[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 8 april 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot het geven van toepassing aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de oplegging van de maatregel dat verdachte geen dieren mag houden voor de duur van 15 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat door verdachte en haar zoon is aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met als bijzondere voorwaarde Reclasseringstoezicht, alsmede een taakstraf voor de duur van 60 uren. Verder heeft de politierechter verdachte de maatregel opgelegd dat zij geen dieren mag houden voor de duur van 15 jaren. Tot slot heeft de politierechter de tenuitvoerlegging bevolen van de in de zaak met parketnummer 84-062431-24 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 weken.
Het hof legt aan verdachte geen straf of maatregel op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 9 oktober 2024 te [plaats] , in ieder geval in Nederland,
als houder van 13, althans één of meer dieren de nodige verzorging heeft onthouden, immers:
had een zwart konijn in hok 1 geen schone en droge plek en/of geen ruwvoer en/of kromgegroeide nagels
had een zwart konijn in hok 2 geen schone en droge plek en/of geen ruwvoer en/of lange nagels aan de linker achterpoot
had een wit konijn in hok 3 lange kromgegroeide nagels
had een wit konijn in hok 4 geen ruwvoer
had een shetlandpony met chipnummer 528210002726041 geen schone en droge plek en/of was een ijzeren stang, althans een scherp uitstekend voorwerp waar het dier zich aan kon verwonden aanwezig in de box
was bij een vospony met chipnummer 528210002069076 een kapotte blauwe waterton en/of een spijker, althans een scherp uitstekend voorwerp waar het dier zich aan kon verwonden aanwezig in de box
had een donkerbruine pony zonder chip geen schone en droge plek en/of was er kapot betongaas aanwezig, althans een scherp uitstekend voorwerp waar het dier zich aan kon verwonden aanwezig in de box
had een witte pony met chipnummer 528210002069076 geen schone droge plek en/of een verticale scheur aan de rechterhoef en/of maakte het dier tijdens het eten propjes, terwijl het niet werd gezien door een dierenarts.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
zij op 9 oktober 2024 te [plaats] als houder van 8 dieren aan deze dieren de nodige verzorging heeft onthouden, immers:
had een zwart konijn in hok 1 geen schone en droge plek en geen ruwvoer en kromgegroeide nagels
had een zwart konijn in hok 2 geen schone en droge plek en geen ruwvoer en lange nagels aan de linker achterpoot
had een wit konijn in hok 3 lange kromgegroeide nagels
had een wit konijn in hok 4 geen ruwvoer
had een shetlandpony met chipnummer 528210002726041 geen schone en droge plek en was een ijzeren stang, althans een scherp uitstekend voorwerp waar het dier zich aan kon verwonden aanwezig in de box
was bij een vospony met chipnummer 528210002069076 een kapotte blauwe waterton en een spijker, althans een scherp uitstekend voorwerp waar het dier zich aan kon verwonden aanwezig in de box
had een donkerbruine pony zonder chip geen schone en droge plek en was er kapot betongaas aanwezig, althans een scherp uitstekend voorwerp waar het dier zich aan kon verwonden aanwezig in de box
had een witte pony met chipnummer 528210002069076 geen schone droge plek en/of een verticale scheur aan de rechterhoef en maakte het dier tijdens het eten propjes, terwijl het niet werd gezien door een dierenarts.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
Zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht
Bij het bepalen van de op te leggen straf of maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij neemt het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Verdachte heeft haar konijnen en pony’s de nodige verzorging onthouden. Als houder van deze dieren was zij verantwoordelijk voor hun welzijn. Deze verantwoordelijkheid heeft zij onvoldoende genomen. De aard en ernst van dit feit rechtvaardigt in beginsel dan ook de oplegging van een straf of maatregel.
Ter terechtzitting in hoger beroep, waar de zoon van verdachte eveneens is verschenen en als getuige is gehoord, is echter gebleken dat de mentale gesteldheid van verdachte sinds het bewezenverklaarde sterk achteruit is gegaan. Zij is erg vergeetachtig geworden en wordt momenteel onderzocht op dementie. Ook is zij al behoorlijk op leeftijd.
Verder is gebleken dat verdachte inmiddels geen dieren meer houdt. Deze zijn tijdens een recente controle in beslag genomen en verdachte heeft ook afstand gedaan van haar dieren. Zij heeft verklaard dat zij geen (nieuwe) dieren meer zal gaan houden.
Gelet op de bovengenoemde omstandigheden ziet het hof in de persoon van verdachte aanleiding om haar geen straf of maatregel op te leggen. In haar situatie is daarmee geen enkel doel gediend. Het hof zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Ook voor het opleggen van de maatregel dat verdachte geen dieren meer mag houden ziet het hof geen aanleiding. Een dergelijke maatregel heeft in deze situatie geen toegevoegde waarde, nu verdachte inmiddels geen dieren meer houdt en heeft verklaard dit ook niet meer te zullen doen. Gelet daarop zal het hof afwijken van wat door de advocaat-generaal is gevorderd.
Vordering tot tenuitvoerlegging
In de zaak met parketnummer 84-062431-24 is verdachte op 16 september 2024 door de politierechter in rechtbank Noord-Nederland veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor de duur van twee weken, met een proeftijd van drie jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Gelet op wat hiervoor is overwogen zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Functioneel Parket te Zwolle van 30 maart 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 84062431-24, bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 16 september 2024, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
Dit arrest is gewezen door mr. E. de Witt, mr. J.J. Beswerda en mr. L.G. Wijma, in aanwezigheid van de griffier mr. K.R. Starreveld en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 8 april 2026.