ECLI:NL:GHARL:2026:2684

ECLI:NL:GHARL:2026:2684

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer 200.364.754/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

De door de ouders verzochte uitbreiding van de zorgregeling ten aanzien van hun uit huis geplaatste kinderen wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.364.754

zaaknummer rechtbank Gelderland 454185

beschikking van 30 april 2026

in de zaak van

[verzoekster] (de moeder)

die woont in [woonplaats1]

advocaat: mr. A.L. Witteveen

en

[verweerder] (de vader)

die woont in [woonplaats1]

advocaat: mr. V. de Roo

en

de gecertificeerde instelling

Jeugdbescherming Gelderland (de GI)

die is gevestigd in Arnhem

als overige belanghebbende merkt het hof aan:

de familie [naam1] (de pleegouders)die wonen in [woonplaats2]advocaat: mr. M. Kramer

1. Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft de eerder door de kinderrechter vastgestelde zorgregeling tussen de vader de moeder en hun kinderen [de minderjarige1] ( [de minderjarige1] ) en [de minderjarige2] ( [de minderjarige2] ) gewijzigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De moeder en de vader zijn de ouders van:

[de minderjarige1] , geboren [in] 2020,

[de minderjarige2] , geboren [in] 2021, en

[de minderjarige3] , geboren [in] 2025.

De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] zijn vanaf 2022 onder toezicht gesteld van de GI en via een machtiging tot uithuisplaatsing geplaatst in een pleeggezin. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn voor het laatst verlengd bij beschikking van de kinderrechter van 20 februari 2026 en lopen tot 21 augustus 2026.

Tussen de ouders en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] gold een door de kinderrechter op 3 oktober 2023 vastgestelde zorgregeling, waarbij de kinderen minimaal eens per twee weken twee uur begeleid contact hadden met hun ouders. Tot de datum van de bestreden beschikking vond tussen de ouders en de kinderen de begeleide omgang plaats aldus dat de kinderen in de ene week twee uur omgang hadden met de ene ouder en in de andere week met de andere ouder.

De kinderrechter heeft [de minderjarige3] (als ongeboren vrucht) op 18 augustus 2025 onder toezicht gesteld van de GI tot 18 augustus 2026. Het hof heeft die beslissing vernietigd met ingang van de datum van de beschikking van het hof, te weten 18 december 2025.

3. De procedure bij de kinderrechter

De ouders hebben ieder afzonderlijk aan de kinderrechter verzocht om de zorgregeling van 3 oktober 2023 te wijzigen, zodanig dat zij hun kinderen [de minderjarige1] en [de minderjarige2] meer zouden zien en op den duur ook onbegeleid.

De kinderrechter heeft die verzoeken deels toegewezen, in die zin dat bepaald is dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] eens per twee weken gedurende drie uren begeleid contact hebben met hun ouders gezamenlijk, bij de moeder thuis in [woonplaats1] , waarbij uitbreiding van die regeling onder regie van de GI kan plaatsvinden.

Die beslissing is vastgelegd in de beschikking van 5 november 2025.

4. De procedure bij het hof

De ouders zijn het beiden niet eens met de laatstgemelde beslissing van de kinderrechter. De moeder heeft hoger beroep ingesteld en wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt en bepaalt dat tussen haar en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] een (opbouwende) omgangregeling geldt waarbij vanaf de datum van de beschikking van het hof:

eerst een maand één keer per week voor de duur van twee uur begeleide omgang plaatsvindt;

hierna een maand één keer per week voor de duur van drie uur begeleide omgang plaatsvindt;

hierna een maand één keer per week voor de duur van vier uur omgang plaatsvindt, waarbij de eerste twee uren begeleid zijn en de laatste twee uren onbegeleid;

hierna kan dan een definitieve omgangsregeling worden ingezet, waarbij de kinderen één keer in de week, voor de duur van zes uur onbegeleide omgang met moeder hebben.

De vader kan zich voorstellen dat de door de moeder verzochte regeling passend en in het belang van de kinderen is. Zelf is de vader ook in hoger beroep gekomen (incidenteel hoger beroep). Hij verzoekt het hof om zijn verzoek dat door de kinderrechter is afgewezen alsnog toe te wijzen. Uit het procesdossier begrijpt het hof dat zijn verzoek bij de kinderrechter inhield te bepalen dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] een dagdeel per week bij de vader verblijven.

De GI, de raad en de pleegouders willen dat de beslissing van 5 november 2025 van de kinderechter in stand blijft.

