ECLI:NL:GHARL:2026:1550

ECLI:NL:GHARL:2026:1550

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer 21-005139-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Terugwijzing naar de rechtbank. Naar het oordeel van het hof had de politierechter de dagvaarding niet nietig had mogen verklaren. Het hof heeft het vonnis van de politierechter daarom vernietigd.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Hoger beroep

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 25 februari 2026 en wat op de zitting bij de politierechter is besproken.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.G. Eckhardt, hebben aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de politierechter moet worden bevestigd. In de tenlastelegging is niet verfeitelijkt waaruit de ‘valsheid’ zou hebben bestaan. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de zaak terug te wijzen naar de rechtbank, nu verdachte anders een feitelijke behandeling wordt onthouden.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de ‘valsheid’ in de tenlastelegging niet verder feitelijk omschreven hoeft te worden en dat de dagvaarding voldoende feitelijk is en voldoet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De advocaat-generaal stelt dat het wellicht de voorkeur geniet dat de zaak na vernietiging van het vonnis wordt teruggewezen naar de rechtbank teneinde de zaak inhoudelijk te behandelen, omdat de verdachte anders een feitelijke instantie zou mislopen.

Oordeel van het hof

Het hof overweegt dat bij de beoordeling of een tenlastelegging een voldoende opgave van het feit en de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan behelst in de zin van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, het gaat om de beantwoording van de vraag of op grond van de in de tenlastelegging gebezigde bewoordingen -indien deze worden gelezen in samenhang met het procesdossier- voor de verdachte voldoende duidelijk was welk strafrechtelijk verwijt hem wordt gemaakt en welke concrete feitelijke gedragingen hem in verband daarmee worden verweten.

In de tenlastelegging zijn opgenomen, tijd en plaats van het feit en ook de geschriften waarom het gaat zijn feitelijk omschreven, te weten: loonstroken afkomstig van [bedrijfsnaam] en een werkgeversverklaring afkomstig van [bedrijfsnaam] . Verder is in de tenlastelegging opgenomen dat deze geschriften zijn ingediend (gebruikt) bij de ING-bank om als bewijs te dienen van enig feit als waren deze echt en onvervalst.

Indien de dagvaarding wordt gelezen in samenhang met het dossier is daarmee naar het oordeel van het hof voor verdachte voldoende duidelijk geworden wat hem wordt verweten en om wat voor concrete feitelijke gedragingen het daarbij gaat. Het hof concludeert dat de dagvaarding voldoet aan de daaraan te stellen eisen van art. 261 van het Wetboek van Strafvordering. In eerste aanleg hebben de advocaat en verdachte ook laten blijken dat zij begrijpen waarover het gaat en dat het strafrechtelijk verwijt dat verdachte wordt gemaakt duidelijk was.

Naar het oordeel van het hof had de politierechter de dagvaarding niet nietig mogen verklaren. Het vonnis van de politierechter wordt daarom vernietigd.

Nu ten onrechte niet op de hoofdzaak is beslist en zowel de verdediging als de advocaat-generaal hebben verzocht om terugwijzing naar de rechtbank die de zaak in eerste aanleg behandelde, wijst het hof op de voet van artikel 423, tweede lid, Sv de zaak terug naar de rechtbank Overijssel, met inachtneming van het arrest van dit hof.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep.

Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Overijssel, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

Aldus gewezen door

mr. K.J.C. Geeve, voorzitter,

mr. A.J. Smit en mr. H. Heins, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.A. Dunnink, griffier,

en op 11 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. K.J.C. Geeve
  • mr. A.J. Smit
  • mr. H. Heins

Griffier

  • mr. G.A. Dunnink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?