Van de inhoud van die tas of dat pakketje is niet vastgesteld wat erin zat. In de tapgesprekken wordt verder alleen gesproken over een inbraak waarbij geld weggenomen zou zijn.
Daarnaast heeft de raadsman toegelicht dat verdachte aanvankelijk een bekennende verklaring had afgelegd, maar later verklaarde dat hetgeen hij toen had verklaard niet klopte. Deze aanvankelijke verklaring kan mogelijk zijn beïnvloed door de psychische gesteldheid van verdachte op dat moment, zodat daaraan niet zonder meer bewijswaarde kan worden toegekend. Verdachte had bovendien geen wetenschap van wat hetgeen zich in de woning afspeelde. Gelet hierop is sprake van zodanige twijfel, aldus de raadsman, dat verdachte vrijgesproken dient te worden.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 0818805322 heeft de raadsman geen verweer gevoerd.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat er ten aanzien van het in de zaak met 18-253479-21 primair tenlastegelegde voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Daarbij is vooral het volgende van belang.
Uit het dossier, in het bijzonder de eerste verklaring van verdachte en de observaties en tapgesprekken, leidt het hof af dat verdachte zijn woning aan [adres 3] te [plaats 1] beschikbaar heeft gesteld voor het opslaan van hennep van medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte heeft in zijn eerste verhoor verklaard dat hij de sleutel van zijn woning aan personen heeft afgegeven die hem hadden gevraagd om een stash- of opslagplaats. Hij heeft in dat verband verklaard dat in zijn woning volle zakken hennep van enkele kilo’s lagen, welke hij heeft gezien en geroken. Geconfronteerd met tapgesprekken heeft verdachte verder verklaard dat de hennep van medeverdachte [medeverdachte 1] moet zijn geweest.
Verdachte is later op deze verklaring teruggekomen en heeft ontkend dat zijn woning als opslagplaats heeft gediend en dat er hennep aanwezig was.
Anders dan de verdediging ziet het hof geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de eerder afgelegde verklaring te twijfelen. Het dossier bevat geen aanknopingspunten dat deze verklaring onder invloed van een geestelijke beperking of verwarring is afgelegd. Daarnaast wordt de verklaring ondersteund door de overige bewijsmiddelen. Zo blijkt uit de observaties dat verdachte meermalen vanuit zijn woning met een tas of pakketje naar [bedrijf] ging. Verder tonen de tapgesprekken aan dat zijn woning werd gebruikt voor het opslaan van hennep.
Het hof is van oordeel dat deze bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, bevestigen dat hennep in en vanuit de woning werd vervoerd en dat verdachte zijn woning daartoe bewust ter beschikking heeft gesteld.
Dat in de woning geen hennep is aangetroffen en de inhoud van de tassen niet afzonderlijk is vastgesteld, doet aan het voorgaande niet af. Verdachte heeft immers zelf verklaard dat hij zakken hennep van enkele kilo’s heeft gezien en geroken, terwijl uit de tapgesprekken en observaties volgt dat de woning werd gebruikt voor het opslaan en vervoeren van hennep. Tegen deze achtergrond is er geen reden om aan te nemen dat de in de woning opgeslagen en vervoerde goederen iets anders dan hennep betrof.
Gelet op het voorgaande verwerpt het hof het verweer dat verdachte geen wetenschap had van hetgeen zich in de woning afspeelde. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn woning met zijn medeweten en instemming beschikbaar heeft gesteld voor de opslag van hennep, zoals primair ten laste is gelegd.
Ten aanzien van het in de tenlastelegging vermelde adres [adres 1] overweegt het hof, evenals de rechtbank, dat sprake is van een kennelijke verschrijving, nu verdachte heeft verklaard te wonen op het adres [adres 3] . De tenlastelegging zal in zoverre verbeterd worden gelezen.
Bewijsmiddelen
Zaak met parketnummer 18-253479-21:
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 12 november 2019, opgenomen op pagina 2072 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [medeverdachte 2] :
O: op maandag 11 november 2019 uur is er door de politie een hennepkwekerij aangetroffen in een woning aan de [adres 4] te [plaats 1] . Op dat moment was u ook aanwezig op genoemde locatie.
V: Klopt dit?
A: Ja dit klopt. Er zat op dat adres een hennepkwekerij.
V: Hoe weet je dat je moet kweken onder een lamp, dat je een filter nodig hebt etc?
A: Ik heb aan iemand gevraagd hoe dit moest. Ik heb het hier geleerd.
V: Aan wie heb je dit gevraagd?
A: Aan de growshop.
V: Welke growshop?
A: growshop aan de [adres 5] te [plaats 1] .
V: Wat heb je daar allemaal gekocht?
A: Alles wat je nodig hebt. Ik ben daar naartoe gegaan en gevraagd wat ik nodig had om hennep te kweken. Zij vertelden mij toen hoe het moest en boden mij de spullen aan die ik nodig had om hennep te kweken. Ik heb toen de spullen gekocht bij die Growshop aan de [adres 5] te [plaats 1] .
V: Hoe ben jij aan de plantjes (kloontjes) gekomen?
A: Die heb ik daar ook gekocht bij die growshop.
V: Hoeveel plantjes heeft u daar gekocht?
A: 60 plantjes. Ik heb 1 maand geleden de plantjes daar gekocht.
V: Wanneer heeft u de vorige plantjes gekocht dan voor deze plantjes?
A: 4 a 5 maanden geleden. Ik heb elke 4 maanden plantjes gekocht. Dit was de 4e keer dat ik plantjes had gekocht .
V: Hoeveel van de plantjes heb jij zelf gekweekt?
A: Ik heb 4 keer 60 plantjes gekocht. Ik heb dit allemaal bij [naam 1] gekocht.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2020. opgenomen op pagina 2131 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Onder verdachte [medeverdachte 1] , is zijn telefoon van het merk Apple , type iPhone SE met Imeinummer [nummer 1] en voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer 3] inbeslaggenomen. Deze telefoon is door de afdeling Team Digitale Opsporing, Noord Nederland uitgelezen en zijn de in de telefoon aanwezige gegevens, veiliggesteld en ter beschikking gesteld van het onderzoeksteam.
In de iPhone zijn WhatsApp berichten aangetroffen tussen [telefoonnummer 3] , in gebruik bij [medeverdachte 1] en de gebruiker [telefoonnummer 4] @s.whatsapp.net [naam 2] .
Uit de WhatsApp berichten valt op te maken dat de gebruiker van het mobile telefoonnummer [telefoonnummer 5] , leverancier van hennepstekken is.
[medeverdachte 1] vraagt op 30 augustus 2018, via WhatsApp aan de gebruiker van [telefoonnummer 5] , of hij 600 kleintjes voor [medeverdachte 1] heeft. Voor de prijs van € 3,50 per stuk. De gebruiker van [telefoonnummer 5] geeft aan dat alles net weg is.
Op 23 september 2019 geeft de gebruiker van [telefoonnummer 5] aan dat hij 650 heeft staan voor [medeverdachte 1] .
Op 8 oktober 2019 vraagt [medeverdachte 1] om 500. De gebruiker van [telefoonnummer 5] geeft aan dat het nog wel 7 weken duurt, als het een beetje draait.
Op 4 november 2019 geeft de gebruiker van [telefoonnummer 5] aan dat hij 145 haas voor [medeverdachte 1] heeft. De prijs is 3.0 pp. Op 5 november 2019 wordt er nog meer geappt over de prijs.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2020, opgenomen op pagina 2147 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Onder [medeverdachte 1] ( [geboortedatum 2] ), is zijn telefoon van het merk Apple, type iPhone SE met Imeinummer [nummer 1] en voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer 3] inbeslaggenomen.
Deze telefoon is door de afdeling Team Digitale Opsporing, Noord Nederland uitgelezen en zijn de in de telefoon aanwezige gegevens, veiliggesteld en ter beschikking gesteld van het onderzoeksteam. In de iPhone zijn WhatsApp berichten aangetroffen tussen [telefoonnummer 3] , in gebruik bij [medeverdachte 1] en de gebruiker van [telefoonnummer 6] ( [naam 3] ).
Uit de WhatsApp berichten valt op te maken dat de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 9] leverancier van hennepstekken is. Er zijn meerdere WhatsApp berichten waarin [medeverdachte 1] om aantallen, vermoedelijke hennepstekken, vraagt.
