[Naam verdachte] ,
geboren op [Geboortedatum] 1975 in [Geboorteplaats] ,
wonende te [Adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 3 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. C.G. Matze (waarnemend namens mr. S. Arts) hebben aangevoerd.
Het vonnis
De economische politierechter heeft verdachte voor het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 december 2021 te [Plaats 1] , in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 25 stuks shells (4 inch DISPLAY SHELL, p. 41 proces-verbaal), en/of
- 1 stuks shell (onbekend, p. 48 proces-verbaal), en/of
- 1 stuks shell (onbekend, p. 52 proces-verbaal), en/of
- 4 stuks vuurpijlen (SIGNALRAKETE, p. 56 proces-verbaal), en/of
- 77 stuks knalvuurwerk (Attila, p. 59 proces-verbaal), en/of
- 36 stuks knalvuurwerk (SUPER ESPLOSIVO N.7, p. 66 proces-verbaal), en/of
- 215 stuks knalvuurwerk (SPANISH THUNDER 408, p. 70 proces-verbaal), en/of
- 18 stuks knalvuurwerk (PETARDO DMG, p. 76 proces-verbaal), en/of
- 27 stuks knalvuurwerk (Crazy Bang, p. 82 proces-verbaal), en/of
- 7 stuks knalvuurwerk (Dumbum, p. 89 proces-verbaal), en/of
- 1 stuks knalvuurwerk (T809 CELEBRATION CRACKER 100.000 S, p. 95 proces-verbaal), en/of
- 42,65 kilogram enkelschotsbuis (THUNDERKING, p. 102 proces-verbaal),
althans één of meer stuks en/of kilogram shells en/of knalvuurwerk en/of batterij enkelshotsbuizen en/of vuurpijlen, voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie in de vervolging niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor het vuurwerk waar geen NFI-rapportage of TNO- rapport van beschikbaar is, omdat het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is geschonden. Het vernietigen van het vuurwerk door de politie heeft immers het recht op (inhoudelijk) contra-onderzoek onmogelijk gemaakt. Subsidiair moet dit leiden tot bewijsuitsluiting en meer subsidiair moet dit leiden tot het alsnog verrichten van nader onderzoek aan het in beslag genomen vuurwerk door het NFI of TNO.
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie enkel in uitzonderlijke gevallen niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het is bekend dat in beslaggenomen vuurwerk vernietigd wordt. Desondanks heeft de raadsman, die bij het verhoor van verdachte aanwezig was, niet om onderzoek aan het vuurwerk of een contra-expertise verzocht. Verder heeft de advocaat-generaal verwezen naar ECLI:NL:HR:2019:1065.
Oordeel van het hof
De eis van een eerlijke procesvoering kan meebrengen dat aan een verzoek tot het doen verrichten van een tegenonderzoek gevolg behoort te worden gegeven. Of zich zo een geval voordoet is afhankelijk van de omstandigheden van de desbetreffende zaak. Daarbij kan worden gedacht aan onder meer (a) de gronden waarop het verzoek steunt, (b) het belang van het gevraagde tegenonderzoek in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal dan wel de overtuigende kracht die pleegt te worden toegekend aan het bestreden onderzoeksresultaat, (c) de omstandigheid dat het verzoek is gedaan op een zodanig tijdstip dat een dergelijk onderzoek nog mogelijk is, en (d) de omstandigheid dat het verzoek redelijkerwijs eerder had kunnen worden gedaan (ECLI:NL:HR:2005:AR7228).
Verdachte is bij zijn verhoor van 17 maart 2022 gevraagd of hij afstand wilde doen van het vuurwerk. Op die vraag heeft verdachte bevestigend geantwoord. Bij dit verhoor was zijn raadsman, mr. S. Arts, aanwezig. Pas bij pleidooi op de zitting bij de rechtbank van 9 mei 2023 is het verzoek gedaan om nader onderzoek van het vuurwerk. Het verzoek is daarom niet alleen gedaan op een tijdstip dat een dergelijk onderzoek niet meer mogelijk was, maar het had ook redelijkerwijs eerder kunnen en moeten worden gedaan. De verdediging heeft de kans gehad om een verzoek tot het laten uitvoeren van een tegenonderzoek te doen en bovendien heeft verdachte – in aanwezigheid van zijn raadsman – afstand gedaan van het vuurwerk. Daar komt bij dat het vuurwerk in de onderhavige zaak is onderzocht op een gelijke wijze als te doen gebruikelijk is in dit soort zaken, waarbij niet is gebleken dat dit onderzoek niet op een juiste heeft plaatsgevonden. Bij deze stand van zaken is het hof van oordeel a) dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging omdat naar het oordeel van het hof geen ernstige inbreuk is gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijk proces is tekort gedaan en b) dat aan het verzoek tot het doen verrichten van onderzoek naar het (reeds vernietigede) vuurwerk geen gevolg behoeft te worden gegeven omdat daar geen noodzaak voor is Het hof verwijst daarbij ook naar hetgeen hieronder nog wordt overwogen bij de bewezenverklaring.
