ECLI:NL:GHARL:2026:2351

ECLI:NL:GHARL:2026:2351

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 200.364.945/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Aanbestedingswet. Kort geding. Algemeen ziekenhuis is geen aanbestedende dienst. Vrijwillige transparantie vooraf (artikel 4.16 Aw). Wezenlijke wijziging. Hof oordeelt dat algemeen ziekenhuis kan aansluiten op EPD UMCG zonder dat nieuwe aanbesteding van het EPD van UMCG nodig is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.364.945/01

zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 18250503

arrest in kort geding van 21 april 2026

in de zaak van

1. Universitair Medisch Centrum Groningen

gevestigd in Groningen

verder: UMCG

2. Ommelander Ziekenhuis Groningen B.V.

gevestigd in Scheemda

verder: OZG

die hoger beroep hebben ingesteld

bij de rechtbank: gedaagden

hierna tezamen: UMCG c.s.

advocaat: mr. J.I. Krikke te Amsterdam

en

Stichting Treant Ziekenhuiszorg

gevestigd in Hoogeveen

gevoegde partij aan de zijde van UMCG c.s.

bij de rechtbank: gedaagde

hierna: Treant

advocaat mr. L.C. Bredeveld te Amsterdam

tegen

ChipSoft B.V.

gevestigd in Amsterdam

die ook hoger beroep heeft ingesteld

bij de rechtbank: eiseres

hierna: Chipsoft

advocaat: mr. K.E.L. van Haastrecht te Amsterdam

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

UMCG c.s. hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen (hierna: de voorzieningenrechter) op 6 februari 2026 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit

Partijen hebben arrest gevraagd en het hof heeft daarvoor een datum bepaald.

2. De kern van de zaak

UMCG heeft in 2015 haar elektronisch patiëntendossier (EPD) aanbesteed en gegund aan EPIC. OZG en Treant willen aansluiten bij dit systeem. Volgens Chipsoft kan dit niet zonder nieuwe aanbesteding door UMCG van het hele dan ontstane regionale EPD. De voorzieningenrechter heeft Chipsoft gevolgd en UMCG op straffe van een dwangsom van € 100.000 per dag verboden om op de ingeslagen weg voort te gaan.

Het hof is van oordeel dat de aanbesteding uit 2015 ook de optie van een regionaal EPD omvatte en komt tot een ander oordeel dan de voorzieningenrechter, ook op het punt of OZG als aanbestedende dienst moet worden aangemerkt. Daarmee kan het vonnis van de voorzieningenrechter niet in stand blijven.

Het hof zal deze beslissingen hierna toelichten, nadat eerst de relevante feiten zijn weergegeven.

3. De relevante feiten

UMCG is één van de acht universitair medische centra in Nederland. Als academisch ziekenhuis houdt UMCG zich onder meer bezig met patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.

UMCG heeft op 4 oktober 2015 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor een eigen elektronisch patiëntendossier (EPD) met de naam ‘Nieuw EPD UMCG’. Een EPD is een digitaal systeem waarin zorgverleners medische gegevens van patiënten bewaren, zoals diagnoses, behandelingen en medicatie. Deze aanbesteding omvatte het selecteren en contracteren van een EPD-leverancier voor het UMCG als enige opdrachtgever.

Deze aanbesteding bevatte enkele wensen die zagen op samenwerking met andere instellingen.

Wens 77 luidde:

"Het UMCG streeft naar intensievere regionale samenwerking. Dit zal tot gevolg hebben dat activiteiten binnen een behandelingstraject over verschillende instellingen uitgevoerd worden; het UMCG voert slechts een gedeelte van de behandeling uit. Het EPD zal mogelijk in een later stadium in een ander regionaal ziekenhuis uitgerold worden. Hoe kan het EPD met betrekking tot zorg die over meerdere zorginstellingen verdeeld is, omgaan met medische facturatie? Ga bij de beantwoording in op: (. . .)

c. op welke wijze kunnen meerdere zelfstandige entiteiten gebruik maken van het EPD, waarbij de medische informatie van beide entiteiten binnen de vigerende regelgeving zichtbaar is [in, hof] de andere entiteiten, maar sprake is van een zelfstandig Registreren-Samenvatten-Afleiden Declareren proces. (. . .)

g. bovenstaande vragen bezien vanuit de situatie dat de andere entiteit geen gebruik maakt van hetzelfde EPD als het UMCG én de situatie dat de andere entiteit wel gebruik maakt van hetzelfde EPD als het UMCG:

h. indien gebruik gemaakt wordt van eenzelfde EPD over meerdere entiteiten; de mogelijkheden bij één installatie voor meerdere instellingen dan wel één installatie per instelling (. . .)"

en wens 87:

"Welke architectuur adviseert Inschrijver rekening houdend met een eventueel

doorgroeiscenario dat aansluit bij de wens om de regionale samenwerking te intensiveren?

Ga bij de beantwoording in op:

a. na implementatie in UMCG uitrol in de andere instelling.

b. het naderhand samenvoegen van 2 installaties dan wel ontvlechten van 1 installatie

c. tools ter ondersteuning van voorgaande twee punten

d. overig."

Chipsoft heeft ingeschreven op die aanbesteding uit 2015. De opdracht is uiteindelijk gegund aan EPIC Den Bosch B.V. (verder: Epic) De initiële looptijd van deze overeenkomst en bijhorende Service Level Agreement (SLA) betrof 15 jaar. Deze verloopt medio 2029, tenzij deze wordt verlengd.

OZG is het streekziekenhuis van Noord- en Oost-Groningen, als opvolgster van de ziekenhuizen in Delfzijl en Winschoten. OZG is sinds december 2015 een 100%-dochter van UMCG, maar fungeert als volledig zelfstandig ziekenhuis.

Treant exploiteert een algemeen ziekenhuis met een drietal locaties in Oost- Groningen en Zuidoost Drenthe, namelijk Rafajah Stadskanaal, Bethesda Hoogeveen en Scheper Emmen.

OZG en Treant hebben een EPD-systeem dat is geleverd en wordt onderhouden door Nexus. Nexus heeft aangekondigd in 2027 met deze dienstverlenging te stoppen. Na het uittreden van Nexus en een andere leverancier zijn er voor IT-diensten betreffende het EPD nog twee spelers op de Nederlandse markt: Chipsoft met een marktaandeel van ruim meer dan 50 % van de ziekenhuizen en Epic (met een Amerikaans moederbedrijf) dat een aantal grotere ziekenhuizen onder contract heeft.

Sinds augustus 2024 is Chipsoft in gesprek geweest met Treant voor een nieuw ziekenhuis-informatiesysteem en een EPD. Chipsoft heeft op 5 december 2024 een offerte aan Treant uitgebracht. Begin 2025 gaf Treant aan ook met onder andere UMCG in gesprek te zijn en een regio-EPD te onderzoeken. Ook aan Chipsoft is de vraag voorgelegd naar een regionaal EPD met het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen en/of het Martiniziekenhuis in Groningen die beide een door Chipsoft geleverd EPD hebben. In de loop van 2025 heeft Treant tweemaal verzocht aan Chipsoft om het aanbod in de vorm van een direct ondertekenbare overeenkomst te gieten en de gestanddoeningstermijn van het aanbod te verlengen. De tweede keer is dat verlengd tot 1 december 2025.

Op 5 oktober 2025 heeft het UMCG een vrijwillige aankondiging (verder: Vooraankondiging 1) als bedoeld in artikel 4.16 van de Aanbestedingswet (Aw) gedaan. Daarin is onder meer het volgende vermeld:

“Aankondiging vrijwillige transparantie vooraf. UMCG levering van een elektronisch patiëntendossier en aanverwante diensten (EPD). Deze vrijwillige aankondiging overeenkomstig artikel 4.16 van de Aanbestedingswet betreft het voornemen van UMCG en twee andere ziekenhuizen om een gezamenlijk EPD te realiseren op basis van de overeenkomst met Epic Den Bosch B.V. (Epic) voor de levering van een elektronisch patiëntendossier en aanverwante diensten (EPD). Dit voornemen ziet op de opdracht die door UMCG is gegund naar aanleiding van de Europese aanbesteding die bekend is gemaakt onder [nummer] . Het aansluiten van de andere ziekenhuizen op deze aanbestede opdracht is mogelijk op basis van de oorspronkelijke uitvraag. In die uitvraag is voorzien in een mogelijke toekomstige regionale samenwerking, waarvoor het EPD van de inschrijver bij voorkeur geschikt zou moeten zijn. Die samenwerking wenst UMCG nu te bewerkstelligen.

Deze wordt gefaciliteerd door het EPD binnen de contractuele structuur van Epic. De ziekenhuizen die voornemens zijn aan te sluiten, zijn niet aanbestedingsplichtig. (…)

Waarde van alle contracten toegekend in deze kennisgeving: 1 Euro.

(…)

Rechtvaardiging voor onderhandse gunning: Opdrachten met een geraamde waarde onder de aanbestedingsdrempels.

Andere rechtvaardiging: De opdracht is eerder aanbesteed. In die aanbesteding is reeds voorzien in de mogelijkheid van uitbreiding in verband met een (regionale) samenwerking.

De toepassing van deze optie komt overigens ten goede aan partijen die niet

aanbestedingsplichtig zijn. Het volume van UMCG wijzigt niet.”

Op 14 november 2025 heeft het UMCG een vrijwillige aankondiging (verder: Vooraankondiging 2) als bedoeld in artikel 4.16 Aw gepubliceerd. Daarin is onder meer het volgende vermeld:

“De opdracht betreft de aansturing en realisatie van het programma “Implementatie SCN”. Het betreft de planvorming, de regievoering op de uit te voeren werkzaamheden, de rapportage over voortgang, risicomanagement en budgetuitnutting, het management van de informatiestromen. E.e.a. is samen te brengen in de rollen programmadirectie, centraal programmamanagement “verandermanagement” en Programma Management Office. Gezien de complexiteit van het programma “Implementatie SCN” is adequate sturing en monitoring op de programmamanagementprocessen (financieel management, risicomanagement, informatievoorziening en rapportage) een noodzakelijke voorwaarde. Betreft het realiseren van een Epic Connect omgeving in de periode december 2025 tot en met juli 2027.

