[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis
Tenlastelegging
V: Wat deed hij met het mes?
Bewijsoverweging
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
Vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr)
Beslag
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Wetsartikelen
BESLISSING
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005301-24
Uitspraakdatum: 29 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 4 december 2024 met parketnummer 16-289387-23 in de strafzaak tegen
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 april 2026, en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. K. Canatan, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. R.G. van der Laan, hebben aangevoerd.
In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd houden, het meermalen mishandelen van [slachtoffer] en het meermalen bedreigen van [slachtoffer] met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Verder heeft de rechtbank aan verdachte de vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van 3 jaren, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] . De rechtbank heeft bevolen dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen, bestaande uit € 1.500,00 aan immateriële schade. Dit bedrag is vermeerderd met de wettelijke rente en de rechtbank heeft ter hoogte van datzelfde bedrag de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De rechtbank heeft de benadeelde partij in het materieel gevorderde niet-ontvankelijk verklaard en het meer immaterieel gevorderde afgewezen. Tot slot heeft de rechtbank het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.
Het hof komt in dit arrest tot een deels andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Daarnaast legt het hof aan verdachte een andere straf op en neemt het hof een andere beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij in of omstreeks de periode van 1 november 2023 tot en met 2 november 2023 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte,
- een of meerdere deuren (van het huis waarin zij, verdachte en die [slachtoffer] , zich op dat moment bevonden) op slot gedraaid,
- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt,
- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, op het hoofd en/of (andere delen van) het lichaam geslagen en/of die [slachtoffer] gewurgd en/of met een (wijn)fles op het hoofd van die [slachtoffer] geslagen,
- die [slachtoffer] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Je bent een kanker hoer. Je bent niet serieus met mij, ik ga je verminken vandaag en vermoorden. Jij gaat niet levend weg vandaag" en/of "Wat had je dan gedacht dat je mocht gaan? Jij gaat nergens heen. Want je komt hier niet levend weg" en/of "Ik ga mijn wapen erbij pakken", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, gepakt en/of getoond aan die [slachtoffer] en/of een (steek)beweging gemaakt in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] met dat mes in/op het lichaam gestoken en/of gesneden en/of
- die [slachtoffer] voortdurend in de gaten gehouden;
2. primair hij in of omstreeks de periode van 1 november 2023 tot en met 2 november 2023 te [plaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, met een vuist en/of een platte hand en/of met een (wijn)fles op het hoofd, en/of (andere delen van) het lichaam, heeft geslagen,
- de keel van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of dichtgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden,
- ( vervolgens) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gepakt en/of met dat mes een (steek)beweging heeft gemaakt in de richting van de borst, althans het lichaam, van die [slachtoffer] en/of
- met dat mes die [slachtoffer] , meerdere malen, althans eenmaal, in de benen en/of de armen en/of (andere delen van) het lichaam, heeft gestoken en/of heeft gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. subsidiair hij in of omstreeks de periode van 1 november 2023 tot en met 2 november 2023 te [plaats] , althans in Nederland, al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] heeft mishandeld door
- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, met een vuist en/of een platte hand en/of met een (wijn)fles op het hoofd, en/of (andere delen van) het lichaam, te slaan,
- de keel van die [slachtoffer] vast te pakken en/of dicht te knijpen en/of dichtgeknepen te houden,
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te pakken en/of met dat mes die [slachtoffer] , meerdere malen, althans eenmaal, in/op de benen en/of de armen en/of de handen en/of (andere delen van) het lichaam, te steken en/of te snijden;
3. hij in of omstreeks de periode van 1 november 2023 tot en met 2 november 2023 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- die [slachtoffer] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of met dat mes een (steek)beweging te maken in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, in/op het lichaam te steken en/of te snijden en/of
- die [slachtoffer] (daarbij) dreigend de woorden toe te voegen: "Ik ga je brandmerken", "Ik ga al je botten breken", "Je bent een kanker hoer. Je bent niet serieus met mij, ik ga je verminken vandaag en vermoorden. Jij gaat niet levend weg vandaag", "Ik ga jou vermoorden en jou in een kelder stoppen. Ik ga tape pakken en jou vastbinden en daar verminken en in stukken hakken. Ik zal jou opbergen ergens waar niemand achter komt", "Wat had je dan gedacht dat je mocht gaan? Jij gaat nergens heen. Want je komt hier niet levend weg", "Ze gaan je begraven naast je vader. Je moeder gaat deze pijn nog meemaken", "Ik ga je broer niet meer laten komen want als het een echte man is en hij komt dan gaat er iemand dood en jij gaat toch al dood" en/of "Ik ga mijn wapen erbij pakken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
In het proces-verbaal van aangifte van 2 november 2023 heeft aangeefster [slachtoffer]
onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Op 1 november 2023 hadden [verdachte] en ik afgesproken om naar zijn huis te gaan aan de [adres] . Rond 17:00 uur kwamen wij bij zijn huis aan. Even later kwam er een persoon aan de deur die de lachgas kwam brengen. Ik kende deze persoon niet. Ik hoorde dat [verdachte] hem uitnodigde om binnen te komen. Ik weet dat [verdachte] een fetisj heeft waarbij hij het opwindend vindt als ik seks heb met een donkere man. Ik liet dit toe, en stemde hier zelf mee in. Rond 21.30 uur verliet de man de woning en deed [verdachte] de voor- en achterdeur op slot, waarna hij mij meteen heel hard met zijn vuist op mijn linkeroog sloeg. Hierdoor heb ik letsel opgelopen, ik heb een blauw oog en bloeduitstortingen in mijn oog. [verdachte] zei hierbij: "Je bent een kanker hoer. Je bent niet serieus met mij. ik ga je verminken vandaag en vermoorden. Jij gaat niet levend weg vandaag." Hij herhaalde dit meerdere keren in de nacht. [verdachte] pakte mijn telefoon af. Hij bleef agressief naar mij, hij sloeg mij op mijn hoofd, ribben en met een lege fles wijn voornamelijk op mijn hoofd. [verdachte] zei tegen mij dat ik nieuwe kooltjes voor de shisha in de brander moest doen. Hij zei hierbij: "Ik ga jou brandmerken." Ik hoorde [verdachte] zeggen: "Ik ga mijn wapen erbij pakken." Hij liep naar de keuken en pakte van achter in de lade een groot mes. Ik kan het mes als volgt omschrijven: zilver staal, ongeveer 30 centimeter, ook het handvat was zilver. Het was een soort vlees mes. Hierna bleef [verdachte] zeggen: "ik ga je verminken."
[verdachte] heeft mijn broer proberen te bellen. Hij belde hem omdat hij vond dat mijn broer mij ook maar in deze toestand moest zien. Ik weet dat [verdachte] ook een filmpje heeft gestuurd naar een contact van mijn LinkedIn genaamd [getuige 1] . Alles heeft zich steeds afgespeeld op de bank. Daarna kwam er weer een storm van klappen. Hij zei daarbij: "Ik ga al je botten breken". Ik zat voorover gebukt over de bank. Hij hield één arm op mijn rug en sloeg mij met zijn rechterhand op mijn hele lichaam. Hij begon mij te bewerken met het mes. [verdachte] kraste met het mes in mijn armen en benen. Hierdoor heb ik letsel opgelopen. Het zijn meerdere sneden. Hij maakte een steekbeweging richting mijn borst. Ik heb het mes uit reactie vastgepakt. Hierdoor heb ik een snee aan mijn vinger opgelopen. Hij hield het mes in zijn rechterhand. Er kwam bloed uit mijn neus en mond, dit kwam door de klappen op mijn hoofd. Ik viel in slaap. In de ochtend moest ik weer op de bank zitten. Hij pakte het mes. Hij
liet mij even buiten in de tuin roken. Dit was het moment dat ik de kans zag weg te rennen. Ik rende naar de voorkant. [verdachte] kwam achter mij aan. Hij bleef maar zeggen dat ik terug moest komen naar binnen. Een man riep ik aan, ik vroeg hem om hulp.
In het proces-verbaal van verhoor aangever van 3 november 2023 heeft aangeefster [slachtoffer]
onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard (onder A:):
A: Hij heeft gezegd dat hij mij ging vermoorden en mij in een kelder zou stoppen. Hij zou tape pakken en mij vastbinden en dan daar verminken en in stukken hakken. Hij zou mij opbergen ergens waar niemand achter komt. Als ik in slaap zou vallen, begon hij weer te mishandelen. Hij had de deuren op slot gedaan. Telkens als ik dan richting de deur liep zei hij “wat had je dan gedacht dat je mocht gaan? Jij gaat nergens heen. Want je komt hier niet levend weg." Hij heeft dingen gezegd als “Ze gaan je begraven naast je vader. Je moeder gaat deze pijn nog meemaken. Ik ga je broer niet meer laten komen want als het een echte man is en hij komt dan gaat er iemand dood en jij gaat toch al dood.”
V: Wat gebeurt er als de lachgas bezorger weg is?
A: Toen draaide hij de deuren op slot. Ik zat toen op de bank en toen wurgde hij mij en sloeg hij mij op mijn oog. Daarna bleef hij inslaan op mijn hoofd.
V: Hoe pakte hij jou vast?
A: Hij duwde mij op mijn rug en kwam boven op mij zitten. Hij deed één hand op mijn keel en daarmee wurgde hij mij. Toen kreeg ik die klap op mijn oog. Daarna bleef hij op mij inslaan. Vanaf dat moment bleef hij slaan onder andere ook met een wijnfles. Op een gegeven moment zei hij ik moet mijn wapen erbij pakken. Het was een mes.
A: Ermee slaan, zowel met de platte als met de scherpe kant. Hij zei dat hij mij ging verminken. Op mijn armen heeft hij voornamelijk gesneden en op mijn benen ermee gestoken.
In het proces-verbaal van bevindingen van 2 november 2023 heeft verbalisant
[verbalisant] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Op 2 november 2023 kregen wij het verzoek te gaan naar het [locatie 1] in [plaats] . Op dat moment zag ik een vrouw. Ik zag dat deze vrouw letsel had aan haar oog. De vrouw bleek later genaamd: [slachtoffer] . [slachtoffer] vertelde te zijn geslagen. Een aantal uur later vertelde zij mij dat zij meer letsel heeft. [slachtoffer] liet mij al haar letsel zien. Ik zag dat ze op haar armen en benen meerdere krassen had. Ik zag dat zij een enorm beurse/blauwpaarse arm had en een blauw oog. Ik voelde vervolgens op het hoofd van [slachtoffer] . Ik voelde meerdere bulten onder haar haren.
In de letselrapportage van GGD [locatie 2] van 3 november 2023 heeft forensisch arts
J.C. Elshoff onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, opgenomen over het letsel van
aangeefster:
Onderzoeksgegevens
Naam: [slachtoffer]
Datum letselonderzoek: 03-11-2023 tijd 19:00 uur
Gemelde toedracht
Mevrouw is mishandeld. Mevrouw is herhaaldelijk geslagen met de hand en de vuist (onder andere op haar oog) en is met een fles geslagen. Ze is op haar lichaam, armen, benen en hoofd geraakt. Verder is zij gesneden met een mes.
