ECLI:NL:GHARL:2026:2199

ECLI:NL:GHARL:2026:2199

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 21-001148-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2022:779

Samenvatting

Verdachte heeft zich in een periode van ruim vijf jaren (1996 – 2002) meerdere keren schuldig gemaakt aan seksueel misbruik en verkrachting van het slachtoffer. Zij werd als 15-jarig meisje in het (pleeg-)gezin van verdachte opgenomen en zij heeft daar zeven maanden gewoond. In die periode is het seksueel misbruik begonnen. Ook nadat aangeefster elders ging wonen is het seksueel misbruik doorgegaan. Verdachte was docent van het slachtoffer en had haar, vanwege haar kwetsbare situatie, als pleegkind in zijn gezin opgenomen. Zij zou daardoor een veilig thuis en een vertrouwde omgeving moeten hebben maar in plaats daarvan werd zij het slachtoffer van de seksuele verlangens en behoeftes van verdachte. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot drie jaar (36 maanden) gevangenisstraf. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaren past het hof een compensatie toe van zes maanden zodat aan verdachte een gevangenisstraf van 30 maanden wordt opgelegd.

Uitspraak

[Verdachte] ,

geboren op [Geboortedatum 1] 1959 in [Geboorteplaats 1] ,

wonende te [Adres 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 24 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank van 8 maart 2022 besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.M. Carabain-Klomp, en het slachtoffer en haar advocaat, mr. R.R. Schuldink, hebben aangevoerd.

Het vonnis

Het hof vernietigt het vonnis omdat het tot een andere bewezenverklaring en andere strafoplegging komt. Het hof doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 1996 tot en met 3 januari 2002 te [Plaats 1] en/of te [Plaats 2] , althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [Slachtoffer] (geboren op [Geboortedatum 2] 1981) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer] , te weten

- het (tong)zoenen van die [Slachtoffer] en/of

- het betasten van het lichaam van die [Slachtoffer] en/of

- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [Slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die [Slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn penis in de vagina en/of in de anus van die [Slachtoffer] ,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer] in een ongelijkwaardige en/of afhankelijke relatie met hem, verdachte, heeft gebracht en gehouden, gelet op (psychische) problematiek en kwetsbaarheid van die [Slachtoffer] en/of het leeftijdsverschil en/of het feit dat die [Slachtoffer] in zijn, verdachtes, woning verbleef en/of het feit dat hij, verdachte, docent was op de school van die [Slachtoffer] en/of

- telkens misbruik heeft gemaakt van die afhankelijkheidsrelatie en/of het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend (fysiek en/of emotioneel en/of psychisch) overwicht op die [Slachtoffer] en/of

- zich telkens dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van die [Slachtoffer] , waartegen die [Slachtoffer] zich niet kon of durfde te verzetten, gelet op de al bestaande ontuchtige/seksuele relatie tussen verdachte en die [Slachtoffer] en/of

- telkens voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [Slachtoffer] en/of

- telkens een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin die [Slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft daartoe onder meer aangevoerd dat zowel de verklaringen van aangeefster als die van de getuigen, die door de rechtbank voor het bewijs zijn gebezigd, niet betrouwbaar zijn te achten en daardoor niet bruikbaar zijn.

Aangeefster heeft bij de politie – zowel in het informatieve gesprek van 31 januari 2019 als in haar aangifte van 11 maart 2019 – consistent verklaard over de aard van de seksuele handelingen en waar deze hebben plaatsgevonden.

Aangeefster beschrijft gedetailleerd en op authentieke wijze hoe het seksueel misbruik is begonnen: dat zij als pleegkind in het gezin van verdachte werd opgenomen; dat zij ’s nachts nachtmerries had en dat verdachte dan naar haar slaapkamer kwam om haar gerust te stellen; dat verdachte aanvankelijk alleen over haar been wreef en daarin steeds een stapje verder ging.

Aangeefster beschrijft ook de eerste keer dat zij vaginale seks had met verdachte; dit gebeurde op een rieten stoel in de werkkamer van verdachte.

Aangeefster beschrijft ten slotte een ontmoeting in een auto in [Plaats 2] , waarbij verdachte haar anaal penetreerde.

