ECLI:NL:GHARL:2026:2102

ECLI:NL:GHARL:2026:2102

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 21-004519-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Veroordeling van verdachte voor verkrachting en het plegen van ontucht met zijn minderjarige dochter. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 43 maanden, met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij is toegewezen

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 12 maart 2025 en 18 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.G. Bischop, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. R. van Maaren, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toegewezen.

Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank Overijssel is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 16 juli 2021 tot en met 17 juli 2021 te [pleegplaats] , althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] door

- het betasten en/of aanraken van de borsten van die [slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] ,

- (hierbij) misbruik te maken van de al bestaande ontuchtige/seksuele relatie tussen verdachte en die [slachtoffer] en/of - (hierbij) misbruik te maken van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend (emotioneel en/of psychisch) overwicht op die [slachtoffer] , immers was hij, verdachte, de vader van die [slachtoffer] en/of had die [slachtoffer] een verstandelijke beperking (IQ van circa 75), waardoor die [slachtoffer] onvoldoende in staat was om weerstand aan verdachte te bieden en/of

- (hierdoor) een situatie te creëren waaraan die [slachtoffer] zich niet kon onttrekken en waarin die [slachtoffer] zich niet kon verzetten en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie te creëren;

2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2020 tot en met 1 mei 2021 te [pleegplaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door die [slachtoffer] bij haar borsten te betasten/ aan te raken en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen;

3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 17 juli 2021 te [pleegplaats] , althans in Nederland, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten met [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] , door die [slachtoffer] bij haar borsten te betasten/aan te raken en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat zij de bewezenverklaring van de rechtbank juist vindt. De verklaringen van [slachtoffer] kunnen als betrouwbaar worden aangemerkt. Daarnaast vinden de verklaringen steun in ander bewijsmateriaal, namelijk in de sporen die zijn aangetroffen op de onderbroek van [slachtoffer] . Het alternatieve scenario dat [slachtoffer] het misbruik heeft verzonnen, vindt volgens de advocaat-generaal geen steun in het dossier en is daarnaast hoogst onwaarschijnlijk.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Zij heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat de spermacellen op de onderbroek van [slachtoffer] – indien deze er al waren – van een andere bron moeten komen of op een andere manier dan door verkrachting op de onderbroek van [slachtoffer] terecht zijn gekomen. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer] niet betrouwbaar zijn, omdat deze te veel inconsistenties bevatten.

Oordeel van het hof

Betrouwbaarheid en geloofwaardigheid verklaringen aangeefster

Het hof ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de verklaringen van het slachtoffer (hierna te noemen [slachtoffer] ) als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

Op 24 april 2020 heeft de politie een melding ontvangen van Veilig Thuis over de toentertijd [leeftijd] [slachtoffer] . Bij Veilig Thuis was enkele dagen daarvoor een anonieme melding

binnengekomen van iemand die aan een groepsapp was toegevoegd waarin [slachtoffer] had verteld

dat zij dagelijks door haar vader, verdachte, werd misbruikt en mishandeld en dat hij daarbij

seksueel bij haar binnendrong.

Naar aanleiding van deze melding heeft [slachtoffer] op 24 april 2020 een informatief gesprek bij de

politie gehad. [slachtoffer] durfde in dit gesprek niet te vertellen wat haar was overkomen. Wel

schreef zij het volgende op: “Hij heeft me geslagen en aangeraakt” “Tussen me benen

niet zijn hand en me borsten”. Ook zegt ze dat hij haar aanraakte met beide handen op haar beide borsten. Dit was onder haar kleding en op haar bh. Het gebeurde altijd op haar eigen kamer, zo heeft [slachtoffer] toen bij de politie verklaard.

Na de melding is [slachtoffer] door Veilig Thuis uit huis geplaatst en naar haar opa en oma van

moederszijde gebracht. De melding heeft in 2020 uiteindelijk niet tot een strafrechtelijk

onderzoek geleid.

Op 23 juli 2020 heeft [slachtoffer] in een brief aan Veilig Thuis geschreven: “Beste Veilig Thuis. Ik

wil even iets zeggen. Papa heeft niet aan mij gezeten en de beschuldigingen zijn niet waar,

daar heb ik spijt van. Groetjes [slachtoffer] ”.

