[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .
Hoger beroep
Verdachte heeft beperkt hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel. Het hoger beroep is niet gericht tegen de gegeven vrijspraken voor de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 11 maart 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de strafmaat. De advocaat-generaal vordert veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. K.B.H. Welvaart, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel heeft verdachte ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit veroordeeld ter zake van het plegen van afpersing in vereniging tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden
Het hof vernietigt het vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – wegens proceseconomische redenen en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2017 tot en met 6 september 2017 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 2] en/of Nuenen en/of [gemeente 3] en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen onder andere op/aan de openbare weg door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van:
- euro 5.500,--, een hoeveelheid geld, en/of
- een motor (merk/type Ducati met kenteken [kenteken] ), en/of
- de kentekenpapieren van die motor, en/of
- de reparatiekosten van die motor (euro 1.896,--), in elk geval van enig goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
- die [slachtoffer] naar de memberroom, althans een vergaderruimte van (het clubhuis van) de Satudarah Motor Club chapter [plaats 1] heeft/hebben laten komen, en/of
- in deze memberroom, althans vergaderruimte, meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gestompt en/of geslagen, en/of
- aan die [slachtoffer] duidelijk heeft/hebben gemaakt dat die [slachtoffer] zijn motor moet inleveren, en/of
- aan die [slachtoffer] duidelijk heeft/hebben gemaakt dat die [slachtoffer] euro 5.500,--, althans een (aanzienlijk) geldbedrag dient te betalen, en/of
- opdracht heeft/hebben gegeven aan die [slachtoffer] dat die [slachtoffer] tegen zijn vrouw moet zwijgen over dit voorval dan wel een verhaal niet in lijn met de ware gebeurtenissen dient te vertellen, en/of
- aan die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als je ooit bij een andere club komt he, wij komen jou halen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of
- aan die [slachtoffer] duidelijk heeft/hebben gemaakt dat hij de (kenteken)papieren moet inleveren, en/of
- met die [slachtoffer] naar de woning van die [slachtoffer] is/zijn gereden om aldaar een hoeveelheid geld en/of de (kenteken)papieren op te halen, en/of
- opdracht heeft/hebben gegeven aan die [slachtoffer] dat hij naar buiten toe dient te zwijgen over de gebeurtenissen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ter zitting in hoger beroep vrijspraak bepleit.
Daartoe is primair aangevoerd dat hetgeen is gebeurd met [slachtoffer] niet als afpersing kan worden gekwalificeerd. [slachtoffer] zegt zelf dat hij niet is afgeperst en dat de motor en het geld vrijwillig zijn afgestaan.
Subsidiair, als het hof oordeelt dat wel sprake is van afpersing, heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte niet heeft deelgenomen aan de afpersing en dus niet als medepleger kan worden aangemerkt. Het betrof een zogeheten chapter-aangelegenheid. Verdachte was wel aanwezig bij hetgeen op 1 september 2017 in het clubhuis te [plaats 1] gebeurde ten aanzien van de ‘bad standing’ van [slachtoffer] .
Verdachte ontkent daarnaast de uitspraken te hebben gedaan die aan hem worden toegeschreven door de politie in het proces-verbaal van het onderzoek Witgat.
Uiterst subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de redelijke termijn zo ernstig is geschonden dat geen strafoplegging meer zou moeten volgen.
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat ten aanzien van het bewijs het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.
Oordeel van het hof
Inleiding
Uit een OVC-gesprek van 1 september 2017, opgenomen in het clubhuis [naam clubhuis] , waar het chapter [plaats 1] van Outlaw Motorcycle Gang Satudarah MC (hierna: SMC) clubavonden hield, volgt dat [slachtoffer] , tot dan toe lid van SMC, in bad standing uit de club werd gezet. Hij moest zijn colors (hesje) inleveren, kreeg een boete van € 5.500,00 en moest zijn motor inleveren en een openstaande (reparatie en onderhouds)rekening van de motor ten bedrage van € 1.896,00 betalen. Te horen was dat [slachtoffer] de nodige klappen kreeg en dat door de aanwezigen van alles werd besproken en geregeld om ervoor te zorgen dat de opgelegde sancties ook daadwerkelijk en zo snel mogelijk konden worden geïnd.
Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij op 1 september 2017 – per toeval – aanwezig was bij de bijeenkomst van SMC in het clubhuis van het chapter [plaats 1] . Zelf is verdachte president geweest van het chapter [naam 1] ( [plaats 2] ). Hij heeft verklaard dat hij niet wist dat de bad standing van [slachtoffer] daar plaats ging vinden die avond. Verdachte heeft verder verklaard dat er meerdere mannen met vergelijkbare accenten (uit [plaats 3] ) aanwezig waren op 1 september 2017 en dat er ten aanzien van de vermeende stemherkenning misschien sprake was van verwarring.
Het primaire standpunt van de verdediging ten aanzien van de tenlastegelegde afpersing
Zoals ook door het gerechtshof 's-Hertogenbosch is overwogen in een arrest over een medeverdachte in deze zaak is het hof, anders dan de verdediging, van oordeel dat hetgeen heeft plaatsgevonden tijdens de zogenoemde ‘bad standing’ van [slachtoffer] op 1 september 2017 één doorlopend feitencomplex betreft en dat het op [slachtoffer] toegepaste geweld niet los kan worden gezien van het moeten afgeven van zijn motor, de kentekenpapieren en het geld (waaronder de betaling van de reparatiekosten van de motor). Immers, [slachtoffer] werd die dag door leden van motorclub SMC ter verantwoording geroepen. Op [slachtoffer] is, zo blijkt uit het dossier, tijdens die bijeenkomst aanzienlijk geweld uitgeoefend.
Het hof acht het ongeloofwaardig dat [slachtoffer] vrijwillig instemde met de afgifte van geld en goed, omdat hij zich bij toetreding tot SMC gecommitteerd zou hebben aan de regels van de club. Die regels zijn in juridische zin niet houdbaar gebleken, wat ook volgt uit een uitspraak van het gerechtshof Den Haag, waarin SMC als verboden vereniging is aangemerkt en het fenomeen ‘bad standing’ in strijd met de openbare orde werd geacht.
Zelfs als aangenomen zou worden dat een juridisch geldige titel bestond voor de afgifte van de motor, de kentekenpapieren en het geld, levert de onderhavige manier van incasseren, gepaard gaande met vooraf hevig toegepast geweld, van het verschuldigde naar het oordeel van het hof afpersing op.
Ten aanzien van het proces-verbaal van verhoor bij de raadsheer-commissaris van [slachtoffer] van 12 december 2022 waarin hij als getuige in een andere strafzaak heeft verklaard dat hij zijn motor en het geld vrijwillig heeft afgestaan, is het hof van oordeel dat deze verklaring als ongeloofwaardig ter zijde dient te worden geschoven, te meer nu [slachtoffer] niet over zijn op 1 september 2017 opgelopen verwondingen heeft willen verklaren, terwijl door het ziekenhuis gebroken ribben, een gebroken oogkas en een kapotte zenuw zijn geconstateerd.
Dat niet is gebleken dat de verdachte zelf profijt heeft gehad van het door [slachtoffer] moeten inleveren van zijn motor, de papieren daarvan en geld, maakt voorts niet dat hij niet in nauwe en bewuste samenwerking met de andere aanwezigen heeft gehandeld en minst genomen met het oogmerk anderen wederrechtelijk te bevoordelen heeft gehandeld.
Het subsidiaire standpunt van de verdediging ten aanzien van de rol van verdachte
Het hof overweegt ten aanzien van de rol van verdachte dat de stemherkenning, waaruit volgt dat verdachte in het proces-verbaal van uitwerking van de OVC-gesprekken van 1 september 2017 als MR (het hof begrijpt: [naam 2] ) wordt aangeduid, wel degelijk op de juiste wijze is onderbouwd. Zowel verbalisant [verbalisant 1] als verbalisant [verbalisant 2] geven apart van elkaar de redenen van wetenschap op ten aanzien van de herkenning van de stem van verdachte.
Het hof constateert op grond daarvan dat verdachte op goede gronden is aangemerkt als MR in voornoemd proces-verbaal. De stelling van verdachte – die hij voor het eerst in hoger beroep naar voren heeft gebracht – dat misschien sprake is geweest van verwarring met betrekking tot de stemherkenning, treft naar het oordeel van het hof daarom geen doel.
Voorgaande betekent naar het oordeel van het hof ook dat verdachte, anders dan hij zelf verklaarde, wel degelijk een belangrijke rol had bij hetgeen op 1 september 2017 plaatsvond.
Blijkens het proces-verbaal gaf verdachte verschillende instructies met betrekking tot het afhandelen van de bad standing. Zo heeft verdachte bijvoorbeeld gezegd dat heel de club te schande is gebracht en dat [slachtoffer] bij vragen van de buitenwereld niet de waarheid moet vertellen, maar moet zeggen dat hij ruzie heeft gehad en heeft gevochten met een ander vanuit SMC en dat hij en de ander daarom een bad standing hadden gekregen. Voorts heeft verdachte gezegd dat de papieren (het hof begrijpt: van de motor), het kenteken en het geld nu moeten komen en niet morgen, dat [slachtoffer] de rest van zijn leven blijft betalen als er ooit een ander verhaal (dan hetgeen hierboven uiteengezet over de reden van de bad standing die [slachtoffer] naar buiten toe zou moeten vertellen) de wereld in wordt geholpen.
Conclusie
Het hof verwerpt het verweer van de verdediging en is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer] heeft afgeperst.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2017 tot en met 6 september 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van:
- euro 5.500,-- en
- een motor (merk/type Ducati met kenteken [kenteken] ), en
- de kentekenpapieren van die motor, en
- de reparatiekosten van die motor (euro 1.896,--), toebehorende aan die [slachtoffer] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededaders:
- die [slachtoffer] naar de memberroom van de Satudarah Motor Club chapter [plaats 1] hebben laten komen, en
- in deze memberroom meermalen tegen het gezicht van die [slachtoffer] hebben geslagen, en
- aan die [slachtoffer] duidelijk hebben gemaakt dat die [slachtoffer] zijn motor moet inleveren, en
- aan die [slachtoffer] duidelijk hebben gemaakt dat die [slachtoffer] euro 5.500,- dient te betalen, en
- opdracht hebben gegeven aan die [slachtoffer] dat die [slachtoffer] tegen zijn vrouw moet zwijgen over dit voorval dan wel een verhaal niet in lijn met de ware gebeurtenissen dient te vertellen, en
- aan die [slachtoffer] dreigend de woorden hebben toegevoegd: "Als je ooit bij een andere club komt he, wij komen jou halen", en
- aan die [slachtoffer] duidelijk hebben gemaakt dat hij de kentekenpapieren moet inleveren, en
- met die [slachtoffer] naar de woning van die [slachtoffer] zijn gereden om aldaar een hoeveelheid geld en de kentekenpapieren op te halen, en
- opdracht hebben gegeven aan die [slachtoffer] dat hij naar buiten toe dient te zwijgen over de gebeurtenissen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich in groepsverband schuldig gemaakt aan een gewelddadige afpersing die zich afspeelde binnen Satudarah MC. Deze motorclub is inmiddels verboden, mede vanwege de afpersingen die door leden van de club en in groepsverband werden gepleegd. Verdachte heeft zijn eigen rol – na in hoger beroep daarover voor het eerst inhoudelijk te hebben verklaard – veel kleiner willen laten lijken dan die in werkelijkheid is geweest.
Het hof heeft rekening gehouden met de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 februari 2026. Daaruit volgt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld, maar niet voor een soortgelijk feit.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte verteld dat hij eind vorig jaar opnieuw vader is geworden en ook twee oudere zoons heeft, waarmee hij samenwerkt in een dakdekkersbedrijf. Voorts heeft verdachte verschillende plannen voor het opstarten van andere bedrijven. Verdachte heeft aangegeven sinds 2023 geen lid meer te zijn van SMC dan wel een andere motorclub.
Het hof heeft gelet op de strafoplegging in twee arresten van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, gewezen in zaken van medeverdachten in hetzelfde feitencomplex. Daarbij vindt het hof van belang dat, hoewel de rol van verdachte wel wordt gekwalificeerd als medeplegen, niet is gebleken dat verdachte zelf geweld heeft toegepast.
Het hof ziet, gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, aanleiding tot het opleggen van een andere straf dan door de rechtbank is opgelegd en ook anders dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof zou in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden hebben opgelegd. Het hof heeft echter ook acht geslagen op de zeer forse overschrijding van de redelijke termijn in onderhavige zaak. In hoger beroep alleen bedraagt die al ruim drie jaren en acht maanden.
Alles afwegende, acht het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, thans passend en noodzakelijk. Met oplegging van deze gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en kan anderzijds het voorwaardelijke strafdeel dienen als stok achter de deur voor verdachte.
De door de verdediging meer subsidiair verzochte schuldigverklaring zonder oplegging van straf in de zin van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht doet naar het oordeel van het
hof onvoldoende recht aan de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit en de omstandigheden waaronder het feit is begaan, zodat het hof die afdoeningsmogelijkheid ter zijde schuift.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. J. Hielkema en mr. A.J. Rietveld, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 25 maart 2026.