ECLI:NL:GHARL:2026:1821

ECLI:NL:GHARL:2026:1821

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer 21-003706-25
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Het hof heeft de minderjarige verdachte wegens negen gewelddadige strafbare feiten veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 202 dagen, met aftrek van voorarrest. Anders dan de rechtbank heeft het hof aan verdachte een voorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd met een proeftijd van twee jaren en daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Daarnaast heeft het hof de vorderingen van de verschillende benadeelde partijen deels niet-ontvankelijk verklaard, deels toegewezen en deels afgewezen.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte (hierna: [verdachte] ) heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de (regie)zittingen van het hof van 3 december 2025, 4 maart 2026 en 11 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de strafoplegging. De advocaat-generaal vordert oplegging van jeugddetentie gelijk aan de tijd die [verdachte] al heeft vastgezeten en oplegging van een voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: voorwaardelijke PIJ-maatregel). Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen vordert de advocaat-generaal bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat [verdachte] , haar moeder en haar raadsman, mr. A.R. Maarsingh, en de advocaat van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , mr. F. Flooren, hebben aangevoerd.

Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door [naam 1] van de Raad voor de Kinderbescherming en [naam 2] van de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering naar voren is gebracht.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan drie mishandelingen, vier keer openlijk geweld plegen, bedreiging en diefstal met geweld. [verdachte] was toen 13 en 14 jaar oud. De rechtbank Overijssel heeft [verdachte] veroordeeld tot 202 dagen jeugddetentie, met aftrek van de tijd die zij al heeft vastgezeten. Daarnaast heeft de rechtbank aan [verdachte] een PIJ-maatregel opgelegd, een maatregel waarin zij intensieve behandeling en begeleiding krijgt binnen een gesloten jeugdinrichting. Ook heeft de rechtbank de vorderingen tot schadevergoeding van twee benadeelde partijen toegewezen.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank Overijssel op juiste gronden heeft beslist. Het hof bevestigt het vonnis, behalve voor zover het betreft de strafoplegging. In zoverre vernietigt het hof het vonnis. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof namelijk tot een andere beslissing dan de rechtbank. Nu met deze vernietiging ten aanzien van de strafoplegging ook de schadevergoedingsmaatregel bij de vorderingen van de benadeelde partijen wordt vernietigd en de benadeelde partijen de oorspronkelijke vorderingen in hoger beroep hebben gehandhaafd, maar ook deels hebben verlaagd door de onherroepelijke toewijzing van schadevergoedingen aan medeverdachten, zal het hof ook een nieuwe beslissing nemen ten aanzien van deze vorderingen.

Het vonnis zal voor het overige worden bevestigd.

Oplegging van straf en maatregel

Persoonlijke omstandigheden

Omdat [verdachte] minderjarig is, past het hof het jeugdstrafrecht toe. Bij het bepalen van de straf en maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan negen gewelddadige strafbare feiten in een periode van nog geen jaar. [verdachte] heeft daarbij geen rekening gehouden met de gevolgen voor de vele slachtoffers. In het bijzonder het meest recente feit, de samen met anderen gepleegde diefstal met geweld, met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, is zeer ernstig. Het slachtoffer, [benadeelde 1] , is door een van de medeverdachten meermalen gestoken en heeft het maar net overleefd. Hij wordt als gevolg van hetgeen hem door [verdachte] en de medeverdachten is aangedaan, de rest van zijn leven geconfronteerd met de beperkingen van zijn lichaam. Zo moet hij bloedverdunners slikken en zal hij in de toekomst (opnieuw) geopereerd moeten worden. [benadeelde 1] geeft aan dat hij niet goed meer kan sporten, op school een achterstand heeft opgelopen en nog altijd kampt met de emotionele impact van wat hem is aangedaan.

[verdachte] en [benadeelde 1] zijn samen een mediationtraject aangegaan. In het gesprek dat ze hebben gehad heeft [verdachte] gezegd dat het nooit zover had mogen komen en heeft [verdachte] geluisterd naar wat voor gevolgen haar gedrag heeft gehad voor [benadeelde 1] . Het traject is voor beide partijen positief afgesloten.

[verdachte] is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.

Over [verdachte] zijn verschillende rapporten (waaronder door een kinder- en jeugdpsychiater en een GZ-psycholoog) uitgebracht. Uit de ook in eerste aanleg door de rechtbank betrokken rapporten volgt dat [verdachte] veel heeft meegemaakt in haar leven en dat er sprake is van diverse (psychische) stoornissen, waaronder een norm-overschrijdende gedragsstoornis, een ongespecificeerde psychotrauma- of stressor gerelateerde stoornis en een ernstig bedreigde en zorgelijke persoonlijkheidsontwikkeling (met o.a. borderline en antisociale trekken). Deze stoornissen waren ook tijdens het plegen van de strafbare feiten aanwezig en hebben het gedrag van [verdachte] beïnvloed. De feiten zijn [verdachte] in verminderde mate toe te rekenen. Zonder passende en afdoende behandeling is er sprake van een hoog risico op herhaald gewelddadig gedrag.

In hoger beroep zijn er updates gekomen in de vorm van een briefrapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 26 februari 2026 en een briefrapport van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: WSS) van 9 maart 2026. Uit deze brieven volgt dat zowel de Raad als de WSS het advies van een voorwaardelijke PIJ-maatregel blijven onderschrijven. De voorlopige hechtenis van [verdachte] is vanaf 8 september 2025 geschorst geweest. In de periode daarna is zij begeleid door de WSS. Ondanks de ook nu bestaande zorgen over [verdachte] en de mondelinge waarschuwing en officiële waarschuwing (een zogeheten “gele kaart”) die zij heeft ontvangen, zijn er veel positieve factoren te benoemen. [verdachte] gaat dagelijks naar dagbesteding en is zeer gemotiveerd om in de nabije toekomst weer naar school te gaan, hetgeen ook volgens de deskundigen heel belangrijk voor haar is. Op de zitting is het hof ook gebleken dat er stappen worden gezet in de richting van een MBO-opleiding. [verdachte] is aan het zoeken naar een bijbaan en houdt goed contact met de jeugdreclassering. [verdachte] houdt zich ook aan de afspraken met Accare. Het gegeven dat de behandeling daar nog onvoldoende van de grond is gekomen, ligt niet aan [verdachte] . Haar verdere ontwikkeling zal naar verwachting met vallen en opstaan gaan. Mits de behandeling goed op gang komt, kan een voorwaardelijke PIJ-maatregel slagen. Een uithuisplaatsing, waar eerder over gesproken werd, is volgens de Raad nu niet (meer) aan de orde. Eventueel kan de voorwaardelijke PIJ-maatregel gecombineerd worden met een ondertoezichtstelling (OTS). De OTS is dan bedoeld om moeder te ondersteunen in de opvoeding.

Op de zitting in hoger beroep is bovenstaande bevestigd door de hiervoor genoemde [naam 1] (van de Raad) en [naam 2] (van WSS).

Op te leggen straf

Gelet op enerzijds de ernst van de bewezenverklaarde feiten en anderzijds de jonge leeftijd en persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , zoals hiervoor weergegeven, acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 202 dagen, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Nu [verdachte] deze dagen al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, heeft zij de onvoorwaardelijke jeugddetentie daarmee al ondergaan.

Voorwaardelijke PIJ-maatregel

Gelet op hetgeen uit de rapportages is gebleken en hetgeen op de zitting in hoger beroep is aangevoerd, ziet het hof redenen om over te gaan tot oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Er is voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarden uit artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht. Bij [verdachte] was tijdens het begaan van de bewezenverklaarde feiten sprake van stoornissen. Het gaat (met uitzondering van de drie mishandelingen) om misdrijven waarop een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld dan wel om een in artikel 77s lid 1 onder a genoemd feit (bedreiging). De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen eisen, gelet op het vastgestelde recidivegevaar en de ernst van de, en de hoeveelheid aan bewezenverklaarde feiten, het opleggen van de PIJ-maatregel. Ten slotte is de maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [verdachte] (zoals blijkt uit de adviezen van de deskundigen).

Het hof onderschrijft bovengenoemde adviezen van de Raad en de WSS. Op de zitting heeft [verdachte] aangegeven dat zij bereid is mee te werken aan de te stellen bijzondere voorwaarden. Uit hetgeen de deskundigen en [verdachte] zelf hebben verklaard op de zitting, maakt het hof op dat [verdachte] deze kans verdient om te laten zien dat zij de goede weg kan (blijven) inslaan. Het hof gaat er vanuit dat [verdachte] deze kans grijpt en zich zal (blijven) inzetten voor de noodzakelijke behandeling en gedragsverandering. Dat de thuissituatie niet altijd stabiel is, is voor het hof geen reden om voor een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel te kiezen. De Raad en WSS hebben aangegeven de problemen in de thuissituatie goed in de gaten te houden en zij zullen via eventuele civielrechtelijke maatregelen ingrijpen als dat nodig is. Dat wordt door hen (en het hof) afdoende gevonden. Een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, waarbij [verdachte] langdurig in een gesloten jeugdinrichting wordt geplaatst, heeft weliswaar tot gevolg dat zij ‘uit de situatie’ gehaald wordt, maar heeft mogelijk ook schadelijke gevolgen voor haar ontwikkeling. Omdat [verdachte] vanaf september 2025 heeft laten zien dat zij zich redelijk goed aan de voorwaarden kan houden en openstaat voor adviezen, zal, naar het oordeel van het hof, een voorwaardelijke PIJ-maatregel volstaan. Mocht [verdachte] toch niet goed (kunnen) luisteren naar de adviezen die haar gegeven worden en toch weer in de problemen komen, dan kan dat tot gevolg hebben dat de voorwaardelijke PIJ-maatregel alsnog een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel wordt. Daarmee is de veiligheid van anderen voldoende gewaarborgd.

Het hof zal gelet hierop aan [verdachte] een voorwaardelijke PIJ-maatregel opleggen, met een proeftijd van twee jaren en met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals onderaan dit arrest genoemd.

Vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 3] (parketnummer 08-314879-24)

De ouders van [benadeelde 1] hebben allebei een vordering tot schadevergoeding ingediend wegens affectieschade. Deze vorderingen houden in dat [verdachte] wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 17.500,00 aan beide ouders afzonderlijk. De ouders van [benadeelde 1] zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. In hoger beroep hebben zij aangegeven dat de oorspronkelijke bedragen nog steeds worden gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoedingen.

Het hof is het eens met de hierna opgenomen overwegingen van de rechtbank ten aanzien van deze vorderingen en neemt deze over:

Of een naaste aanspraak kan maken op vergoeding van affectieschade vanwege ernstig en blijvend letsel van het slachtoffer, hangt in belangrijke mate af van de mate van blijvende functiestoornis bij het slachtoffer, waarbij ‘een zeer bijzondere ernst van letsel’ is vereist. De wetgever heeft als indicatie genoemd dat bij lichamelijk letsel bij een blijvende functiestoornis van 70% of meer in ieder geval sprake is van ‘ernstig en blijvend letsel’.

Het hof kan, evenals de rechtbank, niet vaststellen dat sprake is van een functiestoornis van 70% of meer. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partijen om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal de ouders van [benadeelde 1] daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen. De ouders van [benadeelde 1] kunnen hun vorderingen indienen bij de burgerlijke rechter.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (parketnummer 08-314879-24)

[benadeelde 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 34.149,35 ingediend. De gevorderde schade bestaat uit de volgende posten:

De advocaat van [benadeelde 1] , mr. Flooren, heeft ter zitting in hoger beroep aangegeven dat de vordering wordt gehandhaafd, met aftrek van de bedragen die aan de drie andere medeverdachten zijn toegewezen. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding met aftrek van het totaalbedrag dat in de zaken van de andere medeverdachten voor de verschillende schadeposten is toegewezen.

Oordeel van het hof

Het hof is het eens met de overwegingen van de rechtbank over de vordering van [benadeelde 1] . De rechtbank heeft vastgesteld dat [verdachte] en de medeverdachten allen aansprakelijk zijn voor de schade van [benadeelde 1] . Het grootste gedeelte van de schade ziet op de schade die [benadeelde 1] lijdt en heeft geleden door zijn letsel. Medeverdachte [medeverdachte 1] had daarin het grootste aandeel, waardoor de rechtbank heeft geoordeeld dat hij 70% van de schade moet betalen en [verdachte] en de andere twee medeverdachten elk 10%. De rechtbank heeft de vordering van [benadeelde 1] in de zaak van [verdachte] daarom toegewezen tot een bedrag van € 1.826,74.

Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat de gevorderde schade in verband met studievertraging niet vast is komen te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. In hoger beroep is er geen aanvullende onderbouwing van deze schade gegeven. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom kan [benadeelde 1] in dat deel van de vordering nu niet worden ontvangen. [benadeelde 1] kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Het hof acht ook voor het overige de door de rechtbank gemaakte verdeling ten aanzien van de schade juist. De telefoon wordt geschat op een bedrag van € 500,00. Daarvan is € 450,00 toegewezen aan de medeverdachten. De bedragen voor de kleding en de riem zal het hof, evenals de rechtbank, halveren omdat het om gebruikte kleding ging. Het bedrag van de ID-kaart wordt volledig toegewezen. Het hof stelt de omvang van de materiële schade vast op een bedrag van € 767,35. Daarvan is € 690,63 toegewezen aan de medeverdachten. De vordering is in hoger beroep met dat bedrag verminderd. In de zaak van [verdachte] wordt daarom nog € 76,72 toegewezen.

Op grond van artikel 6:106, aanhef en sub b, van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding anders dan voor vermogensschade als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Het hof stelt vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het hof acht het gevorderde schadebedrag van € 17.500,00, gelet op de ernst van het letsel en de onderbouwde (deels blijvende) gevolgen hiervan, billijk. Aan de medeverdachten is een bedrag van € 15.750,00 toegewezen. De vordering is in hoger beroep met dat bedrag verminderd. Het hof wijst de vordering in de zaak van [verdachte] daarom toe tot een bedrag van € 1.750,00.

Gelet op het voorgaande wijst het hof de vordering van [benadeelde 1] , evenals de rechtbank, toe tot een bedrag van (€ 1.750,00 + € 76,72) € 1.826,72, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2024.

Om te bevorderen dat de schade door [verdachte] wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op. Het aantal mogelijk op te leggen dagen gijzeling stelt het hof vast op nul dagen, gelet op de leeftijd van [verdachte] .

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

heeft een vordering tot schadevergoeding van € 585,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 350,00. [benadeelde 4] heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Op de zitting en op grond van het dossier is gebleken dat [benadeelde 4] rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 08-287563-24 bewezenverklaarde strafbare handelen van [verdachte] .

Het hof is het eens met de navolgende overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de vordering van [benadeelde 4] en neemt deze over:

Materiële schade

De rechtbank zal gebruikmaken van haar bevoegdheid om de omvang van de materiële schade te schatten. De Airpods worden geschat op een bedrag van € 100,00 in verband met afschrijving. De rechtbank zal de vordering voor dat deel toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2024. De rechtbank zal de benadeelde partij in de vordering voor het overige deel van de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Immateriële schade

Op grond van artikel 6:106, aanhef en sub b, van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding anders dan voor vermogensschade als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De rechtbank stelt vast dat [benadeelde 4] lichamelijk letsel heeft opgelopen aan haar gezicht en enkel. De rechtbank zal gebruikmaken van haar bevoegdheid om de omvang van de immateriële schade te schatten. De schade wordt naar billijkheid vastgesteld op een bedrag van

€ 250,00. De rechtbank zal de vordering voor dat deel toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2024.

Het hof wijst de vordering van [benadeelde 4] dus, evenals de rechtbank, toe tot een bedrag van € 350,00. De vordering wordt voor het overige deel afgewezen.

Om te bevorderen dat de schade door [verdachte] wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 36f, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 77aa, 141, 285, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de vorderingen van de benadeelde partijen en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 202 (tweehonderdtwee) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten 2 primair en 3 primair van de zaak met parketnummer 08/103738-24 en de bewezenverklaarde feiten onder de parketnummers 08/068843-24, 08/314879-24 primair en 08/287563-24, en het onder 3 bewezenverklaarde feit van de zaak met parketnummer 08/132058-24 de plaatsing van de verdachte in een inrichting voor jeugdigen.

Bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel na te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd, te weten

- dat [verdachte] zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William

Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS J&J) te [plaats] te bepalen periode en op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- dat [verdachte] meewerkt aan door WSS J&J noodzakelijk geachte ondersteuning of verwijzing naar hulpverleningsinstanties, die gedurende de begeleiding door de jeugdreclassering noodzakelijk wordt geacht om de kans op herhaling te verkleinen;

- dat [verdachte] zal meewerken aan een individuele (ambulante) behandeling zoals schematherapie en tevens systeemtherapie gericht op het gezinssysteem (zoals FFT) bij Accare, of soortgelijke instantie/zorgaanbieder, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk en nuttig acht;

- dat [verdachte] op geen enkele wijze, direct of indirect, contact heeft of zoekt met het slachtoffer [benadeelde 1] , geboren op 10 oktober 2009, tenzij de jeugdreclassering dit in het kader van herstelbemiddeling toestaat;

- dat [verdachte] op geen enkele wijze, direct of indirect, contact heeft of zoekt met de

medeverdachten:

 [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag 2] 2008;

 [medeverdachte 1] op [geboortedag 3] 2008;

 [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag 4] 2009;

 [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag 5] 2007,

zolang het Openbaar Ministerie en/of de reclassering dit verbod nodig acht(en);

- dat [verdachte] meewerkt aan het vormgeven van een zinvolle/structurele invulling van haar vrije tijd, waarbij de jeugdreclassering bepaalt wat zinvol is;

- dat [verdachte] onderwijs aan de VSO [naam school] volgt of een andere onderwijsinstelling, dan wel zinvolle dagbesteding heeft, waarbij de jeugdreclassering bepaalt wat zinvol is;

- dat [verdachte] zal verblijven bij haar moeder, op het adres: [adres] , voor zolang en zover de reclassering dat noodzakelijk acht.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat [verdachte] :

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.

Geeft opdracht dat de WSS J&J toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt, met uitzondering van de voorwaarden die zien op de contactverboden.

Geeft opdracht dat het openbaar ministerie toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden, voor zover die zien op de contactverboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-314879-24 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.826,72 (duizend achthonderdzesentwintig euro en twee-en-zeventig cent) bestaande uit € 76,72 (zesenzeventig euro en twee-en-zeventig cent) materiële schade en

€ 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-314879-24 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.826,72 (duizend achthonderdzesentwintig euro en twee-en-zeventig cent) bestaande uit € 76,72 (zesenzeventig euro en twee-en-zeventig cent) materiële schade en € 1.750,00 (duizend zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 21 september 2024.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-287563-24 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) bestaande uit € 100,00 (honderd euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-287563-24 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) bestaande uit € 100,00 (honderd euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 20 juni 2024.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Beveelt de opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J. Rietveld, mr. H.J. Deuring en mr. J.A.M. Kwakman, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 25 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?