Op zaterdag 17 juli 2021 om 23:23 uur heeft [slachtoffer] vanuit het huis van haar opa en oma, waar

zij op dat moment logeerde, 112 gebeld. Zij vertelde dat er thuis dingen gebeuren die zij niet

leuk vindt en dat zij daar graag met de politie over wilde praten. Tegen de verbalisanten die

kort na de melding naar het huis van haar opa en oma gingen, heeft [slachtoffer] verteld dat zij door

haar vader wordt geslagen en dat zij ongeveer een jaar vrijwel dagelijks door hem seksueel

wordt misbruikt, waarbij verdachte met zijn piemel bij haar naar binnen gaat. [slachtoffer] gaf aan dat zij dit niet wilde en dat zij wilde dat het stopte. [slachtoffer] vertelde dat zij al eens eerder had

geprobeerd om het misbruik te laten stoppen, maar dat zij toen later bij gesprekken met de

politie en Veilig Thuis had aangegeven dat het niet waar was omdat zij bang was voor

de gevolgen en dat iedereen boos op haar zou worden.

Op 18 juli 2021 heeft [slachtoffer] bij de politie een tweede informatief gesprek gehad en hierna is zij

op 27 juli 2021 in een kindvriendelijke studio gehoord. Dit verhoor werd audiovisueel

geregistreerd. Tijdens dit verhoor heeft [slachtoffer] onder meer verklaard dat zij vanaf haar vijftiende jaar, in ieder geval vanaf het moment dat zij het aan Veilig Thuis had verteld, door verdachte seksueel wordt misbruikt. In de nacht van vrijdag 16 juli 2021 op zaterdag 17 juli 2021 is zij voor het laatst door verdachte seksueel misbruikt. [slachtoffer] ging toen om 23.00 à 23.30 uur naar bed en toen zij vier of vijf bladzijden had gelezen, kwam verdachte haar slaapkamer op zolder binnen. [slachtoffer] verstijfde toen verdachte binnenkwam. Verdachte zei dreigend dat zij stil moest zijn en dat zij niks mocht zeggen. [slachtoffer] zei niks omdat ze bang was en niet goed wist wat zij moest zeggen. Ze was bang dat verdachte boos zou worden als zij nee zou zeggen. Hij wordt namelijk snel boos op haar. Verdachte trok eerst zijn kleren uit en daarna die van haar.

Verdachte ging toen op haar liggen, ging met zijn handen aan beide kanten naast haar en met zijn benen tussen haar benen. Vervolgens ging hij met zijn piemel naar binnen in haar

vagina. “Dat doet hij zelf. Niet met zijn handen. Hij probeert het gewoon”. Verdachte deed

zijn piemel die nacht één keer in haar vagina, maar het binnendringen is ook op andere momenten vaak gebeurd. Of de handen van verdachte dan naast haar blijven hangt ervan af of het lukt. Als de piemel in de vagina zit voelt ze dat het pijn doet onder in haar vagina. Voordat verdachte met zijn piemel in haar vagina gaat raakt hij haar borsten aan, maar dat heeft verdachte die betreffende nacht niet gedaan. Als verdachte het goed genoeg vond dan deed hij zijn piemel er uit en ging hij zich aankleden. Hij zei dan dat [slachtoffer] het tegen niemand mocht zeggen. Het gebeurde alleen op haar slaapkamer en verdachte gebruikte een condoom. Het gebeurde meestal als er niemand thuis was. Het vaakst in de nacht, maar ook wel eens overdag als iedereen weg was. [slachtoffer] weet niet zo goed hoe vaak dat was. Een paar keer per week. Het aanraken van haar borsten gebeurde ook op andere momenten en op andere plekken in huis.

Uit de dossierstukken blijkt dat [slachtoffer] een kwetsbaar meisje is dat op een lager niveau

functioneert dan haar kalenderleeftijd en dat er rekening mee moet worden gehouden dat zij

beïnvloedbaar is. Daarnaast heeft [slachtoffer] na het informatieve gesprek op 24 april 2020 op

meerdere momenten aangegeven dat de beschuldigingen toch niet waar zijn. Mede gelet

hierop dient met de nodige voorzichtigheid naar de door [slachtoffer] afgelegde verklaringen te

worden gekeken.