Prognose
Schatting duur verdere genezing zichtbare letsel: 6 weken
Schatting duur verdere genezing inwendige letsels: 6 weken
Toelichting: het oog is gekneusd
Beoordeling
Past de gemelde toedracht bij het letsel: zeer goed
Toelichting: alles wat mevrouw verklaarde, was ook te zien aan het letsel dat ze had
Letsel
- 2 blauwe plekken op het rechterbeen
- 11 snijwonden op het linkerbeen (snij- dan wel kraswonden, variërend in diepte)
- 2 blauwe plekken op het linkerbeen
- 2 rode strepen/snijwonden aan het linkerbeen
- 1 blauwe plek op de rechterborst
- 1 rode plek met korstvorming op de rechteronderarm
- 1 blauw paarse plek met ontvellingen op de rechterbovenarm
- 1 rood streepvormig letsel/snijwond aan de rechterwijsvinger
- 1 dunne rode streep met korstvorming/kraswond aan de linker onderarm
- 16 snij/kraswonden aan de linker bovenarm
- 2 blauwverkleuringen/kneuzing op de linker bovenarm
- 2 rode/paarsige striemen/kneuzingen boven op de schouder, links naast de nek
- 1 blauwkleuring boven de wenkbrauw
- linkeroog paars/blauw rondom, beide ogen gezwollen, linkeroog bloeding in oog
In het proces-verbaal van bevindingen van 4 juni 2024 heeft verbalisant [verbalisant] onder
meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Ik had telefonisch contact met forensisch GGD-arts J.C Elshoff. Op mijn verzoek heeft zij de letselrapportage besproken met een aangewezen deskundige binnen de Forensische Geneeskunde GGD [locatie 2] . Zij verklaarde mij het volgende:
“De aangetroffen blauwe plekken op zowel de benen als het oog vertonen al een gele verkleuring wat er op wijst dat het letsel ongeveer 18 uur geleden is toegebracht. De snij/kraswondjes vertonen jonge korstjes en een zwelling, dit wijst erop dat dit recent is toegebracht, maximaal 1 of 2 dagen geleden, dit is dus zeker geen oud letsel.”
In het proces-verbaal van verhoor van getuige van 5 april 2024 heeft getuige [getuige 2] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Die gozer had contact opgenomen, ik weet niet hoe hij heet. Of ik bij hem lachgas kon brengen. Ik gok dat dit tussen zes en zeven uur in de avond was op 1 november 2023. Het was echt avond. Niet vijf uur. Bij het aankomen zei zij kom even binnen wat drinken. Toen hebben we seks gehad. Toen het klaar was toen had ik het idee dat er wat tussen hen was. Hij leek boos. Toen ik binnenkwam was er niks aan de hand. Pas toen dat gebeurde veranderde de sfeer. Je zag dat hij geïrriteerd was en bijna ging huilen. Toen het een beetje duwen trekken was ben ik naar huis gegaan.
In het proces-verbaal van verhoor van getuige van 2 november 2023 heeft getuige
[getuige 3] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Ik was op 2 november 2023 aan het hardlopen en zag nabij een woning aan de [locatie 3] te [plaats] een vrouw op de grond liggen. Ik zag dat de vrouw op haar rug lag. Ik zag dat er een man haar probeerde terug te trekken richting de woning. Ik hoorde dat de vrouw mij riep, ik hoorde haar om hulp roepen. Ik zag dat de vrouw een blauw oog had. Ik zag dat de man boos was. Ik hoorde hem zeggen dat zij vannacht ook in de woning had geslapen. De man had een T-shirt aan. Opvallend aan dit T-shirt was dat er een streep bloed op de zijkant zat. Ik zag dat dit al was opgedroogd.
In het proces-verbaal van bevindingen van 3 november 2023 heeft verbalisant
[verbalisant] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Ik heb telefonisch contact gelegd met [getuige 1] . Deze verklaarde het volgende:
- dat hij met het slachtoffer [slachtoffer] in contact was gekomen via LinkedIn;
- dat hij op 1 november 2023 omstreeks 23:53 uur ineens via Whatsapp een berichtje van haar kreeg waarin stond: “Bro ze is met mij ballon aan het doen";
- dat hij vervolgens 1 video kreeg;
- dat hij op de video van een paar seconden een bank zag;
- dat op deze bank een vrouw zat met een lachgascilinder.
In het proces-verbaal van verhoor van getuige bij de rechter-commissaris van 25 juli 2024 heeft getuige [getuige 4] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Aangeefster zei dat ze net een gijzeling had gehad waarbij zij mishandeld was. Zij zei uiteindelijk dat het om [verdachte] ging. Ik heb haar video-gebeld toen zij in het hotel was en toen zag ik dat zij een blauw oog had.
Raadsman: hoe raakte u ervan op de hoogte dat er iets tussen hen was voorgevallen?
Ik vroeg aan aangeefster of ze wilde vertellen wat er was gebeurd en ze zei dat ze net een gijzeling had gehad waarbij zij mishandeld was en bijna vermoord was.
(…)
Ik ken het verhaal vanaf dat zij vertelde dat hij aan de ballonnen ging waardoor hij een ander gedrag liet zien. Op een gegeven moment mocht zij haar telefoon niet meer hebben. Hij had hem ingenomen. (….) Ik herinner mij dat hij haar telefoon had gepakt om iemand uit haar contacten uit haar omgeving te bellen, om te dreigen. Iets in de trant van ‘ik ga je familie bellen, ik ga je broer bellen’. Ik hoorde ook dat hij een mes uit de keukenlade trok en haar daar ook mee dreigde. Hij maakte dreigementen over haar vader ‘als je zo door blijft gaan dan lig je straks naast je vader’.
Raadsman: heeft zij aan u verteld hoe zij daaraan is gekomen?
Ja, door [verdachte] . Met de vuist of de fles.
Rechter-commissaris: welk letsel heeft u bij haar gezien?
Ik zag een blauw oog en wat rode striemen in haar hals. Ze vertelde ook wel dat ze hier en daar blauwe plekken had.
In het proces-verbaal van bevindingen van 5 november 2023 heeft verbalisant [verbalisant] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Uit het onderzoek in de telefoon van aangeefster [slachtoffer] kwam in relatie tot haar verklaringen het volgende naar voren:
Contact met broer aangeefster en mensen bellen via Messenger
Aangeefster [slachtoffer] verklaarde aan de politie dat verdachte [verdachte] tijdens het incident met haar telefoon ook haar broer heeft gebeld. Deze broer zou later hebben teruggebeld waarop de verdachte met de telefoon van aangeefster een berichtje zou hebben gestuurd dat het per ongeluk was. Met het oog op bovenstaande informatie zag ik de volgende oproepen op de telefoon van aangeefster tussen 1 november 2023 17.00 uur en 2 november 12.00 uur. Bij bovenstaande oproepen is te zien dat er op 2 november 2023, omstreeks 01.26 uur, uitgaande oproepen te zien zijn via Messenger. Dit komt overeen met de verklaring van aangeefster [slachtoffer] dat
er uitgebeld is via Messenger.
Daarnaast is te zien dat er op 1 november 2023, omstreeks 23.30 uur, uitgaande oproepen waren naar een contact [naam] . Deze [naam] belde enkele seconden later terug. Hierbij werd niet opgenomen. Aangeefster [slachtoffer] heeft een broer genaamd [naam] . Vervolgens is op 1 november 2023, omstreeks 23.33 uur de
volgende berichtenwisseling te zien op de telefoon van aangeefster [slachtoffer] met [naam] :
[telefoonnummer 1] [naam] op 1-11-2023 23:33:53(UTC+1): ?
[telefoonnummer 2] op 1-11-2023 23:46:01 (UTC+1): Sorry per ongeluk.
In het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] ) van 14 november 2023 hebben verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Op 3 november 2023 om 14:00 uur kwamen wij voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] .
Woonkamer:
Wij zagen op één "water" flesje roodkleurige vlekken. Deze hebben wij getest. De test gaf een positieve uitslag op bloed. Wij hebben het bloed veiliggesteld en gewaarmerkt met [nummer] .
Keuken:
In de keuken zagen wij op het aanrecht een theedoek liggen, wij zagen dat de theedoek gevouwen was. Bij het openvouwen van de theedoek zagen wij vlekken. Wij hebben deze vlekken getest. Deze gaf een positieve uitslag op bloed. Wij hebben het bloed veiliggesteld en gewaarmerkt met [nummer] .
Slaapkamer 1:
Wij zagen gezien vanaf het voeteinde aan de bovenzijde van het dekbed en op het linker kussen donkere spatten. Deze hebben wij getest. Deze testen gaven een positieve uitslag op bloed. Dit bloed hebben wij bemonsterd, veiliggesteld en gewaarmerkt met [nummer] (deken) en [nummer] (kussen).
Badkamer:
In de wasbak zagen wij een donkerkleurige spat. Wij hebben deze spat getest. Deze gaf een positief resultaat op bloed. We hebben dit bloed bemonsterd, veiliggesteld en gewaarmerkt met [nummer] .
Overloop:
Op de trapleuning op de overloop van de tweede woonlaag zagen wij meerdere spatjes donkere vloeistof. Wij hebben deze spatjes getest. Deze gaf een positief resultaat op bloed. We hebben de bloed bemonsterd, veiliggesteld en gewaarmerkt met [nummer] .
In het rapport forensisch DNA-onderzoek van 22 mei 2024 heeft forensisch
DNA-deskundige dr. P.J. Herbergs onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, opgenomen over het DNA-onderzoek aan de bloedsporen die zijn aangetroffen in de woning aan de [adres] :
* een berekening van de bewijskracht is vooralsnog niet uitgevoerd.
Een DNA-hoofdprofiel is een op basis van de piekhoogte duidelijk te bepalen DNA profiel in een DNA-mengprofiel. De donor gekoppeld aan het DNA-hoofdprofiel heeft een duidelijk grotere hoeveelheid DNA bijgedragen aan het DNA-mengprofiel ten opzichte van de overige donoren.
In het proces-verbaal van verhoor verdachte van 26 maart 2024, heeft verdachte [verdachte] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard (onder A:):
Ik ben woonachtig aan de [adres] .
V: Kan jij zelf verklaren over het incident tussen 1 november en 2 november 2023?
A: [slachtoffer] en ik reden allebei naar [plaats] . Eenmaal thuis aangekomen, heb ik de voordeur voor haar open gedaan. We hebben lachgas gedaan met zijn tweeën. Toen hebben we voorgesteld om nog wat bij te bestellen en [slachtoffer] vond dat een goed idee. Vervolgens hebben wij een lachgaskoerier gebeld of bericht, volgens mij bericht. Toen is deze langsgekomen. [slachtoffer] vroeg aan hem of hij het leuk vond om er ook gezellig bij te komen zitten. Hij zei dat het wel kon. Op een gegeven moment kwam [slachtoffer] tussen de lachgaskoerier en mij in zitten. Vervolgens hebben wij beide aan haar borsten gezeten. Waarnaar [slachtoffer] vond dat ik haar wat te veel pijn had gedaan. Toen ben ik gestopt. Zij zijn doorgegaan en hebben vervolgens seks met elkaar gehad. De jongen is daarna naar huis gegaan. De volgende ochtend vroeg [slachtoffer] op een gegeven moment of ik het goed vond dat zij een sigaretje ging roken. Ze mocht dit van mij wel in de tuin doen. Zij ging in de tuin roken. Ik zag op een gegeven moment dat [slachtoffer] de tuin uit was en zag haar rennen. Ik rende achter haar aan. Ik zag dat er een hardloper langs kwam rennen. Hij vroeg wat er aan de hand was.
De hierboven weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het
feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige
onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of
meerdere feiten.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair integrale vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het dossier ten aanzien van het onder 1, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde onvoldoende betrouwbaar (steun)bewijs bevat en dat ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde mede wettig bewijs ontbreekt. Subsidiair heeft de verdediging vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde, omdat de door aangeefster beschreven gedragingen niet als zodanig kunnen worden gekwalificeerd en ook het opzet daarop ontbreekt.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde. Het door de verdediging gevoerde verweer, strekkende tot vrijspraak, wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals die hierboven zijn opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt daarbij als volgt.
Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster
Vooropgesteld wordt dat in alle strafzaken verklaringen kritisch en zorgvuldig moeten worden bezien. Verklaringen moeten onder meer worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd.
Met de rechtbank overweegt het hof als volgt.
Aangeefster heeft haar eerste verklaring kort na de gebeurtenissen afgelegd. Haar verklaring is voldoende gedetailleerd als zij verklaart over de aanloop en de gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld in de woning. Veel van de details waar aangeefster over heeft verklaard, heeft de politie kunnen verifiëren. Zoals de wijnflessen, de lachgasflessen die in de kofferbak van de auto en achter het huis zijn aangetroffen en het ondergoed van aangeefster dat in het huis is aangetroffen. Dat verdachte de telefoon van aangeefster heeft afgepakt en daarover beschikte, vindt bevestiging in de getuigenis van [getuige 1] . Aan hem zijn berichtjes gestuurd, die vanwege de inhoud en tijdstip logischerwijs verstuurd zijn door verdachte. Daarnaast verklaart aangeefster dat verdachte haar broer heeft geprobeerd te bellen. Aangeefster heeft een broer genaamd [naam] . De politie heeft onderzoek gedaan naar de telefoon van aangeefster, waaruit blijkt dat er op 1 november 2023, omstreeks 23.30 uur, via Messenger is geprobeerd te bellen met een contactpersoon genaamd [naam] .
Aangeefster verklaart ook concreet over de gewelddadigheden die volgens aangeefster hebben plaatsgevonden in de woning van verdachte aan [adres] . Zij vertelt hoe ze is geslagen, waar ze is vastgepakt en waar ze is gekrast en/of gesneden door verdachte met een mes.
Het letsel dat is aangetroffen bij aangeefster ondersteunt haar verklaring hierover. Verbalisant [verbalisant] heeft meerdere bulten onder aangeefster haar haren gevoeld, wat past bij de verklaring van aangeefster dat zij op haar hoofd is geslagen, onder meer met een lege wijnfles. Daarnaast is aangeefster op 3 november 2023 om 19:00 uur door een forensisch arts bij GGD [locatie 2] onderzocht. Volgens de forensisch arts past de gemelde toedracht van aangeefster zeer goed bij het letsel. Alles wat aangeefster verklaarde, was te zien aan het aangetroffen letsel.
Verbalisant [verbalisant] heeft op 4 juni 2024 contact gezocht met de forensisch arts om duiding te krijgen over het tijdstip van het ontstaan van het aangetroffen letsel bij aangeefster. De forensisch arts heeft toen verklaard dat het aangetroffen letsel geen oud letsel was, maar maximaal 1 of 2 dagen geleden was toegebracht.
Verdere ondersteuning voor de verklaring van aangeefster, dat de gewelddadigheden in de woning van verdachte hebben plaatsgevonden, kan worden gevonden in het forensisch DNA-onderzoek. In voornoemde woning zijn op verschillende plekken bloedsporen aangetroffen. Uit het forensisch DNA-onderzoek volgt dat in de bloedsporen zowel het DNA van aangeefster als het DNA van verdachte is aangetroffen.
Aangeefster verklaart ook concreet over wie de lachgasbezorger is geweest en welke seksuele activiteiten zij met hem heeft verricht. Aangeefster verklaart dat nadat deze man de woning verliet, de tenlastegelegde gebeurtenissen zich hebben afgespeeld.
Deze verklaring vindt bevestiging in de getuigenis van de lachgasbezorger, [getuige 2] . Hij verklaart eveneens over de seksuele handelingen die hij met aangeefster heeft verricht en dat de sfeer daarna veranderde. Hij zag dat verdachte boos leek en dat verdachte geïrriteerd was. Hij besloot daarop de woning te verlaten. Dat de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 2] niet overeenkomen wat het knijpen in haar borst betreft is irrelevant, aangezien een bevestiging voor de verklaring van aangeefster op dit onderdeel wel kan worden gevonden in de verklaring van verdachte zelf. Verdachte heeft hierover zelf immers verklaard dat zowel [getuige 2] als hijzelf aan de borsten van aangeefster heeft gezeten. Nadat aangeefster vond dat verdachte haar te veel pijn had gedaan, is hij gestopt.
Desalniettemin, maakt het enkele feit dat in verklaringen op punten tegenstrijdigheden voorkomen, deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Dit kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen, het gevolg zijn van emoties die zijn ontstaan door de gebeurtenissen of door tijdsverloop. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd. Aangeefster is meerdere malen gehoord en telkens is doorgevraagd over hetgeen is voorgevallen. Aangeefster blijft bij haar verklaringen, vult deze aan, maar geeft ook aan als zij iets niet meer weet. Ook uit de getuigenis van haar vriendin [getuige 5] volgt hoe consistent aangeefster is geweest in haar verklaringen. Aan haar heeft zij immers nog in het ziekenhuis verteld wat haar is overkomen en dat komt overeen met wat zij later tegenover de politie heeft verklaard.
Conclusie
Het hof heeft, gelet op het voorgaande, geen reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster te twijfelen en acht de verklaringen dan ook bruikbaar voor het bewijs.
Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 – de poging zware mishandeling/mishandeling
Feit 2 primair: vrijspraak van de poging zware mishandeling
Met de rechtbank, de advocaat-generaal en de verdediging acht het hof de primair ten laste gelegde poging zware mishandeling niet bewezen. Het hof spreekt verdachte hier van vrij.
Feit 2 subsidiair: wettig en overtuigend bewijs voor de mishandeling
Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft mishandeld, zoals hierna is opgenomen in de bewezenverklaring.
Vrijspraak van voorbedachten rade
Met de rechtbank, de advocaat-generaal en de verdediging acht het hof niet bewezen dat de mishandelingen hebben plaatsgevonden met voorbedachten rade. Het hof spreekt verdachte hier dan ook van vrij.
Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3 – de bedreiging
Met de rechtbank overweegt het hof dat voor de ten laste gelegde bedreiging de verklaringen van aangeefster, die bruikbaar zijn voor het bewijs en als uitgangspunt worden genomen, ondersteund worden door andere bewijsmiddelen.
Weliswaar is er niemand bij geweest die heeft gehoord wat verdachte tegen aangeefster heeft gezegd, maar het staat vast dat verdachte een mes heeft gebruikt om aangeefster te verwonden. Dit sluit geheel aan op de verklaring van aangeefster dat verdachte ook met dit mes in handen bedreigingen richting haar heeft geuit. Uit de bewezenverklaarde mishandelingen kan bovendien worden afgeleid dat verdachte er kennelijk ook toe in staat was een deel van deze dreigingen uit te voeren. Daarnaast wordt de uiting van het dreigement "Ik ga je broer niet meer laten komen want als het een echte man is en hij komt dan gaat er iemand dood en jij gaat toch al dood" ondersteund door het onderzoek naar de telefoon van aangeefster. Aangeefster heeft een broer genaamd [naam] . Uit het onderzoek naar de telefoon blijkt dat op 1 november 2023, omstreeks 23.30 uur, via Messenger is geprobeerd te bellen met een contactpersoon genaamd [naam] . Daarbij komt dat aangeefster – kort na de gebeurtenissen – aan haar vriendin [getuige 4] heeft verteld wat er is gebeurd in de woning van verdachte, waarbij zij ook heeft verteld over de dreigementen die verdachte heeft geuit.
Het hof acht, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, zoals hierna is opgenomen in de bewezenverklaring.
Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 – de wederrechtelijke vrijheidsberoving
Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte aangeefster wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd heeft gehouden, in ieder geval tot het moment dat zij de tuin in mocht om daar te roken.
Aangeefster verklaart hierover dat verdachte de deuren op slot draaide toen de lachgasbezorger de woning verliet. Verdachte stond haar daarna niet toe dat zij de woning zou verlaten. Ondertussen bedreigde en mishandelde verdachte haar. De bedreigingen die verdachte daarbij heeft geuit, passen bij de verklaring van aangeefster dat zij de woning van verdachte niet mocht verlaten. Hoewel aangeefster wisselend heeft verklaard over de huissleutels, maakt het gegeven dat de huissleutels op de keukentafel hebben gelegen niet dat aangeefster de kans heeft gehad, dan wel zich vrij heeft gevoeld, de woning te verlaten. Met de rechtbank overweegt het hof dat de strafbaarstelling van de wederrechtelijke vrijheidsberoving verder strekt dan het enkel fysiek beperken van iemands vrijheid. Die vrijheid kan immers ook ontnomen worden door het aanjagen van angst, waardoor iemand feitelijk niet de vrijheid heeft om te vertrekken. Uit de bewijsmiddelen die zien op de mishandelingen en bedreigingen volgt dat verdachte een dusdanige gewelddadige, intimiderende en bedreigende invloedssfeer had gecreëerd, dat aangeefster zich hieraan niet kon onttrekken en dat zij werd belet zich vrij te bewegen.
Vol opzet
Dat verdachte opzet heeft gehad op het wederrechtelijk beroofd houden van aangeefster haar vrijheid, blijkt niet alleen uit het gegeven dat verdachte bewust de deur op slot heeft gedaan nadat de lachgasbezorger de woning verliet, maar ook uit de mishandelingen en bedreigingen van aangeefster.
Conclusie
Het hof acht, gelet op het vorenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd heeft gehouden, zoals hierna is opgenomen in de bewezenverklaring.
Voorwaardelijk verzoek tot het horen van verbalisant [verbalisant]
Aangezien het hof het relaas van verbalisant [verbalisant] , inhoudende het onderzoek naar de camerabeelden, niet gebruikt voor het bewijs, behoeft het verzoek geen verdere bespreking.
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. hij in de periode van 1 november 2023 tot en met 2 november 2023 te [plaats] , opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte,
- meerdere deuren (van het huis waarin verdachte en die [slachtoffer] zich op dat moment bevonden) op slot gedraaid,
- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt,
- die [slachtoffer] meerdere malen op het hoofd en andere delen van het lichaam geslagen en die [slachtoffer] gewurgd en met een (wijn)fles op het hoofd van die [slachtoffer] geslagen,
- die [slachtoffer] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Je bent een kanker hoer. Je bent niet serieus met mij, ik ga je verminken vandaag en vermoorden. Jij gaat niet levend weg vandaag" en "Wat had je dan gedacht dat je mocht gaan? Jij gaat nergens heen. Want je komt hier niet levend weg" en "Ik ga mijn wapen erbij pakken",
- een mes gepakt en getoond aan die [slachtoffer] en een (steek)beweging gemaakt in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] en die [slachtoffer] met dat mes in/op het lichaam gestoken en/of gesneden en
- die [slachtoffer] voortdurend in de gaten gehouden;
2. subsidiair hij in de periode van 1 november 2023 tot en met 2 november 2023 te [plaats] ,
[slachtoffer] heeft mishandeld door
- die [slachtoffer] meerdere malen met een vuist en een platte hand en met een (wijn)fles op het hoofd en andere delen van het lichaam te slaan,
- de keel van die [slachtoffer] vast te pakken en dicht te knijpen,
- een mes te pakken en met dat mes die [slachtoffer] , meerdere malen in/op de benen en de armen te steken en/of te snijden;
3. hij in de periode van 1 november 2023 tot en met 2 november 2023 te [plaats]
[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door
- die [slachtoffer] een mes te tonen en met dat mes een (steek)beweging te maken in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] en die [slachtoffer] meerdere malen in/op het lichaam te steken en/of te snijden en
- die [slachtoffer] (daarbij) dreigend de woorden toe te voegen: "Ik ga je brandmerken", "Ik ga al je botten breken", "Je bent een kanker hoer. Je bent niet serieus met mij, ik ga je verminken vandaag en vermoorden. Jij gaat niet levend weg vandaag", "Ik ga jou vermoorden en jou in een kelder stoppen. Ik ga tape pakken en jou vastbinden en daar verminken en in stukken hakken. Ik zal jou opbergen ergens waar niemand achter komt", "Wat had je dan gedacht dat je mocht gaan? Jij gaat nergens heen. Want je komt hier niet levend weg", "Ze gaan je begraven naast je vader. Je moeder gaat deze pijn nog meemaken", "Ik ga je broer niet meer laten komen want als het een echte man is en hij komt dan gaat er iemand dood en jij gaat toch al dood" en/of "Ik ga mijn wapen erbij pakken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden.
Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
mishandeling, meermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht aan verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft gezeten.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Ernst van de feiten
Met de rechtbank overweegt het hof als volgt. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en bedreiging van zijn toenmalige collega. Verdachte had aangeefster initieel mee naar huis gevraagd voor een gezellige avond.
Nadat een lachgasbezorger was langsgekomen en die seksueel contact had gehad met aangeefster, kwam er een kantelpunt. Na het vertrek van de lachgasbezorger heeft verdachte alle deuren van zijn woning op slot gedaan, de telefoon van aangeefster afgepakt, haar meerdere malen geslagen (onder andere met een fles), haar gestoken dan wel gesneden met een mes, haar keel dichtgeknepen en haar verschillende keren bedreigd met de dood.
Dit is de hele nacht doorgegaan. De volgende ochtend zag het slachtoffer de kans de woning te verlaten.
Verdachte heeft met zijn handelen aangetoond geen enkel respect te hebben voor de vrijheid en de lichamelijke integriteit van aangeefster. Verdachte heeft aangeefster pijn gedaan en haar gedurende een hele nacht grote angsten bezorgd over wat hij haar nog meer aan zou kunnen doen. Bovendien heeft hij aangeefster in het nauw gedreven. Zij bevond zich in een kwetsbare positie, doordat zij in de woning van verdachte seksuele handelingen met hem en een ander heeft verricht en gedeeltelijk ontkleed was. Hij heeft haar culturele achtergrond – waar hij door zijn eigen achtergrond goed mee bekend was – gebruikt om haar onder druk te zetten, wetende dat de bekendmaking van die handelingen haar in grote problemen zou brengen en veel schaamte zou bezorgen. Mede hierdoor zag zij geen mogelijkheid om zijn woning te verlaten met als gevolg dat zij het geweld en de bedreigingen heeft moeten doorstaan.
Strafblad
Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van verdachte van 17 maart 2026, waaruit blijkt dat hij in 2020 onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder geweldsfeiten en een bedreiging. Dit weegt het hof in strafverzwarende zin mee.
Persoon van verdachte
Verder neemt het hof in aanmerking de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die op de zitting door verdachte en zijn raadsman naar voren zijn gebracht en zoals die ook blijken uit de verschillende rapportages die over verdachte zijn opgesteld.
Het hof heeft onder meer gelet op het psychiatrisch en psychologisch Pro Justitia onderzoek van 30 april 2024. Hieruit is geen diagnose voortgekomen. Op basis van de verkregen informatie kon geen stoornis bij verdachte worden vastgesteld en zowel de psychiater als de psycholoog hebben geen advies kunnen geven over de mate van toerekening. Over het recidiverisico konden eveneens geen uitspraken worden gedaan. Uit het psychiatrisch onderzoek komt naar voren dat verdachte beperkt inzicht gegeven in zijn gedachten, gevoelens en overwegingen ten aanzien van verschillende forensisch relevante onderwerpen.
Het hof heeft ook gelet op het meest recente reclasseringsadvies van 3 november 2025.
De reclassering schat op basis van de beschikbare informatie het recidiverisico in als gemiddeld, met daarbij de kanttekening dat het feit dateert van 2023 en verdachte sindsdien niet opnieuw is verdacht van een strafbaar feit. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden omdat zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.
Op de zitting in hoger beroep is door de verdediging naar voren gebracht dat verdachte de ziekte van Crohn heeft. In het dagelijks leven ervaart hij hier hinder van, vooral in periodes met veel stress. Verdachte is daarnaast mantelzorger voor zijn moeder. Wanneer zijn moeder in Nederland is, zorgt hij dagelijks voor haar. Momenteel werkt verdachte fulltime voor een advocatenkantoor binnen de letselschadeafdeling. Hij wil zich graag specialiseren voor een titel binnen dit vakgebied.
Strafoplegging
Gezien de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer passend en geboden is. Bijzondere omstandigheden die tot een andere strafmodaliteit moeten leiden, acht het hof niet aanwezig. Wel ziet het hof aanleiding om een groot deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, zodanig dat verdachte voor de onderhavige feiten in beginsel niet opnieuw de gevangenis in hoeft, omdat hij deze straf al in voorarrest heeft uitgezeten. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient daarbij als stok achter de deur, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op de recidive van verdachte, acht het hof een proeftijd van drie jaren noodzakelijk.
Volgens de berekening van het hof heeft verdachte inmiddels 337 dagen in voorarrest gezeten. Rekening houdend met het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf van 540 dagen, waarvan 203 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel.
Oordeel van het hof
De advocaat-generaal heeft gevorderd de vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen voor de duur van 3 jaren, inhoudende een contactverbod met aangeefster. De advocaat-generaal heeft daarbij verzocht te bevelen dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
De maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr), zoals een contactverbod, kan worden opgelegd als dit strekt tot beveiliging van de maatschappij of de voorkoming van het – opnieuw – begaan van strafbare feiten. Het hof constateert dat onderhavige feiten 2,5 jaar geleden hebben plaatsgevonden. Verdachte is in de tussentijd niet opnieuw met justitie in aanraking gekomen en uit het dossier blijkt niet dat verdachte in de tussentijd contact heeft gezocht met aangeefster. Daarbij komt dat aangeefster in hoger beroep niet heeft verzocht deze maatregel aan verdachte op te leggen. Hoewel de reclassering in haar advies van 3 november 2025 wel tot dit advies is gekomen, is niet onderbouwd welke aanknopingspunten zij hiervoor ziet.
Het hof ziet daarnaast noch in het dossier, noch in de rapportages die over verdachte zijn opgemaakt, aanwijzingen die de oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel noodzakelijk maakt ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van het – opnieuw – begaan van strafbare feiten.
Gelet op het vorenstaande, legt het hof de door de advocaat-generaal gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel niet op.
Het door de rechtbank gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende het contactverbod met aangeefster
[slachtoffer] , wordt daarmee met ingang van heden opgeheven.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over de in beslag genomen lachgasflessen.
Oordeel van het hof
Tijdens het plegen van het onder 1, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde is sprake geweest van lachgasgebruik bij verdachte. Doordat de bewezenverklaarde feiten met behulp van lachgas zijn begaan en de in beslag genomen lachgasflessen aan verdachte toebehoren, worden de in beslag genomen lachgasflessen verbeurdverklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.
De benadeelde partij heeft bij de rechtbank een schadevergoeding van € 12.051,00 ingediend, bestaande uit € 5.051,00 aan materiële schade en € 7.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen, bestaande uit € 1.500,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft de benadeelde partij in het materieel gevorderde niet-ontvankelijk verklaard en het meer immaterieel gevorderde afgewezen. De benadeelde partij heeft per e-mail van 19 maart 2026 aangegeven dat de vordering in hoger beroep gedeeltelijk wordt beperkt. In hoger beroep wordt een schadevergoeding van € 7.932,28 gevorderd, bestaande uit € 932,38 aan materiële schade en € 7.000,00 aan immateriële schade. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de in hoger beroep gevorderde € 7.932,28.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de benadeelde partij in de gevorderde zorgkosten niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de onderbouwing van de benadeelde partij. Dit geldt, aldus de verdediging, in ieder geval voor de verhoging van deze schadepost in hoger beroep. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de verdediging verzocht het bedrag aanzienlijk te matigen.
Oordeel van het hof
Materiële schade
De benadeelde partij heeft bij de rechtbank € 5.051,00 aan materiële schade gevorderd, bestaande uit drie verschillende schadeposten, waaronder € 385,00 aan zorgkosten over het jaar 2023. In hoger beroep is de vordering gedeeltelijk beperkt naar één schadepost, bestaande uit € 932,38 aan zorgkosten over de jaren 2023, 2024 en 2025.
Ingevolge art. 421, derde lid eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering kan, voor zover de in eerste aanleg gevorderde schadevergoeding niet is toegewezen, de benadeelde partij zich in hoger beroep voegen binnen de grenzen van haar eerste vordering. De benadeelde partij mag in hoger beroep niet alsnog schadeposten opvoeren die zij in eerste aanleg niet heeft gevorderd en evenmin het bedrag van de in eerste aanleg gevorderde schadevergoeding verhogen. Nu de benadeelde partij de betreffende schadepost heeft verhoogd met € 547,38 aan zorgkosten over de jaren 2024 en 2025, verklaart het hof haar om die reden niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding ten aanzien van het verhoogde bedrag.
Ter onderbouwing van de € 385,00 aan zorgkosten over het jaar 2023 heeft de benadeelde partij verschillende zorgkostenfacturen overgelegd. Op deze facturen staan echter notadata van vóór het ten laste gelegde feit of notadata die zien op de jaren 2024 en 2025. Doordat de benadeelde partij de gevorderde zorgkosten over het jaar 2023 onvoldoende heeft onderbouwd, verklaart het hof de benadeelde partij eveneens niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding ten aanzien van dit bedrag.
Immateriële schade
Uit het onderzoek op de zitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het onder 1, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. De benadeelde partij heeft door het handelen van verdachte lichamelijk letsel opgelopen waardoor zij ingevolge artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding van immateriële schade, ook wel ‘smartengeld’ genoemd, in aanmerking komt. In de e-mail van 19 maart 2026 heeft de benadeelde partij omschreven dat het geweld dat verdachte tegen haar heeft uitgeoefend intens, langdurig en veelzijdig is geweest. Naast de verschillende verwondingen die de benadeelde partij aan haar lichaam heeft opgelopen, ervaart zij sindsdien angstklachten, herbelevingen, spanningen en emotionele ontregelingen. De benadeelde partij heeft inmiddels meerdere behandeltrajecten doorlopen en staat tot op heden onder professionele begeleiding.
Gelet op alle omstandigheden van het geval stelt het hof, anders de rechtbank, de immateriële schade naar billijkheid vast op een bedrag van € 3.000,00. Bij de begroting van die schade heeft het hof de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan verdachte gemaakte verwijt laten meewegen, en verder gelet op de bedragen die door de Nederlandse rechters in enigszins vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Verder heeft het hof acht geslagen op de ‘Rotterdamse schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door Nederlandse rechters is verwezen bij de vaststelling en begroting van immateriële schade.
Het hof wijst de vordering voor het overige af.
Wettelijke rente
Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 2 november 2023, de laatste dag van de bewezenverklaarde periode.
Schadevergoedingsmaatregel
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Proceskosten
Gelet op het vorenstaande wordt verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 33, 33a, 36f, 57, 282, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 540 (vijfhonderdveertig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 203 (tweehonderddrie) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 10 STK verdovende middelen (lachgasflessen) (goednummer: [nummer] ).
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro) aan immateriële schade af.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.000,00 (drieduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 30 (dertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 2 november 2023.
Voorlopige hechtenis
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Opheffing bevel dadelijke uitvoerbaarheid
Heft op het door de rechtbank gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende het contactverbod met aangeefster
[slachtoffer] , met ingang van heden.
Dit arrest is gewezen door mr. M.C. van Linde, mr. J. Hielkema en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. S.A. van der Zwaag en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 29 april 2026.