(…)

Waarde van alle contracten toegekend in deze kennisgeving: 3.160.500 Euro

Rechtvaardiging voor onderhandse gunning: Opdrachten met een geraamde waarde onder de aanbestedingsdrempels

Andere rechtvaardiging:

De ervaringen van Pragus zijn noodzakelijk voor een succesvolle realisatie van de EPIC-connect. Op dit moment zijn er geen partijen in Nederland actief met de benodigde ervaring. AW2012 art. 2.32 lid 1b2 stelt dat als de mededinging om technische gronden ontbreekt, wat in deze situatie het geval is, het gegrond is om een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging te starten.”

Epic Connect wordt door Epic als volgt omschreven:

“Epic Connect is een programma waarmee grote zorgorganisaties die al met het Elektronische Patiëntendossier (EPD) van Epic werken, hun EPD-infrastructuur kunnen uitbreiden naar kleinere, onafhankelijke ziekenhuizen, klinieken en huisartsenpraktijken. Het is een strategische samenwerkingsvorm waarbij de kleinere zorgverlener (de 'partner') gebruikmaakt van het systeem van een grotere instelling (de 'host').”

Chipsoft heeft bij brief (per mail verzonden op 26 november 2025) UMCG vragen gesteld over het gezamenlijke EPD, ook bekend as Share Care Noord. UMCG heeft daar op 1 december 2025 op gereageerd in die zin dat de voorgenomen samenwerking al was geadresseerd in de aanbesteding uit 2015, dat de termijn om te protesteren inmiddels is verlopen en dat UMCG ervan uitgaat dat Chipsoft geen gerechtelijke stappen zal ondernemen.

Bij dagvaarding van 3 december 2025 heeft Chipsoft het kort geding aanhangig gemaakt waarvan dit hoger beroep.

Op 12 december 2025 heeft zij UMCG c.s., Treant en de bestuurder van Treant gedagvaard in een bodemprocedure.

4. De beslissing van de voorzieningenrechter

Chipsoft heeft bij de voorzieningenrechter, kort gezegd, gevorderd dat het UMCG c.s. wordt verboden om uitvoering te geven aan wat is omschreven in de Vooraankondigingen 1 en 2 op straffe van verbeurte van een dwangsom en te bepalen dat, als UMCG en OZG hiermee verder willen, zij hiervoor een Europese Aanbestedingsprocedure moeten uitschrijven.

Daarnaast heeft Chipsoft een aantal vorderingen tot het in het geding brengen van contractsstukken en andere documenten ingesteld (zogenaamde inzagevorderingen).

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen tegen Treant en haar bestuurder afgewezen omdat Treant geen aanbestedende dienst is. Ook de inzagevorderingen zijn afgewezen omdat het spoedeisend belang daarbij ontbreekt, waarbij ook een rol speelt dat dezelfde vorderingen ook in de bodemprocedure zijn ingesteld.

De voorzieningenrechter heeft OZG wel als aanbestedende dienst aangemerkt. De voorzieningenrechter heeft de in de Vooraankondigingen 1 en 2 omschreven opdrachten aangemerkt als een wezenlijke wijziging ten opzichte van de in 2015 gegunde opdracht aan EPIC en geoordeeld dat UMCG deze opdrachten niet zonder nieuwe aanbesteding mocht verstrekken. De beide aankondigingen voldoen naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aan de eisen van artikel 4:16 Aw, zodat het beroep van UMCG dat Chipsoft te laat tegen Vooraankondiging 1 is opgekomen, niet opgaat.

De voorzieningenrechter heeft UMCG en OZG verboden om uitvoering te geven aan beide vooraankondigingen, hen geboden om die vooraankondigingen in te trekken, hen geboden om, als zij de opdrachten omschreven in de vooraankondigingen alsnog willen verstrekken, zij deze Europees moeten aanbesteden, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per dag met een maximum van € 2.000.000,-.

5. De beoordeling in hoger beroep

De vorderingen in hoger beroep

UMCG c.s. vorderen dat het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en dat de vorderingen van Chipsoft alsnog worden afgewezen, onder veroordeling van Chipsoft in de kosten van de procedure in beide instanties. Zij hebben daartoe 11 bezwaren (grieven) tegen het vonnis geformuleerd.

Treant vordert als gevoegde partij eveneens dat de vorderingen van Chipsoft alsnog worden afgewezen, ‘kosten rechtens’.

Chipsoft heeft in hoger beroep haar vordering gewijzigd bij de memorie van antwoord tevens van grieven in incidenteel appel. Daarna heeft zij haar vordering andermaal gewijzigd. Op de mondelinge behandeling heeft het hof die laatste wijziging, als in strijd met de twee-conclusieregel, niet toegestaan. De eerste wijziging van eis, die op het juiste tijdstip is gedaan, is als zodanig wel toelaatbaar. UMCG c.s. hebben zich daartegen ook niet verzet.

Die vordering komt, verkort weergegeven, neer op het volgende:

onvoorwaardelijk

Dat het hof, onder instandlating van het dictum in het vonnis, oordeelt dat OZG kwalificeert als aanbestedende dienst, UMCG en OZG in strijd hebben gehandeld met artikel 4.17 van de Aw en het handelen van UMCG en OZG kwalificeert als onrechtmatige daad.

In geval een of meer grieven van UMCG c.s. zouden slagen

UMCG c.s. op grond van artikel 22 Rv beveelt een aantal nader omschreven documenten in het geding te brengen, dan wel UMCG c.s. veroordeelt om op grond van artikel 194/195 Rv kopieën van die documenten te verstrekken en een zitting te bepalen waarop de advocaten van partijen kunnen toelichten waarom bepaalde informatie al dan niet mag worden ingezien en dat het hof bepaalt welke passages dan zwart gelakt kunnen worden, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per dag met een maximum van 2.500.000,-.

Alles onder veroordeling van UMCG c.s. in de proceskosten van beide instanties.

Chipsoft heeft daartoe vijf grieven in incidenteel appel tegen het vonnis van de voorzieningenrechter voorgedragen.

Treant wordt toegelaten als gevoegde partij

Het hof stelt vast dat de afwijzing van de vorderingen van Chipsoft tegen Treant en/of haar bestuurder in deze procedure niet voorliggen. Chipsoft heeft tegen die beslissing afzonderlijk hoger beroep ingesteld. In dat hoger beroep waren ten tijde van de mondelinge behandeling bij het hof nog geen memories genomen.

Chipsoft heeft zich tegen de voeging van Treant aan de zijde van UMCG c.s. niet verzet. Het hof zal de vordering van Treant om zich te mogen voegen aan de zijde van UMCG c.s., als op de wet gegrond, toewijzen.

Thematische bespreking van de grieven

Het hof zal hierna de grieven en vorderingen van partijen onderwerpsgewijs bespreken.

Het spoedeisend belang

In een kort geding moet het hof altijd beoordelen of de partij die de voorlopige voorziening vraagt nog een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorzieningen. Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak van het hof. Het hof is van oordeel dat Chipsoft een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen die betrekking hebben op het geen uitvoering mogen geven aan de opdrachten genoemd in de beide Vooraankondigingen.

Voor de subsidiaire vorderingen tot het verstrekken van informatie ligt dat anders. De voorzieningenrechter heeft die vorderingen afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Tegen dat oordeel heeft Chipsoft geen voldoende kenbare grief voorgedragen en ook niet voldoende toegelicht wat haar spoedeisend belang bij die vorderingen, die ook in de bodemprocedure zijn ingesteld, is. De beoordeling welke stukken UMCG c.s. in het geding moeten brengen in die bodemprocedure en in hoeverre het beroep van UMCG c.s. op geheimhouding/ vertrouwelijkheid opgaat, kan, in geval het hof tot een ander oordeel komt dan de voorzieningenrechter, ook beter in die procedure plaatsvinden. Chipsoft heeft niet toegelicht waarom het hof daar, op dan wel na een afzonderlijke zitting, in dit kort geding over zou moeten beslissen, voordat de rechtbank in de bodemprocedure daarover een beslissing heeft genomen.

OZG is geen aanbestedende dienst

Chipsoft heeft aangegeven dat de beslissing van de voorzieningenrechter dat Treant niet als aanbestedende dienst kan worden aangemerkt, ook in het later aanhangig gemaakte hoger beroep van Chipsoft tegen Treant niet zal worden aangevochten.

UMCG c.s. hebben wel het oordeel van de voorzieningenrechter dat OZG in dit geval als aanbestedende dienst moet worden aangemerkt, aangevochten.

Het begrip aanbestedende dienst is gedefinieerd in artikel 1 van de Aw, dat weer een uitwerking vormt van artikel 2 van de Europese richtlijn 2014/24 EU.

In dit geval gaat het erom of OZG kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke instelling als in artikel 1.1 van de AW omschreven, namelijk:

I. een instelling die specifiek ten doel heeft te voorzien in behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard,

II. die rechtspersoonlijkheid bezit en waarvan:

III.

de activiteiten in hoofdzaak door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling worden gefinancierd,

het beheer is onderworpen aan toezicht door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling of

de leden van het bestuur, het leidinggevend of toezichthoudend orgaan voor meer

dan de helft door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een andere publiekrechtelijke instelling zijn aangewezen;

Voor het OZG staat vast dat het rechtspersoonlijkheid heeft – waarmee aan de tweede (cumulatieve) voorwaarde is voldaan – en dat UMCG de bestuursleden en leden van de raad van toezicht benoemt, zodat daarmee voldaan is aan de derde (cumulatieve) voorwaarde, namelijk aan het onder III sub c geformuleerde derde alternatief. De vraag is nog of het OZG voldoet aan de eerste (cumulatieve) voorwaarde namelijk dat het OZG specifiek ten doel heeft te voorzien in behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard.

De vraag of een algemeen ziekenhuis als aanbestedende dienst kan worden aangemerkt, toegespitst op het criterium of het voorziet in behoeften van algemeen belang, anders dan van commerciële aard, is aan de orde geweest in de Amphia-zaak, waarin de voorganger van de hiervoor genoemde richtlijn 2014/24 aan de orde was. Daarin heeft de Hoge Raad overwogen dat bij de beoordeling of al dan niet sprake is van een andere behoefte van algemeen belang dan van industriële of commerciële aard, moet worden gelet op alle relevante elementen, rechtens en feitelijk, zoals de omstandigheden waaronder de betrokken instelling is opgericht en de voorwaarden waaronder zij werkzaam is. Daarbij moet worden bedacht dat het ontbreken van concurrentie geen noodzakelijk element is van de definitie van het begrip publiekrechtelijke instelling. Het bestaan van een sterke concurrentie kan weliswaar erop wijzen dat geen sprake is van een andere behoefte van algemeen belang dan van industriële of commerciële aard, maar wettigt op zichzelf niet deze conclusie. Aan die conclusie kan bijdragen dat de betrokken instelling, ook al heeft deze geen winstoogmerk, werkt op basis van criteria van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit, alsmede dat zij zelf het economische risico van haar activiteiten draagt.

In de daarop gevolgde verwijzingszaak is geoordeeld dat Amphia niet aan de derde voorwaarde als hiervoor onder 5.12 omschreven voldeed en in volgende rechterlijke uitspraken over algemene ziekenhuizen is steeds aangenomen dat zij niet als aanbestedende diensten kwalificeerden omdat niet is voldaan aan een van de alternatieven van die derde voorwaarde, waarbij dan de vraag of voldaan is aan voorwaarde I in het midden kon blijven. Het hof is van oordeel dat, ook al wijst de statutaire doelstelling van het OZG op het voldoen aan de behoefte van algemeen belang van het bieden van gezondheidszorg in Oost-Groningen, de wijze waarop daaraan uitvoering moet worden gegeven niet afwijkt van die van alle andere algemene ziekenhuizen in Nederland, die moeten voldoen aan de tucht van de markt en moeten werken op basis van criteria van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit. In het licht van de door de Hoge Raad in het Amphia-arrest betrokken uitspraken van het Europese hof is dit een aanwijzing dat het OZG als algemeen ziekenhuis voorziet in een algemene behoefte, maar van commerciële aard. OZG en UMCG hebben ter zitting van het hof toegelicht dat het OZG haar eigen verliezen moet dragen en dat die op geen enkele wijze worden gedragen of afgedekt door UMCG. UMCG heeft alleen bij de start van het OZG een commerciële lening aan OZG verstrekt die moeten worden afgelost.

Het hof is daarom voorshands van oordeel dat het OZG niet voldoet aan de eerste cumulatieve voorwaarde voor het zijn van een aanbestedingsplichtige publiekrechtelijke instelling.

Het hof deelt niet de opvatting van Chipsoft dat de omstandigheid dat OZG als een dochteronderneming van UMCG moet worden beschouwd, zij alleen al om die reden als aanbestedende dienst moet worden aangemerkt. Het hof verwijst naar de vaste jurisprudentie van het HvJ EU dat een onderneming niet reeds zelf als een aanbestedende dienst worden beschouwd omdat zij door een aanbestedende dienst is opgericht of omdat haar activiteiten worden gefinancierd met financiële middelen afkomstig uit de door een aanbestedende dienst verrichte activiteiten. Voor zover de aanbestedende dienst zonder de activiteiten van die dochteronderneming zijn eigen activiteit niet kan uitoefenen, en deze dochteronderneming zich bij het vervullen van behoeften van algemeen belang laat leiden door andere dan economische overwegingen, moet die dochteronderneming wel zelf als een publiekrechtelijke instelling worden aangemerkt. Daarvan is echter geen sprake. Het is niet zo dat het UMCG zonder OZG haar eigen activiteiten niet kan uitoefenen. Voor de gedachtegang van de voorzieningenrechter dat OZG zou zijn opgericht als vehikel voor het UMCG om onder haar eigen aanbestedingsplicht uit te komen, ontbreekt in het dossier en het verhandelde ter zitting elke aanwijzing.

Het hof komt daarmee tot de conclusie dat OZG niet kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke instelling en bijgevolg evenmin als een aanbestedende dienst. De tegen het andersluidende oordeel van de voorzieningenrechter gerichte grieven van UMCG c.s. slagen in zoverre en de vordering van Chipsoft om uitdrukkelijk te bepalen dat OZG een aanbestedende dienst is kan niet worden toegewezen, nog daargelaten dat in kort geding geen verklaring voor recht kan worden afgegeven.

Het beroep van UMCG op artikel 4.16 eerste lid Aw gaat niet op

UMCG heeft betoogd dat Chipsoft niet binnen de in artikel 4.16 lid 1 onder c Aw genoemde termijn van 20 dagen na het plaatsen van Vooraankondiging 1 op Tendernet heeft geprotesteerd en daarom niet meer de inmiddels op 11 november 2025 gesloten overeenkomst met Epic kan aanvechten.

Artikel 4.15 Aw bepaalt dat een overeenkomst die ten onrechte niet is aanbesteed, vernietigd kan worden. Artikel 4.16 Aw maakt daarop uitzondering, namelijk als de aanbestedende dienst, kort gezegd, een juiste vooraankondiging heeft geplaatst die betrekking heeft op een overeenkomst die de aanbestedende dienst wil aangaan waarvan zij meent dat gunning mogelijk is zonder aanbesteding.

Het hof deelt op zich het standpunt van Chipsoft dat een dergelijke vooraankondiging moet voldoen aan de eisen van artikel 4.17 Aw en dat daarbij alleen gekeken mag worden naar de tekst van de vooraankondiging zelf en dat niet van belang is of een marktpartij over bijzondere kennis beschikt over de overeenkomst die de aanbestede dienst wil sluiten omdat die marktpartij deel heeft genomen aan een eerdere aanbesteding die de aanbestedende dienst heeft uitgeschreven. De vooraankondiging is immers bedoeld voor alle marktpartijen – ongeacht of die aan een eerdere aanbesteding hebben meegedaan – en die marktpartijen moeten uit de vooraankondiging kunnen afleiden of deze juist is en of het zinvol is om deze aankondiging aan te vechten.

Het hof stelt vast dat de vooraankondiging en wat UMCG heeft meegedeeld over de inhoud van de op 11 november 2025 gesloten overeenkomst met Epic, niet op elkaar aansluiten. In de Vooraankondiging 1 is opgenomen dat de waarde van de met Epic te sluiten overeenkomst 1 euro bedraagt. Uit wat UMCG over de inhoud van de overeenkomst die op 11 november 2025 met Epic is gesloten heeft meegedeeld blijkt dat deze overeenkomst erin voorziet dat UMCG voor het verstrekken van de (sub)licenties aan Treant en OZG bedragen aan Epic moet betalen van vele miljoenen. Het is dan wel de bedoeling van UMCG dat deze bedragen door Treant en OZG aan UMCG vergoed worden – waarbij het verder de bedoeling is dat de overeenkomst van 11 november 2025 betreffende Treant nog gewijzigd wordt in die zin dat Treant een eigen licentie krijgt en daarvoor rechtstreeks aan Epic gaat betalen – maar dat neemt niet weg dat de mededeling in Vooraankondiging 1 niet overeenkomt met de op 11 november 2025 gesloten overeenkomst. Daarom verwerpt het hof het beroep van UMCG dat Chipsoft de overeenkomst van 11 november 2025 niet meer zou kunnen aanvechten en in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het gebruik mogen maken van het EPD van UMCG door Treant levert geen wezenlijke wijziging op

Vervolgens moet het hof oordelen of het gebruik mogen maken van het EPD door Treant een wezenlijke wijziging oplevert van de opdracht die UMCG in 2015 heeft aanbesteed.

Het hof beantwoordt die vraag in dit kort geding, anders dan de voorzieningenrechter, voorshands ontkennend. UMCG had in de aanbesteding uit 2015 een aantal wensen geformuleerd die zagen op regionale samenwerking en de mogelijkheid dat het EPD van UMCG ook in regionale ziekenhuizen zou worden uitgerold. Het hof heeft de wensen 77 en 87 waarin dit het meest pregnant is verwoord hiervoor onder 3.3 geciteerd, maar ook in de wensen 73 tot en met 75 komt deze vraag aan de orde. Epic heeft in die aanbesteding een product aangeboden waarbij zowel volledige integratie als strikte scheiding tussen meerdere instellingen kan worden gerealiseerd.

Het hof oordeelt dat het gebruik maken van een optie waarom in de aanbesteding in 2015 is gevraagd, niet als een wezenlijke wijziging van de opdracht tot het realiseren van het EPD van UMCG kan worden aangemerkt. Het EPD van het UMCG zelf wijzigt daardoor niet. De programmatuur van dat EPD moet in zoverre worden aangepast dat, in de woorden van UMCG, een deurtje moet worden opengezet waardoor niet-aanbestedingsplichtige instellingen buiten het UMCG ook van de programmatuur van het EPD van UMCG gebruik kunnen maken. Het openzetten van die figuurlijke deur en de daarmee gemoeide kosten merkt het hof aan als een niet-wezenlijke wijziging in de zin van artikel 2.163g Aw. Het hof merkt daarbij op dat daarbij bepalend is dat Treant zelf geen aanbestedende dienst is en dat de kosten van de invoering van het Epic - EPD bij Treant geheel door Treant zullen worden gedragen en ook rechtstreeks bij Treant door Epic in rekening worden gebracht zoals UMCG en Treant ter zitting hebben meegedeeld. De omvang van de opdracht uit 2015 wijzigt niet doordat een niet-aanbestedingsplichtig ziekenhuis via een licentie gebruik kan maken van het EPD van UMCG. Als een aanbestedingsplichtige instelling, zoals een ander academisch ziekenhuis via een licentie aan zou willen sluiten op het EPD van het UCMG, dan zou dit niet langs deze weg kunnen worden gerealiseerd omdat in dat geval de ‘scope’ van de opdracht uit 2015 wel wijzigt.

Van een aanzienlijke verruiming van het toepassingsgebied van de aanbesteding uit 2015 is naar het voorshandse oordeel van het hof ook sprake als de aansluiting van Treant op het EPD van UMCG financieel geheel via UMCG zou lopen, wat dus klaarblijkelijk de opzet was in het contract zoals dat op 11 september 2025 is gesloten. Een dergelijk vormgegeven contract kwalificeert dan ook niet als een ‘niet-wezenlijke wijziging’ als bedoeld in artikel 2.163g Aw van de oorspronkelijke aanbesteding uit 2015. Voor zover UMCG nog heeft betoogd dat de overeenkomst van 11 november 2025 in de oorspronkelijke vorm wel zou kwalificeren als passend binnen een herzieningsclausule als bedoeld in artikel 2:163c Aw, gaat dit betoog niet op. Van een herzieningsclausule ‘avant la lettre’ als in dat artikel bedoeld –-waarbij geldt dat de in dat artikel opgesomde eisen cumulatief gelden –is in de aanbesteding uit 2015 geen sprake geweest.

Het hof oordeelt derhalve dat een overeenkomst waarin ten behoeve van Treant de optie wordt benut uit de aanbesteding uit 2015 dat een ander ziekenhuis kan aansluiten op het EPD van UMCG. geen wezenlijke wijziging inhoudt van die in 2015 aanbestede opdracht, op voorwaarde dat wordt overeengekomen dat Treant zelf alle kosten van het gebruik van het EPD van het UMCG – daaronder nadrukkelijk begrepen de kosten van de licentie van Epic – en de kosten van de invoering van een nieuw EPD op haar werkvloer draagt en dat de daarmee gepaard gaande vergoedingen die Treant moet betalen niet via UMCG lopen.

De positie van OZG

Voor OZG geldt, als de overeenkomst op dezelfde wijze zou vorm krijgen als de overeenkomst met Treant wanneer die in de hiervoor bedoelde zin is aangepast, hetzelfde als het hof hiervoor over Treant heeft aangegeven.

UMCG en OZG hebben de overeenkomst echter op andere wijze vormgegeven, namelijk door UMCG een sublicentie bij Epic aan te laten schaffen die door OZG kan worden gebruikt en waarvan UMCG de kosten doorbelast aan OZG. UMCG heeft ter zitting aangegeven dat deze optie goedkoper is voor OZG. Volgens UMCG komt dit door de (buitengewoon gecompliceerde) prijsstelling van Epic waarbij een sublicentie goedkoper is dan een licentie omdat bij een sublicentie de patiëntenaantallen van beide ziekenhuizen bij elkaar mogen worden opgeteld en bij hogere patiëntenaantallen de component voor het aantal patiënten die Epic meeneemt in haar prijsstelling lager uitvalt dan bij een zelfstandige licentie voor OZG.

Het hof oordeelt dat het op die wijze vormgeven van de overeenkomst niet valt onder artikel 2:163g lid 1 Aw en daarmee wel onder lid 2. Het onderbrengen van een geheel tweede ziekenhuis onder hetzelfde contract betekent een aanzienlijke verruiming van de opdracht zoals die in 2015 is aanbesteed. Het OZG was ten tijde van die aanbesteding ook nog geen dochteronderneming van UMCG zodat ook het betoog dat in de aanbesteding in 2015 sprake was van de mogelijkheid van sublicenties aan gelieerde ondernemingen niet opgaat voor zover dat ziet op het OZG. Het hof volgt op dit punt het standpunt van Chipsoft dat de bepalingen in de aanbesteding 2015 over sublicenties, betrekking hebben op ondernemingen binnen danwel vanuit het UMCG zelf en niet op een compleet nieuw algemeen ziekenhuis waarvan UCMG de aandelen houdt.

Dit betekent dat het contract van 11 november 2025 als omschreven door UCMG voor zover dat ziet op het verlenen van een sublicentie aan OZG, moet worden aangemerkt als een wezenlijke wijziging van de aanbesteding uit 2015.

UMCG c.s. hebben zich bereid verklaard om, als het hof dat nodig vindt, het contract betreffende OZG op dezelfde wijze aan te passen als dat met Treant gaat gebeuren. In dit kort geding staat het hof voor de vraag of Chipsoft een voldoende spoedeisend belang heeft bij het afdwingen van een dergelijke contractsaanspassing.

Het hof oordeelt van niet. Het achterliggende belang van Chipsoft is dat zij wil dat UMCG haar eigen EPD opnieuw aanbesteedt, inclusief de aansluitingen daarop van Treant en OZG. Het hof is van oordeel dat dit niet nodig is en dat aansluiting van regionale ziekenhuizen op het EPD van UMCG onder de aanbesteding van 2015 al mogelijk is. Het gevolg van aanpassing van het contract met Epic betreffende OZG in het verlenen van een zelfstandige licentie aan OZG heeft – uitgaande van de juistheid van de mededelingen daarover van UMCG c.s. – tot gevolg dat OZG meer moet betalen aan Epic, de grote concurrent van Chipsoft. Bij een dergelijke voorziening heeft Chipsoft geen belang, laat staan een spoedeisend belang.

Chipsoft heeft geen belang bij de opdracht genoemd in Vooraankondiging 2

Vooraankondiging 2 heeft betrekking op de implementatie van de overeenkomsten die voortvloeien uit Vooraankondiging I. Ook in dit geval is de mededeling waar het gaat om het bedrag waar de opdracht over gaat allesbehalve helder. Het genoemde bedrag van € 3.160.500 euro ligt ruim boven de aanbestedingsdrempel van € 225.000,- zodat de mededeling dat het bedrag gemoeid met die opdracht onder het drempelbedrag ligt, zonder toelichting niet begrijpelijk is. Tijdens de zitting bij het hof is door UMCG toegelicht dat de opdracht vooral ziet op de implementatie van het Epic- EPD bij Treant en OZG – het begeleiden van de medewerkers van beide ziekenhuizen in de overgang van Nexus naar Epic – en op de migratie van de bestaande patiëntendossiers uit de Nexus-omgeving naar Epic. Voor een klein deel ziet deze opdracht op de aanpassingen aan het EPD bij UMCG (het openzetten van “de deur’ in de programmatuur voor de beide andere ziekenhuizen). Alleen dat laatste moet UMCG betalen en het daarmee gemoeide bedrag blijft ruim blijft ruim onder de aanbestedingsdrempel, aldus UMCG.

