[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
verblijvende in het huis van bewaring te [plaats] .
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en telefonisch de verdachte, bijgestaan door
mr. W.E.R. Geurts, advocaat te Amsterdam, in raadkamer van heden.
De advocaat-generaal heeft gepersisteerd bij voormelde vordering.
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft op 30 januari 2025 de gevangenhouding van verdachte bevolen. Deze rechtbank heeft op 30 januari 2026 vonnis gewezen. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien (15) maanden, de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs-maatregel) met voorwaarden en een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking. Het bevel tot gevangenhouding is, ingevolge het bepaalde in artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot en met 31 maart 2026.
De verdachte heeft op 11 februari 2026 hoger beroep ingesteld.
Het hof is van oordeel dat de grondslag (ernstige bezwaren en de (grote) recidivegrond) van het bevel gevangenhouding van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, ook thans nog bestaat. Tevens grondt het hof het bevel tot verlenging van de voorlopige hechtenis op het veroordelend vonnis van die rechtbank.
Analoog aan de uitspraak van het Hof Amsterdam van 26 juni 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:1664) overweegt het hof dat ook de tbs-maatregel met voorwaarden te gelden heeft als een onvoorwaardelijk opgelegde tbs-maatregel in de zin van artikel 37a Wetboek van Strafrecht, en als een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in artikel 67a lid 3 en artikel 75 lid 4 Wetboek van Strafvordering. Om die reden zal het hof de verlenging bevelen voor de maximale duur van 120 dagen.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 66, 67, 67a, 75 en 78 van het Wetboek van Strafvordering.
B E S L I S S I N G:
Het hof beveelt de verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte voor een termijn van HONDERD EN TWINTIG DAGEN (120) en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in het huis van bewaring te [plaats] of in een andere wettige plaats van detentie in Nederland.
Aldus gegeven op 11 maart 2026 door mr. M. Zwartjes, voorzitter, mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. M. Nooijen, raadsheren, in tegenwoordigheid van A. van de Wardt, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.