ECLI:NL:GHARL:2026:2012

ECLI:NL:GHARL:2026:2012

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 02-04-2026
Zaaknummer Wahv 200.353.777
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Keskin. Verzoek tot het horen van de ambtenaar als getuige. De gemachtigde heeft voldoende onderbouwd waarom een bepaalde vraag aan de ambtenaar moet worden gesteld. Deze vraag is niet voorgelegd aan de ambtenaar. Evenmin is de ambtenaar ter zitting gehoord. Er geen goede reden geweest voor het niet (effectief) kunnen bevragen van de ambtenaar. De verklaring van de ambtenaar wordt daarom niet gebruikt voor de vaststelling van de gedraging. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is E. Wilms, kantoorhoudende te Sittard.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 262,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

13. Specifiek in Mulderzaken is van belang dat de Wahv blijkens de parlementaire geschiedenis is ingevoerd om lichte verkeersovertredingen doelmatig te kunnen afdoen, waarbij opgelegde sancties op effectieve wijze kunnen worden geïnd, terwijl niettemin voor de gesanctioneerde een adequate rechtsbescherming beschikbaar blijft. Het verminderen van de werklast voor de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht was hierbij een belangrijke drijfveer (Kamerstukken II, 1987/88, 20329, nr. 3). Wanneer in Wahv-zaken onverkort voor een betrokkene het recht zou bestaan om in iedere individuele zaak een belastende getuige mondeling te kunnen ondervragen op een fysieke hoorzitting, zou een zware belasting voor het handhavingsapparaat en voor de rechterlijke macht ontstaan, waarmee het systeem van vereenvoudigde afdoening zoals de wetgever dat voor ogen heeft gehad op onaanvaardbare wijze zou worden doorkruist. Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen het belang van een efficiënte en effectieve handhaving van de verkeerswetgeving, alsmede de relatief geringe ernst van Mulderfeiten en de relatief beperkte zwaarte van de sancties die daarvoor kunnen worden opgelegd (uitsluitend geldboetes met een maximum van € 450,-) dat het recht om een belastende getuige te ondervragen niet per definitie mondeling en in het bijzijn van de betrokkene hoeft plaats te vinden. Het hof vindt voor die conclusie steun in de hiervoor aangehaalde uitspraken van het EHRM, waarin beperkingen op het recht op een mondelinge behandeling van een zaak en het meewegen van efficiencybelangen acceptabel zijn geacht.
14. Gezien het voorgaande zal in Wahv-zaken waarin door de betrokkene vragen zijn opgeworpen of waarin deze op basis van het dossier zijn gerezen, in veel gevallen kunnen worden volstaan met het schriftelijk voorleggen daarvan aan de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. De inperking van het recht om een belastende getuige (mondeling) te ondervragen, zal met die handelwijze in de regel genoegzaam worden gecompenseerd, zodat de procedure als geheel voldoet aan de eis dat sprake moet zijn van een eerlijk proces. Het hof merkt in dat verband op dat het reeds staande praktijk is dat de officier van justitie in de fase van het administratief beroep de ambtenaar om een nadere toelichting vraagt wanneer de beroepsgronden van de betrokkene hem daar aanleiding toe geven. Als dat in een concreet geval niet plaatsvindt, terwijl de rechter van oordeel is dat wel feitelijke of juridische vragen zijn gerezen die het nader bevragen van de ambtenaar noodzakelijk maken, kan de behandeling van de zaak worden aangehouden teneinde de officier van justitie die vragen te laten stellen aan de ambtenaar. Blijft een (adequate) beantwoording uit, dan kan de rechter daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht. Die gevolgen zouden kunnen bestaan uit het alsnog oproepen van de ambtenaar om ter zitting te worden gehoord. Een andere uitkomst zou kunnen zijn dat de rechter tot de slotsom komt dat zodanige twijfel bestaat of de gedraging is verricht, of dat het opleggen van een sanctie niet billijk is, dat de sanctiebeschikking niet in stand kan blijven.
15. Anders dan in strafzaken in zijn algemeenheid geldt, mag in procedures als de onderhavige van de betrokkene worden verwacht dat hij onderbouwt waarom het horen van een bepaalde belastende getuige in zijn ogen noodzakelijk is. Ontbreekt een adequate onderbouwing en geeft het betoog van de betrokkene ook overigens geen aanleiding tot feitelijke of juridische vragen die op basis van het dossier niet kunnen worden beantwoord, dan kan de rechter ook beslissen dat het (nader) bevragen van de ambtenaar niet noodzakelijk is. Dat geldt ook in gevallen waarin redelijkerwijs niet valt te verwachten dat de ambtenaar iets meer of anders kan verklaren dan hij reeds (schriftelijk) heeft gedaan. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de belastende verklaring feitelijk niet meer inhoudt dan een weergave van hetgeen de ambtenaar aan de hand van (meet)apparatuur heeft vastgesteld. Overigens wijst het hof erop dat in gevallen waarin sprake is van een op geautomatiseerde wijze vastgestelde gedraging er doorgaans geen sprake is van een ‘verklaring van een ambtenaar’, zodat degene aan wie de oplegging van de sanctie kan worden toegerekend niet valt aan te merken als een getuige à charge."

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijden het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 februari 2023 om 12.08 uur op de Ringweg-Oost in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 262,50 omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.

3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene persisteert bij de ontkenning van de gedraging. De betrokkene heeft geen mobiele telefoon vastgehouden tijdens het rijden. Hij had een flesje water in het middenconsole van zijn auto. Hij heeft dit geregeld vast tijdens het rijden en drinkt daar uit. De ambtenaar moet dit flesje verward hebben met een telefoon. Dat de ambtenaar het niet goed heeft gezien komt omdat de ambtenaar niet naast de betrokkene heeft gereden, maar schuin achter hem. Het voertuig van de betrokkene heeft getinte achterramen, waardoor het zicht van buiten beperkt is. Uit de verklaring blijkt ook niet op basis van welke kenmerken de ambtenaar de conclusie heeft kunnen trekken dat het een mobiele telefoon was. De verklaring is te summier. De kantonrechter is niet gemotiveerd ingegaan op deze gronden. Verder voert de gemachtigde aan dat de betrokkene geen eerlijk proces heeft gehad. Hij heeft geen gebruik kunnen maken van zijn recht om de getuige à charge te kunnen horen. Het oordeel van het hof over de consequenties van het Keskin-arrest getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Uit door het hof aangehaalde jurisprudentie volgt dat het afzien van een mondelinge behandeling of het horen van getuigen slechts toelaatbaar is in zaken waarin het bewijs hoofdzakelijk bestaat uit objectieve, technische of in documenten vastgelegde verifieerbare gegevens. In dit geval steunt het bewijs slechts op een niet-getoetste getuigenverklaring. Daarbij wijst de gemachtigde er op dat in deze zaak zo spoedig mogelijk vragen op schrift zijn gesteld die de betrokkene aan de ambtenaar wenste voor te leggen. Doordat een betrokkene een verzoek om een getuige te horen moet motiveren, en inwilliging van het verzoek dus aan het oordeel van de officier van justitie en de rechter wordt overgelaten, is er geen equality of arms. De officier van justitie kan immers wel vragen stellen en hoeft dit niet te motiveren, waardoor een voor de betrokkene belastend aanvullend proces-verbaal aan het dossier kan worden toegevoegd. Dat kan moeilijk anders worden opgevat dan als een oneerlijk proces. Omdat het bewijs uitsluitend steunt op een niet-getoetste getuigenverklaring en de betrokkene geen effectieve mogelijkheid heeft gehad tot ondervraging omdat de ambtenaar zich door tijdsverloop het voorval niet meer kan herinneren, is artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) geschonden.

4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik, verbalisant, reed over de Rijksweg A10 in de richting van de Zeeburgertunnel. Ik reed rechts naast eerder genoemd voertuig en keek naar binnen. Ik zag de bestuurder in het voertuig zitten. Ik zag dat de bestuurder een mobiele telefoon in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat de bestuurder met zijn linkerarm tegen zijn portier aan geleund zat. Ik zag dat de bestuurder over zijn rechterschouder keek en mij recht in de ogen aankeek. Ik zag dat de bestuurder vervolgens zijn rechterhand met daarin zijn mobiele telefoon liet zakken. Hierna hield ik de bestuurder staande en gaf ik hem een proces-verbaal. Ik vroeg hem naar het merk van zijn mobiele telefoon en hij vertelde mij dat het ging om een IPhone. Ik vroeg hem naar het model van zijn mobiele telefoon en hij vertelde mij dat het een Iphone 13 betrof. (…)Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)Verklaring betrokkene: Ik hield geen telefoon vast. ”

6. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar van 6 juni 2023, waarin de ambtenaar kort samengevat desgevraagd door de officier van justitie verklaart dat hij heeft gezien dat de bestuurder tijdens de gedraging over de Rijksweg A10 reed.