Aangeefster heeft materiaal voor het opsporingsonderzoek aangeleverd, zoals chatgesprekken, sms-jes en e-mailberichten tussen haar en verdachte. Zij heeft ook namen genoemd van personen met wie zij door de jaren heen over het misbruik heeft gesproken, en die hierover zijn gehoord. Daardoor is haar aangifte verifieerbaar geworden en na onderzoek is dit materiaal ook ondersteunend aan haar aangifte gebleken.

Het hof acht de verklaringen van aangeefster betrouwbaar.

De getuigen die in het opsporingsonderzoek zijn gehoord en waarvan verklaringen door de rechtbank voor het bewijs zijn gebruikt, hebben allemaal in een bepaalde relatie tot aangeefster gestaan. Aan al deze getuigen, behalve aan getuige [Getuige 1] , heeft aangeefster in verschillende periodes en op verschillende wijzen haar verhaal over het misbruik door verdachte verteld. Getuige [Getuige 2] , therapeut van aangeefster vanaf 1999 , hoorde toen al over het misbruik. Getuige [Getuige 3] , de buurvrouw van aangeefster sinds 2001 , kwam in die tijd op de hoogte van het misbruik door verdachte. Tegen getuige [Getuige 4] , ook een therapeut van aangeefster , heeft aangeefster over het misbruik verteld in 2014/2015. Hoewel deze getuigen allen op een ander moment in de tijd van aangeefster over het misbruik hebben gehoord, hebben zij allen in meer of mindere mate de verklaringen van aangeefster bevestigd. Het hof stelt vast dat de verklaringen van deze getuigen de aangifte van aangeefster in voldoende mate ondersteunen.

Ten aanzien van getuige [Getuige 3] overweegt het hof nog dat zij aanwezig was bij aangeefster thuis, toen verdachte bij aangeefster op bezoek kwam. Getuige heeft toen het (angstige) gedrag van aangeefster waargenomen. Ook die waarneming ondersteunt op onderdelen de verklaring van aangeefster.

De enkele omstandigheid dat getuige [Getuige 3] zelf in het verleden mogelijk soortgelijke ervaringen heeft gehad als aangeefster, maakt haar verklaring om die reden niet reeds onbetrouwbaar en is geen reden om haar getuigenverklaring uit te sluiten voor het bewijs.

Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Het hof neemt de bewijsmiddelen op in de bijlage van dit arrest.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 1996 tot en met 3 januari 2002 te [Plaats 1] en/of te [Plaats 2] , althans in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [Slachtoffer] (geboren op [Geboortedatum 2] 1981) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer] , te weten

- het (tong)zoenen van die [Slachtoffer] en/of

- het betasten van het lichaam van die [Slachtoffer] en/of

- het laten betasten en/of aftrekken van zijn penis door die [Slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die [Slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn penis in de vagina en/of in de anus van die [Slachtoffer] ,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer] in een ongelijkwaardige en/of afhankelijke relatie met hem, verdachte, heeft gebracht en gehouden, gelet op (psychische) problematiek en kwetsbaarheid van die [Slachtoffer] en/of het leeftijdsverschil en/of het feit dat die [Slachtoffer] in zijn, verdachtes, woning verbleef en/of het feit dat hij, verdachte, docent was op de school van die [Slachtoffer] en/of

- telkens misbruik heeft gemaakt van die afhankelijkheidsrelatie en/of het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend (fysiek en/of emotioneel en/of psychisch) overwicht op die [Slachtoffer] en/of

- zich telkens dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van die [Slachtoffer] , waartegen die [Slachtoffer] zich niet kon of durfde te verzetten, gelet op de al bestaande ontuchtige/seksuele relatie tussen verdachte en die [Slachtoffer] en/of

- telkens voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [Slachtoffer] . en/of

- telkens een bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin die [Slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon of durfde te onttrekken.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Bij het bepalen van de straf en/of maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich in een periode van ruim vijf jaren meerdere keren schuldig gemaakt aan verkrachting van aangeefster [Slachtoffer] . Aangeefster werd op 31 september 1996 als 15-jarig meisje in het (pleeg-)gezin van verdachte opgenomen en zij heeft daar zeven maanden gewoond. In die periode is het seksueel misbruik begonnen met het betasten van aangeefster waarbij verdachte steeds verder is gegaan. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in het seksueel binnendringen in de vagina met zijn vingers en penis en later is hij ook anaal bij aangeefster binnengedrongen. Ook nadat aangeefster elders ging wonen is het seksueel misbruik doorgegaan. Met zijn handelen heeft verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van aangeefster. Verdachte was docent van aangeefster en had haar, vanwege haar kwetsbare situatie, als pleegkind in zijn gezin opgenomen. Aangeefster zou daardoor een veilig thuis en een vertrouwde omgeving moeten hebben maar in plaats daarvan werd zij het slachtoffer van de seksuele verlangens en behoeftes van verdachte. Het is verdachte zeer kwalijk te nemen dat hij in zijn (gezags-) positie van docent en pleegouder, geen enkel oog heeft gehad voor de jonge leeftijd, de kwetsbaarheid en het psychische welzijn van aangeefster maar zijn eigen verlangens heeft laten prevaleren. Het is een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer.

Dat deze schade daadwerkelijk is toegebracht, blijkt uit de verklaringen van aangeefster bij de politie en haar slachtofferverklaringen, afgelegd ter zitting van de rechtbank en het hof. Zij heeft langdurige psychische problemen ondervonden en heeft zich meerdere keren onder behandeling moeten stellen.

Het hof heeft kennisgenomen van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 februari 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Het hof heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport van 12 oktober 2021.Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering heeft echter geen zicht op de gevoelsbeleving van verdachte gekregen.

Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat als gevolg van de veroordeling door de rechtbank zijn persoonlijke omstandigheden zijn gewijzigd. Hij is noodgedwongen gestopt met werken omdat hij geen Verklaring Omtrent het Gedrag (meer) krijgt. Daarnaast is hij, samen met zijn echtgenote, noodgedwongen verhuisd om een nieuwe start te kunnen maken.

De jonge leeftijd van het slachtoffer, haar kwetsbaarheid en de seksuele handelingen, die bovendien gedurende een lange periode plaatsvonden, maken dat het hof een gevangenisstraf van 36 maanden, zoals eerder door de rechtbank is opgelegd, op zich passend en geboden acht. Dat de feiten ruim vijfentwintig jaren geleden werden gepleegd maakt het oordeel van het hof niet anders. Een taakstraf of een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de raadsvrouw bepleit, zou geen recht doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten.

Bij het opleggen van de straf houdt het hof echter ook rekening met het tijdverloop tussen het instellen van het hoger beroep en de behandeling in hoger beroep. De redelijke termijn van berechting zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is in hoger beroep aangevangen met het instellen van hoger beroep door verdachte op 23 maart 2022. Het hof doet uitspraak op 7 april 2026. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat redelijkerwijs de behandeling ter zitting moet zijn afgerond met een eindarrest binnen twee jaar nadat de verdachte hoger beroep heeft ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Van bijzondere omstandigheden is in deze zaak naar het oordeel van het hof geen sprake. Er is daarom sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met twee jaren en één maand. Deze overschrijding dient naar het oordeel van het hof tot matiging van de straf te leiden. Het hof compenseert de overschrijding van de redelijke termijn door de gevangenisstraf te beperken tot dertig maanden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. S. Bek, mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. I.C.E. Draisma, raadsheren, in aanwezigheid van mr. A.C. Wormgoor, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 7 april 2026.

Bijlage bewijsmiddelenoverzicht

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van

politie eenheid [Politie eenheid] met nummer Bentayga / ONRBC19464, proces-verbaalnummer 2019015136, opgemaakt door [Verbalisant 1] hoofdagent van politie, gesloten op 21 mei 2021.

Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden van 31 januari 2019,

voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 1 t/m 4):

Informatief gesprek met: [Slachtoffer] (hierna: [Slachtoffer] ), geboren op

[Geboortedatum 2] 1981 te [Geboorteplaats 2] .

[Slachtoffer] verklaarde dat zij tussen haar 15e en 16e levensjaar gewoond heeft bij haar

docent [Verdachte] in [Plaats 1] . [Slachtoffer] werd wakker en merkte dat [Verdachte] aan haar borsten

zat en haar streelde tussen de benen en in haar vagina. Daarna pakte hij haar hand

vast en bracht deze naar zijn penis waarop hij door aanraking klaar kwam. Daarna

gebeurde het ongeveer 3 a 4 keer per week dat [Verdachte] aan [Slachtoffer] zat. Het misbruik

vond plaats op haar slaapkamer. De seksuele handelingen bestonden met name uit

het strelen, betasten, tongzoenen en aftrekken. Vanaf het 18e levensjaar is [Slachtoffer]

begeleid gaan wonen. De woensdagmiddag ging [Slachtoffer] naar [Verdachte] en bleef daar eten.

In het kantoor stond een rieten stoel waar zij boven op hem moest zitten. Hij

drukte zijn penis in haar vagina. [Slachtoffer] woonde begeleid in [Plaats 2] . [Verdachte] is naar [Plaats 2]

gekomen om daar seks met haar te hebben. Ze durfde geen nee te zeggen. [Slachtoffer]

vertelde dat ze in de auto anaal verkracht zou zijn.

Waar is het gebeurd: [Adres 2]

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [Slachtoffer] van 11 maart 2019, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 4 t/m 13):

V: Hoe kwam het dat je bij [Verdachte] en zijn gezin kwam?

A: Hij was mijn leraar en zag dat het niet goed met mijn ging.

V: Wanneer ben je bij hem gekomen?

A: Op 31 september (de rechtbank begrijpt: jaartal 1996), [Geboortedatum 3] was zijn zoon

jarig.

V: Waarvan kom je aangifte doen?

A: Van seksueel misbruik in de periode dat ik bij [Verdachte] woonde en daarna, toen ik

begeleid woonde.

V: In welke periode heeft het misbruik plaatsgevonden?

A: Ik heb zeven maanden bij hem thuis gewoond. Het gebeurde niet al in het

begin. Daarna wel een keer of vier per week.

V: Vertel eens alles over de eerste keer dat [Verdachte] dingen bij jou heeft gedaan op

seksueel gebied?

A: Het meeste is in de nachten gebeurd. De kamer waar ik ging slapen was eerst

een kantoortje geweest.

V: Wat gebeurde er op seksueel gebied tussen jou en [Verdachte] , vertel eens over de

eerste keer?

A: Het was in de nacht. Ik had nachtmerries, maakte herrie. Daar reageerde [Verdachte]

dan op. Hij kwam dan naar beneden. Hij wreef over mijn bovenbeen. Het was niet

dat hij direct aan alles ging zitten, maar in de daaropvolgende periode ging hij

steeds een stapje verder. Eerst wrijven over mijn bovenbeen, dan binnenzijde dij,

dan met zijn vingers langs mijn slip. En ik deed niks, ik was geschrokken. Ik liet

het gebeuren.

V: Hoe ging het toen verder?

A: Hij ging eerst over mijn slip en daarna ging de slip aan de kant. En toen ging

hij met zijn vingers erin.

V: Waarin?

A: Mijn vagina.

V: Hoe ging het toen verder?

A: Ik werd langzamerhand wakker en duwde hem weg. Ik ging hem wegduwen

met mijn handen. Hij pakte mijn hand en legde die op zijn piemel. Ik wilde dat

niet, ik trok steeds mijn hand weg. Later deed hij dat ook met zijn pyjamabroek

naar beneden. Hij wilde dat ik hem zou aftrekken. Hij deed mijn hand op en neer

over zijn piemel.

V: Hoe vaak gebeurde dit?

A: Heel vaak. Voor mijn gevoel was het bijna elke nacht.

V: Heb je er in die tijd met hem over gesproken?

A: In de tijd dat ik bij hem woonde, durfde ik er niet over te praten en hij zal

gedacht hebben dat ik het niet meer wist omdat ik sliep.

V: Vertel eens over de eerste keer dat er penetratie plaatsvond?

A: Dat was op de stoel. Een rieten stoel die op mijn kamer stond.

V: Maar hoe kwam je op zijn kantoortje?