Op verzoek van de verdediging is [slachtoffer] op 25 juli 2023 door de rechter-commissaris gehoord. In dit verhoor heeft [slachtoffer] ten overstaan van de rechter-commissaris nogmaals verklaard dat zij seks met verdachte heeft gehad, dat zijn piemel daarbij in haar vagina ging en dat zij nog heel vaak voor zich ziet dat verdachte binnenkomt, zich uitkleedt en op haar gaat liggen. [slachtoffer] verklaart ook dat ze destijds twee jaar geleden melding heeft gedaan van seksueel misbruik, omdat ze wilde dat het stopte. Zij verklaart daar ook over het eerder intrekken van haar melding over het misbruik. Ze zegt dat ze van Veilig Thuis naar huis moest en bang was dat haar ouders nog bozer zouden worden. Over een briefje aan Veilig Thuis (het hof begrijpt van 23 juli 2020) zegt ze dat zij dat heeft geschreven vanuit het huis van haar ouders en omdat het moest van haar ouders. De inhoud klopt niet.

In opdracht van de rechtbank is drs. [deskundige] op 1 juli 2023 als deskundige benoemd

om advies uit te brengen over de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer] afgelegde verklaringen.

[deskundige] heeft daartoe het dossier ontvangen en de audiovisuele registraties van de

informatieve gesprekken met en de verhoren van [slachtoffer] in de kindvriendelijke studio.

Uit het rapport van [deskundige] volgt dat de verklaringen van [slachtoffer] over de vermeende seksuele handeling niet inconsistent zijn. Daarnaast zegt [deskundige] over het alternatieve scenario dat [slachtoffer] de vermeende seksuele handelingen heeft verzonnen, dat zij daarbij een plan moet hebben bedacht om de sperma van haar vader in haar onderbroek te krijgen, het volgende. Het lijkt niet waarschijnlijk dat dit mogelijk is voor een meisje dat functioneert op het niveau van [slachtoffer] . Bovendien kwam [slachtoffer] niet zelf met het idee om onderzoek te doen naar de onderbroek. De politie heeft daartoe het initiatief genomen.

De conclusie die [deskundige] na afloop van het onderzoek heeft getrokken en zoals die is

opgenomen in het door haar opgemaakte rapport luidt:

“De inhoud van de verklaring van [slachtoffer] vertoont wat betreft volledigheid en consistentie naar

mijn oordeel geen grote problemen, al blijft haar verklaring aan de summiere kant. Wel zijn

er problemen en vragen met betrekking tot de accuraatheid van de verklaring.”

Het belangrijkste alternatieve scenario met betrekking tot de verklaringen van [slachtoffer] is dat [slachtoffer] het verhaal over het seksueel misbruik door [verdachte] heeft verzonnen, mogelijk beïnvloed door digitale gesprekken met andere jongeren en als gevolg van ervaren

stress/angst vanwege het beëindigen van het contact met [begeleider] van [instelling] . Op basis van rechtspsychologisch onderzoek kan ik echter onvoldoende informatie vinden in het dossier die bovenstaand alternatieve scenario kan onderscheiden van het scenario dat [slachtoffer] verklaart over daadwerkelijk ervaren seksueel misbruik door haar vader. ”

De betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] is derhalve uitgebreid onderzocht. Het hof acht de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar. Zij heeft vanaf 24 april 2020 bij de politie consistent verklaard over welke seksuele handelingen hebben plaatsgevonden en hoe dat is gebeurd. Zij heeft dit bij het studioverhoor en ook bij de rechter-commissaris bevestigd. Dat [slachtoffer] niet heel erg in detail kan vertellen over het misbruik en het tijdspad, kan te maken hebben met haar beperking of met het verdringen van nare gebeurtenissen en is voor het hof geen aanwijzing dat de verklaringen niet betrouwbaar zijn.

Dat [slachtoffer] na haar eerste informatieve gesprek heeft aangegeven dat haar beschuldigingen toch

niet waar waren, acht het hof – evenals de rechtbank – verklaarbaar, gelet op de omstandigheden waarin zij op dat moment verkeerde. Na de eerste melding is zij immers direct uit huis geplaatst en naar het huis van haar opa en oma gegaan en zij wilde niets liever dan naar huis terugkeren, naar haar familie, waaronder ook haar twee jongere zusjes die zij miste. De beschuldiging tegen verdachte, die nog bij haar moeder en zusjes woonde, stond aan deze terugkeer in de weg. [slachtoffer] heeft hierover ook verklaard dat zij op dat moment hoopte dat de seksuele handelingen door verdachte niet meer zouden plaatsvinden, omdat zij hierover had verteld.