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift van de moeder op 3 februari 2026, met producties 1 tot en met 15

het verweerschrift van de vader tevens houdende incidenteel hoger beroep met één productie

het verweerschrift van de GI met bijlagen 1 tot en met 11

een stuk van de GI ingediend op 27 maart 2026 (doelen)

een journaalbericht van mr. Witteveen van 31 maart 2026 met producties 15 tot en met 18

een journaalbericht van mr. Kramer van 31 maart 2026 waarin zij zich stelt voor de pleegouders, met bijlagen (‘dossieranalyse’ met bijlage 1 tot en met 6)

een journaalbericht van mr. Kramer van 9 april 2026 met een concept raadsrapport

De zitting bij het hof was op 10 april 2026. Aanwezig waren:

de moeder met haar advocaat

de vader met zijn advocaat

drie vertegenwoordigers van de GI

een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad)

de pleegouders met hun advocaat

Op de zitting heeft het hof beslist dat het door mr. Kramer op 9 april 2026 ingediende stuk te laat is ingediend - binnen de tiendagentermijn en daags voor de zitting - en daarom niet aan het procesdossier wordt toegevoegd.

5. Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?

De kinderrechter kan voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. Die beslissing kan de kinderrechter op verzoek wijzigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.

Hoe oordeelt het hof?

Het hof stelt net als de kinderrechter vast dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, zodat de verzoeken inhoudelijk kunnen worden beoordeeld.

Op de zitting bleek desgevraagd dat de regeling zoals die door de kinderrechter is vastgelegd goed loopt. De ouders ervaren door de uitbreiding in uren (drie uur in plaats van twee uur) meer rust tijdens de omgangsmomenten. Het contact met de kinderen loopt ook goed en fijn, zowel voor de ouders als voor de kinderen. Er wordt veel geknuffeld. School vinden de kinderen volgens de pleegouders ook leuk, maar vanuit school wordt ook gezocht naar wat er achter het gedrag van de kinderen zit. De kinderen hebben veel meegemaakt, zo blijkt ook uit het dossier en het is belangrijk dat de kinderen passende hulp en therapie (blijven) krijgen. Daarin is het ook nodig dat de kinderen rust ervaren en dat er gekeken wordt naar wat de kinderen aankunnen.

De ouders hebben zelf een belast verleden en zij dienen ook te blijven werken aan zichzelf om zo een stabiele en betrouwbare basis te kunnen bieden aan en er te zijn voor hun kinderen. Voor een meer uitgebreide regeling is een bestendige stabiele situatie bij de ouders wel een eerste vereiste en dan kan ook naar het perspectief van de kinderen worden gekeken. De ouders zijn daar goed mee bezig en werken aan zichzelf en dat gaat, met af en toe vallen en opstaan, steeds beter. Zoals ook al in de beschikking van de kinderrechter staat zal de GI uitbreiding van de omgang faciliteren als dat nodig is voor een perspectiefbepaling. In het verweerschrift heeft de GI dat nog eens bevestigd.

Op dit moment zijn er echter ook nog zorgen, waardoor nog geen sprake is van een stabiele basis. Die zorgen zien onder meer op diverse meldingen die zijn binnenkomen van politie en Veilig Thuis. Hoewel de ouders op die meldingen een andere kijk hebben dan de hulpinstanties en die meldingen volgens hen nuance behoeven, is het feit dat er meerdere meldingen zijn op zichzelf al wel zorgelijk. Verder heeft de moeder een omgangmoment afgezegd/gemist en was toen niet bereikbaar, niet voor pleegouders en niet voor de hulpverlening. De omgang is toen niet doorgegaan en de kinderen waren daarover volgens de pleegouders hevig teleurgesteld. Zelf heeft de moeder daarover op zitting verklaard dat er toen sprake was van veel spanning en stress wegens een mogelijk medisch noodgeval met haar moeder en zij daardoor ‘uit contact is gegaan’. Het was voor de raadsonderzoekers toen ook niet duidelijk waar [de minderjarige3] was en zij zijn daarom naar het adres van moeder gegaan. [de minderjarige3] bleek bij de vader te zijn. De moeder erkent dat het niet goed was dat zij niet bereikbaar was, weet van zichzelf dat dat een oude coping strategie van haar was die zij zou moeten veranderen en werkt daar volgens haar ook aan. Dat is goed en getuigt van zelfinzicht, maar het is nog zeker wel een zorg voor alle betrokken hulpverlening en ook voor het hof. Het hof is gelet op dit alles van oordeel dat de huidige regeling vooralsnog in stand dient te blijven en dat het hof die dus niet zal uitbreiden zoals de ouders wensen. De regie over of en hoe een uitbreiding zal plaatsvinden blijft bij de GI.

Beide ouders vragen het hof nog om een minimale regeling vast te leggen, maar die minimale regeling is er en is vastgelegd in de beschikking van de kinderrechter. Het hof zal de verzoeken van de moeder en vader afwijzen en de beschikking van de kinderrechter bekrachtigen.

Proceskosten

Iedere partij moet de eigen kosten dragen (compensatie van proceskosten), omdat het hier gaat om een zorgregeling tussen ouders en hun kinderen.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 5 november 2025;

compenseert de proceskosten;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, S. Kuijpers en

C.M. Schönhagen, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H.P.J. Meijerink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand