ECLI:NL:GHARL:2026:1442

ECLI:NL:GHARL:2026:1442

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer 21-003381-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Veroordeling tot een gevangenisstraf van vijf jaren voor het vervoer van 844,1 kilo amfetamine en het bezit van kinder- en dierenporno. Er is sprake van voorwaardelijk opzet, zodat het vervoer van de drugs wordt bewezenverklaard. Daarnaast is geen sprake van een vormverzuim ex. artikel 359a Sv, zodat de telefoon van verdachte met daarop kinder- en dierenpornografisch materiaal kan worden gebruikt voor het bewijs.

Uitspraak

[Naam Verdachte] ,

Hoger beroep

Onderzoek van de zaak

Het vonnis

Tenlastelegging

Bewijsoverweging

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Strafbaarheid van verdachte

Oplegging van straf en/of maatregel

Beslag

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003381-25

Uitspraakdatum: 11 maart 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van 28 juli 2025 met parketnummer 05-042722-25 in de strafzaak tegen

geboren op [Geboortedatum] 1998 in [Geboorteplaats] ,

op dit moment verblijvende in [Verblijfplaats] .

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van 25 februari 2025 van het hof en op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem hebben aangevoerd.

De rechtbank heeft de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard, deze gekwalificeerd als

de eendaadse samenloop van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1) en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 2), het verspreiden, verwerven, in bezit hebben van een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking of gegevens die geschikt zijn om zo’n visuele weergave te vormen van een seksuele gedraging of een gegevensdrager bevattende gegevens die daartoe geschikt zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, meermalen gepleegd (feit 3, kortgezegd: kinderporno) en het in bezit hebben van visuele weergaven van een seksuele handeling waarbij een

mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, meermalen gepleegd (feit 4, kortgezegd: dierenporno). De rechtbank heeft verdachte daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank de onttrekking aan het verkeer bevolen van de in beslag genomen telefoon.

Het hof vernietigt het vonnis, omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Op de zitting in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 9 februari 2025 te [Plaats 1] , gemeente [Gemeente 1] , opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 844,1 kilogram, althans een (zeer grote) hoeveelheid, van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op of omstreeks 9 februari 2025 te [Plaats 1] , gemeente [Gemeente 1] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 844,1 kilogram, althans een (zeer grote) hoeveelheid, van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 januari 2025 tot en met 8 februari 2025 te [Plaats 5] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten, (een) foto(‘s) en/of (een) video(‘s) en/of een gegevensdrager, te weten: een Apple iPhone 16 pro bevattende afbeeldingen en/of visuele weergaven, waarop te zien is dat: die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of (een) vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp en/of een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met (een) vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp, door die persoon (afbeeldingsnummer(s) in toonmap 1, 2, 3, 4, 5, 6, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 74 en 75) en/of het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een penis en/of (een) vinger(s)/hand(en) en/of een mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of het geslachtsdeel en/of de borsten van een ander kind/persoon met een (een) vinger(s)/n) en/of een mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten met een (een) vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp aanraakt (afbeeldingsnummer(s) in toonmap 7, 8, 9, 10, 11, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 75 en 76) en/of een dier vaginaal en/of anaal met een penis wordt gepenetreerd door die persoon en/of het geslachtsdeel van die persoon wordt/worden gelikt en/of aangeraakt door een dier en/of het geslachtsdeel van een dier wordt aangeraakt door die persoon (afbeeldingsnummer in toonmap 12, 13, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 76) en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij - die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of - die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of - door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeeldingsnummer(s) in toonmap 13, 14, 15, 16, 17, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 76 en 77) en/of dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of zichtbaar wordt gemaakt en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (afbeeldingsnummer(s) in toonmap 17, 18, 19, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 77), terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;

