ECLI:NL:GHARL:2026:2469

ECLI:NL:GHARL:2026:2469

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer 21-005340-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2022:4935

Samenvatting

Bewezenverklaring van witwassen contante geldbedragen € 145.000,-- en € 4.700,-- en het voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie, een jammer en pepperspray. Partiële vrijspraken voor witwassen van overige vermogensbestanddelen. Oplegging van gevangenisstraf van tien maanden en een boete van € 75.000,--.

Uitspraak

Bewijsoverwegingen

Juridisch kader ten aanzien van het witwassen

Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.

Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.

Toepassing in deze zaak ten aanzien van het witwassen

Specifiek gronddelict

Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of de ten laste gelegde voorwerpen afkomstig zijn van een specifiek gronddelict. Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Hoewel er Encrochat-berichten in het dossier zitten waarin wordt gesproken over drugs(handel), is dit onvoldoende om vast te stellen dat de verdachte zelf handelde in drugs en de contante geldbedragen en overige voorwerpen uit dit specifieke gronddelict zijn verkregen. Van andere misdrijven waaruit de voorwerpen afkomstig kunnen is niet gebleken.

Dat neemt niet weg dat de feiten en omstandigheden van deze zaak van dien aard kunnen zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen

Vermoeden van witwassen

Bij de staandehouding treft de politie in de Smart van de verdachte een contant geldbedrag aan van € 145.000,--. Hierop volgt een huiszoeking bij de verdachte waarbij nog eens

€ 4.700,-- aan contant geld is aangetroffen. Het aantreffen van deze grote contante geldbedragen rechtvaardigt een vermoeden van witwassen. Daarbij zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. Het vervoeren van een dergelijk groot contant geldbedrag is op zichzelf hoogst ongebruikelijk, vanwege de risico’s die daarbij komen kijken. Daarnaast is het geld aangetroffen in een Smart met verborgen ruimte en vond de staandehouding plaats na een ontmoeting op een voor de politie bekende criminele ontmoetingsplek. Voor het geldbedrag van € 4.700,-- geldt dat deze is aangetroffen in het huis van de verdachte na de staandehouding. In de keuken van het huis zijn daarnaast een vuurwapen, munitie, pepperspray en een jammer gevonden. De volgtijdelijkheid van het aantreffen van deze voorwerpen in combinatie met het eerder aantreffen van de € 145.000,-- maken dat sprake is van een witwasvermoeden.

Uit de loongegevens blijkt dat de verdachte tussen december 2018 en september 2021

€ 44.866,-- aan inkomen heeft genoten. Gelet op het grote contrast tussen enerzijds het legale inkomen en anderzijds het bezitten van de grote contante geldbedragen, kan zonder meer een vermoeden van witwassen ten aanzien van de contante geldbedragen worden gerechtvaardigd.

Onder deze omstandigheden kan van de verdachte worden gevergd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft, die het vermoeden dat sprake is van een criminele herkomst kan weerleggen.

Bij de fouillering van de verdachte is € 950,-- aangetroffen (ten laste gelegd onder het tweede gedachtestreepje). Een geldbedrag van deze grootte acht het hof op zichzelf niet zo vreemd dat daaruit een vermoeden van witwassen ontstaat. Dat dit bedrag op hetzelfde moment is aangetroffen met de contante € 145.000,-- maakt het oordeel van het hof niet anders. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het witwassen van het geldbedrag dat bij de fouillering is aangetroffen.

De verklaringen van de verdachte over de herkomst van de voorwerpen

De verdachte heeft verklaard dat hij in de week van de aanhouding zijn exclusieve Mercedes Brabus heeft verkocht. De auto stond geadverteerd op internet. De koper is de auto komen bezichtigen en heeft toen € 5.000,-- in contanten aanbetaald, waarna deze een paar dagen later het resterende bedrag van € 145.000,-- – ook weer in contanten – heeft betaald. Dit verklaart volgens de verdachte de aangetroffen geldbedragen. De verdachte heeft verklaard dat er geen schriftelijke koopovereenkomst was en wilde niet vertellen van wie hij deze gelden had ontvangen. Pas ruim anderhalf jaar na zijn aanhouding is een naam van een koper doorgegeven, te weten [getuige] .