Dat zij meerdere keren heeft geuit dat haar melding over het misbruik niet klopt, is naar het oordeel van het hof dus heel goed te verklaren vanuit de loyaliteit die zij voelde naar het gezin, de druk die door haar ouders op haar werd uitgeoefend en haar verdriet dat ze door haar melding nu geen deel meer uitmaakt van het gezin en helemaal alleen staat. Het doet geen afbreuk aan de betrouwbaarheid van haar verklaring.

Daarnaast weegt het hof mee dat [slachtoffer] haar verklaringen tot op heden heeft gehandhaafd. Hoewel uit de processtukken blijkt dat zij zich in een enorm loyaliteitsconflict bevindt, is zij naar aanloop van de zitting bij het hof bij haar eerder afgelegde verklaringen gebleven. Zij heeft in Whatsappgesprekken met verdachte gezegd dat zij de rechtszaak niet meer wil en zij wilde hem een ‘tip’ geven. In deze gesprekken zegt [slachtoffer] niet dat het misbruik niet heeft plaatsgevonden.

Het hof acht de verklaringen van [slachtoffer] daarom betrouwbaar.

Overig bewijs

In het dossier bevinden zich de rapporten van de deskundigenrapportage van The Maastricht Forensic Institute (hierna: TMFI) van 21 september 2021, 22 oktober 2021 en 2 december 2021.

De onderbroek die door [slachtoffer] in de nacht van vrijdag 16 juli 2021 op zaterdag 17 juli 2021 is

gedragen, is door de politie veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN AAMV6149NL.

Van de onderbroek zijn bemonsteringen genomen ten behoeve van DNA-onderzoek. Van de onderbroek zijn twee mogelijk sperma bevattende vlekken in het kruis van de onderbroek aan de binnenzijde kruis (#01; binnenste laag) en buitenzijde voorkant kruis (#02; buitenste laag) uitgeknipt. Daarnaast zijn van de onderbroek rondom deze bemonsteringen aan de binnenzijde en de buitenzijde vier extra bemonsteringen genomen (AAMV6149NL#03 t/m # 10).

Na toepassing van de SpermTrap methode, waarbij scheiding plaatsvindt in een

spermafractie en een fractie overige cellen, zijn de bemonsteringen van de onderbroek

microscopisch onderzocht op de aanwezigheid van spermakoppen. Hierbij is in de

bemonstering vlek buitenzijde kruis onderbroek AAMV6149NL#02 een spermakop

waargenomen. Daarnaast zijn in de bemonsteringen #03 en #07 t/m #10 spermakoppen

waargenomen. Uit de spermafractie van bemonstering AAMV6149NL#09 (buitenzijde kruis) is een DNA- profiel verkregen van een man. De frequentie van dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel van verdachte komt overeen met dit DNA-profiel. Uit de spermafractie van bemonsteringen AAMV6149NL#02 (vlek buitenzijde kruis), #03 (binnenzijde kruis), #07 (buitenzijde kruis), #08 (buitenzijde kruis) en # 10 (buitenzijde kruis) van de onderbroek is voor elk van deze bemonsteringen een onvolledig enkelvoudig DNA-profiel verkregen van een man. Het DNA-profiel van verdachte komt overeen met dit profiel. De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – verdachte de donor is dan wanneer dit niet zo is.

In het DNA-rapport van het TMFI van 2 december 2021 wordt verder het volgende

toegelicht. Indien wordt aangenomen dat de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek

en de berekeningen betekenen dat de bemonsteringen AAMV6I49NL#02, #03, #07, #08,

#09 en # 10 van de onderbroek daadwerkelijk DNA van verdachte bevatten dan kan, op basis van de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek in combinatie met de resultaten van het onderzoek naar biologische sporen zoals vermeld in de rapporten van 21 september 2021 en 22 oktober 2021, worden gesteld dat de bemonsteringen AAMV6149NL#02, #03, #07, #08, #09 en #10 sperma bevatten dat afkomstig is van verdachte.