A: Hij ging op de rieten stoel zitten en vroeg of ik me uit wilde kleden. Ik zei: ‘dat

ga ik niet doen’. Hij zei dat dat wel kon en dat de deur op slot zat. Toen pakte hij

mij vast en deed ook mijn broek uit. En toen moest ik bovenop hem zitten. En

toen zat hij met zijn vingers aan mijn vagina te voelen en te wrijven en toen heeft

hij zijn piemel er in geschoven. Hij had zijn handen op mijn billen. Hij zei dat ik

een beetje op en neer moest. Hij deed dat ook met zijn handen, deed mijn billen

op en neer. Daardoor kwam hij klaar.

V: Heb je die eerste keer dat dit gebeurde dat je dit niet wilde?

A: Nee, ik heb wel gezegd dat het niet kon. Dat wilde ik laten merken. Ik durfde

geen ‘nee’ te zeggen.

V: Waarom durfde je geen ‘nee ’ te zeggen?

A: Ik had het gevoel dat het er een beetje bij hoorde. Dat het gebeurde als ik daar

was, dat was standaard.

V: Je verklaarde net over de eerste keer dat [Verdachte] je penetreerde. Hoe vaak is iets

dergelijks voorgekomen?

A: Heel vaak. Eigenlijk voor mijn gevoel altijd. Als het niet het penetreren was,

dan was er wel een tongzoen. Er was altijd iets lichamelijks.

V: Waar vond dit plaats?

A: Bij hem thuis. Eerst op mijn slaapkamer, later op het kantoortje.

V: Wat gebeurde er toen je in [Plek] woonde?

A: Hij heeft me toen weer verkracht. Hij had vaak aangegeven dat hij anale seks

wilde. Ik zei dat ik dat niet wilde doen. Toen heeft hij me anaal verkracht

V: Hoe ging dat?

A: Ik had met hem afgesproken bij de Albert Heijn in [Plaats 2] . Hij begon erover dat

hij anale seks wilde. Ik stapte dus bij hem in de auto en hij wilde dat bij me doen.

Ik zei dat dat niet kon, niet ging omdat we in de auto zaten. Hij zei dat dat wel kon,

dat ik mijn broek naar beneden moest doen, dan kon hij er wel bij.

V: Waar was je in de auto?

A: Ik zat voorin, de rugleuning van de stoel was naar beneden en de stoel stond in

zijn achterste stand. Ik zat met mijn knieën op de stoel. [Verdachte] zat achter me, ik kon

geen kant op. Hij zat aan mijn vagina en aan mijn achterkant. Hij wilde met zijn

piemel er in. Dat ging natuurlijk niet. Dat paste niet. Ik was nog hartstikke jong,

en het is er niet voor bedoeld. Hij kon er niet goed bij, moest door de knieën

zakken. Ik zei dat het niet paste.

V: Waarom wil je nu aangifte doen?

A: Omdat hij me op mijn zwakste moment, toen ik een pleegvader nodig had,

heeft gepakt. Hij heeft daar misbruik van gemaakt.

3.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [Getuige 3] van 9 december 2019, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 29 t/m 33):

V: [Slachtoffer] heeft aangifte gedaan. Kun jij mij daarover eens alles vertellen?

A: Wat ik weet van wat ze verteld heeft, op verschillende momenten, toen ze bij

hem in huis woonde dat hij haar misbruikt heeft. Maar ook dat hij nog steeds

kwam toen ik en [Slachtoffer] naast elkaar woonden. Een keer specifiek, weet ik nog. Hij

kwam ’s avonds langs en zij smeekte mij toen om te blijven. Ze is normaal gesproken

niet op haar mondje gevallen, maar toen was ze echt bang. Zo kende ik haar niet.

V: Wat kun je vertellen over [Verdachte] ?

A: Ik heb echt voelsprieten, ik voelde mij niet op mijn gemak bij hem. Hij was

veel te vriendelijk. Het was ook denk ik de combinatie, het gedrag van [Slachtoffer] als

hij er was. Het mondige persoontje was dan weg. Moeilijk om uit te leggen. Ik

voelde dan gelijk dat er iets niet klopte.

V: Weet je nog hoe [Slachtoffer] in die periode over hem sprak?

A: Weet ik niet goed. Ik denk dat ik al vrij snel wist dat er iets speelde. Dat ze

bang was, als hij er was. Ze benoemde het ook als seks hebben en als vrijen. Ik

zag het als verkrachting. Zij zei dat ze er niets bij voelde, hij wilde het. Dat is wat

ze zei. Ze bedoelde daarmee dat ze haar gevoel uitzette. Zo van, dan laat ik hem

maar gebeuren. Ik kan het niet tegenhouden.

