GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
zaaknummer W200.361.397/02
beslissing van de wrakingskamer van 22 april 2026
inzake het verzoek tot wraking, gedaan door
[appellant]
die woont in [woonplaats]
verzoeker
zonder advocaat
1. De procedure
Bij dit hof is onder zaaknummer 200.361.397/01 een procedure aanhangig tussen verzoeker enerzijds en [geïntimeerde] en Stichting Jeugdbescherming Gelderland en Landelijk Expertiseteam Jeugd bescherming anderzijds.
Op 18 maart 2026 heeft in die zaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van de raadsheren mr. H. Phaff, voorzitter, mr. J.G. Knot en mr. M.M. Kemmers.
Op die mondelinge behandeling heeft verzoeker de voorzitter, mr. Phaff, gewraakt. Vervolgens is de zitting geschorst en is de zaak verwezen naar de wrakingskamer. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt dat aan partijen is toegezonden.
Na de mondelinge behandeling heeft verzoeker diezelfde dag een e-mail aan het hof toegezonden met als onderwerp: ‘vastlegging en verzoek tot verduidelijking gang van zaken ter zitting – 18 maart 2026’.
Op 1 april 2026 heeft de wrakingskamer van mr. Phaff een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek ontvangen, waarin zij ook heeft vermeld niet in de wraking te berusten. Deze reactie is op 2 april 2026 door de wrakingskamer aan verzoeker toegezonden.
Op 17 april 2026 heeft de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek plaatsgevonden. Daarbij was verzoeker aanwezig.
2. Het verzoek
In het proces-verbaal van de zitting op 18 maart 2026 (waarin verzoeker als ‘de vader’ wordt aangeduid) staat onder meer het volgende:
‘De vader:
Ik wraak u allemaal. Voor waarheid, wet en recht.
De voorzitter:
Weet u wat er dan gebeurt?
De vader:
U bent vooringesteld en geen onafhankelijke rechters.
De voorzitter:
Dan komen we niet toe aan uw standpunt.
De vader:
Ik heb uitstel gevraagd en geen processtukken ontvangen.
De voorzitter:
Wraakt u het hele hof of alleen mij?
De vader:
Alleen u. Ik ben met u in gesprek. U wilt niet nadenken. Ik had dit eerder moeten doen.
De oudste raadsheer:
Dan stopt het hier. Tenzij mijn collega’s nog iets willen toevoegen. Dan gaan wij zo het proces-verbaal opmaken.
De vader:
Ik wil nu horen wat is getypt ter controle. Ze verdraaien alles hier.
De vader richt zich tegen de parketpolitie in de zaal. Jullie wachten bij binnenkomst op mij. Ik zei toch dat ik het verbaal pittig ga maken. Ik stel goede vragen he. De Heer is mijn getuige. Voor waarheid, wet en recht, ook voor deze zooi hier, de raad en het LET. Ik heb het niet tegen de moeder van mijn kinderen.
De voorzitter schorst de behandeling van de zaak voor een onderbreking. Het hof verlaat de zittingszaal en trekt zich terug in raadkamer voor overleg.
De voorzitter hervat de behandeling van de zaak.
De voorzitter:
De vader heeft mij gewraakt. De behandeling van de zaak gaat niet verder. Wij gaan het proces-verbaal van de zitting opmaken. Dat wordt gestuurd aan alle partijen en aan de raad. Afhankelijk van de beslissing van de wrakingskamer gaat de behandeling verder in een andere zittingscombinatie of dezelfde’.
Op de mondelinge behandeling bij de wrakingskamer heeft verzoeker zijn verzoek tot wraking nader toegelicht.
3. De beoordeling
Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Het verzoek geschiedt schriftelijk en is gemotiveerd. Na de aanvang van een zitting kan het ook mondeling geschieden. Het wrakingsverzoek vermeldt de feiten of omstandigheden waardoor volgens de verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 353 lid 1 Rv kan bij het gerechtshof slechts bij advocaat worden geprocedeerd. Uit artikel 4 lid 2, aanhef en onder b, van het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgt dat de wrakingskamer een verzoek tot behandeling zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek niet door een partij of een verplichte procesvertegenwoordiger is ingediend. Uit lid 3 volgt dat de behandelend rechter ook kan beslissen het verzoek tot wraking niet aan de wrakingskamer voor te leggen als die omstandigheid zich voordoet. Die beslissing wordt dan vastgesteld in het proces-verbaal of in een brief.
De voormelde bepalingen hebben tot gevolg dat de wrakingskamer verzoeker in zijn verzoek tot wraking niet-ontvankelijk zal verklaren. In zijn verzoek tot wraking procedeert verzoeker namelijk voor de wrakingskamer van het hof zonder advocaat. Dat verzoeker op de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij inmiddels zo onderlegd is dat hij specialist is geworden en het zelf doet, zonder advocaat, doet niet af aan de wettelijke regeling dat slechts bij advocaat kan worden geprocedeerd en een verzoek tot wraking dan ook alleen door een advocaat kan worden ingediend.
Ten overvloede overweegt de wrakingskamer dat ook een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek er niet toe zou hebben geleid dat het verzoek zou zijn toegewezen. De door verzoeker aangevoerde gronden zijn daartoe onvoldoende en hetgeen verzoeker in zijn toelichting heeft aangevoerd ziet op de inhoud van de zaak en daarover oordeelt de wrakingskamer niet. Zoals op de mondelinge behandeling door de wrakingskamer aan verzoeker is toegelicht zal de inhoudelijke behandeling van de zaak na de beslissing op het wrakingsverzoek worden voortgezet. De wrakingskamer heeft verzoeker in overweging gegeven een advocaat te zoeken die zich alsnog voor hem in de zaak kan stellen, zodat zijn procesrechtelijke positie wordt gewaarborgd.
4. De beslissing
De wrakingskamer van het gerechtshof, beslissende op het verzoek tot wraking:
verklaart verzoeker in zijn verzoek tot wraking van mr. H. Phaff niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.H.F. van Vugt, voorzitter, A.E. Keulemans en
N.C. van Lookeren Campagne en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.