ECLI:NL:GHARL:2026:1681

ECLI:NL:GHARL:2026:1681

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 21-004253-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Bewezenverklaring van verkrachting in vereniging op 2 oktober 2020 (feit 1). Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, waaraan bijzondere voorwaarden zijn verbonden, met een proeftijd van 2 jaren. De vordering benadeelde partij is integraal toewezen en de betalingsverplichting is hoofdelijk opgelegd. Vrijspraak voor een verkrachting en aanranding in respectievelijk december 2020 en augustus 2021 (feiten 2 en 3). Het dossier bevat geen steunbewijs en het hof ziet – anders dan de rechtbank – geen duidelijke modus operandi die aanleiding kan geven tot toepassing van een schakelbewijsconstructie.’

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 5 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, en de benadeelde partij en haar advocaat, mr. C.H. Dijkstra, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft de verdachte – kort gezegd – voor verkrachting van [slachtoffer 1] in vereniging (feit 1 primair), verkrachting van [slachtoffer 2] (feit 2 primair) en aanranding van [slachtoffer 2] (feit 3) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank heeft aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf bijzondere voorwaarden verbonden. Daarnaast is een contactverbod met [slachtoffer 1] als vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Tot slot heeft de rechtbank de verdachte veroordeeld tot het betalen aan [slachtoffer 1] van een immateriële schadevergoeding van € 10.000,00

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank Midden-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

1. primairhij op of omstreeks 2 oktober 2020 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, door geweld of (een)andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (telkens), heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal (telkens) - zijn penis en/of een of meer vinger(s) in de vagina, anus en/of mond van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of - met zijn vingers over de vagina en/of de clitoris, althans de schaamstreek van die [slachtoffer 1] gewreven, althans de vagina en/of de clitoris, althans de schaamstreek van die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt en/of - die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt op/aan de (blote) borst(en) en/of - die [slachtoffer 1] ge(tong)zoend (in) op de mond; bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal (telkens) - misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidssituatie en/of zijn fysieke overwicht door) die [slachtoffer 1] in een auto (mee te nemen) heeft meegenomen en/of - (vervolgens) die auto heeft geparkeerd (op een parkeerplaats van/bij de voetbalvelden) buiten de bebouwde kom, althans op een afgelegen plek en/of - de heupen van die [slachtoffer 1] heeft vast-/beetgepakt en/of met zijn (met kleding bedekte) geslachtsdeel tegen de bil(len) van die [slachtoffer 1] heeft gewreven/geduwd en/of - die [slachtoffer 1] (voorover) op een(picknick)tafel heeft gelegd/geduwd en/of een been van die [slachtoffer 1] op die tafel heeft gelegd en/of - de (onder)broek, althans de kleding van die [slachtoffer 1] heeft uitgedaan/getrokken en/of - die [slachtoffer 1] bij de haren heeft vast-/beetgepakt en/of (vervolgens) de woorden toegevoegd: ‘kom me pijpen’ en/of ‘ben je aan de pil’, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of - voorbij is gegaan aan, althans in onvoldoende mate rekening heeft gehouden met, de verbale dan wel non verbale signalen van die [slachtoffer 1] dat zij de aanrakingen/betastingen niet wilde en/of - die [slachtoffer 1] in een zodanige afhankelijkheidssituatie en/of een door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie heeft gebracht dat die [slachtoffer 1] zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten; 1. subsidiairhij op of omstreeks 2 oktober 2020 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2005, die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren bereikt, buiten echt, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal (telkens) - zijn penis en/of een of meer vinger(s) in de vagina, anus en/of mond van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of - met zijn vingers over de vagina en/of de clitoris, althans de schaamstreek van die [slachtoffer 1] gewreven, althans de vagina en/of de clitoris, althans de schaamstreek van die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt en/of - die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt op/aan de (blote) borst(en) en/of - die [slachtoffer 1] ge(tong)zoend (in) op de mond;

1. meer subsidiair

hij op of omstreeks 2 oktober 2020 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2005, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig

- wrijven/betasten en/of aanraken met zijn, verdachtes vingers over/van de vagina en/of clitoris, althans de schaamstreek van die [slachtoffer 1] en/of

- betasten en/of aanraken van de (blote) borst(en) van die [slachtoffer 1] en/of

- (tong)zoenen (in) op de mond van die [slachtoffer 1] ;

2. primairhij in of omstreeks de maand december 2020 te [plaats] , door geweld of (een)andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) meermalen, althans eenmaal (telkens), [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , immers heeft hij, verdachte meermalen, althans eenmaal (telkens) - zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of - met zijn penis tussen, langs en/of door de bil(len) en/of langs/over de schaamstreek van die [slachtoffer 2] gewreven en/of - die [slachtoffer 2] over de (met kleding bedekte) borsten en/of billen betast en/of aangeraakt en/of - die [slachtoffer 2] ge(tong)zoend (in) op de mond, bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte, meermalen, althans eenmaal (telkens) - (misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidssituatie en/of zijn fysieke overwicht door) die [slachtoffer 2] (mee te nemen) heeft mee genomen, naar een kamer zonder de aanwezigheid van (andere) (een) perso(o)n(en), althans die [slachtoffer 2] (af te zonderen) af heeft gezonderd en/of - die [slachtoffer 2] plotseling en/of onverhoeds heeft gezoend en/of - die [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd;‘wil je mij pijpen’, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of - aan bleef dringen, althans voorbij is gegaan aan en/of in onvoldoende mate rekening heeft gehouden met, de verbale signalen van die [slachtoffer 2] dat zij de aanrakingen/betastingen niet wilde en/of niet leuk vond, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking dan wel non verbale signalen van die [slachtoffer 2] dat ze hem (meermalen) weg heeft geduwd en/of tegen heeft gewerkt en/of - die [slachtoffer 2] in een zodanige afhankelijkheidssituatie en/of een door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie heeft gebracht dat die [slachtoffer 2] zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten;2. subsidiairHij in of omstreeks de maand december 2020 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte - zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of - met zijn penis tussen, langs en/of door de bil(len) en/of langs/over de schaamstreek van die [slachtoffer 2] gewreven en/of - die [slachtoffer 2] over de (met kleding bedekte) borsten en/of billen betast en/of aangeraakt en/of - die [slachtoffer 2] ge(tong)zoend (in) op de mond, en bestaande dat geweld en/of die feitelijkhe(i)d(en) uit het - (misbruik maken van de afhankelijkheidssituatie en/of zijn fysieke overwicht door) die [slachtoffer 2] mee te nemen/meenemen van die [slachtoffer 2] , naar een kamer zonder de aanwezigheid van (andere) (een) perso(o)n(en), althans af zonderen van die [slachtoffer 2] en/of - plotseling en/of onverhoeds (tong)zoenen van die [slachtoffer 2] en/of - toevoegen van de woorden aan die [slachtoffer 2] ; ‘wil je mij pijpen’, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of - aandringen, althans voorbijgaan aan en/of in onvoldoende mate rekening houden met, de verbale signalen van die [slachtoffer 2] dat zij de aanrakingen/betastingen niet wilde en/of niet leuk vond, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking dan wel non verbale signalen van die [slachtoffer 2] dat ze hem (meermalen) weg heeft geduwd en/of tegen heeft gewerkt en/of - brengen van die [slachtoffer 2] in een zodanige afhankelijkheidssituatie en/of een door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat die [slachtoffer 2] zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten3.Hij in of omstreeks de maand augustus 2020 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte - die [slachtoffer 2] ge(tong)zoend (in) op de mond en/of - die [slachtoffer 2] aan de (met kleding bedekte) borsten, billen en/of lichaam betast en/of aangeraakt, en bestaande dat geweld en/of die feitelijkhe(i)d(en) uit het - onder valse voorwendselen meenemen van die [slachtoffer 2] in een auto/busje en/of - meermalen, althans eenmaal (dwingend) toevoegen van de woorden aan die [slachtoffer 2] : ‘stap in’, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of - plotseling en/of onverhoeds (tong) zoenen van die [slachtoffer 2] en/of - meermalen, althans eenmaal toevoegen van de woorden aan die [slachtoffer 2] ; ‘ga je mij pijpen’, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of - aan de arm(en) trekken van die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) op een bed trekken van die [slachtoffer 2] en/of - (vervolgens) gaan liggen en/of zitten op die [slachtoffer 2] en/of - bij de handen vast/beetpakken van die [slachtoffer 2] en/of - bij de keel van die [slachtoffer 2] vast/beetpakken en/of - betasten van het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of - aandringen, althans voorbijgaan aan en/of in onvoldoende mate rekening houden met, de verbale signalen van die [slachtoffer 2] dat zij de aanrakingen/betastingen niet wilde en/of niet leuk vond en/of met rust gelaten wilde worden, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking dan wel non verbale signalen van die [slachtoffer 2] dat ze hem (meermalen) weg heeft geduwd en/of tegen heeft gewerkt en/of - brengen van die [slachtoffer 2] in een zodanige afhankelijkheidssituatie en/of een door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat die [slachtoffer 2] zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het hof ziet aanleiding eerst de feiten 2 en 3 te beoordelen.

Vrijspraak feiten 2 en 3

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 2 primair en feit 3.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 2 en 3 vrijspraak bepleit.

Oordeel van het hof

Het hof stelt voorop dat ten aanzien van de vraag of aan het bewijsminimum is voldaan, het volgende heeft te gelden. Volgens artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing in die zin dat zij de rechter verbiedt om tot een bewezenverklaring te komen in het geval dat de door één getuige genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Het hof constateert dat het dossier geen bewijsmiddelen bevat die steun bieden aan de verklaring van [slachtoffer 2] .

Schakelbewijs

De rechtbank heeft gebruik gemaakt van de schakelbewijsconstructie. Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt. De vraag of de redengevendheid van dergelijk schakelbewijs begrijpelijk is, dient te worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering.

Het hof ziet – anders dan de rechtbank – geen duidelijke modus operandi die meermaals zou zijn gehanteerd. De rechtbank wijst op de omstandigheden dat het in beide gevallen jonge, kwetsbare meisjes betrof die zouden zijn geïsoleerd van hun vriendin, waarna via een seksueel dwingende of opdringerige manier druk zou zijn uitgeoefend. Deze omstandigheden zijn onvoldoende specifiek en zijn ten dele nauw verbonden met de aard van het delict zelf, waardoor het hof geen ruimte ziet om de handelwijze van verdachte in de vorm van schakelbewijs in de bewijsconstructie te betrekken.

Het hof heeft daarom uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof de verdachte daarvan vrij.

Beoordeling feit 1

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 primair.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit.

Hiertoe heeft hij – kort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] onbetrouwbaar zijn en geen sprake is geweest van dwang. De raadsman heeft bepleit dat de spermasporen die zijn aangetroffen op de buitenzijde van de schaamlippen en in en rond de anus van [slachtoffer 1] mogelijk sleepsporen betreffen, die door het handelen van de medeverdachte met [slachtoffer 1] ná verdachtes ejaculatie op de billen van [slachtoffer 1] daar zijn terechtgekomen.

De raadsman heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan om dit alternatieve scenario omtrent het sleepspoor nader te laten onderzoeken.

Oordeel van het hof

Het hof is – op basis van de navolgende bewijsmiddelen en -overwegingen – van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs.

Bewijsmiddelen feit 1

1. Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden met [slachtoffer 1] , opgemaakt en afgesloten door [naam] , brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland en [naam] , hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, op 3 oktober 2020, doorgenummerd pagina 11 tot en met 12, voor zover inhoudende:

Informatief gesprek met: [slachtoffer 1] (vrouw), geboren op [geboortedatum] 2005. [slachtoffer 1] was gisteren, 1 oktober 2020, samen met haar vriendin, genaamd [naam] , weggelopen van de instelling in [plaats] . Zij moesten een slaapplek en vervoer vinden. Volgens [naam] waren ene [medeverdachte] en [verdachte] in de buurt. Ze kwamen hen ophalen. Ze zijn naar een parkeerplaats bij de [winkel] in het centrum van [plaats] gegaan. Ze zijn uiteindelijk naar de voetbalvelden in [plaats] gereden. Het contact met de jongens zou hebben plaatsgevonden op 2 oktober 2020, tussen 02.00 en 03.00 uur. Omstreeks 03.00 uur werd gestopt met de seksuele handelingen en zijn [slachtoffer 1] en [naam] bij de jongens weggegaan. Doordat [naam] met de telefoon van [slachtoffer 1] contact heeft gehad met [verdachte] , heeft zij zijn telefoonnummer in haar telefoon staan. Dat betreft nummer [telefoonnummer] .

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt en afgesloten door [naam] , buitengewoon opsporingsambtenaar in het domein generieke opsporing bij de Eenheid Midden-Nederland, op 6 september 2021, doorgenummerd pagina 38 tot en met 56, voor zover inhoudende:

A: Ik had niet gepland om te gaan, ik had geen jas aan, ik had niks bij me.

In de avond van 1 oktober naar 2 oktober. Maar ze haalden ons denk ik rond 1 uur op. Het was wel in de nacht. Daar was de [winkel] en een soort van parkeerplek. En dat was zeg maar de eerste plek waar ze stopten.

V1: En dan komen jullie bij de [winkel] , jullie gaan naar dat parkeerplaatsje voor de bewoners. En dan??

A: Dan, hij zette die auto stil. En toen vroeg [verdachte] aan [naam] (het hof begrijpt: [naam] ): ‘Kom je mee effe een rondje lopen?’ ‘Nee alsjeblieft niet doen, je weet dat dit uit de hand gaat lopen. Geen rondje lopen’, bedacht ik. Maar uiteindelijk stapte ze toch die auto uit. Toen vroeg die [medeverdachte] of ik voorin wilde zitten? Ik ben uiteindelijk voorin gaan zitten en toen op een gegeven moment. Op de passagiersstoel. Hij deed de deur op slot, toen was het meteen in mijn hoofd van: ‘Kutzooi! Ik kan nergens naartoe!’

V1: Op welke manier deed hij die deur op slot?

A: Volgens mij kan je ergens aan de linkerkant is een knopje in die auto waarmee je de deur op slot kan doen.

V1: Zag je ook dat hij dat deed?