De verdediging heeft een rapportage van Forensicon als tegenonderzoek ingebracht. In het Forensicon-rapport wordt erop gewezen dat het vanwege de geslaagde vasectomie bij verdachte niet mogelijk is dat op 16 juli 2021 spermakoppen zijn aangetroffen op de onderbroek van [slachtoffer] . Het hof is van oordeel dat deze stelling wordt weerlegd door het rapport opgemaakt door dr. [arts] , uroloog, waaruit volgt dat het mogelijk is dat na een geslaagde vasectomie nog lang niet-bewegende spermakoppen in het ejaculaat aanwezig zijn. De aanwezigheid van zaadcellen na een vasectomie is na drie jaar beschreven. Uit de verklaringen van verdachte ter terechtzitting volgt ook dat hij er wel rekening mee houdt dat het zijn sperma is dat is aangetroffen op de onderbroek, al is het sperma volgens hem op een andere manier op de onderbroek terechtgekomen.

In het Forensicon-rapport wordt ook gesteld dat op de foto’s van de bemonsteringen geen violetkleuring te zien is. De AP-test (zure fosfatase) is de standaardtest om sperma aan te tonen. In het rapport staat dat het methodologisch dubieus is om een positieve conclusie (sperma) te trekken wanneer de chemische test negatief is en de visuele bevestiging (microscopie-foto) ontbreekt. Het hof is van oordeel dat uit de rapportages van het TMFI, zoals hierboven is weergegeven, voldoende duidelijk is geworden dat spermakoppen zijn aangetroffen op de onderbroek van [slachtoffer] . Het hof heeft geen reden om aan deze rapportages te twijfelen.

Uit het rapport forensisch DNA-onderzoek dat is opgemaakt op 6 mei 2025 volgt dat het slachtoffer (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) is uitgesloten als donor op basis van vergelijkend DNA-onderzoek. Het feit dat [slachtoffer] een biologisch kind is van verdachte is daarom niet van invloed op de uitkomst van het onderzoek. Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan het rapport forensisch DNA-onderzoek en schuift het verweer dat het niet controleerbaar is dat zij is uitgesloten als donor dan ook terzijde.

Het hof is van oordeel dat het door de verdediging in hoger beroep ingebrachte Forensicon-rapport niet leidt tot een ander oordeel, omdat het hof hierin geen reden ziet om te twijfelen aan de rapportages zoals die zijn opgenomen in de bewijsmiddelen.

De verdediging heeft als alternatief scenario aangevoerd dat het sperma door secundaire overdracht bij de wasbeurt in de wasmachine is overgedragen op de onderbroek of dat het wasgoed op het vuile bed van verdachte zou kunnen zijn gelegd, terwijl verdachte daarvoor seks met zijn vrouw had gehad. Verdachte verklaart ter terechtzitting in hoger beroep geen actieve herinnering te hebben aan het leggen van wasgoed op zijn bed en hij weet ook niet meer of hij op dat moment seks had gehad met zijn vrouw. In het licht van de verklaringen van [slachtoffer] en de plek waar het sperma van verdachte op de onderbroek is aangetroffen, namelijk op de binnenzijde van het kruis en aan de buitenzijde van voorkant van het kruis, en de hoeveelheid sporen van sperma die daar zijn aangetroffen, is het hof van oordeel dat het door de verdediging geschetste alternatieve scenario niet aannemelijk is geworden.

Het voorgaande betekent dat het hof op basis van de verklaringen van [slachtoffer] en de rapporten met betrekking tot het aangetroffen sperma, waarvan het DNA matcht met dat van verdachte, zoals hierboven is beschreven, is het hof van oordeel dat de seksuele handelingen zoals tenlastegelegd daadwerkelijk door verdachte zijn begaan.

Ten aanzien van de periode

In een WhatsApp-gesprek tussen [slachtoffer] en [medewerker] van Veilig Thuis heeft [slachtoffer] op 14 april

2020 om 14:23 uur geschreven dat verdachte haar slaat en haar aanraakt en op 23 april 2020

om 13:31 uur heeft [slachtoffer] geschreven dat zij eergisteren voor de laatste keer door verdachte

seksueel is misbruikt. Verder stelt het hof vast dat op 24 april 2020 het eerste

informatieve gesprek heeft plaatsgevonden en dat [slachtoffer] in haar verhoor op 27 juli 2021 heeft

verklaard dat het al ongeveer vier keer was gebeurd toen zij vorig jaar met Veilig Thuis heeft gebeld.

Mede gelet hierop komt het hof tot een bewezen verklaarde periode vanaf 1 april 2020.

Conclusie

Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.

Voorwaardelijk verzoek

De verdediging heeft, indien het hof komt tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, ter terechtzitting in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek gedaan, te weten het laten doen van nader onderzoek op activiteitenniveau naar hoe het spoor dat is gevonden in de onderbroek daar terecht kan zijn gekomen.