Ten aanzien van de overige voorwerpen heeft de verdachte het volgende verklaard. Hij heeft gedurende zijn leven vermogen opgebouwd. De verdachte heeft in België, Spanje en Zuid-Afrika gewoond. Voordat hij naar België vertrok, heeft hij in Nederland een huis met winst verkocht en een onkosten- en smartengeld vergoeding gekregen na een bedrijfsongeval. In België heeft de verdachte naar eigen zeggen opnieuw een huis met winst verkocht. Ook in Spanje heeft de verdachte vastgoed met winst verkocht. Daarnaast verhuurde hij appartementen. Na zijn vertrek uit Spanje heeft de verdachte zijn geld volledig geïnvesteerd in zijn bedrijven in Zuid-Afrika. Deze bedrijven deden in autoverkoop- en verhuur. Ook heeft hij een handel in [naam] motoren opgezet. Toen de partner van de verdachte in 2018 een hersenbloeding kreeg zijn ze weer naar Nederland vertrokken. Omdat het slecht mogelijk was het geld op de bankrekeningen van Zuid-Afrika naar Nederland te krijgen, heeft [naam] het geld via haar bankrekening naar Nederland willen halen en voor een deel overgeboekt naar de verdachte. De Nederlandse rekening is later opgezegd door de bank na een MOT-melding. Het geld van die rekening heeft hij contant opgenomen. Van het saldo op de bankrekeningen en het contante geld na het opzeggen van de rekening zijn de sloep en Mercedes Brabus gekocht, aldus steeds verdachte.

De vraag die het hof dient te beantwoorden, is of deze verklaringen concreet, verifieerbaar en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk zijn.

Onderscheid wat betreft de verklaringen van verdachte over de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- enerzijds en die over de overige vermogensbestanddelen anderzijds

In de beoordeling van de verklaringen van verdachte zal het hof een onderscheid maken tussen de verklaringen die zien op de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- enerzijds en die over de overige vermogensbestanddelen anderzijds. Dit onderscheid komt er in de kern op neer dat over de eerstbedoelde geldbedragen meer informatie beschikbaar is dan over overige vermogensbestanddelen en leidt ertoe dat het hof kan vaststellen dat de verklaring van verdachte over de bedoelde contante geldbedragen hoogst onwaarschijnlijk is. Deze vaststelling kan het hof niet doen wat betreft de verklaring die verdachte geeft over de overige vermogensbestanddelen. Het onderscheid wordt hieronder nader uitgewerkt.

Ten aanzien van de aangetroffen contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,--

Over de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- is verklaard dat deze afkomstig zijn van de verkoop van de Mercedes Brabus aan [getuige] . Deze verklaring is concreet en verifieerbaar, maar als gezegd naar het oordeel van het hof op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van het hof dat de – zeker direct na zijn aanhouding afgelegde – verklaring van de verdachte onvoldoende spoort met en zelfs afwijkt van de verklaring van [getuige] en de bevindingen over [getuige] . Zo verklaarde de verdachte in eerste instantie dat er geen schriftelijke koopovereenkomst was, terwijl [getuige] verklaart dat die er wel is en een kopie hiervan zelfs afgeeft bij zijn verhoor. Ook is [getuige] geen handelaar in luxe auto’s, maar handelt hij enkel in trekkers en opleggers van enige jaren oud. Verder is het hoogst onwaarschijnlijk dat [getuige] aan de verdachte BPM heeft betaald om deze vervolgens weer terug te krijgen. Het hof acht het bovendien hoogst onwaarschijnlijk dat iemand die € 145.000,-- heeft betaald voor een auto, die auto vervolgens niet meteen meeneemt, maar afwacht of en wanneer de auto aan hem geleverd gaat worden. Daarbij is het ook hoogst onwaarschijnlijk dat iemand die dermate veel geld heeft betaald voor een auto twee jaren buiten beeld blijft en zich niet meldt om die auto op te eisen.

In dit oordeel betrekt het hof ook de inhoud van de Encrochat-berichten in combinatie met de ontmoeting van verdachte met [medeverdachte 1] op 5 juni 2020. Op grond van de identificerende gegevens in die berichten stelt het hof vast dat de verdachte de gebruiker was van het account [naam] en dat zijn zoon gebruik maakte van het account [naam]. Uit de tussen deze twee accounts gewisselde berichten maakt het hof op dat de verdachte een afspraak had voor het inlossen van een drugsschuld.

