ECLI:NL:GHARL:2026:1988

ECLI:NL:GHARL:2026:1988

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer 21-000071-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Onderzoek Mergel. Veroordeling tot 30 maanden gevangenisstraf ter zake van het gedurende langere tijd en op grote schaal telen van hennep in Duitsland, georganiseerd vanuit Nederland, en het voorhanden hebben van hennep. Gebruik van versleutelde informatie van telefoons (EncroChat en SKY ECC). Vrijspraak van witwassen. Verhullingshandeling niet bewezen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000071-24

Uitspraakdatum: 3 april 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 22 december 2023 met parketnummer 18-239712-21 in de strafzaak tegen

[Verdachte] ,

geboren op [Geboortedatum] 1977 in [Geboorteplaats] (Albanië),

wonende te [Adres] .

1. Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

2. Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 16 februari 2026, 17 februari 2026, 19 februari 2026 en 3 april 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling voor alle ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, en tot het beslissen over de inbeslaggenomen voorwerpen conform het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman,

mr. A.J. Admiraal, hebben aangevoerd.

3. Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte in eerste aanleg voor alle ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de rechtbank beslissingen genomen over de inbeslaggenomen zaken, namelijk:

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

4. Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank Noord-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 7 februari 2022 te [Plaats] (aan de [Adres] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 23,958 kilogram henneptoppen en/of 3,973 kilogram hennepknipsels, althans (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, een hoeveelheid/hoeveelheden van (een) middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 22 juni 2020 tot en met 30 november 2021 te [Plaats] (D) (in een pand/loods aan de [Adres] ), althans in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (uit JM1190, p. 5882) 1399 hennepplanten, althans (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, (telkens) een hoeveelheid/hoeveelheden van (een) middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 28 maart 2020 tot en met 7 februari 2022 te [Plaats] (D) (in een pand/loods aan de [Adres] ), althans in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (uit JM584, p. 4121) 1694 hennepplanten, althans 311 hennepplanten, in elk geval (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, (telkens) een hoeveelheid/hoeveelheden van (een) middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 28 maart 2020 tot en met 21 mei 2021 te [Plaats] (D) (in een pand/loods aan de [Adres] ), althans in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (uit JM376-01, p. 4346) 1414 hennepplanten, in elk geval (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, (telkens) een hoeveelheid/hoeveelheden van (een) middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.hij op of omstreeks 7 februari 2022 te [Plaats] , althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een geldbedrag (aangetroffen in een stofzuiger) van (ongeveer) € 85.000,-, althans één of meerdere (grote) geldbedrag(en),

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die geld(en) was/waren, en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) (sub a)

- en/of dat/die (meerdere) (grote) geldbedrag(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt (sub b),

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die geldbedragen en/of voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is ter zitting van het hof de vrijspraak bepleit van alle ten laste gelegde feiten.

Met betrekking tot feit 1 voert de raadsman aan dat niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht heeft gehad ten aanzien van de aangetroffen henneptoppen en hennepknipsels.

Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 heeft de raadsman ten eerste aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de gebruiker is van het EncroChat-account [Accountnaam] en/of van het Sky ECC-account [Accountnaam] . Met betrekking tot het Sky ECC-account wordt gebruik gemaakt van een stemherkenning door een verbalisant. Deze stemherkenning is niet bruikbaar voor het bewijs. De verbalisant heeft geen deskundigheid hiervoor, er is geen gebruik gemaakt van vergelijkingsmateriaal en het bestand is veel te kort om tot een betrouwbare stemherkenning te komen. Indien het hof van oordeel is dat de stemherkenning wel bruikbaar is voor het bewijs, heeft de raadsman verzocht om de zaak aan te houden teneinde een getuige-deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) te benoemen om op wetenschappelijk onderbouwde wijze stemvergelijkend onderzoek plaats te laten vinden.

Verder heeft de raadsman betoogd dat betrokkenheid van verdachte bij deze drie kwekerijen niet bewezen is en evenmin dat er sprake is van medeplegen door verdachte.

Met betrekking tot feit 5 heeft verdachte een verklaring afgelegd over de herkomst van het onder hem inbeslaggenomen geld, namelijk dat het de omzet was uit zijn onderneming [Onderneming] en dat hij, mede als gevolg van een eerder strafrechtelijk onderzoek, niet meer kon bankieren met deze onderneming. Deze verklaring is verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk.

Bewijsoverwegingen en oordeel van het hof

Inleiding

Naar aanleiding van anonieme meldingen en TCI-informatie in 2021 over handel in wiet en hennepstekken en het op grote schaal exploiteren van hennepkwekerijen vanuit [Onderneming] in [Plaats] en het door de politie al eerder (in 2020) aantreffen van hennep in die [Onderneming] , wordt besloten het onderzoek Mergel op te starten. Op basis van het onderzoek wordt zicht gekregen op een aantal locaties in Duitsland ( [Plaats] , [Plaats] en [Plaats] ) waar vermoedelijk hennepkwekerijen aanwezig zijn.

Het omvangrijke dossier van het onderzoek Mergel betreft onder meer de observaties van de politie, tapgesprekken tussen de verdachten, bakengegevens, zendmastgegevens en onderzoek aan de telefoons van de verdachten. Deze bewijsmiddelen hebben voornamelijk betrekking op de personen die een uitvoerende rol hebben gehad bij het exploiteren van de hennepkwekerijen. Dit zijn ook de personen die met enige regelmaat in de kwekerijen zijn geweest om werkzaamheden te verrichten en om spullen te brengen en/of op te halen.

Het dossier omvat ook het onderzoek aan het berichtenverkeer via de beveiligde communicatiediensten EncroChat en Sky ECC. Dit heeft voornamelijk betrekking op de personen die een organisatorische rol hebben gehad bij het exploiteren van de hennepkwekerijen. In deze berichten wordt overleg gevoerd, problemen worden besproken en beslissingen worden gemaakt.

Identificatie van de EncroChat- en Sky ECC-accounts

Het hof zal eerst ingaan op de identificatie van de belangrijkste EncroChat- en Sky

ECC-accounts die in het onderzoek Mergel naar voren zijn gekomen.

5.2.2.1 Accounts die kunnen worden toegeschreven aan [Verdachte]

EncroChat-account [Accountnaam]

Uit het proces-verbaal van bevindingen betreffende de identificatie van de gebruiker van het EncroChat-account [Accountnaam] blijkt, onder meer, het volgende:

[Accountnaam] is door de EncroChat-gebruikers [Accountnaam] en [Accountnaam] opgeslagen onder de namen ‘ [Naam] ’ en ‘ [Naam] ’. [Verdachte] is geboren in Albanië en eigenaar van een [Onderneming] in [Plaats] . Uit de chats met [Accountnaam] en [Accountnaam] blijkt dat [Accountnaam] een band heeft met [Plaats] . Hij spreekt regelmatig af in [Plaats] of geeft aan dat hij daar is. De EncroChat-gebruiker [Accountnaam] heeft [Accountnaam] opgeslagen onder de naam ‘ [Naam] ’. Met [Accountnaam] chat [Accountnaam] in het Albanees. [Accountnaam] en [Accountnaam] noemen [Accountnaam] ‘ [Naam] ’ of ‘ [Naam] ’. Tot slot valt de woning van [Verdachte] binnen het bereik van de zendmasten die door het toestel met IMEl-nummer [Nummer] gebruikt worden. Het toestel met dat IMEI-nummer kan gekoppeld worden aan [Accountnaam] .

Naar het oordeel van het hof lijken de namen ‘ [Naam] ’, ‘ [Naam] ’ en ‘ [Naam] ’ allemaal op ‘ [Verdachte] ’, de voornaam van [Verdachte] . Omdat [Verdachte] van Albanese afkomst is, kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat hij de Albanese taal beheerst. Ook het beheersen van de Albanese taal is een aanwijzing dat [Verdachte] de gebruiker is van het account [Accountnaam] . [Accountnaam] krijgt van andere gebruikers namen die ook wijzen op een Albanese afkomst.

Alles in samenhang bezien is het hof van oordeel dat het EncroChat-account [Accountnaam] kan worden toegeschreven aan [Verdachte] .

Sky ECC-account [Accountnaam]

Uit het proces-verbaal van bevindingen betreffende een lijst met Sky ECC-accounts aangetroffen op een telefoon blijkt, onder meer, het volgende:

In een Apple iPhone 6, die in gebruik was bij verdachte [Medeverdachte 1] , is een foto met een lijst

Sky ECC-accounts aangetroffen. In deze lijst staat achter het account [Accountnaam] de naam

‘ [Naam] ’.

Uit het proces-verbaal 'identificatie Sky-accounts [Accountnaam] , [Accountnaam] en [Accountnaam] ' blijkt onder meer het volgende:

De gebruiker van het Sky ECC-account [Accountnaam] laat op [Geboortedatum] 2021 weten dat hij

thuis is omdat [Naam] jarig is. [Verdachte] heeft een dochter genaamd [Naam] . Zij is geboren op [Geboortedatum]

2016.

Alles in samenhang bezien is het hof van oordeel dat er voldoende bewijs is dat [Verdachte] de gebruiker is van het Sky ECC-account [Accountnaam] .

Het voorwaardelijk verzoek van de raadsman om stemvergelijkend onderzoek te laten plaatsvinden behoeft geen verdere bespreking nu het hof de stemherkenning door de verbalisant niet voor het bewijs gebruikt.

5.2.2.2 Accounts die kunnen worden toegeschreven aan [Medeverdachte 2]

EncroChat-account [Accountnaam]

Uit het proces-verbaal 'identificatie [Accountnaam] ' blijkt, onder meer, het volgende:

[Accountnaam] heeft [Accountnaam] opgeslagen onder de naam ‘ [Naam] ’. Daarnaast geeft [Accountnaam] in een gesprek met het EncroChat-account [Accountnaam] aan dat [Accountnaam] het EncroChat-account is van [Medeverdachte 2] . [Medeverdachte 2] is werknemer geweest van de [Onderneming] van [Verdachte] ( [Accountnaam] ) en komt daar nog steeds. [Accountnaam] heeft het in verscheidene chats over ‘ [Getuige 1] ’. De partner van [Medeverdachte 2] heet [Getuige 1] .

Alles in samenhang bezien is het hof van oordeel dat het EncroChat-account [Accountnaam] kan worden toegeschreven aan [Medeverdachte 2] .

Sky ECC-account [Accountnaam]

Uit het proces-verbaal 'identificatie Sky-accounts [Accountnaam] , [Accountnaam] en [Accountnaam] ' blijkt onder meer het volgende:

[Accountnaam] ( [Verdachte] ) duidt de gebruiker van [Accountnaam] aan als ‘ [Medeverdachte 2] ’. Daarnaast staat op de eerder genoemde lijst met Sky ECC-accounts uit de Apple iPhone 6 van [Medeverdachte 1] achter het account [Accountnaam] de naam ‘ [Naam] ’. De gebruiker van [Accountnaam] heeft het in een chat met [Accountnaam] over ‘ [Getuige 1] ’. Tot slot geeft [Accountnaam] aan dat [Naam] bijna gaat bevallen en spreekt hij over een operatie van [Naam] . [Medeverdachte 2] heeft twee dochters genaamd [Naam] en [Naam] .

Alles in samenhang bezien is het hof van oordeel dat er voldoende bewijs is dat [Medeverdachte 2] de gebruiker is van het Sky ECC-account [Accountnaam] .

5.2.2.3 Accounts die kunnen worden toegeschreven aan [Medeverdachte 1]

EncroChat-account [Accountnaam]

Uit het proces-verbaal 'identificatie [Accountnaam] ' blijkt, onder meer, het volgende:

staat sinds 27 januari 2016 ingeschreven op het adres [Adres] in [Plaats] . Deze woning valt binnen het bereik van de zendmasten die door het toestel met IMEI-nummer [Nummer] , dat gekoppeld kan worden aan [Accountnaam] , in de nachtelijke uren worden aangestraald.

heeft samen met [Naam] een recycling bedrijf, genaamd [Onderneming] . Dit bedrijf is gevestigd op de [Adres] te [Plaats] . Deze locatie valt onder de dekking van de zendmasten die overdag het meeste worden gebruikt.

[Accountnaam] gebruikt het wachtwoord ‘ [Wachtwoord] ’. Het geboortejaar van [Medeverdachte 1] is [Wachtwoord] en hij rijdt in een [Wachtwoord] .

Uit de chats blijkt dat [Accountnaam] mr. J.P. Plasman als advocaat heeft. In een strafrechtelijk onderzoek uit 2019 heeft [Medeverdachte 1] aangegeven dat hij een voorkeursadvocaat wil, namelijk mr. J.P. Plasman.

Uit het proces-verbaal 'onderzoek encrochat [Accountnaam] met [Accountnaam] ’ blijkt, onder meer, het volgende:

In een gesprek met het EncroChat-account [Accountnaam] geeft [Accountnaam] het adres [Adres] in [Plaats] door. Vervolgens geeft hij aan “1 straat verder” en daarna “En erin”. Deze instructies passen bij een routebeschrijving naar [Onderneming] , het bedrijf van [Medeverdachte 1] en [Naam] .

Uit het proces-verbaal 'Afspraak [Accountnaam] bij [Onderneming] ' blijkt, onder meer, het volgende:

In een gesprek met het EncroChat-account [Accountnaam] geeft [Accountnaam] aan dat [Accountnaam] hier moet komen. Vervolgens stuurt hij een afbeelding met daarop het adres van [Onderneming] .

Uit het proces-verbaal 'onderzoek [Accountnaam] in relatie tot Facebook en Encro' blijkt, onder meer, het volgende:

[Accountnaam] verstuurt een foto van een jong kind dat een trui draagt van ‘the Lion King’. Op een foto op de Facebookpagina van [Medeverdachte 1] en zijn partner staat een jong kind met dezelfde trui.

Het hof heeft ter zitting van 16 februari 2026 waargenomen dat het kind op de foto van [Accountnaam] een zeer sterke gelijkenis vertoont met het kind op de Facebookpagina van [Medeverdachte 1] en zijn partner.

Alles in samenhang bezien is het hof van oordeel dat het EncroChat-account [Accountnaam] kan worden toegeschreven aan [Medeverdachte 1] .

Sky ECC-account [Accountnaam]

Uit het proces-verbaal van bevindingen 'identificatie SKY [Accountnaam] [Medeverdachte 1] ' blijkt, onder meer het volgende:

[Accountnaam] geeft bij [Accountnaam] ( [Verdachte] ) aan dat hij een nieuw account heeft. Hij schrijft hierbij: ‘maroc [Plaats] ’. [Medeverdachte 1] is van Marokkaanse afkomst en woont in [Plaats] .

In een gesprek over corona noemt de Sky ECC-gebruiker [Accountnaam] (door de politie geïdentificeerd als [Naam]) [Accountnaam] “Dr [Medeverdachte 1] ”.

Op 3 december 2020 sturen [Accountnaam] en [Accountnaam] meerdere spraakberichten naar elkaar. Hierbij spreekt [Accountnaam] meerdere malen aan met de naam ‘ [Medeverdachte 1] ’. De voornaam van [Medeverdachte 1] is [Medeverdachte 1] .

Op 5 december 2020 stuurt [Accountnaam] een foto van kenmerkende schoenen. Soortgelijke schoenen worden bij de doorzoeking in de woning van [Medeverdachte 1] aangetroffen.

Alles in samenhang bezien is het hof van oordeel dat er voldoende bewijs is dat [Medeverdachte 1] de gebruiker is van het Sky ECC-account [Accountnaam] .

5.2.2.4 Slotopmerking

Met betrekking tot de identificaties van bovenstaande accounts merkt het hof tot slot nog op dat de identificaties elkaar onderling ook versterken. De verdachten kennen elkaar. Daarnaast zijn ze allemaal gezien bij [Onderneming] in [Plaats] . Verder wordt in de chats gesproken over hennepteelt en ook - zoals hierna zal blijken - specifiek over de drie hennepkwekerijen in Duitsland. [Medeverdachte 2] , die een oud-werknemer is van [Verdachte] , heeft ook bekend dat hij bij deze kwekerijen betrokken is geweest.

Hennepkwekerij te [Plaats] (feit 2)

Op 7 februari 2022 treedt de Duitse politie het bedrijfspand aan de [Adres] in [Plaats] binnen. In het pand staan tien pallets met apparatuur voor een overdekte hennepkwekerij (ventilatoren, filters enz.). Eigenaar van het pand is [Naam] . Hij verklaart het pand te verhuren aan [Naam] en overhandigt een kopie van de huurovereenkomst aan de politie.

Hoewel er geen hennepkwekerij is aangetroffen in [Plaats] is het hof van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen is dat hier een hennepkwekerij heeft gezeten.

[Naam] heeft verklaard dat deze locatie in [Plaats] ‘ [Naam] ’ werd genoemd. Dit zou volgens haar gaan om een grote kwekerij van meer dan duizend hennepplanten. Ze is in januari/februari 2021 acht dagen op deze locatie geweest om hennep te knippen. Ze knipte daar met onder andere haar buurvrouw [Getuige 1] , [Medeverdachte 2] en [Naam] . Aan [Naam] zijn foto’s getoond van [Getuige 1] (foto 1), [Medeverdachte 2] (foto 2) en [Medeverdachte 3] (foto 6). [Naam] verklaart hierover dat op foto 1 haar buurvrouw [Getuige 1] staat, dat op foto 2 [Medeverdachte 2] staat en dat de man op foto 6 [Naam] is.[Naam] bevestigt haar verklaring in het verhoor bij de rechter-commissaris.

Dat de locatie in [Plaats] de bijnaam ‘ [Naam] ’ of ‘ [Naam] ’ had, blijkt ook uit het onderzoek aan de Samsung Galaxy S9+ die tijdens de doorzoeking in de woning van [Getuige 1] in beslag is genomen. Op deze telefoon zijn verschillende notities aangetroffen waarop staat vermeld wat er op bepaalde locaties wel of niet aanwezig is. De locaties die hierbij worden genoemd zijn onder andere ‘ [Naam] ’, ‘ [Naam] ’ en ‘ [Naam] ’.

Dit betreffen bijnamen van hennepkwekerijen in Duitsland. ‘ [Naam] ’ is de bijnaam voor de hennepkwekerij in [Plaats] en ‘ [Naam] ’ voor de hennepkwekerij in [Plaats] .

De namen ‘ [Naam] ’ en ‘ [Naam] ’ komen ook terug op een notitieblokje dat op 21 mei 2021 door de Duitse politie wordt gevonden in een Volvo XC60 met Nederlands kenteken. Deze Volvo staat op dat moment bij de hennepkwekerij in [Plaats] . Het vermoeden is dat er meerdere personen aanwezig waren in deze kwekerij op het moment dat de Duitse politie is binnengetreden, maar dat zij er vervolgens snel vandoor zijn gegaan en daarbij de Volvo hebben achtergelaten. In het notitieblokje staat één notitie met bovenaan ‘ [Naam] ’ en een andere met bovenaan ‘ [Naam] ’. Bij beide notities staan daaronder artikelen die gebruikt worden bij het telen van hennep, waarbij vermeld wordt hoeveel er van elk artikel nodig is.

Ook in de hierna te noemen EncroChat- en Sky ECC-berichten wordt telkens de locatie ‘ [Naam] ’ genoemd met betrekking tot een actieve hennepkwekerij in [Plaats] .

Op 7 april 2020 chat [Medeverdachte 2] via EncroChat aan [Verdachte] dat de [Naam] bijna klaar zijn, maar dat er problemen zijn met de stroom, het schakelbord en de afzuigers.

Uit het proces-verbaal van bevindingen 'Sky ECC-berichten [Plaats] ' blijkt onder meer het volgende:

berichten tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 2] :

- Op 22 juni 2020 bericht [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] dat het bij de [Naam] niet goed gaat, maar dat het drooghok afgebouwd is. Ze gaan weer bouwen en hij heeft de hoop dat het voor vrijdag kan lukken.

- Op 2 juli 2020 vraagt [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] of hij de buurvrouw van [Getuige 1] mee zal nemen. Hij spreekt [Verdachte] aan als 'Abi'.

- Op 13 september 2020 geeft [Verdachte] bij [Medeverdachte 2] aan dat als hij morgen naar [Naam] gaat, hij wat dingen mee moet nemen. [Medeverdachte 2] meldt dat alles wel goed is en dat hij nog in [Naam] is.

- Op 14 september 2020 stuurt [Verdachte] een foto naar [Medeverdachte 2] waarop ‘Industriering’ en ‘ [Plaats] ’ staat.

- Op 15 september 2020 antwoordt [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] dat de vrachtwagen is vertrokken en dat hij het juiste adres heeft gegeven.

- Op 17 september 2020 stuurt [Medeverdachte 2] een aantal afbeeldingen naar [Verdachte] die grote overeenkomsten vertonen met de loods in [Plaats] zoals deze door de Duitse politie is aangetroffen.

- Op 6 oktober 2020 chat [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] dat hij bij [Onderneming] is en dat hij gaat bestellen. [Verdachte] antwoordt dat hij "10 ker wietmerk di vor stekjes maken", "1000 van di swarte zonder gaatjes" en "1 zak perlit" moet bestellen en dat dit naar [Naam] moet. [Medeverdachte 2] chat aan [Verdachte] dat er 16 pallets aarde in de vrachtwagen passen en vraagt of er zoveel heen moeten. [Verdachte] antwoordt dat zoveel mee moet als past. [Medeverdachte 2] antwoordt dat het 7560 kost. [Verdachte] zegt dat het ok is en vraagt "wanir brengen". [Medeverdachte 2] antwoordt dat dat donderdag zal zijn.

- Op 27 oktober 2020 chat [Medeverdachte 2] in het Albanees aan [Verdachte] “de eerste is klaar". Daarbij stuurt hij een aantal afbeeldingen door waarop vijf stroken met potten te zien zijn. Deze potten zijn door de politie geteld en het blijkt te gaan om 1399 potten. Weer vertonen de afbeeldingen overeenkomsten met de foto’s die de Duitse politie heeft genomen in de loods aan de [Straat] te [Plaats] .

berichten tussen [Verdachte] en [Accountnaam]

- [Verdachte] en [Accountnaam] chatten in de Albanese taal.

- Op 6 oktober 2020 stuurt [Accountnaam] foto’s van hennepplanten in een loods naar [Verdachte] . [Accountnaam] chat aan [Verdachte] dat vandaag probeert die van “de moeders” klaar te maken. En dat hij wat moet gaan knippen want ze krijgen al toppen. Hij vraagt of [Naam] hem kan komen brengen. [Verdachte] antwoordt dat hij het verder wel regelt met [Naam] , dat de grond ook hier komt, want [Naam] is nu de grond aan het bestellen. [Verdachte] zegt het [Accountnaam] te laten weten over [Naam] .[Accountnaam] vraagt aan [Verdachte] wat hij met [Naam] heeft afgesproken. [Verdachte] antwoordt dat [Naam] donderdag komt, want dan zijn de materialen er ook.[Accountnaam] vraagt aan [Verdachte] wanneer hij [Naam] laat komen om de kasten en de stellingen te maken en om wat planten te komen knippen, want ze zijn gegroeid.[Verdachte] antwoordt dat [Naam] donderdag samen met [Naam] komt.

berichten tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 1]

- Op 27 augustus 2020 geeft [Medeverdachte 1] aan [Verdachte] aan dat dat hij blut is omdat hij 1800 euro aan benzine, boodschappen en materiaal heeft betaald en 1000 euro aan [Getuige 1] .

- Op 29 augustus 2020 chat [Medeverdachte 1] aan [Verdachte] dat hij het niet redt om alles te betalen. Hij heeft 40.000 euro betaald aan de pandeigenaar. Vervolgens vraagt [Verdachte] aan [Medeverdachte 1] of hij de pandeigenaar van ' [Naam] ' of ' [Naam] ' heeft betaald. [Medeverdachte 1] geeft aan dat hij die van [Naam] heeft betaald. [Medeverdachte 1] geeft aan dat hij alleen 10.000 euro borg en 6 maanden huur heeft betaald. [Verdachte] vraagt vervolgens aan [Medeverdachte 1] waarom hij nu al [Plaats] moet betalen, aangezien hij dacht dat dit aan het einde zou gebeuren. Vervolgens geeft [Medeverdachte 1] weer aan dat hij het niet redt met betalen. Hij heeft ook personeel dat hij moet betalen en heeft auto’s gekocht. [Verdachte] chat aan [Medeverdachte 1] dat zij samen deze dagen even gaan zitten en alles regelen. Verder geeft hij aan dat het geld van [Naam] ook bij [Medeverdachte 1] is.[Medeverdachte 1] chat aan [Verdachte] dat hij van [Naam] 104.000 euro heeft ontvangen en dat daarvan 30.000 euro aan huur is betaald en dat hij 10.000 euro aan borg heeft betaald. 20.000 euro zou hij aan [Medeverdachte 2] hebben gegeven en 30.000 euro aan gipsplaten en 20.000 euro aan autoverhuur.[Verdachte] antwoordt dat alles goed komt en dat ze alles samen gaan bekijken.

- Op 30 augustus 2020 chat [Medeverdachte 1] aan [Verdachte] dat de 350 stekken er ook zijn. [Verdachte] antwoordt dat deze stekken eerst bij [Medeverdachte 1] kunnen blijven en [Medeverdachte 2] ook met andere stekken komt. [Verdachte] gaat kijken wat de beste zijn en daarvan gaan ze moederplanten maken.

- Op 3 september 2020 chat [Verdachte] aan [Medeverdachte 1] dat [Medeverdachte 2] en [Naam] samen daar naar toe gaan en bespreken zij of zij met een bus of een bakwagen moeten gaan. [Verdachte] geeft aan dat hij misschien wel een bus van 'doichland' kan regelen.

- Op 26 oktober 2020 stuurt [Medeverdachte 1] aan [Medeverdachte 2] het bericht dat hij [Medeverdachte 2] wel kan afzetten. [Medeverdachte 2] antwoordt dat hij bij [Naam] aan het werk moet.

- Op 25 november 2020 stuurt [Verdachte] een foto van een keukenla waarin een stapel bankbiljetten van 50 euro ligt naar [Medeverdachte 1] . [Verdachte] zegt erbij dat daar het geld ligt wat hij heeft achtergelaten. De politie meldt hierover dat dit de keukenla is van de keuken in [Plaats] .

berichten tussen [Medeverdachte 2] en [Medeverdachte 1] :

- Op 31 augustus 2020 chat [Medeverdachte 1] aan [Medeverdachte 2] dat er 350 stekken in de loods liggen zoals ' [Naam] ' dat wilde. [Medeverdachte 2] antwoordt "Ja die moeten ook naar hok. Waar die jongens gaan." [Medeverdachte 1] chat vervolgens "hij zei van niet".[Medeverdachte 2] chat aan [Medeverdachte 1] dat ' [Naam] ' zei dat deze naar het hok met [Naam] moeten en moederplanten worden. [Medeverdachte 1] zegt dat hij zelf heeft gezegd dat "laat in loods".

berichten tussen [Medeverdachte 2] en het account [Accountnaam] :

- Op 28 augustus 2020 stuurt [Accountnaam] aan [Medeverdachte 2] het bericht dat hij 350 stekken voor hem heeft en noemt [Medeverdachte 2] 'baas'. [Medeverdachte 2] antwoordt dat die stekken naar [Naam] moeten.

- Op 15 september 2020 vraagt [Medeverdachte 2] aan [Accountnaam] of hij het adres door kan geven omdat hij een bestelling heeft gedaan bij de groothandel en die hebben het adres nodig waar het heen moet. Hierop stuurt [Accountnaam] een foto door waarop het adres " [Adres] " te zien is.

- Op 4 oktober 2020 stuurt [Medeverdachte 2] een bericht naar het account [Accountnaam] inhoudende dat hij de volgende ochtend vroeg naar [Naam] gaat en vraagt of hij iemand mee moet nemen.

- Op 15 december 2020 chat [Accountnaam] aan [Medeverdachte 2] dat "Jij, ik, [Naam] , [Naam] en [Naam] " er vanavond heen gaan.

- Op 18 december 2020 vraagt [Accountnaam] aan [Medeverdachte 2] wanneer hij weer bij [Naam] is, want hij is benieuwd naar het condensprobleem. [Medeverdachte 2] antwoordt dat hij daar vanavond is en dat hij van [Naam] pur mee neemt.

Op 15 juli 2020 vraagt [Medeverdachte 2] aan [Medeverdachte 1] wanneer ze bij “ [Naam] " gaan beginnen. [Medeverdachte 1] zegt dan "materiaal hier”. Op 23 september 2020 stuurt [Medeverdachte 2] een audiobericht naar [Medeverdachte 1] . Hierin vraagt hij waar [Medeverdachte 1] de nooddouche voor de [Naam] had gehaald.

Uit het proces-verbaal van bevindingen 'onderzoek chats tussen Sky-accounts [Accountnaam] en [Accountnaam] ’ blijkt onder meer het volgende:

Op 13 oktober 2020 vraagt [Verdachte] aan [Medeverdachte 2] waar hij is. [Medeverdachte 2] antwoordt: “Goede morgen abi. Ben bij [Naam] ”. [Verdachte] vraagt hem of hij die stekjes even kan afstellen naar 1 of 2 dagen. [Medeverdachte 2] vraag [Verdachte] of hij die 900 moet verplaatsen naar vrijdag. [Verdachte] antwoordt: “Ja abi vrijdag beter”.

Op 18 oktober 2020 vraagt [Verdachte] aan [Medeverdachte 2] hoe laat hij morgen naar ‘ [Naam] ’ gaat. [Medeverdachte 2] zegt dat hij vroeg wil gaan. [Verdachte] geeft vervolgens aan dat onder meer ‘ [Naam] ’ ook vroeg daarheen gaat.

Op 19 oktober 2020 vraagt [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] wanneer de stekjes komen. [Verdachte] zegt dat hij morgen [Naam] ziet en dat hij dan meer weet. [Verdachte] vraagt hoe het met de 1000 stekjes gaat en of ze wortels hebben.

Op 20 oktober 2020 vraagt [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] of er nog netten zijn, want die waren niet in de auto aanwezig. [Verdachte] geeft aan dat misschien ‘de jongens’ deze eruit hebben gehaald. [Verdachte] geeft aan dat hij op de zaak ook netten heeft, maar ook bij [Naam] in de loods liggen netten.

Op 30 oktober 2020 vraagt [Medeverdachte 2] om toestemming van [Verdachte] om de broer en neef van [Verdachte] mee te nemen naar [Plaats] . [Verdachte] antwoordt op 31 oktober 2020 dat dat geen probleem is.

Op 2 november 2020 vraagt [Verdachte] aan [Medeverdachte 2] of hij de naam van het dorp kan sturen voor ‘ [Naam] ’. Hierop stuurt [Medeverdachte 2] “ [Plaats] ”.

Op 1 december 2020 geeft [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] aan dat hij klaar is. Hij chat dat hij morgen naar ‘ [Naam] ’ moet en daarna naar ‘ [Naam] ’. [Getuige 1] gaat met hem mee.

Op 2 december 2020 stuurt [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] het volgende bericht: “Hoi 10 netten opgeruimd 22 kilo morgen nog 6 netten te doen.”

Op 4 december 2020 zegt [Medeverdachte 2] tegen [Verdachte] dat ze op 36,5 kilo zitten. Hij vraagt aan [Verdachte] hoeveel hij mee moet nemen. [Verdachte] zegt 25 kilo.

Op 7 december 2020 heeft [Verdachte] contact met [Medeverdachte 2] . Hij geeft aan dat ‘ [Naam] ’ het gereedschap mee moet nemen naar ‘ [Naam] ’. Hierop antwoordt [Medeverdachte 2] dat ‘ [Naam] ’ hem hier vanochtend naar heeft gevraagd.

Op 10 december 2020 chat [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] het volgende: “Dat [Naam] bij jou kwam om wiet te halen heeft hij toen 300 extra betaald had je die geld toen geteld”.en “ [Naam] heeft [Getuige 1] gezegd dat hij het heeft betaald die 300 bij jou toen hij wiet kwam halen”. [Verdachte] antwoordt dat [Naam] hem 10300 heeft betaald en 2 kilo heeft meegenomen. Hij moet nog 100 betalen.