4.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 januari 2025 tot en met 27 januari 2025 te [Plaats 5] , althans in Nederland een visuele weergave van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, heeft verspreid, openlijk tentoon heeft gesteld, heeft vervaardigd, heeft ingevoerd, heeft doorgevoerd, heeft uitgevoerd, en/of in bezit heeft gehad, te weten - het door een volwassen man (met zijn penis) anaal penetreren van een dier (afbeeldingsnummer in toonmap 20, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 77) en/of - het door een dier (te weten een paard) (met zijn penis) vaginaal penetreren van een vrouw (afbeeldingsnummer in toonmap 21, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 77 en 78); (art. 254c lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd de feiten 1 en 2 bewezen te verklaren omdat sprake is van voorwaardelijk opzet. Ook wat betreft de feiten 3 en 4 heeft de advocaat-generaal gerekwireerd tot bewezenverklaring. De telefoon is immers niet onrechtmatig doorzocht, zodat de daarop aangetroffen afbeeldingen en video’s kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Verdachte heeft de afbeeldingen in het bezit gehad en ten aanzien van de kinderporno hiervan een gewoonte gemaakt.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feiten 1 en 2 op het standpunt gesteld dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de feiten en daarvoor dus vrijspraak dient te volgen. Met betrekking tot de feiten 3 en 4 heeft de verdediging bepleit dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv) en bewijsuitsluiting dient te volgen, omdat de telefoon van verdachte onrechtmatig is doorzocht. Tevens is geen sprake van een gewoonte maken.

Oordeel van het hof

Het hof grondt zijn overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Feiten 1 en 2

Op 9 februari 2025 reed verdachte in een bestelbus op de [Straat 1] bij [Plaats 1] . Verbalisanten constateerden dat het linker remlicht van de bestelbus kapot was. Daarop hebben verbalisanten verdachte een volgteken gegeven en voor controle meegenomen naar een Carpoolstraat in [Plaats 1] . Tijdens de controle werden in de laadruimte 46 dozen aangetroffen, met in iedere doos vijf verpakkingen met tabletten. In totaal ging het om 230 verpakkingen met een gewicht van 844,10 kilo. Uit onderzoek van het NFI is gebleken dat het om amfetaminetabletten ging.

Aldus staat vast dat verdachte 844,1 kilogram amfetamine heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad. De vraag die het hof moet beoordelen is of verdachte daarop ook het opzet heeft gehad, al dan niet in voorwaardelijke zin.

Het hof stelt bij die beoordeling het volgende voorop. Van voorwaardelijk opzet is sprake wanneer verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat een bepaald gevolg zal intreden. Of dat het geval is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. De vraag is of er naar algemene ervaringsregels sprake is geweest van een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid dat zich in het voertuig drugs zouden bevinden en vervolgens of verdachte deze mogelijkheid, gelet op zijn gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm, bewust heeft aanvaard door deze op de koop toe te nemen.

Op grond van de bewijsmiddelen stelt het hof het volgende vast.

Verdachte is op 9 februari 2025 de bestelbus gaan ophalen. Verdachte ontving om 10.34 uur van de gebruiker van [Telefoonnummer 1] een chatbericht dat er een bus was en dat met die bus iets in [Plaats 2] moest worden opgehaald. Verdachte is later die dag in [Plaats 3] geweest en heeft daar een ontmoeting gehad. Verdachte heeft van de gebruiker van telefoonnummer [Telefoonnummer 2] chatberichten ontvangen waarin staat dat verdachte 46 dozen moest meenemen en dat verdachte deze moest tellen. Van de gebruiker van [Telefoonnummer 1] kreeg verdachte om 13.37 uur via chatberichten de instructie om via [Plaats 4] te rijden. Van deze gebruiker ontving verdachte om 15.12 uur – om en nabij het tijdstip waarop verdachte een volgteken kreeg van de politie – via chatberichten de instructie om boos te worden en om te zeggen dat ze kinderachtig zijn en geen toestemming konden krijgen. Vervolgens kreeg verdachte de instructie om chats te verwijderen. Verdachte ontving deze chatberichten van een persoon die samen met een tweede persoon in een volgauto meereed naar [Plaats 5] . Deze twee personen hebben verdachte naar [Plaats 3] gebracht en zijn voor verdachte uitgereden op weg naar [Plaats 5] . Daar zou verdachte een volgend adres krijgen.

Later bleek dat de oorspronkelijke chatberichten inderdaad waren verwijderd van de telefoon van verdachte; voornoemde chatberichten zijn namelijk teruggevonden in de notificaties van de telefoon.

