ECLI:NL:GHARL:2026:1919

ECLI:NL:GHARL:2026:1919

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer 21-002308-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2024:3105

Samenvatting

Bankhelpdeskfraude. Veroordeling voor 1. medeplegen van oplichting 2. diefstal in vereniging door middel van valse sleutels 3. deelname aan een criminele organisatie en 4. het ontvangen en voorhanden hebben van gegevens die bestemd zijn tot het plegen van misdrijven. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Beslissingen op vorderingen van groot aantal benadeelde partijen.

Uitspraak

Inleiding

In deze strafzaak hebben 26 personen zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Daarnaast hebben De Volksbank, Rabobank en ABN AMRO zich in het strafproces gevoegd in verband met door hen vergoede schade aan meerdere benadeelden.

Een aantal van deze benadeelde partijen heeft op de zitting van 15 februari 2023 bij de rechtbank en/of op de zitting van 16 maart 2026 bij het hof een toelichting op de vordering gegeven. De benadeelde partijen vorderen verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen, te vermeerderen met de daartoe geldende wettelijke rente.

De rechtbank heeft een deel van de vorderingen geheel of gedeeltelijk toegewezen en een deel van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard. In hoger beroep heeft een deel van de benadeelde partijen de oorspronkelijke vordering gehandhaafd. In die gevallen ligt de gehele vordering voor ter beoordeling aan het hof. Voor zover een vordering niet is gehandhaafd, heeft het hof alleen te oordelen over het deel van de vordering dat door de rechtbank is toegewezen. In één geval, namelijk door benadeelde [benadeelde partij49] , is op het daartoe bestemde formulier aangekruist dat zij de vordering in hoger beroep verlaagt.

Standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de bepleite vrijspraak met betrekking tot de zaken 5, 6, 7, 22, 24, 26 en 35, de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun respectieve vorderingen.

Subsidiair heeft de raadsman ten aanzien van een aantal afzonderlijke zaaknummers de vorderingen (op onderdelen) betwist.

Oordeel van het hof

Vorderingen die in hoger beroep niet aan het hof voorliggen.

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde met betrekking tot (onder meer) zaaknummers 2, 10, 12 en 13.

De verdachte is met betrekking tot deze zaaknummers niet-ontvankelijk in het hoger beroep, omdat de rechtbank verdachte van deze zaaknummers heeft vrijgesproken. Dat betekent dat het hof met betrekking tot deze zaaknummers geen beslissingen kan nemen. Dat geldt ook voor de daarmee verband houdende vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij52] , [benadeelde partij5] , [benadeelde partij53] en [benadeelde partij54] . Zij zijn daarom niet in de hieronder weergegeven tabel vermeld.

Ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in hun respectieve vorderingen

Verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde handelen met betrekking tot meerdere zaaknummers waardoor de gestelde schade van een aantal benadeelde partijen zou zijn veroorzaakt. Het hof verklaart de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk in hun vordering tot schadevergoeding voor zover zij betrekking hebben op zaaknummers 5, 6, 7, 22, 24 en 26.

De inhoudelijke beoordeling van de vorderingen

Voor vergoeding aan de benadeelde partij komt overeenkomstig de regels van het materiële burgerlijk recht slechts in aanmerking de schade die de benadeelde partij heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige gedragingen van verdachte, voor zover deze schade op de voet van artikel 6:98 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aan de verdachte kan worden toegerekend. Deze schade kan bestaan uit vermogensschade en, voor zover de wet daarop aanspraak geeft, ander nadeel (artikel 6:95 lid 1 BW).

Beoordeling van de gevorderde materiële schade

Afgegeven en weggenomen geldbedragen

Het hof stelt vast dat voldoende verband bestaat tussen het onder feit 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte en de door de benadeelde partijen gestelde schade die is gelegen in de door hen afgegeven dan wel van hen weggenomen (gepinde) geldbedragen. Deze schadeposten, die door de verdediging niet zijn betwist, zijn voldoende onderbouwd. Het hof acht deze schadeposten (geleden verlies in de zin van artikel 6:96 lid 1 BW) ten aanzien van alle vorderingen toewijsbaar nu zij in voldoende mate zijn komen vast te staan. In de gevallen waarin (een deel van) deze schade reeds door een bank aan de benadeelde partij is vergoed, komt het reeds vergoede geldbedrag niet voor toewijzing in aanmerking.