Al deze implementatiewerkzaamheden kunnen niet door Chipsoft gedaan worden omdat zij daarvoor nooit toestemming krijgt van Epic. Dat heeft Chipsoft ook erkend. Dit betekent dat zij geen zelfstandig belang heeft bij toetsing van Vooraankondiging 2 en een verbod tot het sluiten van een de overeenkomst van UMCG c.s. met Pragus. Alleen als geoordeeld zou worden dat de in Vooraankondiging 1 voorziene overeenkomst met Epic niet gesloten zou mogen worden, heeft Chipsoft belang bij het niet kunnen sluiten van de uitvoeringsovereenkomst met Pragus. In het voorgaande heeft het hof geoordeeld dat UMCG weliswaar niet de overeenkomst met Epic had mogen sluiten in de op 11 november 2025 overeengekomen vorm, maar dat de overeenkomst, in aangepaste vorm, wel toelaatbaar is. Daarmee heeft Chipsoft geen belang meer bij toetsing van Vooraankondiging 2. UMCG c.s. hebben er terecht op gewezen dat op grond van de wetsgeschiedenis alleen benadeelde partijen tegen een gunningsbeslissing op kunnen komen en dat is Chipsoft niet waar het de voorgenomen gunning aan Pragus is. Dit betekent dat het hof niet hoeft in te gaan op de vraag of er ook andere marktpartijen dan Pragus zijn die een dergelijke implementatieopdracht kunnen uitvoeren.

Het incidenteel appel van Chipsoft slaagt niet

Chipsoft heeft in haar incidenteel appel betoogd dat OZG ook als aanbestedende dienst in de Vooraankondigingen 1 en 2 had moeten worden vermeld. Dat betoog gaat niet op, gelet op wat het hof hiervoor onder rov. 5.16 heeft overwogen.

Vervolgens stelt Chipsoft dat het handelen van UMCG c.s. moet worden aangemerkt als een onrechtmatige daad omdat sprake is van een omzeilingsconstructie van de Aanbestedingwet. Het hof heeft onder rov 5.16 al geoordeeld dat de oprichting van OZG niet als een omzeilingsconstructie kan worden aangemerkt. Het hof heeft ook al geoordeeld dat voor zover UMCG in strijd met de Aanbestedingswet heeft gehandeld, dat een onvoldoende grondslag oplevert voor de door Chipsoft gevraagde voorzieningen. Een verklaring voor recht dat het UMCG in strijd met de Aanbestedingswet en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld, kan in kort geding niet worden gegeven.

De vorderingen die Chipsoft in het onvoorwaardelijke deel van haar incidenteel appel heeft ingesteld, zijn dan ook niet toewijsbaar.

Aangezien het principaal appel (gedeeltelijk) slaagt komt het hof ook toe aan de beoordeling van het voorwaardelijke deel van het incidentele appel van Chipsoft.

Wat de vorderingen tot het verstrekken van informatie door UMCG c.s. betreft, heeft het hof hiervoor onder 5.9 al geoordeeld dat het spoedeisend belang bij die vorderingen onvoldoende is gebleken. Die vorderingen kunnen, zoals ook de voorzieningenrechter al had geoordeeld, beter worden beoordeeld in de incidenten die Chipsoft heeft opgeworpen in de bodemprocedure. In die procedure kunnen ook de overeenkomst met Epic van 11 november 2025 en de daarin nog aan te brengen wijzigingen nader worden beoordeeld. Het hof is in het voorgaande ervan uitgegaan dat UMCG c.s. het hof daarover ter zitting juist hebben voorgelicht. Mocht blijken dat zij op die zitting een onjuist beeld hebben geschetst, dan kan dat in de bodemprocedure voor UMCG c.s. nadelige consequenties hebben.

De slotsom en de proceskosten

Het principaal appel is deels terecht voorgedragen. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en de vorderingen van Chipsoft alsnog afwijzen, behalve het gebod tot het intrekken van de onjuiste vooraankondigingen, waaraan UMCG inmiddels heeft voldaan. Ook de in hoger beroep gewijzigde vorderingen van Chipsoft worden afgewezen. Aangezien UMCG onjuiste vooraankondigingen heeft gepubliceerd en haar stellingen in hoger beroep deels zijn verworpen, ziet het hof aanleiding om de proceskosten in eerste aanleg en in principaal appel te compenseren, in die zin dat beide partijen de eigen proceskosten moeten dragen. Dat geldt ook voor de kosten van Treant als tussenkomende partij, die door hetzelfde advocatenkantoor als UMCG c.s. wordt bijgestaan.

In incidenteel appel merkt het hof Chipsoft aan als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal haar in de daarop gevallen kosten veroordelen, te begroten op een bedrag aan salaris advocaat voor UMCG c.s. te berekenen op 2 punten maal factor 0,5 naar tarief II van het toepasselijke liquidatietarief, per saldo neerkomende op € 1290,-., nog te vermeerderen met de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. Die veroordeling kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

6. De beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland (Groningen) van 6 februari 2026, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en wijst de vorderingen van Chipsoft af, behoudens de veroordeling onder 5.2 van dat vonnis die wordt bekrachtigd;

veroordeelt Chipsoft tot betaling van de proceskosten van UMCG c.s. in incidenteel hoger beroep, begroot op € 1.290,- aan salaris van de advocaat van UMCG c.s. en bepaalt dat deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag en verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt van de procedures bij de rechtbankvoorzieningenrechter en het principaal hoger beroep bij het hof;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, M.M.A. Wind en A.A. van Rossum en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?