De verdachte is met een bedrag van € 145.000,-- aan contanten en luxe horloges (naar eigen zeggen met een gezamenlijke waarde van ongeveer € 50.000,--) in een auto met een verborgen ruimte naar een afspraak gegaan op een parkeerterrein. Het geld en de horloges vertegenwoordigen samen een waarde van ongeveer € 200.000,-- . De verdachte verklaart dat hij daar enkel was om horloges te verkopen. Deze verklaring wordt weersproken door het feit dat de doosjes met de Rolex horloges zijn aangetroffen onder het tasje met contante geld. Uit de waarnemingen van de verbalisanten maakt het hof op dat de verdachte vlak voor zijn aanhouding goederen (het geld en/of de horloges) uit de verborgen ruimte van de auto heeft gehaald. Vlak voor het moment van aanhouding had [medeverdachte 1] met zijn hoofd in de auto gehangen en gekeken in de richting van de plek waar de horloges én het contante geld lagen. De verdachte heeft geen enkele aannemelijke verklaring gegeven waarom dit grote geldbedrag in het zicht lag voor [medeverdachte 1] terwijl zij bezig waren met de mogelijke verkoop van genoemde horloges. Dat het geld en de horloges op deze wijze in de auto lagen – nadat deze door de verdachte tevoorschijn zijn gehaald – en [medeverdachte 1] daarnaar keek past daarentegen juist wel bij de inhoud van de chatberichten waaruit valt af te leiden dat er een bedrag van rond de € 200.000,-- moest worden betaald aan [medeverdachte 1] en/of mensen om hem heen voor een drugsschuld.

Dat volgt namelijk ook uit de inhoud van de berichten van na de aanhouding van de verdachte. Zo schrijft de zoon van de verdachte aan de persoon ([naam]) bij wie een schuld moet worden ingelost: “[…], ze hebben niks tegen hun geld is in men pa zen auto aangetroffen en er is geen overdracht gezien, daarom zijn ze vrij, er is niks tegen hun, […]” en “[…] word zowiezo opgelost, maar je moet wel begrijpen wij zijn zojuist 2 ton verloren die in beslag is die naar jullie kwam en al de rest staat geblokt en in beslag”. Uit het berichtenverkeer tussen de zoon van de verdachte en [naam] blijkt met voldoende zekerheid dat met ‘hun’ wordt gedoeld op onder andere [medeverdachte 1] . Dat volgt uit het feit dat wordt gesproken over een overdracht met de verdachte (ouwe), het inbeslaggenomen geld en de advocaat van [medeverdachte 1] in samenhang wordt genoemd met ‘hun’.

Alle voorgaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien maken dat het hof kan vaststellen dat van een verkoop van de Mercedes Brabus geen sprake is geweest. De verklaring van de verdachte op dit punt over de herkomst van het geld is daarmee hoogst onwaarschijnlijk. Het hof zal de verdachte dan ook veroordelen voor het witwassen van de contante geldbedragen ter hoogte van € 4.700,-- en € 145.000,-- (ten laste gelegd onder het eerste en derde gedachtestreepje).

Wel is het hof van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachte deze contante geldbedragen heeft witgewassen met een ander of anderen omdat van een bewuste en nauwe samenwerking niet is gebleken. Daarom spreekt het hof verdachte vrij van het bestanddeel “medeplegen”.

Ten aanzien van de overige voorwerpen (vierde tot en met achtste gedachtestreepje)

Ten aanzien van de overige voorwerpen – ten laste gelegd onder het vierde tot en met achtste gedachtestreepje – overweegt het hof als volgt.

De verdachte heeft een uitgebreide verklaring afgelegd over zijn levensloop en ter onderbouwing daarvan de nodige stukken ingebracht. De verdachte verklaart welke woningen en welk perceel hij met winst heeft verkocht in het buitenland. Dit vermogen zou zijn geïnvesteerd in de Zuid-Afrikaanse bedrijven [naam] , [naam] en [naam] . Van de rekeningen van deze bedrijven leefde de verdachte. De tegoeden op de bankrekeningen in Nederland zijn afkomstig van verkopen van motoren vanuit zijn bedrijf in Zuid-Afrika. Van die bedragen zou hij de Mercedes Brabus en de boot hebben gekocht en in zijn levensonderhoud hebben voorzien. Zijn verklaring is (deels) onderbouwd met bankafschriften, facturen van verscheepte motoren en andere administratie. Deze verklaring is daarom concreet, verifieerbaar en komt het hof niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk voor.

Nader onderzoek naar de herkomst van de voorwerpen

Voor zover de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar deze verklaring. Net als de rechtbank, is het hof van oordeel dat het Openbaar Ministerie heeft nagelaten op essentiële punten onderzoek te verrichten.