Afgegeven en/of weggenomen goederen

In een aantal gevallen is schade gevorderd die verband houdt met (de vervanging van) goederen die door de benadeelden zijn afgegeven dan wel van hen zijn weggenomen. Ook dit betreft telkens materiële schade die in rechtstreeks verband staat met de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Het hof zal de hoogte van de schade per geval vaststellen. Het gaat om de navolgende benadeelde partijen en schadeposten.

[benadeelde partij25] (zaak 28)

De benadeelde partij [benadeelde partij25] heeft een bedrag van € 829,- voor de aanschaf van een nieuwe iPad en een bedrag van € 77,85 voor de aanschaf van een nieuw paspoort gevorderd.

Het hof acht de kosten voor het vervangen van het paspoort geheel toewijsbaar. Met betrekking tot de iPad acht het hof - evenals de raadsman – een schade overeenkomstig de dagwaarde van de oude iPad toewijsbaar. Het hof maakt gebruik van zijn schattingsbevoegdheid en begroot de schade op een bedrag van € 500,-. Deze schadeposten zullen in zoverre worden toegewezen.

[benadeelde partij32] (zaak 35)

De benadeelde partij [benadeelde partij32] heeft een bedrag van € 485,- gevorderd voor de aanschaf van een nieuwe telefoon. Met betrekking tot deze telefoon acht het hof - evenals de raadsman – een schade overeenkomstig de dagwaarde van de oude telefoon toewijsbaar. Het hof maakt gebruik van zijn schattingsbevoegdheid en schat de schade op een bedrag van € 350,-. Deze schadepost zal in zoverre worden toegewezen.

[benadeelde partij6] (zaak 39)

De benadeelde partij [benadeelde partij6] heeft een bedrag van € 199,96 gevorderd voor de vervanging van een tablet. Dit bedrag is onderbouwd met een kassabon van de aanschaf van een nieuwe tablet, waarop 20 procent afschrijving is toegepast omdat de oude tablet 1 jaar oud was. De hoogte van deze schade is naar het oordeel van het hof voldoende onderbouwd en is door de verdediging niet betwist. Het hof zal deze schadepost daarom volledig toewijzen.

[benadeelde partij1] (zaak 43)

De benadeelde partij [benadeelde partij1] heeft een bedrag van 125 euro gevorderd, zijnde de restwaarde van een laptop en een bedrag van € 51,50 voor installatiesoftware op de nieuwe laptop.

Het hof maakt gebruik van zijn schattingsbevoegdheid en schat de schade op het gevorderde bedrag van € 125,-, nu dat het hof niet onredelijk voorkomt.

Het hof is met betrekking tot de installatiesoftware voor de nieuwe laptop, anders dan de raadsman, van oordeel dat ook dit schade betreft die rechtstreeks verband houdt met de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten en dat het redelijk is in de zin van artikel 6:98 BW om deze schade toe te wijzen.

[benadeelde partij38] (zaak 44)

De benadeelde partij [benadeelde partij38] heeft een bedrag van € 500,- gevorderd voor een telefoon. Met betrekking tot deze schade acht het hof - evenals de raadsman - de dagwaarde van de oude telefoon toewijsbaar. Het hof maakt gebruik van zijn schattingsbevoegdheid en schat de schade op een bedrag van € 150,-. Deze schadepost zal in zoverre worden toegewezen.

[benadeelde partij7] namens [benadeelde partij8] (zaak 51)

De benadeelde partij [benadeelde partij7] heeft een bedrag van € 450,- gevorderd, zijnde de dagwaarde van een iPad. Dit bedrag is onderbouwd door op de nieuwwaarde een percentage in verband met afschrijving toe te passen. De hoogte van deze schade is naar het oordeel van het hof voldoende onderbouwd en is door de verdediging niet betwist. Het hof zal deze schadepost daarom volledig toewijzen.

[benadeelde partij50] (zaak 57)

De benadeelde partij [benadeelde partij50] heeft een bedrag van € 556,- gevorderd voor een weggenomen iPhone. Dit bedrag is onderbouwd door op de nieuwwaarde van € 606,- een door de inboedelverzekering vergoed bedrag van € 50,- voor audiovisuele- en computerapparatuur in mindering te brengen. Op de waarde van de telefoon is geen afschrijving toegepast, nu deze minder dan één jaar oud was. De hoogte van de gevorderde schade is naar het oordeel van het hof voldoende onderbouwd en is door de verdediging niet betwist. Het hof zal deze schadepost daarom volledig toewijzen.