A: Ik hoorde zo’n ding. En ook later toen [verdachte] en [naam] terugkwamen, wilde [verdachte] de auto open doen en zat hij op slot. Dat was een bevestiging zeg maar, dat hij op slot zat. Toen zegt hij gewoon meteen, niet eens een ander gesprek of zo, niet eens Iets anders vragen of zo. Het was gewoon meteen: ‘Ga je me geen kusje geven?’ En ik zeg van hoezo?? ‘Ja, maar ga je me geen kusje geven?’ Ik zeg: ‘Waarom? Ik ken je niet!’ ‘Dan leer je me kennen, ga je me geen kusje geven?’ Ik zeg: ‘Nou, nee hoeft niet.’ toen ging hij me gewoon ineens zoenen, tongzoenen. Toen was hij uiteindelijk gestopt en toen ging hij heel vies. Toen was hij uiteindelijk waren we klaar met tongzoenen. Toen ging hij zo naar achter, ging hij zo vies doen. En dan zie je ineens wat hij doet, dan haalt hij een stijve zeg maar uit zijn broek. Arggg? Toen was het echt van? En in plaats van: ‘Ga je me geen kusje geven?’ Was het: ‘Ga je me niet pijpen? Wil je je lippen niet op mijn dick zetten?’ en zo. (diepe zucht) op een gegeven moment pakte hij gewoon mijn haar zeg maar vast, en toen duwde hij mijn hoofd zeg maar naar zijn lul toe zeg maar. Uiteindelijk dacht ik: ‘Misschien als ik het doe, dan is het klaar.’ En toen ja, op een gegeven moment, ik ging wel toen bijten en zo, dan wilde hij waarschijnlijk dat ik ging stoppen of zo, dat het pijn deed. Op een gegeven moment heb ik wel gewoon zelf gewoon mijn hoofd weggedaan. Van: ‘Oké, genoeg!’ Weet je wel? Toen zei hij van: ‘Wil je niet met me neuken?’ Toen kwam ik weer met: ‘Weet je, ik ken je niet!’ hij zegt: ‘Ach kom op, heel even! Jongens hebben ook hun behoeftes nodig.’ Dat, en toen ging hij zeg maar zo achter me zitten met half zijn broek uit en zo. (diepe zucht) toen was het echt zo, toen bleef hij het vragen, toen deed hij mijn broek uit en zo. Ik dacht van: Ja weet je, hij gaat pas die deur open doen, als ik het doe, en ik gaf mezelf gewoon over weet je? Ik dacht: Ik kan wel zeggen: ‘Nee, nee, nee! Ik ga het niet doen.’ Maar hij wil toch zijn zin krijgen. Op een gegeven moment had hij gewoon mijn broek mijn onderbroek uitgedaan. En toen moest ik van hem op hem gaan zitten.

V1: Zijn piemel. Waar is die in jou gegaan?

A: In mijn vagina.

V1: Wie heeft dat gedaan?

A: Hij, terwijl ik zeg maar zo op hem zat ging hij gewoon met zijn hand. En toen duwde hij zeg maar zo mijn heupen naar beneden. En toen ging hij eerst zeg maar een soort van? Zo op en neer bewegen. Uiteindelijk ging hij met zijn handen gewoon aan mijn borsten zitten. Knijpen erin zeg maar.

A: Toen kwamen [naam] en [verdachte] , kwamen terug lopen. En [naam] zat gewoon in de voorruit, zat gewoon zo te kijken? [naam] zag, het was door de voorruit zag ze zeg maar wel dat we bezig waren. En toen had ik uiteindelijk gewoon tegen hem gezegd: ‘Ik kan dit niet’. Hij zegt: ‘Kom op!’ Ik zeg: ‘Nee ik kan dit niet!’ ‘Ach kom op joh! Gewoon tot ik klaar ben.’ Ik zeg: ‘Nee ik kan dit niet, en zeker niet als ze lopen te kijken.’ Dus toen ben ik zelf van hem afgegaan. Toen had hij gezegd, net toen ik de auto uitstapte en naar [naam] toeliep: ‘Bij de volgende plek gaan we het afmaken.’

V1: Toen je hem zeg maar ging pijpen. Had hij je haren vast hè?

A: Ja, hij ging mijn hoofd zo op en neer.

V1:Met je haren hij je hoofd duwen naar zijn piemel.

A: Ja.

V1: Hoe lang zat zijn hand zeg maar zo in je haar toen jij hem aan het pijpen was?

A: Totdat ik? Totdat ik hoe heet het? Klaar was.

V1: Oké. Al die tijd heeft hij je wel?

A: Maar niet heel agressief of zo. Me vast heeft gehouden van: ?Zo moet je het doen en zo. Weet je? Dat. Ik had ook maar een keer eerder daarvoor gepijpt. Weet ik veel hoe dat moet. Hij pakte wel echt gewoon mijn haar vast en hij ging wel echt zo? Maar het was niet dat hij het met veel agressie heeft gedaan

V1: Nee, maar je voelde wel? Het vasthouden en de druk van zijn hand.

A: Ja hij was gewoon een soort van leiding aan het geven.

V1: Snap ik helemaal. Even kijken? Nou uiteindelijk rijden jullie dus weer weg. Vanaf die [winkel] . Weet je dan waar jullie naartoe gaan?

A: Ja, ik dacht eerst dat het [voetbalvereniging] voetbalveldje was, maar toen was het...

V1: [voetbalvereniging] ?

A: Ja, dat!

V1: Oké. Ze rijden weg zonder iets daarover te zeggen?

A: Nee. Het was heel raar of zo.

V1: Oké. Dus jullie zijn zeg maar naar die voetbalvelden gereden. En daar

aangekomen deden ze de lichten uit.

V1: En daar had [medeverdachte] de auto neergezet. Nou, dan sta je daar. Hij parkeert,

Toen wisselden zij van plek. En toen wilde [medeverdachte] even met [naam] praten.

Toen ging [verdachte] voorin zetten bij de bestuurderskant. Nu was de deur niet op slot. Dus [medeverdachte] en [naam] gaan uit de auto?

A: Ja.

V1: Omdat [medeverdachte] aangeeft: ‘Ik wil even met jou praten’?

A: Ja.

V1: En ze gaan eruit?

A: Ja. En [verdachte] die gaat voorin zitten, en zegt: ‘Kom je voorin zitten?’

En ik met mijn domme hoofd, gaat gewoon voorin zitten. En ik had mijn telefoon in de oplader gedaan, want mijn telefoon was bijna leeg. En toen ging hij ja? Hij deed het op een hele andere manier. Toen ging hij zo mijn hand vastpakken en zijn hoofd tegen mijn hoofd aan. Toen zeg ik tegen hem: ‘Jullie hebben dit allemaal voor besproken. Jullie hebben dit allemaal afgesproken hè?’ Hij zei iets van: ‘Ja ik vind je mooi en ik wil je wel leren kennen en zo.’ Dat zei hij toen. Daarna deed [medeverdachte] de deur open, en hij zei: ‘Ja [naam] wil even iemand appen.’ Ik deed zo mijn telefoon aan. [naam] stapt in de auto, achterin. [verdachte] stapt de auto uit en toen zei hij: ‘ [naam] wil even alleen iemand appen?’ Ja weet je, ik stap die auto uit, weet je? Gewoon dom. Want? Ik had gewoon, ik had het allemaal kunnen weten. Maar ik wist het niet. Want ik kies voor vertrouwen, bij [naam] dan zeg maar. Toen uiteindelijk moest ik meelopen met [verdachte] en met [medeverdachte] , toen gingen we dus boven bij die tribunes daar, bij die picknicktafel en zo. Daar heb je zo’n hek, ik ging daar gewoon staan een beetje ver weg van hun. Toen gingen ze allebei zeg maar zo tegen mij ‘Grrrr’.

O: [slachtoffer 1] begint te huilen.

A: Maar?(zucht) toen gingen ze zeg maar zo allebei zo tegen me aan staan. En toen was het volgens mij [verdachte] , stond schuin achter mij. En [medeverdachte] die stond of links van mij of rechts voor mij. Volgens mij stond hij eerst rechts voor mij. En toen ging [medeverdachte] zeg maar, die ging dan zeg maar met me weer tongzoenen en toen vervolgens ging [verdachte] zeg maar mijn heupen pakken, gewoon met zijn broek aan ging hij zeg maar gewoon zo, tegen me aan wrijven.

V1: Van achteren hè? Want hij stond achter je?

A: Ja. Op een gegeven moment, ik deed echt gewoon zo van: ‘Yo!? weet je, ‘klaar!!’ Dat zeg ik ook: ‘Yo! Klaar! Weet je? Ik wil het niet! Ik hoef het niet’. Toen ging [medeverdachte] me zeg maar hier zo in mijn nek en zo zoenen. Toen zegt hij: ‘Kom op baby, ah kom op, een beetje toch’’ Ik zeg: ‘Nee! Dat ben ik niet!’ Op een gegeven moment zei [verdachte] : ‘Weet je, [medeverdachte] kan wel effe weggaan.? En toen stond [medeverdachte] volgens mij gewoon om het hoekje te wachten tot het weer het juiste moment was om te komen. En toen? Uiteindelijk bleef [verdachte] zeg maar doorgaan. Ik zeg zo tegen hem: ‘Weet je! Klaar! Ik wil het niet!? Hij zegt: ‘Kom op! Weet je? Jongens hebben ook hun behoeftes nodig!? Toen bleef hij doorgaan.

V1: Waar bleef hij mee doorgaan?

A: Ja gewoon met dat wrijven zo?

V1: Achter jou?

A: Ja. Toen deed hij zo zeg maar, eerst had ik het niet door. Toen deed hij heel sneaky deed hij zo mijn broek open. Maar ik had het echt niet door. Deed hij zo maar mijn broek naar beneden en zo. En toen ik probeerde hem zo een soort van omhoog te doen: ‘Ik zeg dat ik het niet wil!’ En toen haalde hij zijn lul uit zijn broek zeg maar. En? Hij kreeg hem zeg maar niet? In mijn vagina omdat het gewoon? Ik was niet nat. Weet je? Ik was niet nat. Uiteindelijk, hij kon uiteindelijk kon hij er ook niet bij. Ik stond zeg maar gewoon met mijn benen zo? Niet zo van: ‘Ik ben er klaar voor of zo, of dat ik het wilde.’ Toen deed hij hem zeg maar gewoon in mijn anus. Weet je, ik zeg tegen hem: ‘Dat hoeft helemaal niet!’ Hij bleef gewoon doorgaan. En hij zei gewoon niks meer. En dan vervolgens komt [medeverdachte] teruglopen. En ook gewoon met zijn lul uit zijn broek, en pakt hij zo mijn haar vast. Zegt hij zo van: ‘yo! Kom me pijpen!’ En ik trek dan gewoon mijn hoofd weg. ‘Nee dat wil ik niet!’ En op een gegeven moment toen stopte [verdachte] , toen liep hij weg. Op een gegeven moment zei [medeverdachte] : ‘Kunnen we verder gaan we gebleven waren?’ Toen trok hij me niet met geweld of zo, maar toen trok hij me mee naar zo’n picknicktafel die daar boven stond. En toen zei hij tegen mij van: ‘Je moet weer je broek uitdoen.’ Toen moest ik zeg maar mijn been zo op de tafel leggen. Toen ging hij op een gegeven moment, probeerde hij me nat te maken en zo. Op een gegeven moment deed hij hem er gewoon in, dat deed ook gewoon pijn. Toen op een gegeven moment, na een tijdje toen zei hij zo van: ‘Ja? Kan ik in je komen?’ Gebruik je anticonceptie?’ Dat zei hij een beetje in het begin. Maar daar heb ik niet op geantwoord want dat besefte ik, die vraag kwam pas later bij me binnen. Toen uiteindelijk vroeg hij aan het einde van: ‘Kan ik in je komen, klaarkomen?’ Maar die vraag kwam ook best slecht binnen, dus ik weet niet of hij nu klaar gekomen is of niet. Maar op een gegeven moment liepen we, toen was het klaar. Toen liepen we zeg maar terug naar de auto. Naar [naam] toe.

V1: Er zijn een aantal dingen zijn me nog niet helemaal duidelijk. Dus jullie liepen met zijn drieën naar die plek die je net hebt verteld. Jij bent er in het hoekje gaan staan, maar [verdachte] is achter je gaan staan?

A: Ja het was zo’n ijzer hekachtig iets. Ik stond dan zo, het was niet in een hoekje, ik stond daar gewoon tegenaan. Zo van, verder weg.

V1: [verdachte] gaat dan achter jou staan en [medeverdachte] een beetje rechts of links

A: Ja, het was gewoon toen ik hem eigenlijk van hem moest pijpen, toen moest ik wel, toen stond hij wel links zeg maar. Volgens mij stond hij in het begin wel rechts.

V1: Oké. Dan begint [verdachte] met tegen jou aan te bewegen hè, vanaf achteren? Nog wel gewoon broek aan? En? [medeverdachte] begint jou te tongzoenen.

A: Ja.

V1: Ja, en uiteindelijk zegt [verdachte] dat [medeverdachte] wel even weggaat.

A: Ja eerst werd aan mij gevraagd: ‘Ben je niet een beetje geil?’ En toen zei ik van: ‘Nee, dat ben ik niet.’ Ik heb wel gewoon in die tussentijd ook gewoon gezegd dat ik niet wilde.

V1: Dan gaat [medeverdachte] dus even weg, je zegt: ‘Die staat om het hoekje’.

A: Ja gewoon te wachten weet je wel?

V1: Ja, dan gaat [verdachte] gewoon verder, die wrijft zich dan steeds tegen je aan. Maar uiteindelijk had [verdachte] ook zijn broek uit?

A: Nou ja uit?

V1: En probeerde hij van achteren? Nou ja, los. Hij achter jou, in jouw vagina te komen. Je zegt: ‘Ik was droog, het lukte niet’?

A: Ik stond ook onhandig ervoor.

V1: Ja, dat zei je net ook, dat je gewoon recht stond hè? Benen naast mekaar. En dat uiteindelijk [verdachte] zijn piemel in jouw anus heeft gedaan. Is die piemel ook echt in je anus geweest of er tegenaan, of anders?

A: Nee echt gewoon erin.

V1: Terwijl [verdachte] daar dus mee bezig is, begrijp ik dat [medeverdachte] weer terug komt lopen?

A: Ja uiteindelijk.

V1: Ja. Hij pakt dan vervolgens je hoofd?

A: Bij mijn haar

V1: En duwt naar beneden naar zijn piemel?

A: Ja, van ‘kom me pijpen’. Maar dat heb ik niet gedaan.

V1: Als je je hoofd weghaalt, doet [medeverdachte] dan nog iets om het alsnog te laten gebeuren, het pijpen?

A: Toen liep [verdachte] weg.

V1: Oké. [verdachte] stopt dan, en dan blijf je alleen met [medeverdachte] .

A: [verdachte] stond waarschijnlijk ook gewoon achter het muurtje.

V1: Ja, wat heeft [medeverdachte] dan nog zeg maar met jou of bij jou gedaan, toen [verdachte] weg was en jij met [medeverdachte] alleen bleef?

A: Ja, toen moest ik mijn been op de? Gewoon zeg maar zo?

V1: Op de tafel, wat je vertelde?

A: Ja. Gewoon, moest ik mijn broek zeg maar voor de helft eruit doen, zodat ik zeg maar zo kon staan?

O: [slachtoffer 1] staat op en buigt haar rechterbeen en legt de binnenkant van haar rechterknie op het bureau.

A: En pakte hij me zeg maar zo hard aan mijn haar en toen duwde hij me naar achter. Dan stond ik… zodat hij makkelijk in me kon.

V1: Met wat van [medeverdachte] is dan zeg maar in jou geweest?

A: Zijn piemel... van tevoren ging hij me wel een soort van, Ik weet niet of je dat vingeren kan noemen, maar wel zo wrijven zo om het nat te maken.

