[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 februari 2026.
De verdediging heeft bij appelschriftuur van 6 januari 2025 schriftelijke verzoeken bij het hof ingediend, waarop de advocaat-generaal op 18 februari 2026 schriftelijk heeft gereageerd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van dat wat door de verdachte en haar raadslieden, mr. P.M. Breukink en mr. B. Roodveldt, en de advocaat-generaal ter terechtzitting van het hof naar voren is gebracht.
Verzoeken van de verdediging
De verdediging heeft bij appelschriftuur van 6 januari 2025 diverse verzoeken gedaan. Tijdens de zitting hebben de raadslieden deze verzoeken aangevuld, gewijzigd en nader toegelicht. De volgende verzoeken zijn bij appelschriftuur ingediend:
1. het horen van dr. [deskundige] , patholoog als deskundige;
2. het horen van drs. [deskundige 1] , patholoog als deskundige;
3. het horen van dr. [deskundige 2] als deskundige;
4. het horen van dr. [psychiater] (psychiater) en drs. [psycholoog] (psycholoog);
5. het horen van [getuige 1] , de partner van verdachte, als getuige;
6. het uitluisteren van de verhoorregistraties van verdachte.
Ter terechtzitting van 25 februari 2026 heeft de verdediging de volgende aanvullende verzoeken ingediend:
7. het benoemen en het horen van een medisch deskundige op het gebied van gynaecologie/verloskunde (in de pleitnota onder 1a);
8. het laten uitvoeren van aanvullend mitochondriaal DNA-onderzoek om te bevestigen dat verdachte de moeder is van [slachtoffer] (in de pleitnota onder 3).
De verdediging heeft de verzoeken onder 2 en 4 ter terechtzitting niet gehandhaafd.
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op 18 februari 2026 schriftelijk uitgelaten over de door de verdediging ingediende verzoeken. Ten aanzien van het uitluisteren van de verhoorregistraties (verzoek onder 6) heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot toewijzing van dit verzoek en toegezegd dat het openbaar ministerie dit zal faciliteren.
Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal zich niet verzet tegen de onder 1, 3 en 5 weergegeven verzoeken.
Wat betreft het verzoek onder 1 heeft de advocaat-generaal opgemerkt dat er geen noodzaak bestaat tot het ondervragen van dr. [deskundige] over de mogelijkheden van het onderzoeken van een eerdere zwangerschap bij inwendig onderzoek. De deskundige kan voor het overige ter terechtzitting of door de raadsheer-commissaris worden gehoord.
Daarnaast heeft de advocaat-generaal ten aanzien van het verzoek onder 3 voorgesteld om een Forensisch Intakegesprek (hierna: FIT-gesprek) te organiseren teneinde te bespreken welke scenario’s onderzocht kunnen worden en welke vragen aan de DNA-deskundige gesteld kunnen worden over de betekenis van het DNA-mengspoor.
De advocaat-generaal heeft zich ten aanzien van het verzoek onder 7 op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met een schriftelijke rapportage en heeft zich niet verzet tegen toewijzing daarvan.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek onder 8 nu zij dit niet noodzakelijk acht.
Toetsingscriterium beoordeling verzoeken
De getuigenverzoeken die zijn ingediend binnen de termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep worden getoetst aan het verdedigingsbelang. De overige verzoeken worden – gelet op de aard van de verzoeken en/of het moment waarop deze zijn ingediend (buiten de veertien dagen na instellen hoger beroep) – getoetst aan het noodzaakcriterium.
Oordeel van het hof
1. Het horen van dr. [deskundige]
2. Het horen van drs. [deskundige 1]
3. Het horen van DNA-deskundige dr. [deskundige 2]
4. Het horen van dr. [psychiater] en drs. [psycholoog] en het uitvoeren van hernieuwd persoonlijkheidsonderzoek
5. Het horen van getuige dhr. [getuige 1]
6. Het uitluisteren van de verhoorregistraties van verdachte
7. Het benoemen van een medisch deskundige op het gebied van gynaecologie/verloskunde
8. Het uitvoeren van aanvullend mitochondriaal DNA-onderzoek
Het hof wijst toe het verzoek tot het horen van dr. [deskundige] als deskundige, nu de noodzaak daartoe is gebleken Ter terechtzitting in hoger beroep is gesproken over de mogelijkheid dat dr. [deskundige] inmiddels met pensioen is. Het hof wijst het verzoek dan ook toe, met dien verstande dat eerst bij dr. [deskundige] dient te worden nagegaan of zij zichzelf in staat acht om nog als deskundige in deze zaak op te treden. Indien dr. [deskundige] niet gehoord kan worden, dient een andere patholoog van het NFI te worden aangewezen als deskundige en te worden gehoord. Het hof is van oordeel dat dr. [deskundige] dan wel de nader te benoemen deskundige ter terechtzitting dient te worden opgeroepen.
De verdediging heeft dit verzoek ter terechtzitting niet langer gehandhaafd, omdat drs. [deskundige 1] is overleden. Het hof zal hierover dus geen beslissing nemen.
Het hof is, met de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat – alvorens dr. [deskundige 2] als deskundige kan worden gehoord – er eerst vooronderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een FIT-gesprek tussen het NFI, het openbaar ministerie en de verdediging onder leiding van de raadsheer-commissaris. In dit gesprek kan onder meer de vraag worden beantwoord of er in het licht van de afgelegde verklaringen en de veiliggestelde sporen voldoende informatie beschikbaar is of kan komen om een DNA-onderzoek op activiteitenniveau uit te voeren en of dit onderzoek robuust diagnostisch bewijs kan opleveren. Daarnaast kunnen de mogelijkheid en relevantie van nader onderzoek naar het DNA-mengspoor aan de orde komen. In dit gesprek kunnen duidelijke vragen voor de deskundige worden geformuleerd. Op basis van dit gesprek zal de raadsheer-commissaris beslissen of het noodzakelijk is dat dr. [deskundige 2] nader onderzoek uitvoert en daarover schriftelijk rapporteert. Het hof wijst het verzoek in zoverre dus toe.
De verdediging heeft dit verzoek ter terechtzitting niet langer gehandhaafd. Het hof zal hierover dus geen beslissing nemen.
Het hof wijst toe het horen van de getuige dhr. [getuige 1] , nu dit in het belang van de verdediging is.
De advocaat-generaal heeft toegezegd te faciliteren dat de verdediging de verhoorregistraties kan uitluisteren. Het hof zal hier dus geen beslissing over nemen.
De verdediging heeft verzocht een medisch deskundige te benoemen op het gebied van gynaecologie/verloskunde om vragen te stellen over de hersteltijd van een bevalling zonder medische hulp en de (on)mogelijkheid voor een vrouw om binnen een aantal uren weer auto te rijden of zich lopend met een baby te verplaatsen.
Gelet op de daaraan grondslag gelegde onderbouwing ziet het hof geen noodzaak tot het toewijzen van dit verzoek. Het verzoek is niet van belang voor enige door het hof in deze strafzaak te nemen beslissing op grond van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Het hof zal het verzoek om die reden afwijzen.
De verdediging heeft aangevoerd dat aanvullend mitochondriaal DNA-onderzoek nodig is om te bevestigen dat verdachte de moeder van [slachtoffer] is. Het hof acht zich op dit punt voldoende voorgelicht en acht nader mitochondriaal DNA-onderzoek niet noodzakelijk voor de volledigheid van het onderzoek. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
BESLISSING
Het hof:
- Wijst toe het verzoek onder 1, met dien verstande dat de raadsheer-commissaris de opdracht krijgt om bij dr. [deskundige] na te gaan of zij zich nog in staat acht als deskundige in onderhavige strafzaak op te treden, en om, indien zij zich hiertoe niet in staat acht, bij het NFI navraag te doen welke patholoog dr. [deskundige] kan vervangen als deskundige, en vervolgens hierover het openbaar ministerie en de verdediging tijdig te informeren zodat dr. [deskundige] dan wel haar vervanger behoorlijk kan worden opgeroepen voor in de inhoudelijke behandeling van onderhavige strafzaak.
- Wijst toe het verzoek onder 3, met dien verstande dat de raadsheer-commissaris de opdracht krijgt om een FIT-gesprek te organiseren en daarin de mogelijkheden van onderzoek naar het DNA-mengspoor en van DNA-onderzoek op activiteitenniveau en/of specifieke vragen voor de deskundige te formuleren en om op basis van dit FIT-gesprek te beslissen – gehoord de advocaat-generaal en de verdediging – of het noodzakelijk is dat dr. [deskundige 2] nader onderzoek uitvoert en daarover schriftelijk rapporteert.
- Wijst toe het verzoek onder 5.
- Wijst af de verzoeken van de verdediging zoals hiervoor weergegeven onder
7 en 8.
- Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuige te horen:
o dhr. [getuige 1] , geboren [geboortedatum] .
- Schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting;
- Beveelt dat de deskundige dr. [deskundige] , dan wel de als vervanger voor dr. [deskundige] aangewezen deskundige, wordt opgeroepen tegen het nog nader te bepalen tijdstip;
- Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadslieden van verdachte.
Dit arrest is gewezen door mr. R.W. van Zuijlen, mr. D.R. Sonneveldt en mr. S. Taalman, in aanwezigheid van de griffier mr. J. Lambriks en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 11 maart 2026.