Overige materiële schadeposten

[benadeelde partij49] (zaak 56)

De benadeelde partij [benadeelde partij49] heeft in eerste aanleg een bedrag van € 25,04 gevorderd, betreffende materiële schade. In hoger beroep heeft het hof een wensenformulier ontvangen waarop is vermeld dat de benadeelde partij het bedrag van de Rabobank vergoed heeft verkregen. Het hof begrijpt daaruit dat er geen resterende schade meer wordt gevorderd en zal de benadeelde partij [benadeelde partij49] daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

[benadeelde partij50] (zaak 57)

De benadeelde partij [benadeelde partij50] heeft een bedrag van € 100,- gevorderd in verband met het eigen risico van de inboedelverzekering. Het hof acht deze schadepost toewijsbaar nu er geen aanwijzingen zijn dat de benadeelde partij in het verzekeringsjaar 2023 het eigen risico heeft moeten aanspreken vanwege andere omstandigheden.

“Beveiligingskosten” (meerdere zaken)

Meerdere benadeelde partijen hebben materiële schade gevorderd die onder de noemer ‘beveiligingskosten’ kunnen worden geschaard. Dit betreft bijvoorbeeld de aanschaf van deurbelcamera’s, en van een vaste telefoon waarmee nummers geblokkeerd kunnen worden. Deze schadeposten staan naar het oordeel van het hof in voldoende rechtstreeks verband met de bewezenverklaarde feiten, zijn voldoende onderbouwd, en zijn niet door de verdediging betwist. Het hof zal deze schadeposten in de betreffende gevallen dan ook geheel toewijzen.

Vorderingen van de benadeelde partijen Rabobank, Volksbank, ABN Amro

De vorderingen van de benadeelde partijen Rabobank, Volksbank en ABN Amro bestaan uit een optelsom van bedragen die deze banken aan meerdere van hun klanten, die door het handelen van verdachte zijn benadeeld, hebben uitgekeerd om hen schadeloos te stellen. Het hof acht deze vorderingen toewijsbaar voor zover zij betrekking hebben op zaaknummers die onder de bewezenverklaring vallen. Dat betreft in het geval van Rabobank om een optelling van de (al dan niet gedeeltelijke) schadeloosstellingen aan aangevers in zaaknummers 33 ( [benadeelde partij30] ), 54 ( [benadeelde partij4] ), 55 ( [benadeelde partij48] ), 56 ( [benadeelde partij49] ). In het geval van Volksbank gaat het om een optelling van de (al dan niet gedeeltelijke) schadeloosstellingen aan aangevers in zaaknummers 49 ( [benadeelde partij43] ), 36 ( [benadeelde partij33] ), 50 ( [benadeelde partij44] ), 52 ( [benadeelde partij45] ). Ten aanzien van de ABN AMRO gaat het om een optelling van (al dan niet gedeeltelijke) schadeloosstellingen aan aangevers in zaaknummers 11 ( [benadeelde partij13] ), 14 ( [benadeelde partij2] ), 28 ( [benadeelde partij25] ), 30 ( [benadeelde partij27] ), 34 ( [benadeelde partij31] ), 34 ( [benadeelde partij32] ), 37 ( [benadeelde partij34] ), 39 ( [benadeelde partij6] ), 41 ( [benadeelde partij36] ), 42 ( [benadeelde partij37] ), 44 ( [benadeelde partij38] ), 45 ( [benadeelde partij39] ), 47 ( [benadeelde partij41] ), 48 ( [benadeelde partij42] ), 53 ( [benadeelde partij46] ), 46 ( [benadeelde partij24] ).

Wat betreft de daarnaast door Volksbank en ABN AMRO gevorderde onderzoekskosten, is het hof van oordeel dat het redelijk is (in de zin van artikel 6:98 BW) deze toe te wijzen, nu het aannemelijk is dat deze kosten zijn gemaakt en deze in voldoende rechtstreeks verband staan met de bewezenverklaarde feiten. Het hof zal de gevorderde onderzoekskosten van Volksbank toewijzen zoals gevorderd. Het hof zal de gevorderde onderzoekskosten van ABN AMRO slechts toewijzen naar het rato van het aantal benadeelden ten aanzien waarvan de feiten onder 1 en 2 zijn bewezenverklaard en voor zover de benadeelden klant waren bij ABN AMRO. Dat betekent dat het hof deze schadepost zal toewijzen tot een bedrag van (16 benadeelden x € 120,- =) € 1.920,-.