Het hof wijst dit verzoek af. Doordat de voorhanden processtukken voldoende duidelijk zijn ontbreekt de noodzaak tot het doen van nader onderzoek. Het hof acht derhalve de toewijzing van dit verzoek niet noodzakelijk voor de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Daarbij betrekt het hof ook dat het scenario dat verdachte dan zou willen laten onderzoeken niet duidelijk is geworden. Verdachte heeft ter terechtzitting twee mogelijkheden geopperd voor het DNA/sperma op de onderbroek van [slachtoffer] . De eerste is dat de schone was op het vuile bed van verdachte zou zijn gelegd, waardoor de schone onderbroek van [slachtoffer] is gecontamineerd. Verdachte heeft daaraan alleen geen actieve herinnering. Hij weet niet of dat is gebeurd op dat moment en hij weet ook niet of hij toen seks heeft gehad met zijn vrouw en het bed, waarop de schone was gelegd zou zijn, heeft bevuild. Een ander scenario duikt op uit het onderzoek van [onderzoeker] , waarnaar verdachte verwijst, die onderzoek heeft gedaan naar sperma dat in de wasmachine overleeft en op andere kledingstukken terecht komt. Beide scenario's zijn niet concreet en niet onderbouwd, waardoor een onderzoek op activiteitenniveau ook om die reden niet goed mogelijk is.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 16 juli 2021 tot en met 17 juli 2021 te [pleegplaats] , althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] door

- het betasten en/of aanraken van de borsten van die [slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] ,

- (hierbij) misbruik te maken van de al bestaande ontuchtige/seksuele relatie tussen verdachte en die [slachtoffer] en/of

- (hierbij) misbruik te maken van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend (emotioneel en/of psychisch) overwicht op die [slachtoffer] , immers was hij, verdachte, de vader van die [slachtoffer] en/of had die [slachtoffer] een verstandelijke beperking (IQ van circa 75), waardoor die [slachtoffer] onvoldoende in staat was om weerstand aan verdachte te bieden en/of

- (hierdoor) een situatie te creëren waaraan die [slachtoffer] zich niet kon onttrekken en waarin die [slachtoffer] zich niet kon verzetten en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie te creëren;

2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 1 mei 2021 te [pleegplaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door die [slachtoffer] bij haar borsten te betasten/aan te raken en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen;

3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 17 juli 2021 te [pleegplaats] , althans in Nederland, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten met [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] , door die [slachtoffer] bij haar borsten te betasten/aan te raken en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van 44 maanden, met aftrek van het voorarrest wordt opgelegd. Zij heeft een lagere straf gevorderd dan de straf die is opgelegd door de rechtbank vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast heeft zij verzocht de straf te matigen, ook met het oog op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het stelselmatig seksueel misbruiken van zijn

oudste dochter [slachtoffer] , door seksueel binnen te dringen bij haar. Dit is begonnen toen zij veertien jaar oud was en heeft geduurd tot 17 juli 2021. In de nacht van 16 op 17 juli was [slachtoffer] opnieuw verkracht en op die dag heeft zij de politie gebeld om voor de tweede keer melding te doen van seksueel misbruik door haar vader. Zij was op dat moment zestien jaar oud. Zij belde de politie, omdat zij wilde dat het misbruik stopte. Een eerdere melding van Veilig Thuis in april 2020 heeft verdachte er niet van weerhouden om zijn dochter te blijven misbruiken.

Het misbruik heeft plaatsgevonden in de woning van het gezin, in de slaapkamer van [slachtoffer] .

Dat is bij uitstek een plek waar zij veilig zou moeten zijn. Daar komt bij dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt is en kampt met forse (psychische) problematiek, wat haar extra kwetsbaar maakt. Verdachte heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van [slachtoffer] . Haar is de kans op een normale seksuele ontwikkeling ontnomen. Bovendien heeft verdachte het misbruik van meet af aan ontkend en gesuggereerd dat [slachtoffer] dit (al dan niet bewust) heeft verzonnen. Hij heeft daarmee geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag en [slachtoffer] daarmee veel leed toegebracht. De ervaring leert dat het niet geloofd worden extra schade berokkent aan slachtoffers. Na de melding op 17 juli 2021 is [slachtoffer] uit huis geplaatst, terwijl verdachte bij zijn gezin is gebleven. [slachtoffer] is niet alleen slachtoffer van verkrachting en ontucht geworden maar is ook het gezin waarvan zij deel uitmaakte en haar zusjes verloren.