Op de carpoolplaats in [Plaats 1] heeft de politie aan verdachte gevraagd om de laadruimte van de bestelbus te openen. Bij het zien van de (identiek verpakte) dozen vroeg de politie aan verdachte wat daar in zat. Verdachte verklaarde toen dat er gipsplaten in de dozen zaten. De verbalisant geloofde dit niet en vroeg of verdachte een van de kartonnen dozen wilde openen. Verdachte weigerde dat en trok vervolgens gelijk de schuifdeur van de bus dicht en draaide deze op slot met de autosleutel. Verdachte zei dat de politie geen toestemming had en weigerde vervolgens alle medewerking. Pas nadat verdachte gevorderd werd om de bus te openen, werkte verdachte na enige twijfel wel mee en opende hij alsnog de laadruimte. De verbalisanten openden een doos en troffen miljoenen pillen amfetamine aan.

Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat het om drugs ging. Hij dacht dat hij ging helpen bij een verhuizing. Hij zou daarvoor 300 euro krijgen. Verdachte heeft verder verklaard dat hij de persoon die hem vroeg de verhuizing te doen, goed kent en vertrouwt. Toch heeft verdachte – naar eigen zeggen ter bescherming van zijn eigen en zijn families veiligheid – geen namen willen noemen van de personen die hem gevraagd hebben het busje op te halen en de dozen te vervoeren. Ook heeft verdachte niet willen vertellen wat het adres van bezorging was. Daarnaast heeft verdachte pas ter zitting in hoger beroep verklaard dat er werd meegereden door twee personen en dat zij degenen waren die de berichten aan hem verstuurden.

Het hof kan op grond van het voorgaande niet vaststellen dat verdachte daadwerkelijk wist dat de dozen in de bestelbus amfetaminepillen bevatten. Daarom kan niet worden gesproken van vol opzet.

Wel is het hof van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het vervoeren en aanwezig hebben van die amfetaminepillen. Daartoe overweegt het hof het volgende. Verdachte kreeg 300 euro voor een “verhuizing” die slechts enkele uren in beslag nam en waarvoor hij zelf niets heeft hoeven sjouwen, tillen of inladen. Hij hoefde alleen maar de bestelbus te rijden en 46 dozen na te tellen. Verdachte vertrouwde weliswaar zijn opdrachtgever, maar heeft tegelijk nooit durven zeggen om wie het gaat. De begeleiders van het transport, die verdachte via chatberichten instructies gaven, wilden rondom en tijdens het transport duidelijk enige afstand bewaren tot de lading van de bestelbus en buiten beeld blijven. Het was immers verdachte die de 46 dozen moest tellen en de begeleiders zaten niet bij verdachte in de bus maar in een volgauto, van waaruit ze verdachte instructies gaven. Verdachte heeft deze instructies opgevolgd waarbij met name opvalt het wissen van de chatberichten, kennelijk om de betrokkenheid van de begeleiders te verhullen. Ook volgde verdachte getrouw de instructies van de opdrachtgever op door niet mee te werken met de politie op de carpoolplaats. Dit alles wijst erop dat verdachte wist met wat voor soort personen hij te maken had. Daar komt bij dat het ging om een voor de eigenaren van pillen zeer waardevol transport. De straatwaarde van de pillen moet miljoenen euro’s hebben betroffen. Zo’n waardevol transport wordt niet overgelaten aan iemand die niet kan worden vertrouwd. Gelet op de omstandigheden waaronder het transport van de dozen met miljoenen amfetamine pillen met de bestelbus heeft plaatsgevonden, is het hof van oordeel dat verdachte, door ondanks deze geheimzinnige gang van zaken de dozen toch te vervoeren, zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de dozen een illegale inhoud zouden bevatten. Door die dozen te vervoeren zonder enige nadere informatie te vragen over (inhoud van) die dozen, waarvan het onaannemelijk is dat in die dozen gipsplaten dan wel cement werd vervoerd, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat zich in die dozen drugs zou kunnen bevinden.

Conclusie

Het hof acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen.

