Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 23 maart 2023 met parketnummer 16-094627-21 in de strafzaak tegen
[Verdachte] ,
geboren op [Geboortedatum] 1968 in [Geboorteplaats] (Portugal),
wonende te [Adres] .
Hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van
4 augustus 2025 (regie) en 24 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank van
9 maart 2023 besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak en het niet-ontvankelijk verklaren van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. J.O.A.N. de Vries, hebben aangevoerd. De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en heeft verzocht de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af te wijzen.
Tot slot heeft het hof kennisgenomen van wat is aangevoerd door mr. J.T.E. Vis namens de benadeelde partij [Slachtoffer] . De vordering tot schadevergoeding van de immateriële schade van € 5.000,- is gehandhaafd. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht € 2.840,- aan vergoeding van proceskosten toe te wijzen.
Vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten en heeft de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 29 augustus 2019 te [Plaats] , althans in Nederland, door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [Slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte,
- die [Slachtoffer] geïnstrueerd dat zij hem in de avond en/of in het donker met die [Slachtoffer] eigen auto naar het station moest brengen, waarbij: en/of (daarbij) hij (hard) aan die [Slachtoffer] arm heeft getrokken en/of
- tegen die [Slachtoffer] heeft gezegd dat die [Slachtoffer] haar “bek” moest houden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
- (vervolgens) in voornoemde auto tegen die [Slachtoffer] gezegd dat hij verliefd op die [Slachtoffer] is, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of die [Slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (onverhoeds) op de mond gezoend en/of daarbij zijn tong in de mond van die [Slachtoffer] gedaan en/of gebracht, (ondanks dat die [Slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde), en/of (vervolgens) tegen die [Slachtoffer] gezegd dat hij zag dat die [Slachtoffer] het ook wilde en dat hij heel veel voor haar had gedaan, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
- (vervolgens) tegen die [Slachtoffer] gezegd dat hij en die [Slachtoffer] ergens anders heen zouden gaan, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die [Slachtoffer] geïnstrueerd om naar een (verlaten/rustig) industrieterrein, genaamd [Industrieterrein] , te rijden, waardoor die [Slachtoffer] met verdachte (verder) werd afgezonderd, en/of
- dit terwijl hij gelijktijdig hard aan de haren van die [Slachtoffer] trok en/of (daarbij) tegen die [Slachtoffer] zei dat die [Slachtoffer] zo moest doen wat hij zei, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
- (vervolgens) op voornoemd industrieterrein in voornoemde auto die [Slachtoffer] (wederom) (onverhoeds) op de mond gezoend en/of (vervolgens) over het been van die [Slachtoffer] gewreven en/of (vervolgens) (onverhoeds) die [Slachtoffer] hand heeft vastgepakt en/of (vervolgens) op zijn, kruis/geslachtsdeel gelegd en/of, ondanks dat die [Slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde en/of dat zij terug naar het station wilde, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of haar hand probeerde terug te trekken, die [Slachtoffer] hand (stevig) vastgehouden en/of met die [Slachtoffer] hand over zijn broek en/of (bedekte) kruis/geslachtsdeel gewreven en/of
- (vervolgens) zijn broek geopend en/of zijn (stijve) penis uit zijn broek gehaald en/of (met dwingende toon) tegen die [Slachtoffer] gezegd dat die [Slachtoffer] hem oraal moest bevredigen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, waarna hij ondanks dat die [Slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of ondanks dat die [Slachtoffer] haar hoofd in tegengestelde richting probeerde te bewegen, het hoofd van die [Slachtoffer] (met zijn hand(en)) naar/in de richting van en/of op zijn (stijve) penis geduwd en/of die [Slachtoffer] hoofd vastgehouden en/of heen en weer bewogen, terwijl zijn penis in die [Slachtoffer] mond was/zat, en/of die [Slachtoffer] gedwongen hem oraal te bevredigen totdat hij klaarkwam en/of
- (vervolgens) tegen die [Slachtoffer] gezegd dat hij die [Slachtoffer] wilde bevredigen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl hij met zijn hand over die [Slachtoffer] broek en/of het (bedekte) kruis/geslachtsdeel van die [Slachtoffer] wreef en/of
- (vervolgens), ondanks dat die [Slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of die [Slachtoffer] de arm en/of de hand van verdachte weg probeerde te duwen, zijn hand in de broek van die [Slachtoffer] gedaan en/of gebracht en/of (vervolgens) een of meerdere vinger(s) in de vagina van die [Slachtoffer] gedaan en/of gebracht en/of die [Slachtoffer] gevingerd en/of niet eerder zijn vinger(s) uit de vagina van die [Slachtoffer] gehaald tot die [Slachtoffer] deed alsof zij klaarkwam; 2.hij op of omstreeks 29 augustus 2019 te [Plaats] , althans in Nederland, als ambtenaar ontucht heeft gepleegd met een persoon, te weten [Slachtoffer] , die aan zijn gezag was onderworpen, immers heeft hij, werkzaam als opsporingsambtenaar/ politieambtenaar,
- die [Slachtoffer] geïnstrueerd dat zij hem in de avond en/of in het donker met die [Slachtoffer] eigen auto naar het station moest brengen, waarbij hij (hard) aan die [Slachtoffer] arm heeft getrokken en/of tegen die [Slachtoffer] heeft gezegd dat die [Slachtoffer] haar “bek” moest houden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
- (vervolgens) in voornoemde auto tegen die [Slachtoffer] gezegd dat hij verliefd op die [Slachtoffer] is, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of die [Slachtoffer] meermalen, althans eenmaal op de mond gezoend en/of daarbij zijn tong in de mond van die [Slachtoffer] gedaan en/of gebracht, ondanks dat die [Slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde, en/of (vervolgens) tegen die [Slachtoffer] gezegd dat hij zag dat die [Slachtoffer] het ook wilde en dat hij heel veel voor haar had gedaan, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
- (vervolgens) tegen die [Slachtoffer] gezegd dat hij en die [Slachtoffer] ergens anders heen zouden gaan, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die [Slachtoffer] geïnstrueerd om naar een (verlaten/rustig) industrieterrein, genaamd [Industrieterrein] , te rijden, waardoor die [Slachtoffer] met verdachte (verder) werd afgezonderd, en/of
- (terwijl) hard aan de harenvan die [Slachtoffer] getrokken en/of (daarbij) tegen die [Slachtoffer] gezegd dat die [Slachtoffer] zo moest doen wat hij zei, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
- (vervolgens) op voornoemd industrieterrein in voornoemde auto die [Slachtoffer] (wederom) op de mond gezoend en/of (vervolgens) over het been van die [Slachtoffer] gewreven en/of (vervolgens) (onverhoeds) die [Slachtoffer] hand op zijn kruis/geslachtsdeel gelegd en/of, ondanks dat die [Slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde en/of haar hand probeerde terug te trekken, die [Slachtoffer] hand vastgehouden en/of met die [Slachtoffer] hand over zijn broek en/of (bedekte) kruis/geslachtsdeel gewreven en/of
- (vervolgens) (onverhoeds) zijn broek heeft geopend en/of zijn (stijve) penis uit zijn broek gehaald en/of tegen die [Slachtoffer] gezegd dat die [Slachtoffer] hem oraal moest bevredigen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, waarna hij ondanks dat die [Slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of ondanks dat die [Slachtoffer] haar hoofd in tegengestelde richting probeerde te bewegen, het hoofd van die [Slachtoffer] naar/in de richting van en/of op zijn (stijve) penis heeft geduwd en/of die [Slachtoffer] hoofd heen en weer heeft bewogen, terwijl zijn penis in die [Slachtoffer] mond was/zat, en/of die [Slachtoffer] heeft gedwongen hem oraal te bevredigen totdat hij klaarkwam en/of
- (vervolgens) tegen die [Slachtoffer] gezegd dat hij die [Slachtoffer] wilde bevredigen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (terwijl) met zijn hand over die [Slachtoffer] broek en/of het (bedekte) kruis/geslachtsdeel van die [Slachtoffer] gewreven en/of
- (vervolgens), ondanks dat die [Slachtoffer] zei dat zij dat niet wilde, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of die [Slachtoffer] de arm en/of de hand van verdachte weg probeerde te duwen, zijn hand in de broek van die [Slachtoffer] gedaan en/of gebracht en/of (vervolgens) een of meerdere vinger(s) in de vagina van die [Slachtoffer] gedaan en/of gebracht en/of die [Slachtoffer] gevingerd en/of niet eerder zijn vinger(s) uit de vagina van die [Slachtoffer] gehaald tot die [Slachtoffer] deed alsof zij klaarkwam, terwijl verdachte door het begaan van dit strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden of bij het begaan van dit strafbaar feit gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt als politieambtenaar geschonken.
Vrijspraak
Het hof stelt voorop dat in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering een bewijsminimum is geformuleerd. Dit houdt in dat een bewezenverklaring van een strafbaar feit niet gebaseerd mag worden op alleen de verklaring van één getuige. Er moet altijd steunbewijs zijn, dat bovendien afkomstig moet zijn van een andere bron. Zo kunnen bijvoorbeeld door een getuige kort na het feit bij het slachtoffer waargenomen emoties steunbewijs opleveren. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de betrouwbare verklaring(en) van het slachtoffer voldoende wettig bewijs opleveren.
Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, moet het hof dus de betrouwbaarheid van de verklaring(en) van de aangeefster beoordelen en daarnaast bepalen of er voldoende steunbewijs uit (een) onafhankelijke bron(nen) in het dossier aanwezig is.
Uit de verklaringen van [Getuige] (thans: [Getuige] ) volgt dat [Getuige] aangeefster op de avond van het tenlastegelegde zag terugkomen met betraande en roodomrande ogen, en met haar haar in de war. Het hof concludeert dat de waarnemingen van [Getuige] ook kunnen passen bij een ander scenario dan het scenario dat is geschetst in de tenlastelegging. Dit betekent dat de verklaringen van [Getuige] niet het hiervoor bedoelde steunbewijs opleveren. Het hof ziet in de overige inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ook geen (steun)bewijs voor het tenlastegelegde, ook niet in onderling verband en samenhang bezien. Nu niet is voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering spreekt het hof de verdachte (integraal) vrij van het hem ten laste gelegde.
Alhoewel de vraag naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster formeel gezien voorafgaand aan de vraag of er voldoende steunbewijs voorhanden is dient te worden beantwoord, gaat het hof aan de beantwoording van die vraag voorbij, nu het om bovenstaande reden ongeacht de uitkomst van de beantwoording van die vraag tot een vrijspraak komt.
Vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.000,- aan immateriële schade ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij is daarom niet-ontvankelijk in de vordering.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [Slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door mr. A.B.A.P.M. Ficq, mr. S. Bek en mr. I.C.E. Draisma, in aanwezigheid van de griffier mr. R. Kaatman en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 7 april 2026.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 7 april 2026.
mr. F.A.M. Bakker, voorzitter,
mr. G. Nijpels, advocaat-generaal,
mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
Verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.