V: Weet je ook waar dit is gebeurd?

A: Ja bij hem thuis, toen zij daar woonde. Ze had het over een stoel, maar verder

weet ik het niet.

4.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [Getuige 4] van 12 december 2019, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 44 t/m 47):

V: Kun jij aangeven watje rol/functie is of is geweest in het contact met [Slachtoffer]

?

A: Ik was haar therapeut . Ik ben psychosociaal therapeut .

V: Weet jij nog wat ze over het seksueel misbruik heeft verteld tegen jou?

A: Ik vind het wel lastig om dit te vertellen. Het was heel authentiek verteld. Een

jong meisje toen nog. Dat hij teveel op haar kamer kwam,

seksuele avances maakte.

V: Tijdens de seksuele avances, daarna het misbruik. Was zij toen meer- of

minderjarig?

A: Toen was ze nog minderjarig.

V: Later ook nog?

A: Later is ze in een tehuis terecht gekomen in [Plaats 2] volgens mij. Daar kwam hij

haar ook regelmatig opzoeken. Ook op de kamer. Ook in de auto heeft hij haar

geprobeerd te verkrachten, dat heeft ze me verteld.

5.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [Getuige 2] van 8 februari 2021, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 58 t/m 62):

V: Wat was jouw functie destijds?

A: Ik was beeldend therapeut . Ik werkte toen bij de psychiatrie van [Ziekenhuis] . Ik heb

heel vroeger ook nog op [Plek] gewerkt, daarna werd ik dus als beeldend

therapeut weleens ingezet.

V: Uit het dossier blijkt dat hij een docent is geweest. Dat [Slachtoffer] daar in huis is

genomen door hem. Zegt je dat wat?

A: Ja dat klopt. Ze is een tijd thuis opgevangen. Thuis ging het niet goed. Ze is

door hem opgevangen. Het misbruik heeft volgens mij vaker plaatsgevonden, dat

zie je ook vaker bij meiden die misbruikt worden. Dat zij vaker misbruikt gaan

worden daarna. Het eerste misbruik is inderdaad door die docent geweest.

V: In hoeverre waren er bij u twijfels over de zaken die [Slachtoffer] jou vertelde?

A: Ik heb dat bij [Slachtoffer] niet gehad. Ik heb echt heel veel mensen met misbruik

situatie gehad. Maar bij [Slachtoffer] heb ik die twijfel nooit gehad.

V: Kan je uitleggen waarom?

A: Het was heel oprecht. Direct vanuit gevoel redenerend. Ik vond [Slachtoffer] echt

een meisje wat weliswaar heel kwetsbaar was, maar ook een soort wil had om

dingen te veranderen. De persoonlijkheid, qua persoonlijkheidsstoornissen zeg

maar, die zag ik niet. De klachten stonden ook echt in relatie tot wat er gebeurd

was.

6.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [Getuige 1] van 28 april 2021, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 63 t/m 74):

(…)

[Slachtoffer] had wel behoefte om met [Verdachte] te praten en dat vaak was dat als zij op haar

slaapkamer was ’s avonds. Dan ging [Verdachte] bij [Slachtoffer] naar haar kamer. Dan was ze

een ‘eeuwigheid’ met [Verdachte] aan het praten. Dan was ik het zat, omdat ik dan niet

kon slapen want ik zat te wachten tot [Verdachte] kwam. Dan wilde ik ook weten hoe het

met hem en [Slachtoffer] ging en dan wachtte ik op hem. Als [Verdachte] dan later boven kwam,

dan viel ik al bijna in slaap.

V: Hoeveel vrij had hij?

A: Alle schoolvakanties. En de woensdagmiddag had hij vrij.

V: Hoe zag deze kamer eruit?

A: In haar kamer was een bed, een bureau en een rieten stoel.

7.

Het proces-verbaal van bevindingen (inclusief bijlage) van 7 maart 2019, voor zover

inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 75 t/m 175):

Op donderdag 7 maart 2019, dossier ontvangen van advocaat van aangeefster, te

weten R.R. Schuldink.

In het dossier zitten de volgende stukken:

- App-contact tussen [Slachtoffer] en [Verdachte]

- Berichten tussen [Slachtoffer] en [Verdachte] , berichten via Facebook-Messenger.

(pag. 109-110):

J: ‘Na die avond in [Plaats 2] , is er nooit meer iets geweest tussen ons’.

H: ‘Anaal?!’

J: ‘Dat was in [Plaats 2] ’.

(pag. 117-118):

J: ‘Sex met een 15 jarige... Zou ik nooit doen’.

H: ‘Wel met een 16 jarige?!’

J: ‘Je was ruim 16, en als ik niet gezag over je had, was ik niet eend strafbaar’

(…)

J: ‘Maar... het had niet moeten gebeuren’.

J: ‘Ik heb er dan ook veel spijt van’.

H: ‘Waar heb je spijt van?!’

J: ‘Het is een zwarte vlek in mijn leven’.

J: ‘Dat ik met jou sex heb gehad’.

(pag. 126):

J: ‘Dat ging van twee kanten [Slachtoffer] ’

H: ‘Dat geloof je echt he?!’

J: De laatste keren wel...

(pag. 132):

J: ‘We kunnen de zaken niet terugdraaien’

(blz. 133):

J: ‘Dat zei ik al... ik heb fouten gemaakt... ’

(pag. 147):

J: ‘Ik wil je graag helpen [Slachtoffer] ’

J: ‘en ook jonge meisjes met mooie puntige borsten en mooie geschoren kutjes’.

(pag. 148)

J: ‘doe je nog anaal?’

H: ‘Nee joh past niet’

J: ‘ok’

H: ‘Maar jij wel dan? Durf jij het wel’

J: ‘Anaal? Ja hoor’

H: ‘Ook bij mij? Je hebt het wel eens geprobeerd dat weet ik nog’

J: ‘Ik vind t lekker!’

8.

Het proces-verbaal van bevindingen van 1 maart 2021, voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven (pag. 180 t/m 184):

Ten behoeve van het onderzoek BENTAYGA werd door mij, verbalisant [Verbalisant 2] ,

een tijdlijn opgemaakt.

30-09-1996:

[Slachtoffer] komt bij gezin [Verdachte] wonen.

Tussen 05-1997 en 19-02-1998:

Er vindt vaginale penetratie plaats van [Slachtoffer] door [Verdachte] in haar voormalige slaapkamer.

Vanaf 23-06-1999:

Er blijft contact tussen [Slachtoffer] en [Verdachte] . [Verdachte] zoekt haar op en zou haar een keer

verkrachten in zijn auto, waarbij de door hem gewenste anale penetratie niet lukt.

Hierna vindt vaginale penetratie plaats.

9.

Het proces-verbaal van bevindingen van 26 november 2019, voor zover inhoudende,

zakelijk weergegeven (pag. 187 t/m 224):

Op 4 november 2019 werd de computerkast (Microsoft Windows XP Home) van

aangeefster [Slachtoffer] in beslag genomen en overgedragen aan de digitale recherche

om de inhoud hiervan veilig te stellen. In de inhoud werd gezocht en daarbij zijn

de volgende zoekwoorden gebruikt; [Verdachte] ; [Verdachte] ; misbruik; seksueel; seks; sex;

aangifte; politie. Er zijn verschillende berichten (MSN Messenger) aangetroffen.

1. Berichten tussen [Verdachte] ( [Gebruikersnaam] ) en aangeefster [Slachtoffer] .

(pag. 195):

[Gebruikersnaam] : ‘een keertje sexen kan toch wel?’

[Gebruikersnaam] : ‘verwen ik je een keer super!’

(pag. 207):

[Gebruikersnaam] : ‘ik weet hoe je eruit ziet... ’

[Gebruikersnaam] : ‘zelfs naakt’

(pag. 208):

[Gebruikersnaam] : ‘je moet ook meer verwend worden zoals bij ons in de jacuzzi en de

sauna

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 7 april 2026.

Aanwezig zijn:

mr. F.A.M. Bakker, voorzitter,

mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier.

Namens het openbaar ministerie is aanwezig mr. G. Nijpels, advocaat-generaal.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.A.M. Bakker

Griffier

  • mr. H.J. Rosmalen-Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?