Feiten 3 en 4

Vormverzuim

De verdediging heeft bepleit dat het onderzoek in de telefoon van verdachte onrechtmatig is geweest en dus sprake is van een vormverzuim.

Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een vormverzuim. Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat een vrijwillige toestemming tot onderzoek in de telefoon de verplichting van een rechterlijke toets kan wegnemen. Zonder uitdrukkelijke bevoegdheid moet dan wel sprake zijn van een vrijwillige, ondubbelzinnige en bewuste toestemming. Hierbij is van belang dat verdachte voldoende geïnformeerd is en dat duidelijk moet zijn voor welke onderzoekshandelingen de toestemming wordt gegeven.

Uit het dossier volgt dat verdachte op verschillende momenten toestemming heeft gegeven tot het onderzoeken van zijn telefoon. Allereerst heeft verdachte op 10 februari 2025, aan het eind van het politieverhoor met bijstand van zijn advocaat, op de vraag van de politie om de inbeslaggenomen telefoon in het kader van het strafrechtelijk onderzoek te onderzoeken, geantwoord dat het zijn telefoon privételefoon betreft en dat dat mag. Hij heeft vervolgens, daarnaar gevraagd, de inlogcode gegeven. Vervolgens heeft verdachte op 11 februari 2025 een toestemmingsformulier ondertekend.

Het hof is van oordeel dat verdachte daarmee vrijwillige, ondubbelzinnig en bewust toestemming heeft gegeven om zijn telefoon te onderzoeken. Verdachte is niet onder druk gezet om de gevraagde toestemming te geven. Dat verdachte zich bewust was van de toestemming die hij gaf, blijkt ook uit het feit dat verdachte in het politieverhoor zijn pincode van de betreffende telefoon aan de verbalisant vrijwillig mededeelt. De volgende dag heeft hij het toestemmingsformulier, dat blijkens het voorblad duidelijk ziet op een onderzoek aan zijn mobiele telefoon ondertekend.

Dat het toestemmingformulier een evidente onzorgvuldigheid bevat, doet daar niet aan af.

Gelet op bovenstaande is van enige vorm van misleiding door de verbalisant, zoals gesteld door de raadsman, geen sprake.

Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat gelet op de door verdachte gegeven toestemming voor het onderzoek van de telefoon geen voorafgaande machtiging van de officier van justitie of de rechter-commissaris noodzakelijk is geweest en om die reden geen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.

Voorwaardelijk verzoek

De raadsman heeft een (voorwaardelijk) verzoek gedaan om verbalisant [Verbalisant 1] te horen als getuige om meer informatie te krijgen over hoe de toestemming op het toestemmingsformulier tot stand is gekomen, nu er geen proces-verbaal van is opgemaakt en er dus geen controle mogelijk is. Gelet op het hiervoor overwogene ziet het hof geen noodzaak de verbalisant te horen. De mondelinge toestemming is vastgelegd in een proces-verbaal van verhoor van verdachte en is gedaan met bijstand van een advocaat. De stelling dat een proces-verbaal had moeten worden opgemaakt van de manier waarop verdachte het toestemmingsformulier overhandigd heeft gekregen en/of welke informatie hem daarbij is gegeven en/of gevraagd is, dan wel dat de overhandiging en/of ondertekening van de schriftelijke toestemmingsverklaring in het bijzijn van een advocaat had moeten gebeuren, dan wel dat voorafgaand aan het vragen van toestemming de betrokkene nadrukkelijk moet worden gewezen op de mogelijkheid om de toestemming te weigeren en op de mogelijke gevolgen van het verlenen of weigeren van toestemming, is rechtens niet juist.

Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Kinderporno

Op de telefoon van verdachte werden in de app ‘Telegram’ in totaal 743 visuele weergaven, waarvan 474 foto’s en 269 video’s aangetroffen die als kinderpornografisch materiaal zijn aangemerkt. Er werden weergaven aangetroffen die verschillende seksuele handelingen door minderjarige jongens en meisjes bevatten. De weergaven hadden een aanmaakdatum van 25 januari 2025 tot en met 8 februari 2025.