Beoordeling van de gevorderde immateriële schade

Op basis van artikel 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW kan een benadeelde aanspraak maken op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van niet-vermogensschade, indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn/haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn of haar persoon is aangetast.

Het hof stelt vast dat de benadeelde partijen in deze strafzaak telkens slachtoffer zijn geweest van één of meer vermogensdelict(en), namelijk telkens van (kortgezegd) oplichting en/of diefstal. Van lichamelijk letsel of een schending in zijn of haar eer of goede naam is dan ook geen sprake.

Van de hiervoor bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval

sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop

beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in

verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is

vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden

vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden

aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de

gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en

onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval

zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens

moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de

normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor

de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden

aangenomen.

[benadeelde partij14] (zaak 15)

De benadeelde partij [benadeelde partij14] heeft een bedrag van € 600,- aan immateriële schade gevorderd. Naar het oordeel van het hof kan deze schadepost volledig worden toegewezen, nu in de onderbouwing voldoende concreet is gemaakt dat in haar geval psychische schade is ontstaan, waarvoor zij EMDR-therapie heeft ondergaan. Het hof ziet geen aanleiding om de hoogte van deze schade, die niet is betwist, op een ander bedrag dan de gevorderde € 600,- te schatten.

[benadeelde partij1] (zaak 43)

De benadeelde partij [benadeelde partij1] heeft eveneens een bedrag van € 600,- aan immateriële schade gevorderd. Naar het oordeel van het hof kan deze schadepost volledig worden toegewezen, nu in de onderbouwing met een verslag van de GGZ voldoende concreet is gemaakt dat in haar geval psychische schade is ontstaan. Het hof ziet geen aanleiding om de hoogte van deze schade, die niet is betwist, op een ander bedrag dan de gevorderde € 600,- te schatten.

Overige gevorderde immateriële schadeposten

Ten aanzien van de overige benadeelde partijen die immateriële schade hebben gevorderd, heeft het hof terdege kennisgenomen van de veelal schrijnende situaties die achter de gevorderde bedragen schuilgaan. Het hof heeft daar oog voor en deze schadeposten zijn op zichzelf beschouwd dan ook invoelbaar.

De juridische lat voor toewijzing van immateriële schade ligt echter hoog. Van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in art. 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht. In deze zaak gaat het om vermogensdelicten waarvan naar het oordeel van het hof niet zonder meer kan worden gezegd dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Nu een wettelijke grondslag ontbreekt, is de gevorderde immateriële schade van de betreffende benadeelde partijen niet toewijsbaar.

Proceskosten

[benadeelde partij14] (zaak 15)

De benadeelde partij [benadeelde partij14] heeft een bedrag van € 74,58 aan proceskosten gevorderd. Het hof acht deze kosten voldoende onderbouwd en zal deze daarom toewijzen.

De overige benadeelde partijen hebben geen proceskostenvergoeding gevraagd. Het hof zal de proceskosten in al deze gevallen daarom begroten op nihil.

Niet toegewezen vorderingen of schadeposten

Het hof is van oordeel dat, indien en voor zover een vordering van een benadeelde partij niet of niet geheel wordt toegewezen, die benadeelde in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en dat elk van de benadeelde partijen zijn/haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Wettelijke rente

Het hof zal ten aanzien van elk van de in de tabel genoemde benadeelde partijen (genummerd als 1 tot en met 48) op de voet van artikel 36f de op te leggen betalingsverplichting vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum en over het bedrag zoals in de tabel in de kolom “Wettelijke rente per:” ten aanzien van elke toegewezen vordering is gespecificeerd. Ten aanzien van de vordering van de banken zal het hof de wettelijke rente toewijzen vanaf de laatste datum waarop de betreffende bank een benadeelde een (gedeeltelijke) schadeloosstelling heeft betaald.

Schadevergoedingsmaatregelen

Het voorgaande brengt met zich dat het hof ter zake van elke toegewezen vordering als hieronder vermeld in de tabel in de kolom “Toewijsbaar:” aan verdachte ter zake van de onder feiten 1 en/of 2 bewezen verklaarde ten behoeve van de desbetreffende benadeelde partij (telkens) de verplichting zoals bedoeld in artikel 36f Sr kan opleggen tot betaling aan de Staat van het geldbedrag zoals dat in de tabel in genoemde kolom bij iedere benadeelde partij afzonderlijk is vermeld. Het hof zal daar ook toe overgaan.

Om te bevorderen dat de toegewezen bedragen volledig worden betaald, zal de betalingsverplichting telkens worden aangevuld met een aantal dagen gijzeling zoals in de hierna weergegeven tabel in de klom “Aantal dagen gijzeling:” is vermeld, waarbij toepassing van de gijzeling ter zake van een toegewezen vordering de betalingsverplichting ter zake van die vordering niet opheft.

Omdat sprake is van meerdere schadevergoedingsmaatregelen, beloopt de aan de schadevergoedingsmaatregelen te verbinden gijzeling volgens bestendige jurisprudentie ten hoogste een jaar. Het hof zal het aantal dagen gijzeling daarom naar rato van het toewijsbare bedrag verdelen over de toewijsbare vorderingen.

Op grond van het voorgaande komt het hof tot het volgende overzicht.

Tabel met de beslissing van het hof ten aanzien van de vorderingen:

Beslag

Het hof zal het klassieke beslag, dat op de in de beslaglijst vermelde voorwerpen rust, opheffen. Het hof stelt vast dat op deze voorwerpen nog wel conservatoir beslag rust. Verdachte zal deze goederen daarom niet terugkrijgen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 140, 234, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van de onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde zaaknummers 2, 3, 4, 8, 9, 10, 12, 13 en 40 en ter zake van het onder 4 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met betrokkene opnemen voor de eerste afspraak;

- dat betrokkene zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, indien en zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek en/of andere problematiek;

- dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;

- dat verdachte meewerkt aan het aflossen van haar schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in haar financiën en schulden.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Schadevergoedingen

- Wijst de vorderingen van elk van de in de hierna weergegeven tabel genoemde benadeelde partijen ten aanzien van het onder feiten 1 en/of 2 bewezen verklaarde toe tot het bedrag zoals dat in de tabel in de kolom “Toegewezen:” staat vermeld en veroordeelt verdachte tot betaling van dat bedrag aan de betreffende benadeelde partij, iedere vordering telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum en over het bedrag zoals in de tabel in de kolom “Wettelijke rente per:” ten aanzien van elke toegewezen vordering is gespecificeerd.

- Bepaalt dat de in de tabel genoemde benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vordering en dat elk van de benadeelde partijen zijn/haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding die door elk van de benadeelde partijen is gemaakt, tot op heden begroot op € 74,58 ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij14] en de overige benadeelde partijen begroot op nihil, alsook – ten aanzien van iedere benadeelde partij afzonderlijk – in de kosten van betekening van dit arrest, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit arrest nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- Legt ter zake van elke toegewezen vordering als vermeld in de tabel in de kolom “Toegewezen:” telkens aan verdachte de maatregel op dat verdachte ter zake van het onder feit 1 bewezen verklaarde ten behoeve van de desbetreffende benadeelde partij (telkens) verplicht is tot betaling aan de Staat der Nederlanden van het bedrag zoals dat in de tabel in genoemde kolom bij iedere benadeelde partij afzonderlijk is vermeld, iedere toegewezen vordering telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum respectievelijk data en over het bedrag onderscheidenlijk de bedragen zoals in de tabel in de kolom “Wettelijke rente per:” ten aanzien van elke toegewezen vordering is gespecificeerd, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat telkens het aantal dagen gijzeling zoals in de tabel in de kolom “Aantal dagen gijzeling:” is vermeld kan worden toegepast.

De tenuitvoerlegging van de gijzeling ter zake van een toegewezen vordering als in de vorige zin vermeld laat de betalingsverplichting ter zake van die vordering onverlet;

- Bepaalt dat als verdachte met betrekking tot een van de hiervoor genoemde benadeelde benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan een van de hiervoor genoemde benadeelde partijen het aan die partij verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- Heft op het klassiek beslag (94 Sv) op de in de beslaglijst vermelde goederen en verstaat dat op deze voorwerpen nog conservatoir beslag blijft rusten.

Dit arrest is gewezen door mr. F.E.J. Goffin, mr. A.F. van Kooij en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier D.D. Drost en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 30 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?