Bewijsoverweging
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat voor het vuurwerk waarvoor geen NFI- dan wel TNO-rapportages in het strafdossier aanwezig zijn, geen bewezenverklaring voor het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk kan volgen. Zonder deze rapportages kan de aard van het vuurwerk immers niet worden vastgesteld. Daarnaast kon het vuurwerk ook uit dummy’s bestaan. Voor het vuurwerk waarvan er rapportages in het strafdossier aanwezig zijn heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof (dit betreffen de 4 stuks vuurpijlen SIGNALRAKETE, de 36 stuks knalvuurwerk SUPER ESPLOSIVO N.7 en de 27 stuks knalvuurwerk Crazy Bang).
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat er geen reden is om aan te nemen dat de conclusie van de verbalisant dat het professioneel vuurwerk betreft, niet klopt. Verdachte heeft het vuurwerk bij een vuurwerkwinkel gekocht en hij heeft het vuurwerk voor een reëel bedrag gekocht. Er is geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat het vuurwerk dummy’s betreft. Het feit kan bewezen worden verklaard conform het vonnis van de rechtbank.
Oordeel van het hof
Op 9 december 2021 betraden verbalisanten [Verbalisant 1] en [Verbalisant 2] de woning van [Naam verdachte] te [Adres] ter controle op vuurwerk naar aanleiding van een melding dat illegaal vuurwerk was aangetroffen in aan verdachte geadresseerde pakketten. In de woning werd vuurwerk in beslag genomen. Het inbeslaggenomen vuurwerk werd vervolgens voorzien van goednummer PL0600-2021574159-2708970 , welk vuurwerk is onderzocht door een materiedeskundige vuurwerk van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (hierna COV).
Het hierna opgesomde vuurwerk is door de materiedeskundige onderzocht en als professioneel vuurwerk aangemerkt.
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het in zijn woning aangetroffen vuurwerk van hem was. Het vuurwerk had hij gekocht bij een vuurwerkhandelaar in België tegen een reële prijs. Hij wist dat dit vuurwerk in Nederland illegaal was.
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat voornoemde (gebruikelijke) onderzoeksmethode deugdelijk is en in de onderhavige zaak ook afdoende is om tot het bewijs te komen dat sprake is van professioneel vuurwerk. In dit verband overweegt het hof als volgt.
Aan de orde is de vraag of het vuurwerk, waarvan in het voorgaande is vastgesteld dat de verdachte dit voorhanden heeft gehad, als professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit moet worden aangemerkt.
Professioneel vuurwerk in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit, is vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of dat is ingedeeld in categorie F2 of F3 en dat niet bij of krachtens voornoemd besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Uit het proces-verbaal van het COV blijkt dat de partij vuurwerk in deze zaak is onderzocht op uiterlijke kenmerken en op basis daarvan is ingedeeld in de categorieën. De materiedeskundige vuurwerk van het COV heeft het vuurwerk beoordeeld. Uit de diverse bijlagen bij het proces-verbaal van het COV blijkt dat het steeds vuurwerk betreft dat fabrieksmatig is geproduceerd. Van al het vuurwerk is vastgesteld dat dit professioneel vuurwerk betreft.
Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de vaststellingen van de materiedeskundige verbalisant omtrent de hoeveelheid en de aard en indeling van het vuurwerk. De bevindingen worden ook bevestigd door het fotomateriaal in het dossier. Het hof heeft voorts geen enkel aanknopingspunt in het dossier aangetroffen op basis waarvan zou kunnen worden aangenomen dat, daar waar van toepassing, het vuurwerk van een zelfde fabrikant dat onder een bepaalde merknaam en bepaalde typeaanduiding en in massaproductie vervaardigd is en op de markt wordt gebracht, niet steeds dezelfde samenstelling zou hebben. De enkele suggestie van de raadsvrouw in dit verband, die geen basis vindt in de verklaring van de verdachte, is daartoe onvoldoende.
Voor zover de verdediging heeft betoogd dat het vuurwerk mogelijk dummy’s betrof overweegt het hof dat het dossier daarvoor geen enkel aanknopingspunt biedt en de raadsvrouw dit standpunt ook niet aannemelijk heeft gemaakt. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij het vuurwerk bij een vuurwerkwinkel en/of een vuurwerkhandelaar in België heeft gekocht. Hij heeft het vuurwerk voor een reëel bedrag gekocht en hij wist dat het vuurwerk illegaal was in Nederland. Dummy’s daarentegen zijn legaal (online) verkrijgbaar. Daarnaast heeft een dummy een ander gewicht dan het originele vuurwerk en staat op een dummy ook vermeld dat het een dummy is, wat ook voor de hand ligt nu het verkopen en/of voorhanden hebben van een dummy, in tegenstelling tot het hebben van een origineel exemplaar, niet strafbaar is.
Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen en het overwogene acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 9 december 2021 het besproken professionele vuurwerk voorhanden heeft gehad te [Plaats 1] .
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 9 december 2021 te [Plaats 1] , in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 25 stuks shells (4 inch DISPLAY SHELL, p. 41 proces-verbaal), en/of
- 1 stuks shell (onbekend, p. 48 proces-verbaal), en/of
- 1 stuks shell (onbekend, p. 52 proces-verbaal), en/of
- 4 stuks vuurpijlen (SIGNALRAKETE, p. 56 proces-verbaal), en/of
- 77 stuks knalvuurwerk (Attila, p. 59 proces-verbaal), en/of
- 36 stuks knalvuurwerk (SUPER ESPLOSIVO N.7, p. 66 proces-verbaal), en/of
- 215 stuks knalvuurwerk (SPANISH THUNDER 408, p. 70 proces-verbaal), en/of
- 18 stuks knalvuurwerk (PETARDO DMG, p. 76 proces-verbaal), en/of
- 27 stuks knalvuurwerk (Crazy Bang, p. 82 proces-verbaal), en/of
- 7 stuks knalvuurwerk (Dumbum, p. 89 proces-verbaal), en/of
- 1 stuks knalvuurwerk (T809 CELEBRATION CRACKER 100.000 S, p. 95 proces-verbaal), en/of
- 42,65 kilogram enkelschotsbuis (THUNDERKING, p. 102 proces-verbaal),
althans één of meer stuks en/of kilogram shells en/of knalvuurwerk en/of batterij enkelshotsbuizen en/of vuurpijlen, voorhanden heeft gehad;
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd om verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Verdachte zelf heeft aangevoerd dat het voor hem onmogelijk is om zijn werkzaamheden als ZZP’er uit te voeren wanneer hij een taakstraf moet uitvoeren, waardoor hij de voorkeur geeft aan een geldboete, te betalen in termijnen.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte en zijn financiële draagkracht.
Verdachte heeft een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk voorhanden gehad in zijn schuur in een woonwijk. Het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk is gevaarzettend, zeker wanneer dit in een woonwijk plaatsvindt. Voor de opslag van dergelijk vuurwerk gelden strenge regels en is gespecialiseerde kennis vereist.
Uit het strafblad van verdachte van 2 februari 2026 blijkt hij nog niet eerder te zijn veroordeeld.
Het hof overweegt dat de straf zoals de economische politierechter die destijds heeft opgelegd op zich passend is. Gelet echter op hetgeen verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd, zal het hof in plaats van een taakstraf een (forse) geldboete van
€ 8.000,00, subsidiair 65 dagen hechtenis opleggen. Het hof zal gelet op de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, anders dan de rechtbank, daarnaast geen voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Het hof bepaalt dat de geldboete betaald kan worden in acht maandelijkse termijnen van elk € 1.000,00.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1. Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 8.000,00 (achtduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 65 (vijfenzestig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 8 (acht) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 1.000,00 (duizend euro).
Aldus gewezen door
mr. Th.C.M. Willemse, voorzitter,
mr. A.H. Garos en mr. S. Bek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.J.H. Salvino, griffier,
en op 17 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van de uitspraak van het arrest ter openbare terechtzitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2026.
Tegenwoordig:
mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter,
mr. M. Klappe, advocaat-generaal,
mr. B. van Leeuwen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.