Verdachte heeft verklaard dat hij via deze app heeft gevraagd om kinderporno en dit in bezit heeft gehad. Verdachte heeft de afbeeldingen tevens verzonden naar en aangeboden aan anderen, door te vragen of zij de weergaven wilden hebben of ruilen en deze aan hen te versturen.

Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het kinderpornografisch materiaal heeft verworven, aangeboden, verspreid en in het bezit heeft gehad.

Gewoonte

Het hof is van oordeel dat geen sprake is van het gewoonte maken van het bezit van het kinderpornografisch materiaal. Voor het maken van een gewoonte van het bezit van kinderporno kan het aantal afbeeldingen van belang zijn, maar ook de lengte van de periode waarin de afbeeldingen vervaardigd zijn.

Vaststaat dat het gaat om een grote hoeveelheid afbeeldingen. Echter, de periode waarover deze in het bezit van verdachte zijn geweest, is van te korte duur om in dit geval te kunnen spreken van een gewoonte.

Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van het onderdeel beroep of gewoonte maken van dit feit.

Dierenporno

Op de telefoon van verdachte werden twee weergaven aangetroffen die pornografisch materiaal met dieren bevatten. Deze weergave hadden een aanmaakdatum op 25 en 27 januari 2025.

Verdachte heeft verklaard dat het zo zou kunnen zijn dat deze weergaven op zijn telefoon aanwezig waren.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat ook het in het bezit hebben van dierenporno wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op of omstreeks 9 februari 2025 te [Plaats 1] , gemeente [Gemeente 1] , opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 844,1 kilogram amfetamine, althans een (zeer grote) hoeveelheid, van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op of omstreeks 9 februari 2025 te [Plaats 1] , gemeente [Gemeente 1] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 844,1 kilogram amfetamine, althans een (zeer grote) hoeveelheid, van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 januari 2025 tot en met 8 februari 2025 te [Plaats 5] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten, (een) foto(‘s) en/of (een) video(‘s) en/of een gegevensdrager, te weten: een Apple iPhone 16 pro bevattende afbeeldingen en/of visuele weergaven, waarop te zien is dat: die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of (een) vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp en/of een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met (een) vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp, door die persoon (afbeeldingsnummer(s) in toonmap 1, 2, 3, 4, 5, 6, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 74 en 75) en/of het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een penis en/of (een) vinger(s)/hand(en) en/of een mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of het geslachtsdeel en/of de borsten van een ander kind/persoon met een (een) vinger(s)/n) en/of een mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten met een (een) vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp aanraakt (afbeeldingsnummer(s) in toonmap 7, 8, 9, 10, 11, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 75 en 76) en/of een dier vaginaal en/of anaal met een penis wordt gepenetreerd door die persoon en/of het geslachtsdeel van die persoon wordt/worden gelikt en/of aangeraakt door een dier en/of het geslachtsdeel van een dier wordt aangeraakt door die persoon (afbeeldingsnummer in toonmap 12, 13, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 76) en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of

- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeeldingsnummer(s) in toonmap 13, 14, 15, 16, 17, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 76 en 77) en/of dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of zichtbaar wordt gemaakt en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (afbeeldingsnummer(s) in toonmap 17, 18, 19, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 77), terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;

4.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 januari 2025 tot en met 27 januari 2025 te [Plaats 5] , althans in Nederland een visuele weergave van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, heeft verspreid, openlijk tentoon heeft gesteld, heeft vervaardigd, heeft ingevoerd, heeft doorgevoerd, heeft uitgevoerd, en/of in bezit heeft gehad, te weten

- het door een volwassen man (met zijn penis) anaal penetreren van een dier (afbeeldingsnummer in toonmap 20, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 77) en/of

- het door een dier (te weten een paard) (met zijn penis) vaginaal penetreren van een vrouw (afbeeldingsnummer in toonmap 21, vindplaats in dossier - overzicht geselecteerde visuele weergaven p. 77 en 78);

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

en

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

een visuele weergave van seksuele aard met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

een visuele weergave van een seksuele handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken in bezit hebben, meermalen gepleegd

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen voor een gevangenisstraf voor de duur van 66 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit aan verdachte een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen en eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren en het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid harddrugs. Hierdoor heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de verspreiding van harddrugs. Het op de markt brengen van harddrugs brengt een ernstig risico voor de volksgezondheid met zich en bevordert andere vormen van (ondermijnende) criminaliteit.

Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit en het verspreiden van kinderporno en dierenporno. Bij de productie van deze afbeeldingen zijn kinderen op zeer ingrijpende wijze seksueel misbruikt. Dat een dergelijk misbruik zeer ernstige gevolgen heeft voor kinderen is een feit van algemene bekendheid. Verdachte heeft door het bezit en het verspreiden van deze afbeeldingen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van deze gruwelijke vorm van criminaliteit. Het hof rekent verdachte dit zeer aan.

Het hof heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze in het reclasseringsadvies van 30 juni 2025 en ter zitting naar voren zijn gebracht. Hieruit blijkt dat verdachte een redelijk stabiel leven leidt.

Daarnaast heeft het hof gezien een recent uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 januari 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor de feiten als thans bewezenverklaard.

Het hof heeft tevens gelet op de oriëntatiepunten zoals deze zijn neergelegd in het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Voor het vervoeren van harddrugs zijn oriëntatiepunten neergelegd die reiken tot het vervoer van 20 kilo. Er wordt dan uitgegaan van een gevangenisstraf van vijftig maanden, terwijl wanneer sprake is van een organisatie uitgegaan wordt van een gevangenisstraf van 72 maanden. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat verdachte een gewicht aan harddrugs heeft vervoerd dat vele malen hoger is dan de in de oriëntatiepunten opgenomen hoeveelheden.

Wat betreft het verspreiden van kinderporno is volgens de oriëntatiepunten een gevangenisstraf van een jaar passend.

Het hof is van oordeel dat vanwege de grote hoeveelheid drugs en vanwege de hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen niet kan worden volstaan met een andere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Hierbij is in strafmatigende zin van belang dat niet is gebleken dat verdachte een leidinggevende rol heeft gehad in de organisatie van het transport, maar eerder is gebruikt als pion in een groter geheel.

Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging

De advocaat-generaal heeft gevorderd de telefoon de onttrekken aan het verkeer. De verdediging heeft hiertoe geen verweer gevoerd.

Oordeel van het hof

Het hof onttrekt het voorwerp aan het verkeer, omdat het een voorwerp betreft met betrekking tot welke het bewezenverklaarde onder 3 en 4 is begaan en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Verzoeken met betrekking tot de voorlopige hechtenis

De raadsman heeft primair verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen vanwege een gebrek aan gronden. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen.

De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen inwilliging van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, nu het vonnis in eerste aanleg als grond voor de voorlopige hechtenis kan worden aangenomen.

Het hof overweegt als volgt.

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen, aangezien de verdenking, bezwaren en gronden die tot het verlenen van het bevel bewaring van 12 februari 2025 en het bevel gevangenhouding van 20 februari 2025 hebben geleid nog bestaan en een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering zich niet voordoet. Het hof overweegt daartoe dat bij dit arrest een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd dan de duur van het reeds ondergane voorarrest. Daarnaast overweegt het hof dat onverkort blijft gelden dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht.

Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt ook afgewezen, omdat het hof daartoe geen termen aanwezig acht. Het belang dat verdachte heeft bij schorsing van de voorlopige hechtenis weegt immers niet op tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid, die in voornoemde bevelen zijn aangewezen en die ook op dit moment nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep geen bijzondere persoonlijke omstandigheden gepresenteerd – nog daar gelaten of hij deze concreet heeft onderbouwd – die het oordeel van het hof anders maken.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 36b, 36c, 55, 57, 252 en 254c van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: telefoon (iPhone 16 Pro).

Aldus gewezen door

mr. S. Taalman, voorzitter,

mr. R.W. van Zuijlen en mr. D.R. Sonneveldt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. K.E. Tangelder, griffier,

en op 11 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 11 maart 2026.

Tegenwoordig:

mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,

mr. V.T.R.W. van Thiel, advocaat-generaal,

mr. J. Lambriks, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S. Taalman
  • mr. R.W. van Zuijlen
  • mr. D.R. Sonneveldt

Griffier

  • mr. K.E. Tangelder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?