Op 27-08-19 vraagt [medeverdachte 1] : “Goeie morgen heb je morgen 175 185 en 65 voor mij”
Door ‘ [naam 3] ’ wordt onder andere hierop gereageerd: “Ok. Die van vorige week waren naar tevredenheid? ?”
Op 28-08-19 geeft [medeverdachte 1] aan: ”De jongens zeggen 220 zijn uitgedroogd”
Er zijn meerdere WhatsApp berichten waarin [medeverdachte 1] om aantallen vraagt.
Op 10-09-19 geeft [medeverdachte 1] aan: “Ik kan jou ook 3.25 geven op moment”
“Als je me beloofd wel mij te geven alles”
‘ [naam 3] ’ geeft hierop aan: “Ik wil je het graag doen. Maar deze week ben ik sowieso leeg”
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] met als bijlagen tapgesprekken d.d. 18 maart 2020, opgenomen op pagina 744 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
V: Op wel adres het je hiervoor gewoond? A: [plaats 1] [adres 6] V: In welke periode was dat? A. Zo goed als het hele jaar in 2019 V: Sinds wanneer heeft u het nummer [telefoonnummer 7] in gebruik gehad? A: Ik denk ongeveer 1 jaar gebruikt. V: Wanneer? A: Tot november 2019. V: In welke periode was u bij [bedrijf] aan de [adres 7] te [plaats 1] ? A: Afgelopen zomer en daarvoor. [….] In 2019 toen ik in [plaats 1] ging wonen nam ik weer contact met [naam 1] op. Gevel elkaar ons telefoonnummer. Daarna kregen we vaker contact. V: Hoe vaak hadden jullie contact? A: Dagelijks, soms vol time, soms helemaal niet. O: [….] Op 10 juli 2019 omstreeks 09:42 uur was het bij de politie bekend dat de voordeur beschadigd was. Vervolgens is er omstreeks 20:36 uur gezien dat de deur gerepareerd was en voorzien van een inbraakstrip. V: Wat is uw reactie hierop? A: Ja, er is ingebroken in mijn huis. Ik heb zelf de eigenaar gebeld en klusjesman heeft het gerepareerd. V: Woonde u op 10 juli 2019 op het adres [adres 3] te [plaats 1] ?
A: Ja.
A: Ik heb de huissleutel die ik over had aan bekenden gegeven. Zij hebben spullen in mijn huis neergelegd en die zijn ontvreemd.
V: Hoe werd er wiet in jouw huis bewaard?
A: Ze hebben al enkele maanden de sleutel en vroegen mij om een stash/opslagplaats.
V: Heb je wel eens iets geroken in de slaapkamer of badkamer of werden de wiettoppen bij jouw gedroogd?
A: Ruiken wel, ook zien liggen. Paar zakjes.
V: Hoeveel en waarin?
A: Volle zakjes van paar kilo. Het zat in een tas waarmee bergbeklimmers mee op reis gaan. V: Hoeveel kilo lag er dan?
A: Dat was verschillend tussen de 3-9 kilo of niets.
V: Op welke wijze werd de wiet opgehaald?
V: Wie was eigenaar van de weggenomen wiet?
A: Als ik het tapgesprek moet geloven, dan was [naam 1] de eigenaar.
V: Wat bedoeld [naam 1] met eigen geld, het lag toch bij jou in de woning?
A: Mijn huis werd gebruikt als opslagplaats voor wiet en geld.
Bijlage 5:
Herkomst tap: [telefoonnummer 3]
Locatie gebelde: [adres 8] BY [plaats 1]
Kenmerkregel: 9987 wil garantie dat [naam 1] niet een op hem afstuurt
Samenvatting:
[naam 1] [nummer 7]
Samenvatting:
Arabisch gesprek vertaald door tolk 1124.
NN man met de Egyptische accent wordt gebeld door [naam 1] .
A: Umm. Ze hebben in mijn huis ingebroken. Ze namen de GOEDEREN en GELD mee. NN: Uit je eigen woning?
A: Jawel.
NN: Of andere woning?
A: Nee, niet mijn eigen, het is de woning van mijn gezel de ezel.
Bijlage 7:
Herkomst tap: [telefoonnummer 3]
Locatie gebelde: [adres 10] [plaats 1]
Kenmerkregel: wiet gestolen
Samenvatting: [naam 1] [nummer 8] (waarschijnlijk [verdachte] )
[naam 1] zegt dat hij op zoek is naar die dief van zijn eigen wiet. [naam 1] zegt tegen 9987 dat als hij erachter komt dat 9987 dat heeft gedaan voor [naam 6] , dan roeit hij zijn familie uit.
9987 vraagt welke dief [naam 1] zoekt.
[naam 1] zegt de dief die jouw eigen wiet heeft gestolen bij jou in huis.
9987 vraagt hoe [naam 1] die wil vinden.
[naam 1] zegt dat hij er wel achter komt. En als hij er achter komt, dan gaan er dingen gebeurden, met families, allemaal. Hij zegt tegen 9987 dat hij zich niet druk hoeft te maken, het komt wel goed.
Bijlage 8:
Herkomst tap: [telefoonnummer 3]
Locatie gebelde: [adres 8] BY [plaats 1]
Kenmerkregel: 9987 wil garantie dat [naam 1] niet een op hem afstuurt
Samenvatting:
[naam 1] [nummer 7]
9987 vraagt waar [naam 1] is, [naam 1] zegt dat hij in de winkel is.
9987 vraagt aan [naam 1] welke garantie hij hem kan geven dat [naam 1] niet eentje op hem heeft afgestuurd.
[naam 1] vraag: Serieus? Om mijn eigen geld te pakken?
9987: Door bijvoorbeeld goede naam te creëren in [plaats 1] , en mij in diskrediet te brengen, en dat jij bepaalde mensen niet hoeft te betalen.
A: Ja? Ik hoef je helemaal geen garantie te geven jongen.
9987: Ik weet het niet, het is een vraag.
A: ik hoef je geen garantie te geven.
9987: Nee.
A: Het is mijn eigen geld, het is gewoon hoe het is, het is mijn eigen geld, ik hoef je geen garantie te geven, het moet andersom. Begrijp je. Als het niet andersom gebeurd, dan gaan er dingen gebeuren, begrijp je? Maar dat hoef ikje allemaal niet uit te leggen, gewoon even afwachten.
9987: wat bedoel je, wat moet andersom? Wat bedoel je.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2020, opgenomen op pagina 2177 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Uit het onderzoek genaamd [bedrijf] bleken de volgende verdachten betrokken te zijn bij het perceel [adres 3] te [plaats 1] :
[verdachte] , geboren [geboortedatum 1] en wonende [adres 3] te [plaats 1]
[medeverdachte 1] geboren [geboortedatum 2] en verblijvende [adres 11]
In onderstaand relaas is de betrokkenheid vermeld en staan de bijzonderheden met betrekking tot [adres 3] en [bedrijf] beschreven.
Observatie 9 mei 2019
uur. Zag ik, verbalisant, dat de Opel Combo voorzien van kenteken [kenteken 1] uit de loods kwam rijden met als bestuurde de persoon met de groen jas van foto serie 6 (= de verdachte [verdachte] ). Hierop ben ik, verbalisant, samen met collega [verbalisant 1] achter het genoemde voertuig aangereden.
uur. Zagen wij, verbalisanten, dat de bestuurder van de [kenteken 1] zijn voertuig parkeerde op de hoek van de [adres 12] en vervolgens uit het voertuig stapte en perceel [nummer 9] binnen ging. Wij, verbalisanten, zagen dat de bestuurder niks in zijn handen droeg op het moment dat hij het pand binnen ging.
uur. Zagen wij, verbalisanten, dat de bestuurder van de [kenteken 1] uit het pand kwam lopen met in zijn hand een half gevulde zwarte vuilniszak. Wij, verbalisanten, zagen dat de bestuurder de zak meenam in zijn voertuig en vervolgens wegreed.
uur. Zagen wij, verbalisanten, dat de bestuurder van de [kenteken 1] met zijn voertuig arriveerde bij het pand aan de [adres 5] en daar naar binnen ging.