Uit de slachtofferverklaring, die namens [slachtoffer] op de zitting is voorgelezen, is op indringende

wijze naar voren gekomen dat het misbruik zelf en de gebeurtenissen daarna grote impact op

[slachtoffer] hebben. Het is niet ondenkbaar dat zij hier de rest van haar leven last van blijft houden.

Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 16 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld, zodat dat niet strafverhogend meeweegt.

Het hof heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies met betrekking tot

verdachte van 24 februari 2023. De reclassering adviseert om aan verdachte een straf op te

leggen zonder bijzondere voorwaarden. Er worden geen aanknopingspunten gezien om met

interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. Door de

ontkennende houding van verdachte is geen zicht verkregen op de delictgerelateerde

risicofactoren en de hoogte van het recidiverisico. Daarnaast zijn er geen signalen voor

problemen op de leefgebieden, ervaart verdachte zelf geen problemen en is er al inzet gepleegd voor het slachtoffer.

Gelet op het voorgaande, alsmede de ernst van het bewezenverklaarde feit kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Dat een dergelijke vrijheidsbeneming grote impact op het leven van verdachte heeft, wordt door het hof onderkend maar maakt dit niet anders. Het hof heeft rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken werden opgelegd.

De verdediging heeft aangevoerd dat de redelijke termijn is geschonden. Het hof stelt vast dat verdachte voor het eerst is gehoord op 13 december 2021. De vonnis van de rechter in eerste aanleg is gewezen op 26 september 2023. Dat is binnen twee jaar na dat eerste verhoor. In eerste aanleg is de redelijke termijn niet geschonden. In hoger beroep heeft de eerste zitting binnen de termijn van twee jaar plaatsgevonden, namelijk op 12 mei 2025. Er is toen verzocht om nader onderzoek, waarna de zaak is aangehouden en pas op 18 maart 2026 weer is behandeld. De redelijke termijn is daarmee overschreden met een half jaar. Die overschrijding kan niet alleen worden verklaard door de onderzoekswensen van de verdediging. Het hof zal daarom de gevangenisstraf verminderen en een korting toepassen van 10 %. In plaats van 48 maanden, legt het hof 43 maanden op.

Alles afwegende, zal het hof aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 43 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer]

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met vermeerdering van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard vanwege de verzochte vrijspraak. Subsidiair heeft zij geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van het verzoek tot schadevergoeding.

Oordeel van het hof

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 12.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.

Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Verdachte moet die schade vergoeden. De vordering wordt daarom toegewezen. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Ten aanzien van de immateriële schade overweegt het hof als volgt. Voor wat betreft de vergoeding voor geleden immateriële schade geldt dat schade wordt verzocht op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, BW: aantasting van de persoon op andere wijze.

Volgens vaste rechtspraak is van een dergelijke aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen.

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting in hoger beroep in haar slachtofferverklaring naar voren gebracht dat het gebeurde een enorme impact op haar heeft gehad en ook nog steeds heeft.

Het hof overweegt dat concrete gegevens over de aard van de psychische schade bij de benadeelde partij ontbreken, zodat het bestaan van geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld. Het hof is echter van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan met zich brengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen.

De aard, de ernst en de verwijtbaarheid van de onrechtmatige handelen van de verdachte, alsmede de ernst van de inbreuk die daarmee op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is gemaakt en de nadelige gevolgen die het handelen van de verdachte heeft gehad op het dagelijkse leven van de benadeelde partij en de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters worden opgelegd. Tot slot heeft het hof acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de vaststelling en begroting van schade als hier aan de orde. Het bovenstaande maakt dat het hof de omvang van de immateriële schade naar billijkheid vast stelt op € 12.500,- te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2020.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 57, 242, 245, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 43 (drieënveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 12.500,00 (twaalfduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 12.500,00 (twaalfduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 87 (zevenentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 1 april 2020.

Aldus gewezen door

mr. K.J.C. Geeve, voorzitter,

mr. Z.J. Oosting en mr. P.J. Roelse, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.A. Dunnink, griffier,

en op 1 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. K.J.C. Geeve
  • mr. Z.J. Oosting
  • mr. P.J. Roelse

Griffier

  • mr. G.A. Dunnink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?