V1:Oké. Dus zijn piemel is daarna in jouw…?

A: Vagina.

V1: En deed hij dat vanaf de voorkant van jou of vanaf jouw achterkant?

A: Van mijn achterkant, ik stond tegen die tafel aan. Ik weet niet of hij in me is gekomen.

3. Een geschrift, te weten een bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt en afgesloten door [naam] , buitengewoon opsporingsambtenaar in het domein generieke opsporing bij de Eenheid Midden-Nederland, op 6 september 2021, zijnde het dagboek van aangeefster [slachtoffer 1] , doorgenummerd pagina 74 tot en met 79 voor zover inhoudende:

[medeverdachte] vroeg of ik naast hem ging zitten voor in de auto. Dus ik deed dat. Hij deed de deuren op slot. Hij vroeg aan mij gewoon meteen straight krijg ik geen kusje? Toen ging hij mij ineens zoenen. Toen deed hij zo z’n arm weg zodat ik de bovenkant van zijn broek kon zien. Toen zei hij echt heel vies: ‘hmm zie je wat je met me doet?’ Ook op zo’n vieze toon. Uiteindelijk zei hij ga je me niet pijpen? Toen kregen we weer zo’n gesprek met ‘Nee, hoezo, gewoon’. Toen schoof hij achter mij en deed hij mijn broek uit. Ik ging er in mee want ik was bang en ik wist niet wat ik moest doen. Toen ik aangekleed was zei die dat hij een plek zoeken waar we door konden gaan met waar we gebleven waren.

We liepen naar boven de tribunes op, daar stonden twee picknicktafels. Ik stond met mijn buik tegen zo’n hekje. Toen pakte [verdachte] met beide handen mijn heupen vast en wreef van achteren met al zijn kleding aan tegen mijn lichaam. Toen kwam die [medeverdachte] links van me staan en ging met me zoenen en ook in mijn nek kusjes geven. Ik probeerde [verdachte] zijn handen los te trekken maar hij zei kom heel even maar. Ik zei nee ik wil het niet en probeerde zijn handen weer van mijn heupen te halen, maar hij zette zijn handen gewoon weer terug. Hij zei toen tegen die [medeverdachte] dat hij wel weg kon gaan en of hij [verdachte] en mij even alleen wilde laten. [verdachte] bleef door wrijven tegen mijn lichaam en hij deed heel sneaky mijn knoop en gulp van mijn broek open. Ik probeerde hem ophoog te doen en zei dat ik het niet wilde. Toen zei hij weer kom op heel ff. En ja toen ging hij het met mij doen. Omdat ik met mijn benen dicht bij elkaar stond kon hij niet makkelijk hem in mijn vagina doen, dus deed hij ‘m in mijn anus. Ik zei nou dat hoeft al helemaal niet. Ik zei ook zovan hij hoeft niet in mijn kont hoor. [medeverdachte] stond achter het muurtje en hij was waarschijnlijk op een goed moment te wachten. Hij kwam dus weer aanlopen en pakte mijn hoofd vast en zei kom je me pijpen. Ik trok mijn hoofd weg en hij vroeg ook nog wat ik dacht over een trio en of ik echt niet een klein beetje opgewonden. Ik zei nee helemaal niet. [verdachte] liep uiteindelijk weg en toen ging [medeverdachte] beginnen. Hij wilde dat ik tegen de picknicktafel aan ging staan. Hij zei doe je broek uit aan 1 been en ga zo staan. Dus hij legt mijn linkerbeen op die picknicktafel en begint zijn piemel in mijn vagina te stoppen. Toen hij klaar was vroeg hij of hij in me kom komen. Ik weet nou niet of hij in me was gekomen. Oh nog ff tussendoor wat ik vergeten was om te zeggen is dat toen [verdachte] mijn broek naar beneden had gedaan ging hij me proberen te vingeren, omdat ik niet nat werd. [medeverdachte] vroeg ook nog boven bij de tribunes of ik hem wilde pijpen zodat hij stijf zou worden.

4. Het proces-verbaal van aangifte door [naam] , opgemaakt en afgesloten door [naam] , brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland en [naam] , brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland, op 20 oktober 2020, doorgenummerd pagina 18 tot en met 20, voor zover inhoudende:

A: Ik heb tot en met 01 uur met haar geappt en ze zei dat ze veilig was. Om 5 uur 's ochtends had ik haar weer op de app. Ik heb [slachtoffer 1] gebeld en ik hoorde dat zij helemaal overstuur en in tranen was. Zij vertelde mij over twee jongens en over verkrachting. Ik kon haar eigenlijk niet goed verstaan. Ze was steeds maar aan het huilen en heel erg overstuur. Dat zij met twee jongens was en dat die seks hadden gehad met haar, dat zij het niet wilde

V: Wat heeft ze verteld over de seksuele handelingen?

A: Dat heeft ze mij maandagavond allemaal verteld. [slachtoffer 1] had geen jas aan en liep op slippers. Ze zei tegen mij dat ze het niet hardop kon zeggen omdat ze steeds zo misselijk werd en het niet uit haar mond kreeg. Ze was op haar bed die maandagavond en ik vroeg haar of ik naast haar kon komen liggen. Ik voelde en zag dat zij als een lepeltje tegen mij aan ging liggen. Toen hoorde ik dat zij begon te huilen. Toen heeft ze mij verteld vanaf ze in [plaats] terecht kwamen.' Ze keek mij niet aan. Ze moest veel huilen. Ik heb eigenlijk alleen maar geluisterd en geen vragen gesteld.

5. Een proces-verbaal forensisch onderzoek persoon ( [slachtoffer 1] ), opgemaakt en afgesloten door [naam] , hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, op 4 oktober 2020, doorgenummerd pagina 92, voor zover inhoudende:

Tijdens het onderzoek zagen wij kleine beschadigingen in de anus en de vagina van het slachtoffer.

6. Een geschrift, te weten een herzien rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, gerapporteerd door [naam] op 9 november 2021, doorgenummerd pagina 122, voor zover inhoudende:

ZAAD1273NL#08 buitenzijde kleine schaamlippen

ZAAD1273NL#12 en #13 om anus en in de anus

DNA kan afkomstig zijn van minimaal twee personen:

- slachtoffer [slachtoffer 1]

- [verdachte] (sperma)

ZAAD1273NL#09

DNA kan afkomstig zijn van minimaal twee personen:

- slachtoffer [slachtoffer 1]

- [verdachte] (sperma)

Bewijskracht: meer dan 1 miljard. Voor deze berekening is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee niet-verwante personen. Ook is aangenomen dat een deel van het DNA afkomstig is van het slachtoffer. DNA-mengprofielen ZAAD1273NL#08, #12 en #13 zijn elk meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van slachtoffer [slachtoffer 1] en sperma van verdachte [verdachte] , dan wanneer de bemonstering DNA bevat van slachtoffer [slachtoffer 1] en sperma van een willekeurige onbekende persoon.

7. Een geschrift, te weten het NFI-rapport van 21 januari 2022, opgesteld en ondertekend door [naam] , ingeschreven en gerechtelijk NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, doorgenummerd pagina 256 (opgenomen bij het aanvullende proces-verbaal) voor zover inhoudende:

ZAAD1273NL#06 (hals rechts)

DNA kan afkomstig zijn van:

- slachtoffer [slachtoffer 1]

- verdachte [medeverdachte]

Bewijskracht: meer dan 1 miljard.

Voor deze berekening is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee niet-verwante personen. Ook is aangenomen dat een deel van het DNA afkomstig is van het slachtoffer. DNA-mengprofiel ZAAD1273NL#06 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van slachtoffer [slachtoffer 1] en verdachte [medeverdachte] , dan wanneer de bemonstering DNA bevat van slachtoffer [slachtoffer 1] en DNA van een willekeurige onbekende persoon.

8. Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam] , opgemaakt en afgesloten door [naam] , brigadier bij de Eenheid Midden-Nederland en [naam] , brigadier bij de Eenheid Midden-Nederland, op 30 november 2021, doorgenummerd 197 toe en met 204, voor zover inhoudende:

A: We (het hof begrijpt: [naam] en [slachtoffer 1] ) besloten om samen weg te lopen. We zaten in nood. Op een gegeven moment kwamen we erachter dat geen van mijn vriendinnen konden. Het was al laat en koud buiten en op een gegeven moment waren we bij een winkelcentrum in [plaats] . De laatste optie was twee jongens uit [plaats] die ik ken uit de buurt en school. ik wist dat het straat jochies, straatratten waren. Het was de last option. Ze wilde ook niet buiten blijven. Zij hebben ons toen opgehaald. Een jongen nam mij mee de auto uit en hij deed heel vervelend met mij. Ik kon mij goed verweren. lk ging terug naar de auto en zag dat zij seks had daar. Op een gegeven moment toen zijn we ergens anders heen gereden. Toen vroeg dezelfde jongen aan haar een rondje te lopen. Zij is meegegaan en die jongen die het bij mij probeerde is toen ook mee gegaan. lk zat in de auto en die jongens wisten waarschijnlijk dat ik me goed kon afweren en dat zij geen nee kon zeggen. Toen kwamen zij terug en ik zei dat ze ons moesten afzetten.

V: Wie waren die jongens?

A: Eentje heet [verdachte] en de andere heet [medeverdachte] .

0: Na een tijdje komen jij en [verdachte] terug bij de auto.

V: Wat zag je toen je terugkwam?

A: Dat hun seks hadden. ik zag het niet goed en ik heb voor de rest ook niet gekeken.

V: Hoe ging dat, dat zij weggingen?

A: Ze vroegen haar uit te stappen. Zij is toen uitgestapt en meegegaan.

V: Wie vroeg dat aan [slachtoffer 1] ?

A: Volgens mij [medeverdachte] .

V: Hoe lang zijn ze weggebleven?

A: ik denk 20 minuten.

De hiervoor vermelde bewijsmiddelen zijn – ook in hun onderdelen – telkens gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, zijn telkens gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Bewijsoverwegingen feit 1

Betrouwbaarheid aangeefster

Het hof constateert op basis van het dossier dat de drie verklaringen van aangeefster omtrent de seksuele handelingen die met de verdachte en de medeverdachte hebben plaatsgevonden en de omstandigheden waaronder deze zouden zijn begaan authentiek, consistent en gedetailleerd zijn. In de bewuste nacht heeft zij kort na het voorval, om 05:00 uur ‘s ochtends, aan haar moeder verteld dat zij tegen haar zin in seks had gehad met twee jongens. Diezelfde dag heeft ze haar verhaal ook in een informatief gesprek met de politie gedeeld. Enkele weken later, op 20 oktober 2020, heeft ze bovendien in detail verklaard tegenover de zedenrecherche. In al die verklaringen heeft zij de feiten niet aangedikt en zichzelf niet gespaard. Bij haar verhoor bij de rechter­commissaris in juli 2023 – bijna drie jaar na de feiten – verklaart zij niet alles meer te weten, maar op hoofdlijnen verklaart zij ook in dat verhoor hetzelfde als in haar eerdere verklaringen. Tot slot weegt het hof mee dat ook de beschrijvingen in het dagboek van aangeefster op essentiële punten overeenkomen met haar verklaringen.

Dit alles brengt het hof tot de tussenconclusie dat de verklaringen van [slachtoffer 1] betrouwbaar zijn, en daarom bruikbaar voor het bewijs.

Steunbewijs

Het hof ziet daarnaast voldoende steunbewijs voor de verklaringen van aangeefster.

De moeder van [slachtoffer 1] verklaart in haar aangifte – die dateert van enkele dagen na de feiten – dat zij in de bewuste nacht tot 01:00 uur contact had met [slachtoffer 1] via Whatsapp, waarna [slachtoffer 1] haar om 05:00 uur heeft gebeld, overstuur en huilend, waarbij ze direct heeft verklaard dat zij tegen haar zin in seks heeft gehad met twee jongens. Het hof zal de verklaring van moeder als steunbewijs bezigen nu het hof uit die verklaring afleidt dat aangeefster zich eerder die nacht veilig voelde en geen hulp van haar moeder wilde, waarna zij later diezelfde nacht overstuur en in tranen haar moeder en opa belde.

Daarnaast hecht het hof waarde aan de bevindingen van het forensisch onderzoek aan het lichaam van aangeefster – waarbij beschadigingen bij de vagina en anus zijn aangetroffen – en aan de resultaten van het daaropvolgende DNA-onderzoek. Op basis van de bevindingen van het NFI concludeert het hof dat op de buitenzijde van de schaamlippen en in en rond de anus van [slachtoffer 1] spermasporen van de verdachte zijn aangetroffen en dat in de hals van [slachtoffer 1] DNA-sporen van de medeverdachte zijn aangetroffen. Het DNA-sporenbeeld zoals het NFI dat beschrijft vormt naar het oordeel van het hof, gelet op de aard van de sporen en de plaatsen waarop het is aangetroffen, een directe ondersteuning voor de verklaringen van [slachtoffer 1] .

Ten slotte verklaart getuige [naam] conform de verklaringen van aangeefster. [naam] was, naast [slachtoffer 1] , de verdachte en zijn medeverdachte, aanwezig in en rond de auto in de nacht van 2 oktober 2020. [naam] heeft bij meerdere verhoren verklaard, door de ruit van de auto te hebben waargenomen dat [slachtoffer 1] seks had met de medeverdachte. Verder bevestigt [naam] de verklaringen van [slachtoffer 1] voor zover die zien op het gezamenlijk uit de auto stappen, weglopen en de trap omhoog lopen met de verdachte en zijn medeverdachte kort voor de onder feit 1 ten laste gelegde verkrachting, en na ongeveer 20 minuten terugkomen. Haar verklaringen zijn over de algehele gang van zaken die nacht in de kern in overeenstemming met de verklaringen van [slachtoffer 1] . Bij de waardering van de verklaring van [naam] weegt het hof daarbij mee dat zij als verdachte werd gehoord over haar aandeel bij deze feiten en zij in zoverre ook zichzelf belastte door te verklaren over (het zien van) seksuele omgang tussen de medeverdachte en [slachtoffer 1] .

Het hof concludeert op grond van het voorgaande dat de verklaringen van [slachtoffer 1] in

voldoende mate steun vinden in andere, van haar verklaring, onafhankelijke bewijsmiddelen.

Alternatief scenario

De verdachte heeft hier wisselende verklaringen tegenover gezet. Bij de politie heeft de verdachte zich beroepen op zijn zwijgrecht. In eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat het doel van de afspraak gezelligheid was, te weten zoenen en eventueel seksueel contact. Als er seksueel contact van zou komen zou hij daarvoor open staan. De verdachte heeft verder verklaard dat hij buiten bij het voetbalveld ‘dingen’ met [slachtoffer 1] heeft gedaan dat zij meeliep zonder tegen te stribbelen en dat hij niet heeft gezien dat ze het niet wilde. Aangekomen bij het hek – bovenaan de trap – heeft de verdachte tegen [slachtoffer 1] aan gewreven, nadat zij zelfhaar broek uit deed. De verdachte heeft ontkend [slachtoffer 1] te hebben gepenetreerd in haar vagina of anus, en heeft verklaard dat hij rondom haar bil is klaargekomen. Ten slotte heeft hij verklaard de gebeurtenissen met de medeverdachte bij de picknickbanken niet te hebben waargenomen omdat hij toen al terug naar de auto was gelopen.

In hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij is gebeld door een vriend, met het verzoek om twee meisjes op te halen, daarmee te chillen en naar [plaats] te brengen. Hij kende enkel getuige [naam] , en was niet op de hoogte van de omstandigheid dat de meisjes in een instelling woonden en daar waren weggelopen. Bij de [winkel] is de verdachte met [naam] een rondje gaan lopen, waarbij [naam] verdachtes avances afsloeg. Teruggekomen bij de auto heeft de verdachte beslagen ramen gezien, en [slachtoffer 1] (ten dele) ontkleed op de medeverdachte zien zitten. Vervolgens zijn de vier naar de voetbalclub gereden alwaar de verdachte [slachtoffer 1] vroeg met hem mee te gaan om – naar eigen zeggen – zijn zin te krijgen. [slachtoffer 1] zou hier vrijwillig gehoor aan hebben gegeven waarna de verdachte tevens de medeverdachte uit zag stappen. Bij aankomst bovenaan de trap bij het hek probeerde de verdachte – in diens eigen woorden – seks te krijgen maar voelde na het uittrekken van haar (onder)broek dat [slachtoffer 1] te droog was, waarna hij zijn poging heeft gestaakt. Vervolgens is enkel sprake geweest van droge seks, namelijk het wrijven van zijn ontblote geslachtsdeel tegen de - ontblote - billen en anus van [slachtoffer 1] , zonder penetratie, tot aan de ejaculatie van de verdachte tegen de billen en anus van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft hierbij op geen enkel moment aangegeven dat zij dit niet wilde. De verdachte heeft erkend dat hij op het moment van de feiten meer voortvarend te werk is gegaan dan hij nu zou doen, maar dat hij niet de intentie had om iemand te verkrachten.

Het hof acht de verklaringen van de verdachte – gelet op de tegenstrijdigheid met de overige bewijsmiddelen – niet aannemelijk. De verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] niet heeft gepenetreerd, hetgeen niet strookt met het aangetroffen sperma in het lichaam van [slachtoffer 1] en het forensische sporenbeeld, waaruit kleine scheurtjes bij de ingang van de anus blijken. Getuige [naam] heeft de verdachte – samen met de medeverdachte en [slachtoffer 1] – zien weglopen, de trap op, naar het hek en de picknickbanken, en zien terugkeren na een periode van 20 minuten. Het hof acht tegen die achtergrond niet aannemelijk dat de feiten zich hebben voltrokken op de door verdachte beschreven wijze. Daarbij weegt mee dat [slachtoffer 1] direct en consistent heeft verklaard, waarna die verklaring bevestiging heeft gevonden in forensische bevindingen, getuigenverklaringen en ten dele ook in de verklaring van verdachte, terwijl verdachte daarentegen op een laat moment is gaan verklaren, die verklaring minder consistent is en niet aansluit op het overige bewijs.

Gelet op het voorgaande en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting is de noodzaak – tot het door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep voorwaardelijk verzochte nader onderzoek van de mogelijkheid dat het DNA zich heeft verplaatst door toedoen van de medeverdachte – het hof niet gebleken. Het hof wijst het verzoek af.

Dwang

Om tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 primair ten laste gelegde te komen, moet

voorts worden vastgesteld of de verdachte en/of zijn medeverdachte door (bedreiging met)

geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] hebben gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Het hof is van oordeel dat uit de verklaringen van [slachtoffer 1] volgt dat sprake is geweest van dwang, bestaande uit feitelijkheden. De verdachte en zijn medeverdachte hebben [slachtoffer 1] in een afhankelijkheidssituatie gebracht door haar midden in de (koele) nacht, terwijl zij op slippers liep en schaars gekleed was, op te halen met de auto en ondanks stelselmatig (zowel verbaal als fysiek) verzet, seksuele handelingen bij haar te verrichten. Ook is sprake geweest van dwang tot het ondergaan van de handelingen door geweld, nu de verdachte zowel ‘onverhoeds' haar broek heeft opengemaakt als ook is binnengedrongen. [slachtoffer 1] heeft feitelijk weliswaar op een aantal momenten de mogelijkheid gehad om hulp in te schakelen, of om te proberen weg te komen, maar mede door de omstandigheden waaronder zij zich geconfronteerd zag met de seksuele toenadering, was de dwang van dien aard zijn dat [slachtoffer 1] zich daartegen naar redelijke verwachting niet tegen heeft kunnen verzetten, en hoefde niet van haar te worden verwacht dat zei zich aan de dwang onttrok.

Medeplegen

Bij de voetbalveldjes hebben zowel de verdachte als zijn medeverdachte seksuele handelingen met [slachtoffer 1] verricht. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt dat beide jongens haar eerst tegelijk hebben aangeraakt, waarna de verdachte zei dat zijn medeverdachte wel even kon wachten terwijl hij seks had met [slachtoffer 1] . De medeverdachte heeft vervolgens op enige afstand gewacht tot de verdachte `klaar' was. Vervolgens heeft de medeverdachte [medeverdachte] seks gehad met [slachtoffer 1] . Uit deze opeenvolging van handelingen en onderlinge afstemming leidt het hof af dat de verdachte en zijn medeverdachte bewust en nauw hebben samengewerkt bij de verkrachting van [slachtoffer 1] bij de voetbalveldjes.

Het hof komt tot een bewezenverklaring van de onder 1 primair aan hem tenlastegelegde verkrachting in vereniging door de verdachte en de medeverdachte van [slachtoffer 1] .

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.primairhij op of omstreeks 2 oktober 2020 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, door geweld of (een)andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (telkens), heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal (telkens)

- zijn penis en /of een of meer vinger(s) in de vagina, anus en /of mond van die [slachtoffer 1] geduwd/ gebracht en /of

- met zijn vingers over de vagina en/of de clitoris, althans de schaamstreek van die [slachtoffer 1] gewreven, en althans de vagina en /of de clitoris , althans de schaamstreek van die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt en /of

- die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt op/aan de (blote) borst(en) en/of

- die [slachtoffer 1] ge ( tong ) zoend ( in ) en op de mond;

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe ( i ) d ( en ) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte, en/of zijn mededader (s) meermalen, althans eenmaal (telkens)

- misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidssituatie en /of zijn fysieke overwicht door ) die [slachtoffer 1] in een auto ( mee te nemen ) heeft meegenomen en /of

- ( vervolgens ) die auto heeft geparkeerd ( op een parkeerplaats van/ bij de voetbalvelden ) buiten de bebouwde kom, althans een afgelegen plek en /of

- de heupen van die [slachtoffer 1] heeft vast -/beet gepakt en /of met zijn (met kleding bedekte) geslachtsdeel tegen de bil ( len ) van die [slachtoffer 1] heeft gewreven /geduwd en /of

- die [slachtoffer 1] ( voorover ) op een(picknick)tafel heeft gelegd /geduwd en /of een been van die [slachtoffer 1] op die tafel heeft gelegd en /of

- de (onder)broek, althans de kleding van die [slachtoffer 1] heeft uitgedaan /getrokken en /of

- die [slachtoffer 1] bij de haren heeft vast -/beet gepakt en /of (vervolgens) de woorden toegevoegd: ‘kom me pijpen? en /of ‘ben je aan de pil’, althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en /of

- voorbij is gegaan aan, althans in onvoldoende mate rekening heeft gehouden met, de verbale dan wel non verbale signalen van die [slachtoffer 1] dat zij de aanrakingen/ betastingen niet wilde en /of

- die [slachtoffer 1] in een zodanige afhankelijkheidssituatie en /of een door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie heeft gebracht dat die [slachtoffer 1] zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van verkrachting .

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren (voor zowel feit 1 primair, feit 2 primair als feit 3). Als bijzondere voorwaarde zou een contactverbod met [slachtoffer 1] moeten worden opgelegd voor de duur van 4 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aan de verdachte in geval van bewezenverklaring wordt opgelegd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een duur gelijk aan het voorarrest, een taakstraf en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast is een contactverbod, 6 jaar na de feiten, niet langer aan de orde.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf en maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van verkrachting van aangeefster [slachtoffer 1] , nadat hij haar en haar vriendin in de nacht van 2 oktober 2022 met zijn medeverdachte had opgehaald omdat zij (vervoer naar) een slaapplek nodig hadden. Door aldus te handelen hebben de verdachte en diens medeverdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, voor wie het bewezenverklaarde buitengewoon vernederend en traumatisch moet zijn geweest. Het slachtoffer verkeerde – door haar jonge leeftijd en het feit dat zij in de nachtelijke uren de veiligheid van een woning ontbeerde – op het moment van het bewezenverklaarde in een kwetsbare positie. De verdachte en zijn medeverdachte hebben daar misbruik van gemaakt, door onvoldoende oog te hebben voor de grenzen van aangeefster en hebben daarmee het fysieke en psychische welzijn van aangeefster ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van hun eigen seksuele behoeften. Verkrachting betreft een zeer ernstig feit dat diep ingrijpt in de levens van slachtoffers en hun psychische gesteldheid vaak in ernstige mate aantast. Dat hier in het onderhavige geval ook sprake van is, blijkt uit het dossier en de slachtofferverklaring ter terechtzitting. Ook in bredere zin zorgen dergelijke feiten in de maatschappij voor gevoelens van angst en onveiligheid. Tot slot merkt het hof op dat de verdachte nog steeds zijn verantwoordelijkheid niet heeft genomen, maar de feiten – ondanks het hem voorgehouden bewijs – expliciet ontkent.

Het hof heeft daarnaast acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die blijken uit het reclasseringsrapport van 20 februari 2026 en uit hetgeen hij hier ter terechtzitting over heeft verklaard. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat de reclassering aanwijzingen ziet voor een pro-criminele houding en keuze, dat ten tijde van het delict op diverse leefgebieden problemen bestonden, dat problemen lijken te bestaan op het gebied van impulscontrole en dat sprake is van onvoldoende probleemoplossings- en copingsvaardigheden. De verdachte lijkt zich sinds een jaar meer in te zetten voor maatschappelijk geaccepteerde doelen en afstand te nemen van een negatief sociaal netwerk. De verdachte staat open voor een ambulante behandeling. Hij is gestopt met middelengebruik (lachgas en blowen), en is werkzaam als bezorger en heeft een eigen diepreinigingsbedrijf als ZZP’er. De verdachte was ten tijde van het delict 18 jaar en bevond zich derhalve in een levensfase met een complexe dynamiek tussen jongvolwassenen waarbij het verkennen van grenzen een grote rol speelt. De verdachte heeft hierbij in onderhavige zaak te weinig oog heeft gehad voor de perceptie en positie van [slachtoffer 1] , en heeft hiervoor ter terechtzitting in hoger beroep in enige mate verantwoordelijkheid genomen, door te erkennen dat de feiten voor [slachtoffer 1] mogelijk niet plezierig zijn geweest en door aan te geven dat hij met de wetenschap van nu anders zou hebben gehandeld. Tot slot laat het hof niet onbenoemd dat de verdachte en de medeverdachte blijk hebben gegeven dat zij – en hun familie – lijden onder deze zaak.

Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 februari 2026 waaruit blijkt dat de verdachte zowel voor als na onderhavige feit onherroepelijk is veroordeeld voor andersoortige strafbaar feiten. Deze gevangenis- en taakstraffen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw in de fout te gaan.

Bij de straftoemeting neemt het hof de binnen de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting voor feiten als het onderhavige in aanmerking. Dit betreft een oriëntatiepunt dat recentelijk is gewijzigd en is gedifferentieerd naar de mate van dwang. Volgens de vastgestelde oriëntatiepunten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden het oriëntatiepunt voor verkrachting met beperkte mate van dwang.

Het hof ziet in geschetste persoonlijke omstandigheden van verdachte – alsmede zijn jeugdigheid ten tijde van het bewezenverklaarde – aanleiding om te kiezen voor een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof acht het van belang dat de verdachte meewerkt aan diagnostiek en middelencontrole en een ambulante behandeling krijgt. Daarnaast acht het hof wenselijk dat de reclassering toezicht houdt op de verdachte. De voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf dient tevens als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten zal begaan. Gelet op alle voornoemde omstandigheden neemt het hof een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, als uitgangspunt.

Het hof stelt echter vast dat de redelijke termijn is overschreden. Het vonnis van de rechtbank dateert van 7 september 2023 en de verdachte heeft op 15 september 2023 hoger beroep ingesteld. Het arrest van het hof wordt gewezen op 19 maart 2026. De redelijke termijn is in hoger beroep met ruim 6 maanden overschreden. Het verloop van deze termijn is niet aan de verdachte te wijten. Gelet op deze overschrijding van de behandeling van de zaak zal het hof in hoger beroep een strafkorting toepassen.

Alles afwegende acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 9 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Niet gebleken is dat verdachte na het feit op enigerlei wijze contact heeft gezocht met het slachtoffer. Om die reden ziet het hof – mede gelet op het lange tijdsverloop sinds de feiten – thans geen aanleiding om aan de verdachte een contactverbod in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 38v op te leggen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 10.000,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag integraal toegewezen. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Standpunten

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij integraal wordt toegewezen.

Oordeel van het hof

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt het hof dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengen dat de gestelde nadelige gevolgen voor [slachtoffer 1] zo voor de hand liggen dat sprake is van aantasting in de persoon op een andere wijze als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. De verdachte is dan ook op grond van dat artikel gehouden die immateriële schade te vergoeden.

Het hof heeft bij de beslissing over de hoogte van de toewijzing van immateriële schade onder meer aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, en bij de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen. Gelet op de feiten en omstandigheden waaronder het feit is begaan acht het hof een bedrag van € 10.000,00 als smartengeld billijk en zal de vordering tot immateriële schade dan ook toewijzen tot dat bedrag. Nu dit feit in vereniging met de medeverdachte is gepleegd, en zij dus allebei onrechtmatig jegens [slachtoffer 1] hebben gehandeld, zijn verdachte en medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk voor het gehele schadebedrag. Het hof zal de vordering van [slachtoffer 1] dan ook hoofdelijk toewijzen, in die zin dat indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade betaalt, ook de ander daardoor zal zijn bevrijd van zijn betalingsverplichting.

Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 2 oktober 2020, zijnde de datum van het schade toebrengend feit.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 63 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd. Het hof legt als bijzondere voorwaarden op:

- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres [adres] .

- dat de verdachte werkt mee aan testdiagnostiek. De verdachte laat zich gedurende de proeftijd behandelen door [instelling] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling.

- Dat de verdachte mee werkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt;

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan deze betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 75 (vijfenzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 2 oktober 2020.

Dit arrest is gewezen door mr. J.L.F. Groenhuijsen, mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en

mr. R.W.E. van Leuken, in aanwezigheid van de griffier mr. M.J. de Groot - van de Ruitenbeek en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?