7. De gemachtigde heeft in administratief beroep onder meer aangevoerd dat het voertuig van de betrokkene getinte achter- en zijruiten heeft en dit onderbouwd met een foto van het voertuig. Daarbij is betoogd dat dit relevant is, omdat dit de mogelijkheid om in het voertuig te kijken beperkt. De gemachtigde is in de fase van administratief beroep in de gelegenheid gesteld om de gronden van het beroep aan te vullen. De gemachtigde heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt met het schrijven van 7 augustus 2023. Daarin is onder meer aangevoerd dat de verklaringen van de betrokkene en ambtenaar totaal verschillend zijn en de betrokkene daarom gebruik wil maken van zijn ondervragingsrecht. Er zijn verschillende vragen opgesomd met het verzoek om deze aan de ambtenaar voor te leggen. Het betreft de volgende vragen:“- In uw verklaring zoals opgenomen in het zaakoverzicht geeft u aan dat u rechts naast het voertuig van betrokkene reed. U geeft echter ook aan dat betrokkene over zijn rechter schouder keek en u op dat moment aankeek. Als u naast de betrokkene reed hoefde betrokkene niet over zijn schouder te kijken om u te zien rijden. Hoe moeten we deze verklaring van u opvatten?- U stelt dat betrokkene een mobiele telefoon vasthield tijdens het rijden. Waarop baseert u uw conclusie dat het ging om een mobiele telefoon en niet om een ander voorwerp?- Welke kleur had de mobiele telefoon van betrokkene?- Heeft u bij staandehouding de mobiele telefoon van betrokkene aangetroffen? Zo ja, waar heeft u de telefoon van betrokkene aangetroffen?”

8. In beroep bij de kantonrechter heeft de gemachtigde aangevoerd dat de vragen niet aan de ambtenaar zijn voorgelegd. Daarom is verzocht om de ambtenaar op te roepen als getuige zodat hij kan worden ondervraagd.

9. De advocaat-generaal heeft de ambtenaar gevraagd nog te reageren op de gronden van de betrokkene. De ambtenaar heeft in reactie daarop op 26 juni 2025 een e-mail gestuurd waarin hij onder meer schrijft:“Als ik op ambtseed verklaar dat ik náást het voertuig reed en meneer een mobiele telefoon vast zag houden en daarnaast dat ik zag dat hij mij aankeek en dat hij met zijn linkerarm leunde tegen het portier, dan verbaast het mij dat onderstaande vragen aan mij gesteld worden. Meneer schat in dat ik door de getinte ruiten heen moest kijken en daarom een waterflesje heb verward met een mobiele telefoon, terwijl die twee objecten geen overeenkomstige vorm hebben? Meneer is van mening dat mijn ogen niet goed waarnemen? Dit is inmiddels twee jaar geleden, ik kan mij deze situatie niet voor de geest halen en dus ook niet reageren op onderstaande vragen.”

10. Ten aanzien van het verzoek tot het oproepen van de ambtenaar als getuige en de stelling van de gemachtigde dat de betrokkene daar recht op heeft op grond van de Keskin-jurisprudentie, overweegt het hof als volgt. Het hof heeft in het arrest van 14 april 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:3210) het volgende overwogen:

"12. Aangezien in Mulderzaken sprake is van een criminal charge, geldt als uitgangspunt in deze zaken dat een betrokkene adequaat in de gelegenheid moet worden gesteld om belastend bewijs, waaronder (getuige)verklaringen van opsporingsambtenaren, te betwisten en in twijfel te trekken. Onder omstandigheden kunnen beroepsgronden van de betrokkene de rechter aanleiding geven om een ambtenaar op te roepen om op de openbare zitting te verschijnen als getuige. De Wahv geeft de rechter daarvoor ook de processuele mogelijkheid (artikel 12, derde lid, en artikel 20c, derde lid, Wahv).

11. Met betrekking tot het door de gemachtigde bij de officier van justitie ingediende verzoek om de door hem gestelde vragen aan de ambtenaar voor te leggen, overweegt het hof dat van de onder het eerste gedachtestreepje opgenomen vraag, die ertoe strekt om belastend bewijs, bestaande uit de (getuige)verklaring van de ambtenaar, te betwisten en in twijfel te trekken, gezegd kan worden dat de gemachtigde voldoende heeft onderbouwd, waarom zijn inziens, dat wil zeggen vanuit het perspectief van de verdediging, deze vraag aan de ambtenaar moet worden gesteld. De gemachtigde heeft ter onderbouwing van de noodzaak tot het stellen van deze vraag een foto van het voertuig van de betrokkene meegestuurd. Deze vraag kan niet aan de hand van de gegevens in het dossier worden beantwoord. Het gaat hier ook niet om een op een geautomatiseerde wijze vastgestelde gedraging, waarbij bijvoorbeeld ook een foto van de gedraging is gemaakt of een gedraging die de ambtenaar aan de hand van (meet)apparatuur heeft vastgesteld.

12. Het hof stelt vast dat de officier van justitie het verzoek van de gemachtigde niet aan de ambtenaar heeft voorgelegd. Ook de kantonrechter heeft dit niet gedaan. Evenmin is de ambtenaar op de hoorzitting van de officier van justitie of ter zitting van de kantonrechter gehoord. De officier van justitie noch de kantonrechter hebben op het verzoek van de gemachtigde beslist. Voor zover de officier van justitie en de kantonrechter het verzoek impliciet hebben afgewezen omdat zij -zo volgt uit hun beslissingen - niet twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar, wijst het hof er op dat de omstandigheid dat de officier van justitie of de rechter die op het (administratief) beroep beslist, zelf geen twijfel heeft over de door de ambtenaar afgelegde verklaring niet meebrengt dat het stellen van die vraag zonder meer niet noodzakelijk kan worden geacht. Het gaat daarom dat de betrokkene van zijn kant in de gelegenheid is om de verklaring van de ambtenaar, waarover hij twijfel heeft die adequaat is onderbouwd, te toetsen.

13. Eerst in hoger beroep heeft de advocaat-generaal het verzoek van de gemachtigde aan de ambtenaar voorgelegd. Deze heeft de vragen niet kunnen beantwoorden omdat hij zich de feitelijke situatie niet meer kan herinneren. Het hof zal om die reden de ambtenaar niet als getuige ter zitting van het hof horen. Dat de ambtenaar, bij gebrek aan herinnering, de gestelde vraag ook niet zou hebben kunnen beantwoorden indien de officier van justitie het verzoek van de gemachtigde meteen na de ontvangst daarvan aan de ambtenaar zou hebben voorgelegd, ligt niet voor de hand. In dit verband merkt het hof op dat de ambtenaar op 6 juni 2023 - twee maanden voordat de gemachtigde zijn vragen aan de officier van justitie heeft doen toekomen- de door de officier van justitie over de vaststelling van de gedraging gestelde vragen wel heeft kunnen beantwoorden.

14. Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van het hof geen goede reden geweest voor het niet (effectief) kunnen bevragen van de ambtenaar. Door het verloop van de procedure is inmiddels gebleken dat de ambtenaar de eventueel te stellen vragen niet meer kan beantwoorden. De door de ambtenaar gegeven verklaring vormt wel het enige bewijs voor de vaststelling van de gedraging. Er zijn geen factoren die maken dat het nadeel voor de verdediging als gevolg van de toelating tot het bewijs van de niet toetsbare verklaring van de ambtenaar wordt gecompenseerd teneinde te kunnen verzekeren dat het proces in zijn geheel eerlijk is.

15. Daarom zal het hof de verklaring van de ambtenaar niet gebruiken voor de vaststelling van de gedraging. Dit brengt mee dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Het hof zal als volgt beslissen.

16. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 975,13 (= (1 x € 666,- x 0,5) + (1 x € 934,- x 0,5) + (1,5 x € 934,- x 0,5 x 0,25)).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 975,13.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wijmenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?