[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] in [gemeente] ,
wonende te [postcode] [plaats] , [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat er op de zitting van zitting van het hof van 19 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E.A. Breetveld, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De militaire kamer in de rechtbank Gelderland heeft verdachte bij vonnis van 24 maart 2025 ten aanzien van de tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden (met aftrek van voorarrest). De militaire kamer heeft het inbeslaggenomen geldbedrag van € 6.055,- verbeurd verklaard.
Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Op de zitting bij de militaire kamer van de rechtbank Gelderland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
1.hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2021 tot 2 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een stof bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2019 tot 2 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 2C-B (4-bromo-2,5-dimethoxyfenetylamine) en/of XTC (3,4-methyleendioxymethamfetamine, MDMA) en/of 4-MMC (4-methylmethcathinon), zijnde cocaïne en/of 2C-B en/of XTC en/of 4-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.hij op of omstreeks 2 april 2024 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,92 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 285,67 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.hij op of omstreeks 2 april 2024 te [plaats] een of meer wapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk - een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, namelijk met een pistool van het merk Colt, model [type] en/of - een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, namelijk met een pistool van het merk Glock, model [type] , voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2021 tot 2 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een stof bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2019 tot 2 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 2C-B (4-bromo-2,5-dimethoxyfenetylamine) en/of XTC (3,4-methyleendioxymethamfetamine, MDMA) en/of 4-MMC (4-methylmethcathinon), zijnde cocaïne en/of 2C-B en/of XTC en/of 4-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.hij op of omstreeks 2 april 2024 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,92 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 285,67 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.hij op of omstreeks 2 april 2024 te [plaats] een of meer wapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk
- een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, namelijk met een pistool van het merk Colt, model [type] en/of
- een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, namelijk met een pistool van het merk Glock, model [type] , voorhanden heeft gehad.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met het de omstandigheid dat het zwaartepunt van de zaak ziet op de verkoop van softdrugs, te weten 3MMC. De raadsman verzoekt daarom om aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, in combinatie met een taakstraf en een geldboete.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna 2,5 jaar beziggehouden met de verkoop van met name softdrugs, te weten 3MMC. Daarnaast heeft verdachte verschillende soorten harddrugs verkocht en voorhanden gehad. De handel in soft- en harddrugs dient krachtig te worden bestreden. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs serieuze gezondheidsschade kunnen berokkenen aan de gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproblematiek. Bovendien gaan de handel en het gebruik van drugs in veel gevallen gepaard met allerlei vormen van andere criminaliteit. Het Hof rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij als militair heeft gehandeld in strijd met de waarden en normen van de krijgsmacht. Van militairen wordt integriteit, discipline en betrouwbaarheid verwacht. Het handelen in en het gebruiken van verdovende middelen staan hier haaks op en ondermijnen het vertrouwen in de krijgsmacht en de operationele inzetbaarheid. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet Wapens en Munitie door twee nabootsingen van vuurwapens voorhanden te hebben. Deze nabootsingen leken zodanig op vuurwapens, dat deze nabootsingen voor bedreiging en afdreiging geschikt waren.
Het hof heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Hoewel verdachte een blanco strafblad heeft en het hof oog heeft voor de gevolgen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor verdachte, is het hof van oordeel dat een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van de strafbare feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat verdachte zich gedurende een lange periode bezig heeft gehouden met de verkoop van verdovende middelen en dat hij alles bij elkaar een flinke hoeveelheid verdovende middelen heeft verkocht.
Het hof acht, alles afwegende, de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, passend en geboden en het zal deze straf dan ook opleggen.
Beslag
Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geld behoort aan verdachte toe. Het hof acht het niet aannemelijk geworden dat dat geld afkomstig is van het huwelijk van verdachte. Naar het oordeel van het hof is het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van in totaal € 6.055,- (geheel of grotendeels) door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten verkregen, zodat dit geldbedrag verbeurd zal worden verklaard.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag van in totaal € 6.055,-.
Dit arrest is gewezen door mr. R.H. Koning, mr. S. Bek en commandeur mr. F.E. Venema, militair lid, in aanwezigheid van de griffier mr. M.E. Ruiter en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 april 2026.
Commandeur mr. F.E. Venema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 2 april 2026.
Tegenwoordig:
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. M.C. Polfliet, advocaat-generaal,
mr. A.S. Janssen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.