GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.359.220
zaaknummer rechtbank Overijssel 332686
beschikking van 2 april 2026
over de kostenveroordeling
in de zaak van
[verzoeker] (de man)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. M.Th.M. Demmer
en
[verweerster] (de vrouw)die woont in [woonplaats2]advocaat: mr. W.G. ten Brummelhuis
1. Samenvatting
De rechtbank Overijssel, locatie Almelo, heeft de man veroordeeld in de proceskosten in de procedure bij de rechtbank. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en zal ook het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen in de proceskosten van dit hoger beroep, toewijzen. Het hof legt hierna uit waarom.
2. De feiten
De man en de vrouw hebben twee kinderen over wie zij op het moment van de procedure bij de rechtbank samen het gezag hadden.
3. De procedure bij de rechtbank
De vrouw heeft in eerste aanleg de rechtbank verzocht haar vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met de kinderen en de man te veroordelen in de kosten van de procedure.
De rechtbank heeft de verzoeken van de vrouw toegewezen en de man veroordeeld in de proceskosten, die de rechtbank heeft begroot op € 1.318.
De rechtbank heeft ook beslist dat de beslissingen mogen worden uitgevoerd, ook al is er hoger beroep ingesteld (de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard).
Die beslissingen zijn vastgelegd in een beschikking van 12 juni 2025.
4. De procedure bij het hof
De man is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om hem te veroordelen in de proceskosten. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof die beslissing ongedaan maakt.
De vrouw is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat, de man veroordeelt in de kosten van dit hoger beroep en dat de beslissing ook kan worden uitgevoerd als een van de partijen de beslissing voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift
het verweerschrift
De zitting bij het hof was op 5 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
de man met zijn advocaat
de vrouw met haar advocaat
5. Het oordeel van het hof
De proceskostenveroordeling door de rechtbank
Wat staat in de wet?
Een eindbeschikking kan ook een veroordeling in de proceskosten inhouden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat het aan het inzicht van de feitenrechter is overgelaten of die in het gegeven geval aanleiding vindt een veroordeling in de proceskosten uit te spreken.
In procedures die zaken van personen- en familierecht betreffen wordt in het algemeen besloten om de proceskosten te compenseren, in die zin dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt. De rechter is echter niet tot compensatie verplicht. De rechter kan onder meer de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van de wederpartij of als de procedure nodeloos is aangespannen of voortgezet. De rechter is daarbij niet gehouden aan het liquidatietarief en hoeft zich evenmin te laten leiden door een mogelijk op toevoeging procederen van een of beide partijen.
Hoe oordeelt het hof?
Uit de stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat de vrouw de man tijdig en herhaaldelijk heeft gevraagd om de voor haar vakantie met de kinderen benodigde toestemmingsverklaringen aan te leveren, maar dat zij die ondanks dat de man daar ruim de tijd voor heeft gehad, niet van hem heeft ontvangen. De vrouw heeft de man gewezen op de (financiële) consequenties van het niet verstrekken van de benodigde toestemmingsverklaringen, waaronder het vragen van een proceskostenveroordeling als het tot een rechtszaak zou komen. Duidelijk is dat de man, hoewel hij stelt dat hij actie heeft ondernomen om toestemming te verlenen voor de vakantie, heeft nagelaten om de daarvoor benodigde documenten voor de zitting in eerste aanleg aan te leveren. Hij was niet op de zitting bij de rechtbank aanwezig. Zijn advocaat, dezelfde die hem thans in hoger beroep weer bijstaat, had zich vier dagen voor de mondelinge behandeling door de rechtbank onttrokken. Het hof ziet in het voorgaande aanleiding de proceskostenveroordeling van de man in eerste aanleg in stand te laten.
Wat de man in het kader van dit hoger beroep stelt, kan niet tot een ander oordeel leiden. Het hof merkt hierover op dat de rol van de man als vader van de kinderen van partijen, waar de man tijdens de mondelinge behandeling aandacht aan heeft besteed, buiten de grenzen van deze procedure valt. De man stelt in dit hoger beroep verder dat er tussen de man en zijn advocaat sprake is geweest van miscommunicatie over de procedure in eerste aanleg. In dat verband heeft de advocaat van de man laten weten dat zij dacht dat de toestemmingsverklaringen waren aangeleverd, zodat zij geen actie meer hoefde te ondernemen en zij zich een aantal dagen voor de zitting heeft onttrokken en dat zij niet kan terugvinden dat zij de man op de hoogte heeft gesteld van de datum van de zitting. Het hof is van oordeel dat de door de man geschetste gang van zaken weinig geloofwaardig is: de man betoogt dat hij niet op de hoogte was van de zitting bij de rechtbank, terwijl zijn advocaat zich onttrekt onder verwijzing naar de zittingsdatum en op het onttrekkingsformulier vermeldt dat zij haar cliënt over de onttrekking heeft geïnformeerd. Het had meer voor de hand gelegen dat de man en zijn advocaat, waren de formulieren al overhandigd aan de vrouw, zich hadden ingespannen om de zitting bij de rechtbank geen doorgang te laten vinden en de vrouw zo verdere kosten te besparen. Wat daar verder van zij, (ook) communicatieproblemen tussen de man en zijn advocaat komen voor rekening en risico van de man. Naar het oordeel van het hof leidt een en ander dus ook niet tot een ander oordeel over de proceskosten in eerste aanleg.
Proceskosten in hoger beroep
De vrouw vraagt het hof om de man te veroordelen in de kosten van deze procedure. Volgens de vrouw wordt zij door het instellen van het hoger beroep opnieuw onnodig op kosten gejaagd en laat de man na zijn stellingen met bewijsstukken te onderbouwen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man zich op het standpunt gesteld dat het in familierechtelijke zaken gebruikelijk is de proceskosten te compenseren en dat er geen reden is daarvan af te wijken.
Omdat, gelet op het voorgaande, een relevante onderbouwing van het verzoek tot vernietiging van de bestreden beschikking ontbreekt, is het hof van oordeel dat de vrouw door dat verzoek nodeloos op kosten is gejaagd. Het hof zal het verzoek van de vrouw tot een kostenveroordeling dan ook toewijzen.
De door de man aan de vrouw te betalen proceskosten in hoger beroep begroot het hof op € 1.824 voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (2 punten x € 912 (tarief I)).
Uitvoerbaar bij voorraad
De beslissing in deze uitspraak kan ook worden uitgevoerd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
6. De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijsel, locatie Almelo, van 12 juni 2025, ten aanzien van de veroordeling van de man in de proceskosten;
veroordeelt de man in de proceskosten van de vrouw in hoger beroep, begroot op € 1.824.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H.F. van Vugt, E. de Boer en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.