ECLI:NL:GHARL:2026:1627

ECLI:NL:GHARL:2026:1627

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 200.363.349/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Vordering incassobureau tegen klant ook in hoger beroep grotendeels afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.363.349/01

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11579455

arrest van 17 maart 2026

in de zaak van

Debtt B.V. (Debtt)

die is gevestigd in Dronten

advocaat: mr. E.T. van den Hout

en

[geïntimeerde] , h.o.d.n. [naam1] ( [geïntimeerde] )

die woont op [woonplaats]

niet verschenen.

1. Het verloop van de procedure bij het hof

Debtt heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, (hierna: de kantonrechter) op 27 augustus 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

• de dagvaarding in hoger beroep

• de verstekverlening tegen [geïntimeerde]

• de memorie van grieven.

2. De kern van de zaak

Debtt heeft in opdracht van [geïntimeerde] incassowerkzaamheden verricht. [geïntimeerde] was daarover ontevreden en heeft de overeenkomst ontbonden. Debtt maakt aanspraak op de door haar in rekening gebrachte abonnementskosten 2024 en 2025 en op de eindafrekening, vermeerderd met de handelsrente en buitengerechtelijke kosten.

De kantonrechter heeft alleen de vordering betreffende de abonnementskosten 2024 toegewezen en de vordering voor het overige afgewezen.

De bedoeling van het hoger beroep is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen.

Het hof zal beslissen dat de vorderingen van Debtt in hoger beroep niet toewijsbaar zijn.

3. De toelichting op de beslissing van het hof

Relevante feiten

Debtt en [geïntimeerde] hebben op 28 mei 2024 een incasso-overeenkomst gesloten op grond waarvan Debtt onbetaalde vorderingen van [geïntimeerde] zal incasseren. [geïntimeerde] heeft een zogenaamd premium-abonnement bij Debtt afgesloten, dat inhoudt dat Debtt tegen een vast bedrag per jaar - € 1.200,- ex BTW - diverse incassodiensten voor hem verricht.

Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Debtt van toepassing verklaard. In deze algemene voorwaarden is onder meer het volgende vastgelegd:‘ARTIKEL 1: DefinitiesIn deze voorwaarden wordt verstaan onder: (…)Dossierkosten: Aan Debtt Group toekomende provisie. De hoogte van het bedrag staat gelijk aan de incassokosten.(…)ARTIKEL 6: OVEREENKOMSTEN(…)6.3 De overeenkomst wordt aangegaan voor de periode en het tarief zoals op de overeenkomst is vermeld of is overeengekomen.6.4 De overeenkomst dient minimaal drie maanden van tevoren per e-mail te worden opgezegd door de opdrachtgever.(…)ARTIKEL 9: TARIEVEN(…)9.7 Schriftelijke opzegging is enkel geldig per e-mail welke gezonden dient te worden naar de in artikel 2 van deze voorwaarden opgenomen contactgegevens onder vermelding van

opzegging. Indien opzegging geschiedt middels een ander communicatiemiddel geldt dit niet

als opzegging en zal het abonnement doorlopen. Opzeggingen per aangetekende post, enkel

naar het postadres, zijn ook toegestaan en zullen met inachtneming van de drie maanden

opzegtermijn verwerkt worden. Indien een opzegging geschiedt middels een ander

communicatiemiddel geldt dit niet als opzegging en zal het abonnement doorlopen. 9.8 Debtt Group is gerechtigd om de incasso-opdracht te beëindigen en dossierkosten in rekening te brengen in de navolgende gevallen: • indien de opdrachtgever zelf een oplossing aangaat met de debiteur binnen het minnelijke

incassotraject alsmede binnen het gerechtelijke incassotraject; (…)’.

Debtt heeft de incasso van twee vorderingen van [geïntimeerde] in behandeling genomen.

Debtt heeft [geïntimeerde] op 29 mei 2024 een factuur van € 1.452,- gestuurd voor de kosten van het abonnement. [geïntimeerde] heeft deze factuur onbetaald gelaten, waarna Debtt verschillende malen schriftelijk bij [geïntimeerde] op betaling heeft aangedrongen.

In reactie op een e-mail van 17 juli 2024 van mevrouw [naam2] van Debtt, schreef [geïntimeerde] op dezelfde dag:‘Hoi bij deze ontbind ik per direct de overeenkomst.Er zijn bergen beloofd, er wordt niets gedaan. De vorderingen zouden volgens de verkoper zo binnen gehaald zijn. Er gebeurd al een maand helemaal niks. Jullie zijn in gebreken. Willen alleen maar extra geld en doen niks. Dan een paar briefjes sturen. Alles was all in inclusief procederen vervolgens vragen jullie mega bedragen. Ik stop hier per

direct mee. Geen vertrouwen in jullie. Heb ontdekt dat [naam3] betrokken is met deze man wil ik geen zaken doen. Dus onze wegen scheiden hier.

In reactie daarop schreef mevrouw [naam2] diezelfde dag onder meer:‘Wij kunnen uw opzegging verwerken, maar ik kan deze factuur niet crediteren. U bent een overeenkomst aangegaan en akkoord gegeven op de algemene voorwaarden. Bijgaand treft u het getekende contract. De opzegging kan verwerkt worden per eerstvolgende verlengdatum.

Op 21 augustus 2024 stuurde Debtt aan [geïntimeerde] een factuur van € 2.435,69 vanwege dossierkosten. In de factuur wordt verwezen naar artikel 9.8 van de algemene voorwaarden en wordt als ‘sluitreden’ vermeld: ‘Teruggetrokken.’

Op 29 mei 2025, tijdens de procedure bij de kantonrechter, stuurde Debtt een factuur van € 1.503,55 met als referentie ‘Serviceabonnement 2025’. De overeenkomst is niet rechtsgeldig ontbonden, maar wel rechtsgeldig opgezegd

[geïntimeerde] heeft een beroep gedaan op ontbinding van de overeenkomst. Het hof is het met de kantonrechter eens dat [geïntimeerde] onvoldoende heeft onderbouwd dat hij het recht had de overeenkomst te ontbinden. Het hof verwijst naar wat de kantonrechter daarover heeft overwogen. Los daarvan is gesteld noch gebleken dat Debtt in verzuim verkeerde toen [geïntimeerde] de overeenkomst wilde ontbinden. 3.10 De e-mail waarin [geïntimeerde] de ontbinding inriep kan wel worden beschouwd als een tijdige (immers ruimschoots meer dan drie maanden voor het verstrijken van de duur van de overeenkomst) opzegging van de overeenkomst. Het gevolg van deze opzegging is dat de overeenkomst niet werd verlengd. Dat [geïntimeerde] de opzegging niet heeft gericht aan het e-mailadres dat in artikel 2 van de algemene voorwaarden is vermeld, doet daaraan niet af. De e-mail is gestuurd naar de contactpersoon van [geïntimeerde] bij Debtt en is ook door Debtt, in de persoon van mevrouw [naam2] , ontvangen. In de in 3.6 aangehaalde e-mail van mevrouw [naam2] van Debtt is ook aangegeven dat Debtt de opzegging zal verwerken en dat de overeenkomst verwerkt zal worden per eerstvolgende verlengdatum. In deze e-mail wordt niet aangegeven dat de e-mail van [geïntimeerde] naar het verkeerde e-mailadres van Debtt is gestuurd en dat de consequentie daarvan is dat de opzegging geen effect heeft. Onder deze omstandigheden, waarin Debtt de opzegging wel heeft ontvangen, Debtt vervolgens zelf heeft bericht dat de opzegging verwerkt zal worden per eerstvolgende verlengdatum en zij [geïntimeerde] er ook niet op heeft gewezen dat hij de opzegging naar het verkeerde e-mailadres heeft gestuurd, is het beroep van Debtt op artikel 9.7 van haar algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

De vordering betreffende de abonnementskosten 2025 is dan ook niet toewijsbaar.De vordering betreffende de eindafrekening is niet toewijsbaar3.11 Ook wanneer Debtt substantiële incasso-activiteiten heeft ondernomen betreffende de aan haar in handen gegeven vorderingen van [geïntimeerde] betekent dat nog niet dat zij aanspraak heeft op een vergoeding van dossierkosten. De door haar verrichte activiteiten vallen in beginsel onder de werkzaamheden waarvoor het abonnement is afgesloten. Wanneer die werkzaamheden resulteren in betaling van (een deel van) de vorderingen, heeft Debtt aanspraak op incassokosten. Dat die situatie zich heeft voorgedaan is gesteld noch gebleken. Het strookt ook niet met het gegeven dat Debtt ‘dossierkosten’ bij [geïntimeerde] in rekening heeft gebracht.3.12 Op grond van artikel 9.8 van de algemene voorwaarden mag Debtt in bepaalde situaties dossierkosten in rekening brengen. Volgens Debtt doet een van die situaties zich voor. Zij stelt dat [geïntimeerde] zelfstandig een regeling heeft getroffen of handelingen heeft verricht binnen het minnelijke of gerechtelijke traject, als bedoeld in artikel 9.8.

Die stelling heeft Debtt onvoldoende onderbouwd. [geïntimeerde] heeft de overeenkomst met Debtt de facto opgezegd omdat hij ontevreden was over de werkzaamheden van Debtt, met als gevolg dat Debtt haar werkzaamheden heeft gestaakt en de dossiers heeft gesloten. Maar dat betekent niet dat [geïntimeerde] zelf een regeling heeft getroffen met de desbetreffende debiteuren of heeft geïntervenieerd in het minnelijk traject met hen (van een gerechtelijk traject was geen sprake). 3.12 Debtt heeft niet duidelijk kunnen maken dat [geïntimeerde] dossierkosten verschuldigd is. Dat betekent dat de vordering tot betaling van deze kosten niet toewijsbaar is.Conclusies3.13 De vorderingen van Debtt betreffende de abonnementskosten 2025 en de dossierkosten zijn niet toewijsbaar. Dat betekent dat Debtt ook geen aanspraak heeft op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en betaling van de wettelijke handelsrente over deze vorderingen.3.14 Aan bewijslevering komt het hof, gezien het bovenstaande, niet toe.

Het hoger beroep slaagt niet. Omdat Debtt in het ongelijk zal worden gesteld, zal zij ook worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. Het hof stelt deze kosten op nihil, omdat [geïntimeerde] niet is verschenen.

4. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van 27 augustus 2025;

veroordeelt Debtt in de proceskosten van [geïntimeerde] in hoger beroep en stelt deze kosten vast op nihil;

wijst het meer of anders gevorderde af

Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, M.M.A. Wind en J.E. Wichers en is door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?