[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 7 april 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P.P. van Rhijn, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De kinderrechter heeft verdachte vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde. Daarnaast heeft de kinderrechter de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primairhij op of omstreeks 23 november 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] aan [gemeente] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een neusfractuur, heeft toegebracht door die [gemeente] een kopstoot te geven;
subsidiairhij op of omstreeks 23 november 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [gemeente] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [gemeente] een kopstoot heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiairhij op of omstreeks 23 november 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] heeft mishandeld door die [gemeente] een kopstoot te geven, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een neusfractuur ten gevolge heeft gehad.
Vrijspraak
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair tenlastegelegde zware mishandeling kan worden bewezenverklaard. Zij heeft verzocht aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van tachtig uren, te vervangen door veertig dagen jeugddetentie.
Standpunt van de verdediging
De verdachte ontkent dat hij aangever een kopstoot heeft gegeven. De raadsman heeft bepleit verdachte integraal vrij te spreken, omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.
Oordeel van het hof
De kinderrechter heeft geoordeeld dat er voldoende wettig bewijs in het dossier zit, maar dat zij vanwege de onderling verschillende getuigenverklaringen eraan twijfelt of verdachte het slachtoffer een kopstoot heeft gegeven. Daarom heeft zij hem vrijgesproken.
Ook het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte dit feit heeft begaan.
Er zijn inderdaad getuigen (behorende tot dezelfde club als het slachtoffer) die hebben verklaard dat verdachte het slachtoffer een kopstoot heeft gegeven, maar er zijn ook getuigen (behorende tot de club van verdachte) die zeggen dat hij dit niet heeft gedaan. Nu de getuigen verschillend verklaren over wat er gebeurd zou zijn, kan het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte het slachtoffer een kopstoot heeft gegeven.
Verdachte zal daarom ook in hoger beroep worden vrijgesproken.
Vordering van de benadeelde partij [gemeente]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.400,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [gemeente]
Verklaart de benadeelde partij [gemeente] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Dit arrest is gewezen door mr. R.W. van Zuijlen, mr. N.I.S. Boers en mr. M.E. van der Werf, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Klein en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 21 april 2026.