Hoewel de door de verdachte genoemde prijsstijging van het onroerend goed uit België opvallend hoog is, kan niet worden uitgesloten dat dit onjuist is. Het Openbaar Ministerie had deze verklaring kunnen verifiëren door de kadastrale gegevens in België op te vragen, zoals de rechtbank in het vonnis had al opgemerkt. Dit geldt eveneens voor de aan- en verkoop van vastgoed in Spanje. Daar komt bij dat weliswaar onderzoek is gedaan naar het vermogen van de verdachte in Spanje door middel van een rechtshulpverzoek, maar het verzoek geen betrekking heeft gehad op de periode waarop de verdachte in Spanje woonde. Deze onderzoeksrichting heeft daarom niet tot relevante resultaten geleid.

Het Openbaar Ministerie heeft getracht nader onderzoek te verrichten naar de geldstromen van de verdachte in Zuid-Afrika. Op de rechtshulpverzoeken is geen antwoord gekomen vanuit de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. Uit de bankafschriften volgt in ieder geval dat motoren zijn aan- en verkocht. Ook volgt uit het dossier dat er daadwerkelijk motoren zijn verscheept naar Europa en in Europa zijn geregistreerd. Daarmee is in ieder geval een legale bron van inkomsten gegeven. Het nadere onderzoek naar de motorhandel – en het feit dat er enkele onregelmatigheden in de overgelegde facturen zijn geconstateerd – maakt niet dat een legale herkomst van het vermogen met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten. Zo speelt [naam] een belangrijke rol in het dossier, omdat zij overboekingen van grote bedragen (€ 150.000,--, € 80.000,-- en € 25.000,--) heeft verricht naar de bankrekeningen van de verdachte (zonder nadere omschrijving). Naar die overschrijvingen had nader onderzoek verricht kunnen worden, net als de rol van [naam] bij het verplaatsen van het vermogen van Zuid-Afrika naar Nederland. Dit geldt eveneens voor de overboekingen die [Zoon verdachte] en [naam] hebben verricht (zonder nadere omschrijving). Dit onderzoek had ook vanuit Nederland verricht kunnen worden, mede ingegeven door het feit dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten niet hebben gereageerd op het rechtshulpverzoek.

Nu nader onderzoek op deze punten is uitgebleven zal het hof de verdachte dan ook vrijspreken van het witwassen van de bancaire tegoeden, de Mercedes Brabus en de sloep.

Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben vuurwapen (feit 2)

Het onder 2 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van een vuurwapen, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben munitie (feit 3)

Het onder 3 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van munitie, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben jammer (feit 4)

Het onder 4 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van een jammer, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en geen vrijspraak is bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben pepperspray (feit 5)

Het onder 5 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van pepperspray, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en geen vrijspraak is bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

De bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primairhij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 5 juni 2020, te [plaats 1] , te [plaats 2] (gemeente [gemeente] ), althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in verenging met (een) ander(en), een of meer voorwerp(en), te weten

- een geldbedrag van ongeveer 145.000 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 107, einddossier pagina 132),

- een geldbedrag van ongeveer 925 euro, althans enig geldbedragen/of

- een geldbedrag van ongeveer 4700 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 47, pagina 70),

- een geldbedrag van ongeveer € 91.898,53, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 1] ), (einddossier pagina 350),

- een geldbedrag van € 139.000,- , althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 2] ) (einddossier pagina 349),

- een geldbedrag van 6.709.759,24 ZAR, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 3] Vreemde valuta rekening)(einddossier pagina 350),

- een auto (Mercedes Benz Brabus ( [kenteken 1] ) (einddossier pagina 79), en/of

- de sloep Primeur 700 Tender (einddossier pagina 120),

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - ónmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;2.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, onder 1, te weten een vuurwapen/pistool, van het merk Venus Automatic, kaliber 6.35 zijnde een vuurwapen voorhanden heeft gehad;

3.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] munitie van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- 5 ( vijf) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber 6.35 en/of

- 7 ( zeven) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .45

voorhanden heeft gehad;

4.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] , een technisch hulpmiddel, te weten een jammer, dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is voor het opzettelijk vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c, werd gepleegd;

5.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het hof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

witwassen.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf.

Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

Strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor alle tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden en een geldboete ter hoogte van € 50.000,--. Bij deze strafeis is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De advocaat-generaal heeft de oplegging van een geldboete gevorderd, omdat bedragen na het vonnis zijn teruggegeven aan de verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen dan de periode die hij al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarbij is van belang dat de zaak lang duurt en de redelijke termijn in beide instanties is overschreden. Verder is de persoonlijke situatie van de verdachte en zijn partner van belang. De gezondheidssituatie van zijn partner is erg zorgelijk en hij zorgt voor haar. Een taakstraf is daarom ook niet wenselijk, aldus de raadsman.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van bijna € 150.000,--. Witwassen is in zijn algemeenheid een strafbaar feit dat een ernstige bedreiging vormt voor de legale economie. Het heeft een ontwrichtende werking op de integriteit van het financieel economisch verkeer en op de openbare orde. Bovendien heeft witwassen tot gevolg dat criminele activiteiten financieel lonen.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie, jammer en pepperspray. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie brengt grote risico’s met zich mee voor de veiligheid van personen en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

De enorme hoeveelheid aangetroffen geld en het in de woning van verdachte aangetroffen vuurwapen vormen een aanwijzing dat verdachte niet terugdeinst voor criminaliteit. De berichten in de cryptotelefoon kleuren dan ook de context waarbinnen deze zaak speelt. Zo stuurt de verdachte met zijn cryptotelefoon aan zijn zoon onder andere het bericht ‘Heb je pistool daar ?? Eventueel’. Hieruit blijkt dat de verdachte zich onvoldoende beseft hoe ernstig het bezit en gebruik van vuurwapens is. Dit rekent het hof de verdachte aan.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van 9 maart 2026. Daaruit maakt het hof op dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. In het bijzonder springt in het oog dat de verdachte in 1999 en in 2015 is veroordeeld voor (vuur)wapen-gerelateerde feiten. Dat de verdachte zich nu opnieuw schuldig heeft gemaakt aan meerdere WWM-feiten werkt strafverzwarend.

Het zwaartepunt in deze zaak ligt naar het oordeel van het hof bij het witwassen en voorhanden hebben van het vuurwapen. Het hof neemt als vertrekpunt de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken met betrekking tot deze feiten. De verdachte wordt in deze zaak veroordeeld voor witwassen en het hof relateert deze feiten aan de LOVS-oriëntatiepunten voor de categorie fraudedelicten. De oriëntatiepunten voor deze feiten zijn als volgt:

In beginsel acht het hof, gelet op het benadelingsbedrag € 149.700,--, de oriëntatiepunten en de recidive op het gebied van WWM-feiten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden passend.

Het hof heeft er kennis van genomen dat de verdachte op dit moment voor zijn partner zorgt, hij een zorgopleiding heeft gevolgd en tijdens zijn detentie verschillende opleidingen heeft gedaan. Deze omstandigheden zijn meegewogen en afgewogen tegen de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het gegeven dat de feiten zijn gepleegd nadat zijn partner een hersenbloeding heeft gekregen. In de wetenschap dat zijn partner hulpbehoevend is, heeft de verdachte zelf de keuze gemaakt om het risico te lopen dat hij tegen de lamp zou lopen en straf zou moeten ondergaan. Ondanks dat het hof begrip heeft voor de situatie van de verdachte zijn deze persoonlijke omstandigheden niet van voldoende gewicht om een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Wel zal de op te leggen straf worden gematigd, vanwege de lange looptijd van deze strafzaak en de overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte is op 5 juni 2020 aangehouden en in verzekering gesteld. De gehele procedure heeft zo’n vijf jaar en tien maanden geduurd, waarbij zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de redelijke termijn is overschreden. Deze overschrijding is deels te verklaren door de rechtshulpverzoeken die zijn uitgegaan naar verschillende landen, maar waarop niet (altijd) is gereageerd. Deze omstandigheid mag niet voor rekening van de verdachte komen. Het hof zal daarom de op te leggen gevangenisstraf matigen. Daarbij speelt ook mee dat beslag is gelegd op de bankrekeningen van de verdachte, terwijl hij voor het witwassen van de banktegoeden zal worden vrijgesproken. Via klaagschriftprocedures heeft de verdachte weliswaar weer toegang gekregen tot twee bankrekeningen, maar door de lange duur van deze strafzaak is hij in het bijzonder geraakt door het beslag. Dit maakt dat het hof een hogere matiging toepast dan het anders zou hebben gedaan.

Naast de op te leggen gevangenisstraf zal aan de verdachte een geldboete worden opgelegd. Een geldboete komt het hof passend voor gelet op het feit dat witwassen wordt gepleegd vanuit een financieel motief. Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete is rekening gehouden met de beslissing op het beslag, namelijk de verbeurdverklaring van de contante geldbedragen.