Op 13 december 2020 vraagt [Verdachte] aan [Medeverdachte 2] of hij morgen bij ‘ [Naam] ’ is. [Medeverdachte 2] antwoordt dat hij vandaag terug is gekomen van ‘ [Naam] ’. [Verdachte] zegt hierop dat [Naam] er morgen naar toe wil, maar geen sleutel heeft. [Medeverdachte 2] antwoordt dat de sleutel op de zaak in de kast ligt.

Uit de zendmastgegevens van de telefoons van [Medeverdachte 2] , [Getuige 1] en [Medeverdachte 3] blijkt dat deze drie verdachten in de maanden oktober 2021 tot en met december 2021 regelmatig zendmasten aanstralen in of nabij [Plaats] . De zendmasten worden voor langere periodes aangestraald.

Uit de bakengegevens van de Opel Astra met kenteken [Kenteken] , in gebruik bij [Getuige 1] , en de bakengegevens van de Renault Clio met kenteken [Kenteken] , onder andere in gebruik bij [Medeverdachte 2] , blijkt dat beide voertuigen zowel bij [Onderneming] in [Plaats] als in [Plaats] zijn geweest.

Op de Apple iPhone 7, die tijdens de doorzoeking in de woning van [Medeverdachte 3] is aangetroffen, staan foto’s van een vermoedelijk aangepaste stroomtoevoer en van een loods met afgebroken en opgeslagen houten balken. Op de tijdstippen dat deze foto’s zijn genomen (14 oktober 2021 en 15 december 2021) straalde de telefoon een zendmast aan in de omgeving van [Plaats] .

Op de Samsung Galaxy AIO, die eveneens in de woning van [Medeverdachte 3] is aangetroffen, wordt [Medeverdachte 3] in verschillende berichten ‘ [Naam] ’ genoemd. Ook wordt er een foto aangetroffen van een offerte van [Onderneming] , [Adres] te [Plaats] .

Op 21 oktober 2021 is op de camerabeelden van de statische camera die op [Onderneming] gericht is, te zien dat [Medeverdachte 2] aan komt rijden in een Volkswagen Crafter met Duits kenteken [Kenteken] . Vervolgens is te zien dat [Verdachte] vier jerrycans inlaadt. Door het observatieteam is gezien dat [Medeverdachte 2] met de Volkswagen Crafter de grens over rijdt en uiteindelijk stopt bij de loods aan de [Straat] . Hier laadt hij meerdere dozen uit.

Op 26 oktober 2021 straalt de telefoon van [Getuige 1] een zendmast aan die in de directe omgeving van [Plaats] staat. Die middag ziet het observatieteam drie voertuigen bij de loods aan de [Straat] in [Plaats] . Twee van deze voertuigen, de Renault Clio met kenteken [Kenteken] en de Mazda 3 met kenteken [Kenteken] , zijn ook gezien bij [Onderneming] , bij de woningen van [Getuige 1] en [Medeverdachte 2] en/of aan het [Adres] (de verblijfplaats van [Medeverdachte 3] ).

Uit de bakengegevens van de Renault Clio met kenteken [Kenteken] blijkt dat dit voertuig op 12 november 2021 naar Duitsland rijdt. Het voertuig stopt vervolgens bij de woning van [Naam] , de huurder van de loods aan de [Straat] . Hierna rijdt het voertuig door naar de [Straat] in [Plaats] , waar het voertuig ongeveer een half uur blijft staan. Dit is in de directe nabijheid van de loods aan de [Straat] .

Het telefoonnummer van [Medeverdachte 3] beweegt gelijktijdig mee met de Renault Clio. Op de camerabeelden van een tankstation gelegen aan de [Snelweg] wordt [Medeverdachte 3] ook herkend als de bestuurder van die Renault Clio.

Op 18 november 2021 wordt door het observatieteam gezien dat [Getuige 1] , [Medeverdachte 2] en een onbekende vrouw in de Renault Clio met kenteken [Kenteken] naar [Plaats] rijden en daar stoppen bij de loods aan de [Straat] . De Renault Clio wordt vervolgens achteruit de loods ingereden. Ongeveer tien minuten later vertrekt de Renault Clio weer. Deze rijdt vervolgens naar de hennepkwekerij in [Plaats] .

[Medeverdachte 2] heeft bij de politie onder meer verklaard dat hij voedingsmiddelen heeft opgehaald en weggebracht naar de loods in [Plaats] .

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat er in de loods aan de [Straat] een hennepkwekerij van aanzienlijke omvang heeft gezeten. [Naam] verklaart hierover, [Medeverdachte 2] verklaart over het hiernaar toe brengen van voedingsmiddelen, via EncroChat en Sky ECC worden berichten gedeeld die duiden op een in werking zijnde hennepkwekerij en tot slot blijkt uit de zendmastgegevens, bakengegevens en observaties dat er meerdere verdachten met enige regelmaat bij de loods komen en daar dan ook langere tijd verblijven.

Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat niet de gehele ten laste gelegde periode bewezen kan worden, maar dat deze beperkt dient te worden tot de periode van eind oktober 2020 tot en met 21 november 2021. Hoewel er aanwijzingen zijn dat er ook op een eerder moment al activiteiten zijn geweest, kan niet bewezen worden dat er op dat moment al hennep werd geteeld. Op 27 oktober 2020 stuurt [Medeverdachte 2] via Sky ECC naar [Verdachte] een aantal foto’s met de tekst “de eerste is klaar". Op de foto’s - die overeenkomsten vertonen met de loods aan de [Straat] zijn rijen met potten te zien. De hennepkwekerij is op dat moment kennelijk gereed.

Ten aanzien van 'medeplegen' stelt het hof voorop dat vereist is dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het voltooien van het delict. Hiervoor moet sprake zijn van een intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict, die van voldoende gewicht is. De vraag of aan deze eis is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan het hof rekening houden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, zijn aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Verdachte moet een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het delict.

In de EncroChat-gesprekken is te lezen dat [Medeverdachte 2] [Verdachte] op de hoogte houdt over de hennepkwekerij in [Plaats] . Hetzelfde beeld komt naar voren in de Sky ECC-gesprekken. Daarin is tevens te lezen dat [Verdachte] instructies geeft aan [Medeverdachte 2] over spullen die hij mee moet nemen naar de kwekerij in [Plaats] . Verder vraagt [Medeverdachte 2] toestemming aan [Verdachte] om de buurvrouw mee te nemen. Ook worden er door [Medeverdachte 2] foto’s gedeeld met [Verdachte] van de loods in [Plaats] . In een gesprek tussen [Verdachte] en [Medeverdachte 1] geeft [Verdachte] aan dat als er materialen zijn, hij mensen kan regelen. Ook in dit gesprek is te lezen dat [Verdachte] instructies geeft aan [Medeverdachte 1] .

Uit de Sky ECC-berichten blijkt dat [Verdachte] een aanspreekpunt is voor [Medeverdachte 2] wat betreft het faciliteren en het maken van beslissingen over de kwekerijen. Daarnaast blijkt uit deze berichten dat verdachte ook samenwerkt met onder andere [Medeverdachte 1] . [Verdachte] checkt regelmatig bij [Medeverdachte 2] hoe het gaat en geeft instructies over het verzorgen van de planten en spullen die hij mee moet nemen naar [Plaats] .

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat voldoende is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het telen van hennep. Er is een rolverdeling waarbij [Verdachte] een leidinggevende rol vervult. Hij wil graag op de hoogte gehouden worden, geeft instructies en de andere verdachten komen bij hem met vragen. De rol van [Verdachte] is van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen. Daarmee acht het hof het onder 2 tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Hennepkwekerij te [Plaats] (feit 3)

Op 7 februari 2022 treedt de Duitse politie binnen in een pand aan de [Adres] te [Plaats] . Het pand betreft een voormalig restaurant met op de begane grond een kegelbaan. Op de voormalige kegelbaan treft de politie een hennepkwekerij aan. In één gedeelte van de kwekerij staan 836 potten, waarvan er 311 beplant zijn met stekken. In het andere gedeelte staan 858 potten die enkel gevuld zijn met plantenaarde en granulaat. Verder vindt de politie onder meer droognetten, plantenresten (vermoedelijk hennep) en plantenmest van het merk ‘Dutch Pro’.

[Naam] heeft verklaard dat zij in november of december 2020 voor het eerst is meegegaan om wiet te knippen. Zij heeft wiet geknipt in een pand van restaurant [Onderneming] in de buurt van [Plaats] . Deze locatie noemde ze ' [Naam] '. In de rechter ruimte heeft ze 845 planten geteld en in het andere deel stonden er nog meer. Ze is daar drie keer geweest om wiet te knippen.

Later hoorde zij dat het in [Plaats] was.

Dat de locatie in [Plaats] de bijnaam ‘ [Naam] ’ had, blijkt ook uit het onderzoek aan de Samsung Galaxy S9+ die tijdens de doorzoeking in de woning van medeverdachte [Getuige 1] in beslag is genomen. Op deze telefoon zijn verschillende notities aangetroffen waarop staat vermeld wat er op bepaalde locaties wel of niet aanwezig is. De locaties die hierbij worden genoemd zijn onder andere ‘ [Naam] ’, ‘ [Naam] ’ en ‘ [Naam] ’.

De namen ‘ [Naam] ’ en ‘ [Naam] ’ komen, zoals hiervoor bij de hennepkwekerij in [Plaats]

al genoemd, ook terug op een notitieblokje dat op 21 mei 2021 door de Duitse politie wordt gevonden in een Volvo XC60 met Nederlands kenteken. Deze Volvo staat op dat moment bij de hennepkwekerij in [Plaats] . Het vermoeden is dat er meerdere personen aanwezig waren in deze kwekerij op het moment dat de Duitse politie is binnengetreden, maar dat zij er vervolgens snel vandoor zijn gegaan en daarbij de Volvo hebben achtergelaten. In het notitieblokje staat één notitie met bovenaan ‘ [Naam] ’ en een andere met bovenaan ‘ [Naam] ’. Bij beide notities staan daaronder artikelen die gebruikt worden bij het telen van hennep, waarbij vermeld wordt hoeveel er van elk artikel nodig is.

In uitgeluisterde telefoongesprekken tussen [Medeverdachte 2] en [Getuige 1] wordt meerdere malen gesproken over ‘ [Naam] ’. Op 5 januari 2022 blijkt dat [Getuige 1] vanuit Nederland onderweg is naar [Medeverdachte 2] . [Getuige 1] geeft in het gesprek met [Medeverdachte 2] aan dat ze al aan de overkant is en dat ze nu naar [Naam] toe rijdt. Om 13:36 uur geeft ze aan dat ze met ongeveer twee minuten bij [Medeverdachte 2] is. Uit de zendmast gegevens blijk dat de GSM van [Medeverdachte 2] omstreeks 13:45 uur zendmast [Nummer] aanstraalt. Dit is een zendmast is in de omgeving van [Plaats] .

Ook is uit de hierna te noemen EncroChat- en Sky ECC-berichten in combinatie met het overige bewijs op te maken dat ‘ [Naam] ’ betrekking heeft op de hennepkwekerij in [Plaats] .

Uit het proces-verbaal van bevindingen 'EncroChats hennepkwekerij [Plaats] ' blijkt onder meer het volgende:

[Verdachte] heeft het account [Accountnaam] opgeslagen onder de naam ' [Naam] '.

Op 29 maart 2020 heeft [Verdachte] contact met [Accountnaam] . [Accountnaam] geeft aan dat iemand hem gevraagd heeft voor 100 stekjes en dat hij navraag zal doen. [Verdachte] geeft aan dat hij het nu niet kan regelen omdat hij thuis is. [Accountnaam] is iets bij elkaar aan het brengen en vraagt aan [Verdachte] aan wie hij het kan geven. [Verdachte] chat dat hij aan [Medeverdachte 2] kan geven die naar [Plaats] komt.

Op 30 maart 2020 hebben [Verdachte] en [Medeverdachte 2] contact met elkaar. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij aan het knippen is en dat de stekken morgen komen. [Verdachte] geeft aan dat [Medeverdachte 2] bij [Naam] langs moet gaan om te kijken naar de weed.

Verder wordt er op 30 maart 2020 gechat over voeding. Door [Medeverdachte 2] wordt aangegeven dat er een probleem is voor een auto met Nederlands kenteken. [Verdachte] vraagt of hij dan niet een auto van Mo mee kan nemen. Hij moet zeggen dat hij naar [Plaats] moet. [Verdachte] laat de ‘doitche turk' ook naar [Plaats] komen om geld te brengen.

Op 31 maart 2020 wordt door [Verdachte] een lijst met voedingsmiddelen voor het kweken van hennep gestuurd aan [Medeverdachte 2] . [Medeverdachte 2] neemt vervolgens contact op met [Medeverdachte 1] en vraagt of hij de Volvo kan meenemen omdat hij voeding naar Duitsland moet brengen; dat is voor [Naam] . [Medeverdachte 2] neemt vervolgens contact op met [Verdachte] en geeft aan dat hij gaat vertrekken. [Medeverdachte 2] vraagt aan [Verdachte] of de prijs hetzelfde is omdat de kwaliteit wel laag is. [Verdachte] geeft aan dat de prijs nog wel een puntje naar beneden kan. [Verdachte] geeft aan dat hij de Encro van [Medeverdachte 2] doorgeeft aan de 'Doicher'.[Verdachte] geeft vervolgens aan [Accountnaam] de encronaam [Accountnaam] door en zegt daarbij dat [Medeverdachte 2] vandaag naar [Plaats] komt. [Accountnaam] vraagt aan [Verdachte] hoelang [Medeverdachte 2] in [Plaats] blijft, want hij moet nog geld verzamelen.Later die dag (31 maart 2020) geeft [Accountnaam] aan [Verdachte] aan dat hij '10 k' aan [Medeverdachte 2] heeft gegeven. [Verdachte] chat vervolgens aan [Medeverdachte 2] dat hij naar ‘ [Naam] ’ moet gaan om te kijken wat hij heeft gedaan.

Op 21 april 2020 chat [Verdachte] met [Accountnaam] over het leveren van 'gras'.

Op 27 mei 2020 wordt er tussen [Medeverdachte 2] en [Verdachte] gechat wanneer [Medeverdachte 2] weggaat en dat het beter is dat hij in de auto met het Duitse kenteken gaat. [Medeverdachte 2] moet hierover overleg hebben met [Naam] . [Verdachte] chat aan [Medeverdachte 2] : "Jij moet van [Naam] segen dat je van dar moet je direct naar [Naam] water geven".

Op 29 mei 2020 chatten [Medeverdachte 2] en [Verdachte] over een knipmachine van België die mogelijk in de loods staat. [Medeverdachte 2] moet in verband hiermee mogelijk langs [Naam] .

Uit het proces-verbaal bevindingen ‘onderzoek chats tussen Sky-accounts [Accountnaam] (dat het hof hiervoor heeft gekoppeld aan [Medeverdachte 2]) en [Accountnaam] (dat het hof heeft gekoppeld aan [Verdachte] )’ blijkt onder mee het volgende:

Op 22 juli 2020 chat [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] dat hij met ‘ [Naam] ’ heeft gesproken en dat ze morgen bij [Verdachte] willen komen om te praten. [Verdachte] geeft aan dat ze wel naar [Plaats] mogen komen bij de IKEA en Mc Donalds. Dit gaat [Medeverdachte 2] doorgeven.

Op 20 augustus 2020 vraagt [Medeverdachte 2] om het KvK-nummer aan [Verdachte] . [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij dat moet doorgeven aan [Onderneming] . [Verdachte] verstuurd vervolgens om 07.35 uur twee foto’s van zijn Uittreksel van de Kamer van Koophandel. Het nummer [Nummer] is gekoppeld aan [Onderneming] , [Adres] in [Plaats] . Ook is hierop het woonadres van [Verdachte] te zien ( [Adres] in [Plaats] ).

Op 25 augustus 2020 geeft [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] aan dat hij op 26 augustus 2020 naar [Onderneming] gaat als gevolg van een onjuiste levering. Deze levering van goederen was bestemd voor ‘ [Naam] ’. Hij gaat het wisselen en komt dan naar [Plaats] .

Op 4 januari 2021 geeft [Verdachte] aan [Medeverdachte 2] de opdracht om eerst [Plaats] klaar te maken.

[Medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij twee keer hennep heeft geknipt in [Plaats] .

Uit de zendmastgegevens van de telefoons van [Medeverdachte 2] , [Getuige 1] en [Medeverdachte 3] blijkt dat zij in de maanden oktober 2021 tot en met februari 2022 regelmatig zendmasten aanstralen in of nabij [Plaats] . De zendmasten worden voor langere periodes aangestraald.

Uit de bakengegevens van de Renault Clio met kenteken [Kenteken] , onder andere in gebruik bij [Medeverdachte 2] , blijkt dat dit voertuig zowel bij [Onderneming] als bij [Plaats] is geweest.

Op 18 november 2021 wordt door het observatieteam gezien dat [Getuige 1] , [Medeverdachte 2] en een onbekende vrouw in de Renault Clio met kenteken [Kenteken] naar [Plaats] rijden en daar stoppen bij de loods aan de [Straat] . De Renault Clio wordt vervolgens achteruit de loods ingereden. Ongeveer tien minuten later vertrekt de Renault Clio weer. Deze rijdt vervolgens naar de hennepkwekerij in [Plaats] .

[Naam] heeft verklaard dat ze tijdens kerst twee dagen heeft geslapen in [Plaats] . Dit wordt bevestigd door een tapgesprek tussen [Medeverdachte 2] en [Getuige 1] van 23 december 2021 waaruit blijkt dat [Medeverdachte 2] [Naam] de volgende dag mee zal nemen zodat ze het over kan nemen van [Getuige 1] . [Getuige 1] zegt tegen [Medeverdachte 2] dat hij de TomTom op [Plaats] moet zetten. [Plaats] ligt vlakbij de veerdienst voor de overtocht richting [Plaats] .

Uit de verklaring van [Naam] blijkt dat de verdachten altijd met een veerpont in de buurt van [Plaats] richting [Plaats] gingen.

Op 7 december 2021 worden door de Duitse politie foto’s gemaakt van het pand aan de [Adres] te [Plaats] . Hierop is een wit busje te zien (een Fiat Ducato met kenteken [Kenteken] ). Uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoons van [Getuige 1] en [Medeverdachte 2] die dag een zendmast aanstralen in [Plaats] . Tevens werd op 5 december 2021 een gesprek gevoerd tussen [Getuige 1] en [Medeverdachte 2] . Hierin wordt gesproken over een Duits busje dat zij tot hun beschikking hadden. Uit de observaties blijkt het om hetzelfde busje te gaan.

Op 1 februari 2022 worden [Getuige 1] en [Medeverdachte 3] door de Duitse politie gezien in [Plaats] . Bij het pand aan de [Adres] zien zij een witte Volkswagen Passat. Het gaat om de Volkswagen Passat met kenteken [Kenteken] . In de ochtend van 1 februari 2022 is gezien dat [Medeverdachte 3] [Getuige 1] bij haar woning op heeft gehaald in deze Volkswagen Passat.Deze auto is ook een aantal keer bij [Onderneming] gezien. De eerste keer is op 18 januari 2022.Op 26 januari 2022 is deze Volkswagen Passat weer bij [Onderneming] gezien. [Verdachte] was op dat moment ook in het bedrijfspand aanwezig. Daarnaast is de auto op 2 februari 2022 nog een keer bij [Onderneming] gezien. [Verdachte] was toen de bestuurder van de auto.

[Verdachte] is op 7 februari 2022 door de politie aangehouden. Bij de insluitingsfouillering bleek dat [Verdachte] onder meer een stapeltje geld van in totaal € 540,00 bij zich had. Het stapeltje was voorzien van een handgeschreven briefje met daarop "23- [Getuige 1] ". Uit de inhoud van de al eerder genoemde tapgesprekken op 23 december 2021 tussen [Getuige 1] en [Medeverdachte 2] blijkt dat [Getuige 1] in de periode tot en met 23 december 2021 in de hennepkwekerij in [Plaats] aan het werk was.Het hof concludeert hieruit dat dit geld voor [Getuige 1] bestemd was als betaling voor de werkzaamheden in [Plaats] op 23 december 2021.

Het NFI heeft vergelijkend onderzoek gedaan met enerzijds monsters hennep uit de [Onderneming] en anderzijds monsters hennep uit de hennepkwekerij in [Plaats] . Het NFI heeft geconcludeerd dat de DNA-profielen van beide monsters volledig overeen komen. Dit betekent dat het materiaal afkomstig kan zijn van dezelfde moederplant.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat in het pand aan de [Adres] in [Plaats] een hennepkwekerij van aanzienlijke omvang heeft gezeten. De verklaring van [Naam] past bij de aangetroffen situatie, [Medeverdachte 2] heeft bekend dat hij hennep heeft geknipt in [Plaats] en uit de zendmastgegevens, bakengegevens en observaties volgt dat meerdere verdachten met enige regelmaat bij het pand komen en daar dan ook langere tijd verblijven.

Op grond van de hiervoor weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen oordeelt het hof dat voldoende is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het telen van hennep in [Plaats] . Uit de EncroChat- en Sky ECC-berichten blijkt dat [Verdachte] hierbij een leidende rol had. Hij geeft instructies, bepaalt de prijs, heeft overleg over de betaling, heeft ook geld bij zich voor de werkzaamheden van [Getuige 1] en daarnaast worden er via zijn [Onderneming] goederen besteld voor de hennepkwekerij in [Plaats] . De rol van [Verdachte] is van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen. Het hof zal derhalve het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen achten.

Het hof is van oordeel dat de bewezenverklaarde periode beperkt dient te worden tot de periode van november 2020 tot en met 7 februari 2022. [Naam] heeft aangegeven dat zij vanaf november of december 2020 mee is gegaan om te knippen. Daarnaast is in de telefoon van [Getuige 1] een notitie aangetroffen over ‘ [Naam] ’, die dateert van begin december 2020.

Hennepkwekerij te [Plaats] (feit 4)

Op 21 mei 2021 wordt er door de Duitse politie in een pand aan de [Adres] te [Plaats] een hennepkwekerij aangetroffen. Het pand betreft een voormalig hotel en restaurant met een bowlingbaan. Op de voormalige bowlingbaan treft de politie een hennepkwekerij aan van in totaal 1414 hennepplanten.

Op het moment van het betreden van de hennepkwekerij werd er hennep geknipt.

In het pand aan de [Adres] te [Plaats] vindt de politie in een slaapvertrek een portemonnee met het rijbewijs van [Getuige 1] en een kentekenbewijs dat eveneens op haar naam staat. Een zwarte Volvo XC60 met kenteken [Kenteken] is er achtergelaten.

In de kwekerij werden twee dactyloscopische sporen van [Medeverdachte 2] veilig gesteld.

In de achtergelaten Volvo XC60 met kenteken [Kenteken] vindt de politie een tankbonnetje van [Onderneming] , [Adres] in [Plaats] (Duitsland). Uit het Duitse onderzoek bleek bij het terug kijken naar de camerabeelden van de desbetreffende tankbeurt van 17 mei 2021 te 07.38 uur dat de bestuurder een vrouw was. Een begeleidend voertuig, die op de beelden te zien was, was de witte Fiat Ducato met het Duitse kenteken [Kenteken] . Deze Fiat Ducato werd bestuurd door een man. Verbalisant [Verbalisant] herkende de vrouw als zijnde [Getuige 1] en de man als zijnde [Medeverdachte 2] .

In de hoofdkweekruimte werd een dactyloscopisch spoor van [Medeverdachte 3] veiliggesteld.

[Naam] heeft verklaard dat zij één keer naar de hennepkwekerij in [Plaats] is geweest samen met onder andere [Getuige 1] , [Medeverdachte 2] en [Medeverdachte 3] . Ze zijn echter na een uur gevlucht omdat de politie er was.

[Naam] , een Duitse verdachte, heeft verklaard dat een paartje, [Getuige 1] en [Medeverdachte 2] , voor alles heeft gezorgd in de kwekerij aan de [Adres] te [Plaats] . Dat waren de 'tuiniers' die meestal ook bleven overnachten.

Uit het proces-verbaal van bevindingen 'onderzoek encrochats hennepkwekerij [Plaats] ' blijkt onder meer het volgende:

Op 2 april 2020 hebben [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] contact met elkaar. [Medeverdachte 1] geeft aan dat hij de blauwe auto nodig heeft omdat hij naar [Plaats] gaat om daar een kabel te maken.Hierop volgend geeft [Medeverdachte 1] aan dat hij ruzie heeft gemaakt met de pandeigenaar. De pandeigenaar heeft 90.000 ontvangen maar vindt dit niet genoeg. [Medeverdachte 2] vraagt of het om [Plaats] gaat. [Medeverdachte 1] geeft aan om de plek hier. Verder wordt er gechat over de kosten die gemaakt worden en dat [Medeverdachte 1] [Medeverdachte 2] en ' [Naam] ' nog moet betalen.

Op 4 april 2020 vraagt [Medeverdachte 1] aan [Medeverdachte 2] hoeveel slangen er in [Plaats] nodig waren.

Op 4 april 2020 chatten [Medeverdachte 1] en [Verdachte] dat ze elkaar gaan ontmoeten en dat [Medeverdachte 1] het geld van [Verdachte] heeft. [Medeverdachte 1] heeft met moeite stekken voor alle plekken. En geeft aan dat [Plaats] woensdag klaar is. Daarbij gaat het ook om stekken. [Medeverdachte 1] geeft aan dat de storing in het hok is opgelost. Dit had te maken met een kapotte afzuiger.

Op 5 april 2020 vraagt [Medeverdachte 1] aan [Verdachte] of [Medeverdachte 2] hem kan bellen. [Verdachte] geeft hierop aan dat hij hem ( [Medeverdachte 2] ) nu gaat schrijven. Gelijk hierop vraagt [Verdachte] aan [Medeverdachte 2] of hij [Naam] kan bellen.Vervolgens heeft [Medeverdachte 1] contact met [Medeverdachte 2] en geeft [Medeverdachte 1] aan dat de grens met Duitsland dicht gaat. [Medeverdachte 1] gaat alle stekken naar het huis in [Plaats] sturen. Het huis hebben ze tot de dertigste. In [Plaats] kan geslapen worden. Verder geeft [Medeverdachte 2] aan dat hij in de loods is en dat hij dekens nodig heeft. [Medeverdachte 1] antwoordt dat hij dekens op de sloop heeft.

In het vervolg op 5 april 2020 wordt er tussen [Medeverdachte 1] en [Verdachte] gechat dat de grens dicht is. [Verdachte] vraagt of de eigenaar in geval van nood niet iemand kan regelen om water te geven. [Medeverdachte 1] geeft aan dat de eigenaar gek is en dat hij deze 90.000 heeft gegeven en nog steeds klaagt. [Medeverdachte 1] gaat morgen naar [Plaats] om de kabel te maken. [Medeverdachte 2] vraagt aan [Medeverdachte 1] of hij [Naam] gelijk zal meenemen of later zal oppikken. [Medeverdachte 1] antwoordt dat hij hem gelijk mee moet nemen.

Op 6 april 2020 stuurt [Medeverdachte 1] een afbeelding van een nieuwsbericht door aan [Verdachte] . Hierin staat aangegeven dat er geen grenscontroles zijn bij de Nederlands - Duitse grens. Deze afbeelding heeft [Medeverdachte 1] daarvoor ontvangen van [Medeverdachte 2] . [Medeverdachte 1] chat aan [Medeverdachte 2] dat het luchtsysteem nog gemaakt moet worden. Dat de kabel klaar is en dat de potten op hun plek staan.

Op 6 april 2020 chat [Verdachte] in het Albanees met het account [Accountnaam] . Hierin komt naar voren dat [Accountnaam] een lijst met gewerkte dagen is vergeten mee te nemen. Deze is nodig voor overleg met de Marokkaan.

Op 8 april 2020 hebben [Medeverdachte 2] en [Medeverdachte 1] het onder andere over stroom en stekken. [Medeverdachte 1] wil weten hoeveel stekken er over zijn en de stekken moeten in de auto blijven.[Medeverdachte 1] stuurt twee foto's door aan [Medeverdachte 2] . De eerste betreft een foto van een betegelde binnenruimte met een open roldeur met daar achter een blauwe afvalcontainer. Uit de door de Duitse politie aangeleverde informatie blijkt dat deze foto afkomstig is van de locatie [Adres] te [Plaats] .

Op 15 april 2020 chat [Medeverdachte 2] met [Naam] en [Medeverdachte 1] . [Medeverdachte 2] vraagt aan [Naam] of hij onderweg is naar ‘ [Naam] ’. Hij zegt tegen [Naam] dat hij alle stekken kan meenemen. [Medeverdachte 2] chat aan [Medeverdachte 1] dat de grens open is en dat [Plaats] vrij is.

Vervolgens heeft [Medeverdachte 2] contact met [Medeverdachte 1] en [Verdachte] . [Medeverdachte 1] vraagt aan [Medeverdachte 2] of hij in ‘ [Naam] ' aan het werk gaat, geeft aan dat hij daar alles heeft gebracht en dat [Medeverdachte 2] de verdiensten met ‘ [Naam] ’ moet bespreken. [Medeverdachte 2] antwoordt dat hij ' [Naam] ’ zo spreekt. Hierop neemt [Medeverdachte 2] gelijk contact op met [Verdachte] en geeft aan dat hij net een bericht van ‘ [Naam] ’ heeft ontvangen met de vraag of hij ‘ [Naam] ’ wil klaarmaken en verzorgen. [Medeverdachte 2] wil van [Verdachte] weten wat de bedoeling is en wat hij wil. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij de helft (tien) heeft gekregen van [Medeverdachte 1] en dat hij de andere tien van [Verdachte] zou krijgen.

Op 16 april 2020 heeft [Medeverdachte 2] contact met [Medeverdachte 1] , [Verdachte] en het account [Accountnaam] . Omdat [Medeverdachte 1] stekken daar heeft vraagt hij aan [Medeverdachte 2] of hij al wat weet. [Medeverdachte 2] geeft aan nog op antwoord te wachten. Later op de dag hebben [Medeverdachte 2] en [Verdachte] contact met elkaar. Hierbij geeft [Verdachte] aan dat hij samen met [Medeverdachte 2] en [Naam] gaat bespreken hoe ze het in [Plaats] gaan doen. Vervolgens neemt [Accountnaam] contact op met [Medeverdachte 2] . [Medeverdachte 2] geeft hierbij aan dat hij morgen komt. [Accountnaam] had van de ‘ [Naam] ’ begrepen dat hij vandaag zou komen. [Medeverdachte 2] geeft aan dat ze morgen met twee man komen.

Op 17 april 2020 heeft [Medeverdachte 2] contact met [Accountnaam] , [Medeverdachte 1] en [Naam] . Hierbij vraagt [Medeverdachte 2] aan [Accountnaam] om het adres in [Plaats] door te sturen. [Accountnaam] stuurt het adres ' [Adres] ' door en geeft door waar de sleutel ligt. [Medeverdachte 2] geeft vervolgens door aan [Medeverdachte 1] dat ze in ‘ [Naam] ’ zijn en dat [Medeverdachte 1] goed heeft opgeruimd, omdat wat hij nodig heeft ook weg is. Door [Medeverdachte 1] wordt aangegeven dat [Medeverdachte 2] kan kopen wat hij nodig heeft.

Op 18 april 2020 heeft [Medeverdachte 2] contact met [Accountnaam] en [Medeverdachte 1] . [Accountnaam] geeft aan dat hij bij [Medeverdachte 2] komt. [Medeverdachte 2] vraagt of hij eten voor hen mee wil nemen. Bij [Medeverdachte 1] geeft [Medeverdachte 2] aan dat één kant klaar is en dat de andere kant nog moet en dat hij volgende week terug komt voor frisse lucht en een paar kleine dingen.Uit de verstrekte informatie van de Duitse politie blijkt dat de ontmantelde hennepkwekerij in [Plaats] over twee gedeelten beschikte.

Op 20 april 2020 vraagt [Medeverdachte 1] aan [Medeverdachte 2] of hij morgen naar [Plaats] gaat. Volgens [Medeverdachte 1] gaat de Rus ook en hij vraagt of [Medeverdachte 2] dan de blauwe auto wil meenemen. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij met witte bus naar [Plaats] gaat en daar de blauwe pakt.

Op 21 april 2020 heeft [Medeverdachte 2] contact met [Verdachte] , [Accountnaam] en [Medeverdachte 1] . [Medeverdachte 2] geeft bij [Verdachte] aan dat hij in [Plaats] een paar dingen aan het klaar maken is. [Verdachte] geeft aan dat het belangrijk is dat het goed gedaan wordt, dat het anders gaat stinken en het dan mis gaat. [Medeverdachte 2] heeft het over tien filters aan elke kant. Volgens [Verdachte] is dat goed. [Accountnaam] geeft bij [Medeverdachte 2] aan dat hij rond 14.00 à 15.00 uur bij hem is. [Medeverdachte 2] bespreekt met [Medeverdachte 1] dat er op één groep geen stroom is. Ook worden muren en roosters besproken. [Medeverdachte 1] geeft aan dat [Medeverdachte 2] samen met iemand anders naar [Plaats] moet komen.

Op 23 april 2020 geeft [Medeverdachte 1] aan [Medeverdachte 2] door dat morgen om vijf uur de elektricien komt.

Op de 24 april 2020 geeft [Medeverdachte 2] bij [Accountnaam] aan dat hij 's avonds met elektricien komt. Door [Accountnaam] wordt aangegeven hoe [Medeverdachte 2] binnen moet komen. Hiervoor moet hij een kast van de muur schuiven. Daar achter zit dan een verborgen deur.

Op 25 april 2020 heeft [Medeverdachte 2] contact met [Accountnaam] en [Medeverdachte 1] . [Medeverdachte 2] geeft bij [Accountnaam] aan dat ze het probleem met de stroom voorlopig hebben opgelost, maar dat ze kijken naar een oplossing voor de langere termijn. Aan [Medeverdachte 1] geeft [Medeverdachte 2] door dat er 16 lampen minder zijn en er aanpassingen aan het bord zijn gemaakt.

Op 26 april 2020 geeft [Medeverdachte 2] bij [Medeverdachte 1] aan dat hij morgen naar ‘ [Naam] ' gaat en dat hij [Naam] mee vraagt. Ook vraagt hij aan [Medeverdachte 1] of hij de Volvo mee kan nemen.

Op 27 april 2020 heeft [Medeverdachte 2] contact met [Accountnaam] en [Medeverdachte 1] . [Accountnaam] vraagt wanneer [Medeverdachte 2] komt. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij morgen komt. Volgens [Accountnaam] is dat een probleem om dat de huismeester er dan met de loodgieter is. En de planten worden al droog. [Medeverdachte 2] spreekt af dat hij morgenavond komt. Dit wordt door [Medeverdachte 2] ook met [Medeverdachte 1] overlegd. [Medeverdachte 1] vraagt aan [Medeverdachte 2] of hij nog stekken of lampen moet regelen in ‘ [Naam] ’ of ‘ [Naam] ’. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij 16 lampen weghaalt en de dode stekken wisselt en dat hij nu niets nodig heeft. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij morgen naar ‘ [Naam] ’ gaat met [Naam] .

Op 28 april 2020 vraagt [Medeverdachte 1] aan [Verdachte] of [Medeverdachte 2] zijn Encro aan kan doen. [Medeverdachte 2] geeft vervolgens aan [Medeverdachte 1] aan dat zijn telefoon raar doet.[Accountnaam] deelt [Medeverdachte 2] mee dat hij de sleutel op een andere plek heeft verstopt. [Medeverdachte 2] geeft [Accountnaam] aan dat hij morgen komt.

Op 29 april 2020 geeft [Medeverdachte 2] bij [Accountnaam] aan dat ze er zijn en dat hij de sleutel heeft gevonden.

Op 30 april 2020 blijkt uit de chats tussen [Medeverdachte 2] en [Accountnaam] dat [Medeverdachte 2] in [Plaats] aan het werk is. Er wordt olie voor het huis geleverd daarom doet [Medeverdachte 2] het licht uit en heeft de deur van binnenuit afgesloten. [Medeverdachte 2] chat aan [Medeverdachte 1] aan dat hij veilig is aangekomen dat ze gaan toppen, water geven en dat ze morgen vroeg gelijk door gaan naar een ander hok om water te geven. ’s Avonds geeft [Medeverdachte 2] bij [Medeverdachte 1] aan dat ze terug zijn en vraagt hij of hij de blauwe Volvo mee kan nemen.

Op 1 mei 2020 heeft [Medeverdachte 2] contact met [Medeverdachte 1] en geeft aan dat hij water moest geven en niet nog een dag kon wachten, omdat hij al twee dagen te laat was. En dat hij om halfzeven de grens al over was. Verder geeft [Medeverdachte 2] aan dat ‘ [Naam] ’ wel een probleem heeft met de vieze lucht naar buiten.

Op 2 mei 2020 vraagt [Accountnaam] aan [Medeverdachte 2] waar de sleutel voor het toilet is.

Op 6 mei 2020 vraagt [Accountnaam] aan [Medeverdachte 2] wanneer hij weer komt. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij donderdag komt en één nacht daar blijft.[Medeverdachte 2] vraagt aan [Medeverdachte 1] welke auto hij mee kan nemen voor morgen en dat hij deze keer alleen gaat.

Op 7 mei 2020 geeft [Medeverdachte 1] bij [Medeverdachte 2] aan dat hij zelf de Volvo gebruikt en dat die ‘ [Naam] ’ deze week de Audi brengt. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij de Volvo heeft gepakt en dat hij morgenavond terug komt. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij in [Plaats] is. [Medeverdachte 2] heeft het over het andere hok op de terugweg.[Medeverdachte 1] chat aan [Medeverdachte 2] dat hij met de pandeigenaar heeft gesproken en vraagt hoelang die nog moet. Bij [Accountnaam] geeft [Medeverdachte 2] aan dat hij er is. [Accountnaam] vraagt of hij open kan maken, omdat ze er zijn.In de middag chatten [Medeverdachte 2] en [Medeverdachte 1] over losse kabels met stroom erop. [Medeverdachte 2] geeft aan dat het klopt dat hij ze heeft uitgeschakeld voor warmte en dat elke [Naam] met 18 lampen nu met 14 lampen is.

Op 13 mei 2020 vraagt [Verdachte] aan [Medeverdachte 2] of hij in de buurt is. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij in ‘ [Naam] ’ is.

Op 17 mei 2020 vraagt [Accountnaam] een [Medeverdachte 2] om de sleutel van beneden. Even later geef hij aan de sleutel te hebben gevonden.

Op 21 mei 2020 vraagt [Accountnaam] aan [Medeverdachte 2] wanneer hij weer komt. [Medeverdachte 2] reageert op 22 mei 2020 dat hij er is. [Accountnaam] vraagt of hij gelijk open kan doen want een collega en zijn medewerker komen.Aan het eind van de middag geeft [Medeverdachte 2] bij [Accountnaam] aan dat hij weg wou gaan en dat er twee personen zijn gekomen die ook een sleutel van de deur hebben. [Accountnaam] geeft aan dat dit een vriend is die het boven klaar maakt.

Op 29 mei 2020 geeft [Medeverdachte 2] bij [Accountnaam] aan dat hij er weer is. [Verdachte] vraagt aan [Medeverdachte 2] of hij vandaag in de buurt is. [Medeverdachte 2] geeft aan dat hij elke donderdag en vrijdag in ‘ [Naam] ’ aan het werk is. Dat ze morgen naar ' [Naam] ’ gaan. Hij vraagt aan [Verdachte] of hij in [Plaats] is. Dit wordt bevestigd door [Verdachte] .

Op 31 mei 2020 stuurt [Medeverdachte 1] een afbeelding van een hennepplant naar [Verdachte] .

Op 1 juni 2020 geeft [Accountnaam] bij [Medeverdachte 2] aan dat dat ze problemen hebben met 'spinnen' en stuurt [Accountnaam] aan [Medeverdachte 2] een foto door van hennepplanten. [Medeverdachte 1] geeft vervolgens bij [Medeverdachte 2] aan dat ze veel last hebben.[Medeverdachte 2] geeft bij [Accountnaam] aan dat hij het weet en dat hij vrijdag komt en dat hij dan gelijk iets tegen spint geeft. Bij [Medeverdachte 1] geeft [Medeverdachte 2] aan dat hij eerst het net klaar maakt en dan met gif spuit. Als hij het nu doet dan valt alles om.

De locatie in [Plaats] wordt ook regelmatig ‘ [Naam] ’, ‘ [Naam] ’ of‘ [Naam] ’ genoemd in de EncroChat-berichten. Dat hiermee de hennepkwekerij in het pand aan de [Adres] te [Plaats] bedoeld wordt blijkt, naast uit de inhoud van de chatberichten, ook uit een foto die door [Medeverdachte 1] naar [Medeverdachte 2] wordt gestuurd. Deze foto vertoont grote overeenkomsten met het pand aan de [Straat] . Daarnaast vraagt [Medeverdachte 2] aan de gebruiker van het account [Accountnaam] om het adres in [Plaats] . [Accountnaam] stuurt dan het adres aan de [Straat] door.

Verder stuurt [Medeverdachte 1] op 6 april 2020 drie foto's naar het EncroChat-account [Accountnaam] . Dit betreffen foto's van een kabelaansluiting in een zekeringenkast. Deze foto's vertonen grote gelijkenis met de door de Duitse politie gefotografeerde zekeringenkast in de hennepkwekerij in [Plaats] .

In de Sky ECC-berichten is te lezen dat [Medeverdachte 1] op 15 juli 2020 aan [Medeverdachte 2] chat dat hij de stekken heeft besteld voor ‘ [Naam] ’.

Op 8 maart 2021 stuurt [Verdachte] naar [Medeverdachte 1] een audiobericht met het volgende: “bro, goedendag hoe is het. Ik wou jou iets vragen als die jongens in [Naam] gaan, die stekjes

moet [Medeverdachte 2] er zelf in doen, omdat hij wil zelf beetje goed doet en niet dat iemand anders en die fout gaat bij iemand anders, beter laten hem zelf doen die stekjes erin."

Op 1 december 2020 chat [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] dat hij morgen ' [Naam] ' moet doen en dat [Getuige 1] daarna met hem mee gaat naar [Naam] .

Op 2 december 2020 chat [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] : "Hoi 10 netten opgeruimd 22 kilo morgen nog 6 netten te doen".

Op 6 januari 2021 chat [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] : "Ik denk dat [Naam] max nog twee weken en dan kan het af" en ook "Kun je beter met [Naam] alvast overleggen waar en hoe jullie het willen knippen". [Verdachte] antwoordt aan [Medeverdachte 2] dat hij dat gaat regelen.

Op 12 januari 2021 chat [Accountnaam] (Duitstalig persoon) aan [Medeverdachte 2] dat er is ingebroken in [Naam] . Vervolgens chat [Medeverdachte 2] aan [Verdachte] dat hij net bericht heeft ontvangen dat bij [Naam] de deuren opengebroken zijn en dat hij daar gaat kijken. Daarna geeft [Medeverdachte 2] dit bericht ook door aan [Medeverdachte 1] . [Medeverdachte 1] denkt dat iemand vanuit de Duitse kant deze inbraak heeft gepleegd, omdat het niet te vinden zou zijn. [Medeverdachte 1] vraagt aan [Medeverdachte 2] om er zo snel als mogelijk heen te gaan. [Medeverdachte 1] zegt dat er iemand in [Naam] had moeten slapen. [Medeverdachte 2] zegt dat hij zoveel mogelijk samen met [Getuige 1] daar slaapt.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat er in het pand aan de [Adres] te [Plaats] een hennepkwekerij van aanzienlijke omvang heeft gezeten. Uit de doorzoeking, het sporenonderzoek, de verklaring van [Naam] en de EncroChat- en Sky ECC- berichten blijkt van betrokkenheid van onder meer [Verdachte] , [Medeverdachte 2] , [Medeverdachte 1] , [Getuige 1] en [Medeverdachte 3] bij deze kwekerij. Het hof is van oordeel dat de bewezenverklaarde periode beperkt dient te worden tot de periode van 1 april 2020 tot en met 21 mei 2021. Uit de EncroChat-gesprekken blijkt dat [Verdachte] , [Medeverdachte 2] en [Medeverdachte 1] vanaf april 2020 contact hebben over [Plaats] .

Op grond van de hiervoor weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen oordeelt het hof dat voldoende is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het telen van hennep. Uit de EncroChat- en Sky ECC-berichten blijkt dat [Verdachte] een leidinggevende rol had. [Verdachte] wordt op de hoogte gehouden met betrekking tot de hennepkwekerij, hij geeft instructies en de andere verdachten komen bij hem met vragen. Daarnaast geeft [Verdachte] ook een aantal keren aan dat hij bepaalde dingen met [Medeverdachte 2] en/of [Medeverdachte 1] zal overleggen.

De rol van [Verdachte] is van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen. Het hof zal derhalve het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen achten.

Aanwezig hebben van hennep in [Plaats] (feit 1)

In het proces-verbaal van bevindingen van 24 februari 2022, relateert de verbalisant onder meer het volgende:

Op 7 februari 2022 werden er in [Onderneming] , gevestigd aan de [Adres] te [Plaats] , meerdere zakken met henneptoppen en residu van hennepplanten aangetroffen en in beslag genomen. De zakken werden aangetroffen op het zoldergedeelte in een doos. Daarnaast stonden in een hoek blauwe vuilniszakken met daarin zakken met henneptoppen. In de doos werden zakken/tassen met henneptoppen en hennepresidu aangetroffen. In totaal werden er 24 zakken met henneptoppen aangetroffen en afgewogen. Het totale nettogewicht van de henneptoppen bedraagt 23,958 kilogram. In totaal werden er 6 zakken met hennepresidu aangetroffen. In totaal betrof dit 3,973 kilogram (netto gewicht) hennepresidu. Ik herkende de henneptoppen in de 24 gripzakken die werden aangetroffen, qua geur en uiterlijke kenmerken als zijnde hennep. Tevens herkende ik de zakken met hennepresidu qua geur en uiterlijke kenmerken als zijnde hennep.

In één van de zakken met henneptoppen bij [Onderneming] treft de politie een handschoen aan. Deze wordt in beslag genomen. De handschoen wordt omschreven als een blauwe wegwerphandschoen die enigszins bevuild is. De gehele buitenzijde van de handschoen wordt bemonsterd.

Het NFI heeft de monsters van de handschoen onderworpen aan een vergelijkend DNA-onderzoek. Bij dat onderzoek zijn de DNA-profielen van [Verdachte] , [Getuige 1] , [Medeverdachte 3] en [Medeverdachte 2] betrokken. Het resultaat van dit onderzoek is dat het monster aan de buitenzijde van de handschoen een DNA-mengprofiel ( [DNA mengprofiel] ) bevat van minimaal vier personen en DNA bevat dat afkomstig kan zijn van [Verdachte] . De conclusie in dat rapport is de volgende: “DNA-mengprofiel [DNA mengprofiel] is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte [Verdachte] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.”

Uit het Uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat [Onderneming] een eenmanszaak is waarvan [Verdachte] de eigenaar is.

[Verdachte] heeft hij ontkend dat hij iets te maken heeft met de aangetroffen dozen en zakken met hennep. [Medeverdachte 3] is ter zitting van de rechtbank als getuige gehoord. Hij heeft aangegeven dat hij degene is die de dozen en zakken op de zolder van [Onderneming] neer heeft gezet. Hij zou - tegen vergoeding - deze spullen kort bewaren voor iemand. Op de vraag voor wie hij de spullen moest bewaren, wilde [Medeverdachte 3] geen antwoord geven.

Het hof acht de verklaring van [Verdachte] ongeloofwaardig. De hennep is aangetroffen in [Onderneming] , zijn eenmanszaak.. Daarnaast wordt in één van de zakken met hennep een handschoen aangetroffen, waarop DNA-materiaal blijkt te zitten dat afkomstig kan zijn van [Verdachte] , maar niet van [Medeverdachte 3] . Gebleken is dat [Verdachte] zich op grote schaal bezig houdt met het telen van hennep. Ook is gebleken dat hij in dat kader met zijn mededaders gesprekken voert over hennep die voor verdachte moet worden meegenomen en over het feit dat verdachte gruis in zijn bezit heeft. Het hof constateert dan ook dat het feit dat er hennep en hennepgruis in [Onderneming] is aangetroffen past in het beeld dat uit het dossier naar voren komt.

Alles in samenhang bezien is naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen dat [Verdachte] wist dat die hennep daar lag en daarover vrijelijk kon beschikken. Aldus is het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Witwassen (feit 5)

De politie heeft in de woning van [Verdachte] , op de tweede verdieping, in een stofzuiger een stapel eurobiljetten aangetroffen met een totaalwaarde van € 85.000,00.

Ten laste is gelegd dat hij dat geld heeft witgewassen, zoals strafbaar gesteld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat niet bewezen kan worden verklaard dat [Verdachte] het aangetroffen geld heeft witgewassen. Het hof is van oordeel dat sprake is van het voorhanden hebben van geld dat vermoedelijk van een door verdachte gepleegd misdrijf afkomstig is. Het hof overweegt dat voor bewezenverklaring van witwassen van een geldbedrag uit eigen misdrijf in beginsel van de witwasser een handeling wordt gevergd die gericht is op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag. Het hof heeft op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet kunnen vaststellen dat de verdachte een dergelijke handeling heeft verricht, nu enkel bewezen kan worden dat hij het geld in een stofzuiger heeft gestopt.

Verdachte wordt dan ook van het onder 5 ten laste gelegde feit vrijgesproken.

6. Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op 7 februari 2022 te [Plaats] (aan de [Adres] ), opzettelijk aanwezig heeft gehad 23,958 kilogram henneptoppen en 3,973 kilogram hennepknipsels, zijnde hennep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.hij in de periode van eind oktober 2020 tot en met 21 november 2021 te [Plaats] (D) (in een pand/loods aan de [Adres] ), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk hennepplanten heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, zijnde hennep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.hij in de periode van november 2020 tot en met 7 februari 2022 te [Plaats] (D) (in een pand/loods aan de [Adres] ), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk hennepplanten heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, zijnde hennep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 21 mei 2021 te [Plaats] (D) (in een pand/loods aan de [Adres] ), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk hennepplanten heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, zijnde hennep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde levert telkens op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

8. Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

9. Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich gedurende langere tijd en op grote schaal beziggehouden met het telen van hennep. Vanuit de onderneming [Onderneming] in [Plaats] werden omvangrijke hennepkwekerijen in Duitsland opgezet, onderhouden, geëxploiteerd en aangestuurd. Verdachte is in een leidinggevende rol bij drie hennepkwekerijen betrokken geweest. Het exploiteren van deze hennepkwekerijen gebeurde in georganiseerd verband en op professionele wijze. De verdachte heeft zich aldus in het illegale hennepcircuit begeven en heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van de grootschalige teelt en handel in softdrugs met alle daarbij komende (maatschappelijke) problemen.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 januari 2026 blijkt dat hij op 30 augustus 2021 onherroepelijk is veroordeeld voor het aanwezig hebben van softdrugs. Gelet op de pleegdatum van feit 1 in de onderhavige zaak, is er sprake van recidive. Dit weegt strafverzwarend mee.

Door de verdediging is ter zitting van het hof naar voren gebracht dat verdachte gestopt is met [Onderneming] , dat hij ander werk heeft, voor zijn gezin met twee jonge kinderen zorgt, geen schulden heeft en dat het goed met hem gaat. De raadsman heeft bepleit om bij veroordeling aan verdachte een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest (172 dagen) op te leggen eventueel in combinatie met een taakstraf en/of een voorwaardelijke straf.

Het hof stelt vast dat in de appèlfase de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden, nu niet binnen twee jaren na het instellen van het rechtsmiddel een eindarrest is gewezen. Het hof volstaat, gelet op de relatief geringe overschrijding van de redelijke termijn (circa drie maanden) gezien in het licht van de complexiteit van de zaak, met de constatering dat inbreuk is gemaakt op artikel 6 van het EVRM.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een langdurige gevangenisstraf passend en geboden is. Het hof komt tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

10. Beslag

Onttrekking aan het verkeer

De hierna te noemen inbeslaggenomen voorwerpen zijn aangetroffen tijdens het onderzoek naar de door verdachte onder 1, 2, 3 en 4 begane feiten. Dit betreft een vals 100 euro biljet en een zender (jammer). Zij behoren aan verdachte toe en kunnen gebruikt worden voor het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten of tot belemmering van de opsporing daarvan. Het hof onttrekt deze voorwerpen aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Overige inbeslaggenomen zaken

Het hof heeft geconstateerd dat op de overige inbeslaggenomen zaken (bankbiljetten met een totaalwaarde van € 85.000,00 en een personenauto, merk Mercedes-Benz, en een vordering van € 10.751,95 bij de SNS-bank) conservatoir beslag ligt. Hierover zal het hof daarom geen beslissing nemen bij dit arrest.

11. Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 36b, 36d, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- vals 100 euro biljet

- zender (jammer).

Dit arrest is gewezen door mr. M.C. Fuhler, mr. M.C. van Linde en mr. A.F. van Kooij, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?