Observatie 29 mei 2019
uur. Zagen wij, eerste en tweede verbalisant, dat de persoon van foto 7 (= verdachte [verdachte] ) uit het pand kwam lopen en in de [kenteken 2] stapte en wegreed. Ik, derde verbalisant, ben achter het genoemde voertuig aangereden om te kijken wat zijn mogelijk bestemming zou zijn. Ik, derde verbalisant, zag dat de persoon van foto 7 naar de [adres 12] reed, zijn voertuig parkeerde en met een sleutel perceel [nummer 9] te 18.15 uur binnen ging.
uur. Zag ik, derde verbalisant, dat de persoon van foto 7 weer uit het pand kwam en een blauwe big shopper tas met zich mee droeg. Ik, derde verbalisant, zag dat de tas enigszins bol stond en dat hij werd gedragen als een tas met inhoud. Ik, derde verbalisant, zag dat de persoon van foto 7 de genoemde tas rechts achterin het voertuig, [kenteken 2] , neerlegde, in het voertuig stapte en wegreed.
uur. Zagen wij, eerste en tweede verbalisant, dat alle personen, behorende bij het voertuig voorzien van het kenteken [kenteken 3] uit waren gestapt en allen het pand binnen gingen waarbij de beide passagiers allen lichamelijk contact hadden met de persoon van foto 6 door middel van een boks en of andere groet.
uur. Zagen wij, eerste en tweede verbalisant, dat de loods deuren van het pand werden gesloten 18.30 uur. Zagen wij, eerste en tweede verbalisant, dat het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 2] arriveerde bij de loods, aldaar parkeerde en de persoon van foto 7 uit het voertuig stapte en een blauwe tas met zich meenam het pand in. Ik, derde verbalisant, ben het genoemde voertuig gevolgd vanaf de [adres 12] terug naar de [bedrijf] .
uur. Zagen wij, eerste en tweede verbalisant, dat de deuren van de loods weer werden geopend en de vrouw van foto 2 buiten het pand stond.
uur. Zagen wij, eerste en tweede verbalisant, dat alle personen van de [kenteken 3] uit het pand kwamen lopen en met versnelde pas naar hun voertuig liepen en instapten. Zagen wij, eerste en tweede verbalisant, dat de bijrijder iets achter zijn stoel op de achterbank neerlegde alvorens hij instapte.
Observatie 19 juni 2019
uur. Kwam er een persoon op een snorfiets, voorzien van kenteken [kenteken 4] , aanrijden die zijn voertuig voor de deur parkeerde en de shop binnen ging.
uur. Kwam een van de werknemers uit de loods lopen (= verdachte [verdachte] ), stapte in de [kenteken 2] en reed weg. Door diverse collega's werd dit voertuig gevolgd waarna te 14.16 uur door collega [verbalisant 2] werd gezien dat de bestuurder het pand [nummer 9] aan de [adres 12] te [plaats 1] binnen ging met gebruik van een sleutel. Door collega [verbalisant 2] werd gezien dat de bestuurder zonder enige goederen in zijn handen of elders het pand binnen ging en te 14. [nummer 9] uur weer uit het pand komt lopen met een geel tasje van de Coop bij zich welke licht lijkt gevuld, in het voertuig stapt en wegrijdt.
Kwam de Peugeot met als bestuurder [verdachte] aangereden, parkeerde het voertuig voor de loods deur, stapte uit en liep met een plastic tas van de Coop het pand in.
uur Kwam de bestuurder van de bromfiets voorzien van kenteken [kenteken 4] , met zijn snorfiets uit de loods gereden.
Observatie 20 juni 2019
15:20 uur staat Medewerker [verdachte] in de opening en van de roldeur en loopt wat naar binnen en naar buiten. Het lijkt of hij op iets staat te wachten. Omstreeks 15:34 uur stopt een zwarte Citroen C2 met het kenteken [kenteken 3] , bij de roldeur. Man stapt uit en [verdachte] en de man groeten elkaar. Omstreeks 15:36 uur stappen beide in de Citroen en rijden weg. Te zien is dat [verdachte] een joint in zijn hand heeft. Voertuig rijdt richting de [adres 13] . Bestuurder betreft een wat oudere man. Mogelijk de huisgenoot van de tenaamgestelde te weten [naam 7] van 16 mei 1964. Foto 8, 9 en 10)
De Citroen A2 met kenteken [kenteken 3] rijdt richting [adres 13]
Collega's [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , zien dat [verdachte] met een sleutel zijn woning aan [adres 3] naar binnen gaat.
Kort daarop komt [verdachte] komt met een geel tasje naar buiten, loopt weg en gaat verderop een fietspad op, lopend.
Citroen met kenteken [kenteken 3] komt aanrijden, gaat richting [bedrijf] , bijrijder, [verdachte] , stapt uit. Bestuurder rijdt met voertuig weg richting [adres 14] . Gaat de [adres 15] in.
Zaak met parketnummer 08-188053-22:
Het hof acht het onder 1 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door de verdediging geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
1. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 december 2021, opgenomen op pagina 57 e.v. van het dossier van de Politie Noord-Nederland met nummer PL0600-2021562893 d.d. 28 juni 2022, inhoudend als verklaring van verdachte;
2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 7 februari 2022, opgenomen op p. 3 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 5 januari 2022, opgenomen op p. 9 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 8] namens [benadeelde]
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-253479-21 primair en in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 1 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-253479-21:
1. primair[medeverdachte 1] in de periode van 30 augustus 2018 tot 11 november 2019 op diverse data te [plaats 1] , opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 januari 2019 tot 11 november 2019 te [plaats 1] , opzettelijk behulpzaam is geweest door zijn, verdachtes, woning aan [adres 3] aldaar aan voornoemde [medeverdachte 1] ter beschikking te stellen voor de opslag van voornoemde hennep.
Zaak met parketnummer 08-188053-22 (gevoegd):
1. primairhij in de periode van 15 juli 2021 tot en met 2 december 2021 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt, in een pand aan de [adres 2] een hoeveelheid ongeveer 520 hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
2. subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen in de periode van 15 juli 2021 tot en met 2 december 2021 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ongeveer 28179 kWh stroom/elektriciteit toebehorende aan [benadeelde] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die onbekend gebleven personen die weg te nemen stroom/elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 15 juli 2021 tot en met 2 december 2021 te [plaats 2] opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft, door het pand en de meterkast in het pand aan de [adres 2] ter beschikking te stellen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 18-253479-21 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de handel in hennep, door zijn woning te [plaats 1] ter beschikking te stellen voor het opslaan van andermans hennep. Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het telen van hennep in zijn woning te [plaats 2] . De handel in hennep veroorzaakt overlast en schade voor de maatschappij. Softdrugs kunnen immers bij langdurig gebruik leiden tot schade voor de gezondheid en houden bovendien druggerelateerde criminaliteit in stand. Het is een feit van algemene bekendheid dat met deze handel in softdrugs aanzienlijke financiële belangen zijn gemoeid en grote winsten worden behaald en dat deze niet zelden hand in hand gaan met geweld, bedreigingen en ripdeals. Ten behoeve van de hennepkwekerij in zijn [plaats 2] woning is verdachte medeplichtig geweest bij het gebruik maken van een illegale stroomvoorziening, hetgeen naast het duperen van de energieleverancier ook grote veiligheidsrisico’s met zich brengt. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld vanuit zijn eigen financiële belangen.
Het hof heeft bij het bepalen van de straf gelet op het strafblad van verdachte van 27 januari 2026, waaruit volgt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. Daarnaast heeft het hof bij de strafbepaling
de vrijspraak van feit 2 primair en de uit het dossier blijkende kwetsbaarheid van verdachte in aanmerking genomen.
Tot slot houdt het hof rekening met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Verdachte heeft hoger beroep ingesteld op 23 november 2023 en het hof doet uitspraak op 10 maart 2026. De redelijke termijn in hoger beroep is daarmee overschreden met bijna 4 maanden. Bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen zijn niet gebleken. Gelet op de aard en de hoogte van de op te leggen straf kan het hof evenwel op dit punt volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6 EVRM.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.004,64 ingediend, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Verdachte moet die schade – waarvan het bestaan en de omvang zijnerzijds niet is betwist - vergoeden. De vordering wordt daarom toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Wetsartikelen
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 47, 48, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-253479-21 primair en in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 1 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-253479-21 primair en in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.004,64 (drieduizend vier euro en vierenzestig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-188053-22 onder 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.004,64 (drieduizend vier euro en vierenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 30 (dertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 december 2021.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. P.S. Bakker en mr. A. Meester, in aanwezigheid van de griffier mr. I.E. van Zalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 10 maart 2026.