Alles afwegende acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden (met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht) en een geldboete ter hoogte van € 75.000,-- passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Het beslag

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft de onttrekking aan het verkeer gevorderd van de volgende goederen:

De advocaat-generaal heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de volgende goederen:

[rekeningnummer 3] en de vermogensspaarrekening eindigend op [rekeningnummer 4] );

- de sloep, type Primeur 700 Tender.

Tot slot heeft de advocaat-generaal erop gewezen dat de banksaldi op de privérekening eindigend op [rekeningnummer 1] en de rekening eindigend op [rekeningnummer 2] verbeurd kunnen worden verklaard ondanks de teruggave via de artikel 552a-procedure.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de teruggave verzocht van de inbeslaggenomen voorwerpen vanwege de bepleite vrijspraak.

Oordeel van het hof

Het hof zal teruggave aan de verdachte gelasten van de banksaldi, de Mercedes Brabus, de sloep en het contante geldbedrag ter hoogte van € 950,--, vanwege de partiële vrijspraken voor het witwassen wat betreft deze vermogensbestanddelen. Ook wordt de teruggave gelast aan de verdachte van alle inbeslaggenomen horloges, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. Het hof merkt daarbij op dat wat betreft de nep horloges niet gesteld kan worden dat het voorhanden hebben hiervan een soortgelijk feit betreft als de feiten waarvoor de verdachte is veroordeeld.

Nu het onder 1 primair bewezenverklaarde met betrekking tot de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven contante geldbedragen van € 4.700,-- en € 145.000,-- zijn begaan en deze goederen onder de verdachte zijn aangetroffen en naar het oordeel van het hof aan de verdachte toebehoren, zullen zij worden verbeurd verklaard. Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte.

Het hof onttrekt de cryptotelefoons van het merk BQ aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang en deze kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. Dat blijkt alleen al uit de bewijsvoering waarin één van de cryptotelefoons terugkomt in relatie tot het bewezenverklaarde feit.

Daarnaast zal de Smart met de verborgen ruimte worden onttrokken aan het verkeer. Een verborgen ruimte kan maken dat het ongecontroleerde bezit van een auto in strijd komt met de wet of met het algemeen belang en dus vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, mits sprake is van een relatie tussen die verborgen ruimte en een begaan strafbaar feit. Daarvan is in dit geval sprake, zo volgt ook uit bewijsvoering. De verborgen ruimte in de Smart is namelijk gebruikt om het witwassen geld te verstoppen en vervoeren in aanloop naar de ontmoeting op de parkeerplaats met [medeverdachte 1] .

Het hof gelast tot slot de teruggave aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon, namelijk [naam] , van de creditcard op naam van [naam] .

De wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 350d en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 75.000,00 (vijfenzeventigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 295 (tweehonderdvijfennegentig) dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Geld (94 biljetten van 50 euro t.w.v. in totaal 4.700 euro) ( [beslag nummer] ) - Geld (2.900 coupures van 50 euro t.w.v. in totaal 145.000 euro) ( [beslag nummer] ).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Cryptotelefoon Bq Aquaris X2 32gb ( [beslag nummer] )

- Cryptotelefoon Bq ( [beslag nummer] )

- Personenauto Smart Forfour ( [beslag nummer] ).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Horloge Richard Mille ( [beslag nummer] )

- Horloge Audemars Piguet Royal Oak ( [beslag nummer] )

- Horloge Richard Mille ( [beslag nummer] )

- Personenauto Mercedes-Benz Amg Gls 63 ( [beslag nummer] )

- Geldbedrag (biljetten t.w.v. in totaal € 950,00) ( [beslag nummer] )

- Banksaldi op rekeningen bij ABN Amro (vreemde valutarekening eindigend op [rekeningnummer 3] , de privé rekening eindigend op [rekeningnummer 1] en de vermogensspaarrekening eindigend op [rekeningnummer 4] )

- Sloep Primeur 700 Tender ( [beslag nummer] )

- Horloge Rolex Oyster ( [beslag nummer] ) .

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- Creditcard op naam van: [naam] ( [beslag nummer] ).

Aldus gewezen door

mr. O.O. van der Lee, voorzitter,

mr. D.R. Sonneveldt en mr. D. Stikkelbroeck, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier,

en op 22 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. O.O. van der Lee
  • mr. D.R. Sonneveldt
  • mr. D. Stikkelbroeck

Griffier

  • mr. T. Lammerdink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand