[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (Syrië),
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 7 april 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. Velthoven, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De kinderrechter heeft verdachte voor medeplichtigheid aan afpersing veroordeeld tot een taakstraf van veertig uren, subsidiair twintig dagen jeugddetentie. Daarnaast heeft de kinderrechter de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 54,22, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verder is een bedrag van € 15,32 toegewezen als proceskosten. Tot slot heeft de kinderrechter ambtshalve de schadevergoedingsmaatregel (hoofdelijk) opgelegd voor een bedrag van € 500 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de kinderrechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primairhij op of omstreeks 22 augustus 2025 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde] heeft gedwongen tot de afgifte van contant geld en/of Airpods en/of een oplader, in elk geval een of meerdere goederen, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde] en/of een derde toebehoorde(n) door
- in de richting van en/of voor die [benadeelde] te fietsen en/of
- tegen die [benadeelde] te zeggen "wat heb je bij?", althans woorden te uiten van gelijke aard of strekking en/of
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of
- tegen die [benadeelde] te zeggen: "maak je zakken leeg", althans woorden te uiten van gelijke aard of strekking en/of
- voornoemd mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen de buik, althans het lichaam, van die [benadeelde] te drukken en/of te duwen;
subsidiairmedeverdachte(n) op of omstreeks 22 augustus 2025 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde] heeft gedwongen tot de afgifte van contant geld en/of Airpods en/of een oplader, in elk geval een of meerdere goederen, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde] en/of een derde toebehoorde(n), door
- in de richting van en/of voor die [benadeelde] te fietsen en/of
- tegen die [benadeelde] te zeggen "wat heb je bij?", althans woorden te uiten van gelijke aard of strekking en/of
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of
- tegen die [benadeelde] te zeggen: "maak je zakken leeg", althans woorden te uiten van gelijke aard of strekking en/of
- voornoemd mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen de buik, althans het lichaam, van die [benadeelde] te drukken en/of te duwen
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 22 augustus 2025 te [plaats] , opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- zich (voorafgaand en ten tijde van voornoemd delict) in de nabijheid van zijn medeverdachte te bevinden en/of
- in de richting van en/of voor die [benadeelde] te fietsen en/of
- het vervoer van zijn medeverdachte te verschaffen na voornoemd delict door hem achterop zijn fiets te laten en/of te vervoeren en/of
- door een of meerdere afgegeven goederen voorhanden te hebben en/of onder zich te houden;
meer subsidiairhij op of omstreeks 22 augustus 2025 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, contant geld en/of Airpods en/of een oplader, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Vrijspraak
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid aan afpersing kan worden bewezenverklaard. Zij heeft verzocht aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van veertig uren, te vervangen door twintig dagen jeugddetentie.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit, omdat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en dus niet van medeplegen. Ook is geen sprake van medeplichtigheid, omdat bij verdachte het opzet op het gronddelict ontbreekt.
Oordeel van het hof
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van afpersing is vereist dat men wordt gedwongen tot afgifte van enig goed.
In het proces-verbaal van aangifte verklaart aangever dat de jongen met het mes (het hof begrijpt medeverdachte [medeverdachte] ) zijn portemonnee afpakte en geld uit de portemonnee pakte. Ook verklaarde hij dat de jongen de (oplaad)kabel en de airpods uit zijn handen griste. Medeverdachte [medeverdachte] verklaart in zijn verhoor dat hij de lader en de airpods heeft gepakt.
Op grond van deze bewijsmiddelen stelt het hof vast dat in dit geval geen sprake is geweest van het afgeven van goederen, maar van het wegnemen van goederen. Dit wordt gekwalificeerd als diefstal. Het hof ziet onvoldoende steun in de bewijsmiddelen dat het in deze zaak (ook) om afgeven zou kunnen gaan.
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is het hof van oordeel dat de rol van verdachte moet worden gekwalificeerd als die van medeplichtige. Verdachte heeft zich dus schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan (gekwalificeerde) diefstal. Dit is echter niet tenlastegelegd. De steller van de tenlastelegging heeft kennelijk wel gezien dat het in deze zaak om diefstal gaat of zou kunnen gaan door het medeplegen daarvan in de tenlastelegging op te nemen. Het is het hof niet duidelijk waarom dan niet ook de medeplichtigheid daaraan ten laste is gelegd.
Gelet op het voorgaande betekent dit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 54,22 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Dit arrest is gewezen door mr. R.W. van Zuijlen, mr. N.I.S. Boers en mr. M.E. van der Werf, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Klein en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 21 april 2026.