ECLI:NL:GHARL:2026:2789

ECLI:NL:GHARL:2026:2789

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer 200.350.850
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verzoek tot opheffing bewind, aangehouden in afwachting van zelfredzaamheidstraject. Zelfredzaamheidstraject is niet van de grond gekomen door ziekte van de onder bewind gestelde.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.350.850

(zaaknummer rechtbank Gelderland 10421440 BM VERZ 23-1930)

beschikking van 7 mei 2026

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. E.E.M. Messink,

en

[verweerster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemer: de bewindvoerder.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[naam1] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verder te noemen: [naam1] .

1. Het verloop van het geding in hoger beroep

Voor het verloop van het geding tot 10 juli 2025 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.

Het verdere verloop blijkt uit:

- een brief van de bewindvoerder, ontvangen op 29 januari 2026;

- een journaalbericht van mr. Messink van 11 februari 2026 met een brief.

Op 24 maart 2026 is de mondelinge behandeling voortgezet. Aanwezig waren:

- [verzoeker] , bijgestaan door zijn advocaat;

- de bewindvoerder.

2. De motivering van de beslissing

Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeschikking van

10 juli 2025, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.

In die beschikking heeft het hof de behandeling van de zaak aangehouden en [verzoeker] de kans gegeven om, onder begeleiding van de bewindvoerder, door middel van een zelfredzaamheidstraject te laten zien dat hij weer in staat is zelf voor zijn geldzaken te zorgen.

Wat staat er in de wet?

In artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de rechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind kan opheffen op verzoek van de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken, zoals in dit geval [verzoeker] .

Standpunten

De bewindvoerder stelt dat er de afgelopen zes maanden veel is gebeurd in het leven van [verzoeker] , zodat het zelfredzaamheidstraject niet opgestart kon worden. Zo is er per 8 augustus 2025 ook een mentorschap ingesteld, omdat er veel klachten en zorgen waren over de manier waarop [verzoeker] zijn woning onderhield. Volgens de bewindvoerder, die nu ook de mentor van [verzoeker] is, gebruikt [verzoeker] veelvuldig alcohol. Daarnaast kampt [verzoeker] met ernstige gezondheidsproblemen. Volgens de bewindvoerder lukt het [verzoeker] niet om zelfstandig zaken als thuiszorg, een WMO indicatie voor een scootmobiel en taxivervoer te regelen. Er is een onophoudelijk conflict met de bovenbuurman van [verzoeker] en de woningbouwvereniging. In overleg met de bewindvoerder is het leefgeld van [verzoeker] een periode maandelijks uitbetaald. Op verzoek van [verzoeker] is dit weer teruggezet naar een wekelijkse uitbetaling. Volgens de bewindvoerder is opheffing van het bewind niet in het belang van [verzoeker] , omdat er op dit moment zo veel zaken in zijn leven spelen die belemmerend zijn voor het effectief kunnen doorlopen van een zelfredzaamheidstraject.

[verzoeker] heeft tijdens de zitting bij het hof toegelicht dat hij inziet dat hij zijn financiën niet helemaal zelf kan regelen. Volgens [verzoeker] is hiervoor geen beschermingsbewind nodig, maar zou inzet van budgetbeheer hiervoor ook voldoende zijn. Voor [verzoeker] is het belangrijk dat hij, in de tijd die hem nog gegeven is, van zijn spaargeld leuke dingen kan doen met zijn dochter. Het contact met zijn dochter is recent weer hersteld en [verzoeker] wil graag een keer met haar, en haar partner, op vakantie. Volgens [verzoeker] heeft hij hiervoor genoeg spaargeld. Hij wil hier vrijer over kunnen beschikken, zodat hij af en toe iets voor zijn dochter kan kopen of iets leuks kan doen. [verzoeker] acht het wel van belang dat de vaste lasten betaald worden door iemand anders en dat diegene er ook voor zorgt dat [verzoeker] geen schulden maakt.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de noodzaak van het bewind nog wel bestaat. Het zelfredzaamheidstraject is door gezondheidsproblemen van [verzoeker] niet opgestart. De bewindvoerder heeft wel het leefgeld van [verzoeker] maandelijks uitbetaald, zodat [verzoeker] de mogelijkheid kreeg om te werken aan zijn financiële zelfstandigheid. Op verzoek van [verzoeker] is dit weer teruggedraaid naar een wekelijkse uitbetaling. Tijdens de zitting bij het hof heeft [verzoeker] uitgelegd dat hij niet rondkwam met het maandbedrag omdat hij dit direct uitgaf aan, onder andere, drank, waardoor hij aan het einde van de maand tekortkwam en geen geld meer over had voor voedsel. Hierdoor is duidelijk geworden dat [verzoeker] niet zelf in staat is om zijn geldzaken te regelen en zijn financiën zelf op orde te houden. Het bewind is hiervoor nog noodzakelijk.

Het hof begrijpt dat [verzoeker] de komende periode leuke dingen met zijn dochter wil doen. De bewindvoerder heeft tijdens de zitting bij het hof toegezegd dat dit mogelijk is omdat hiervoor ook budget is. Voor een vakantie moet [verzoeker] , samen met zijn ambulant begeleider, een plan maken. De bewindvoerder zal vervolgens onderzoeken of het plan past binnen het budget en dit verder regelen. Ook een etentje of een andere extra uitgave kan via de bewindvoerder worden aangevraagd of worden terugbetaald.

Het hof acht het van belang dat de bewindvoerder betrokken blijft. De samenwerking tussen [verzoeker] en de bewindvoerder is goed. De bewindvoerder heeft ervoor gezorgd dat de woning van [verzoeker] is opgeknapt. Ook lopen er procedures tegen de woningbouwvereniging en tegen de leverancier van de scootmobiel van [verzoeker] . De bewindvoerder behartigt de belangen van [verzoeker] in deze procedures. Bij budgetbeheer, zoals door [verzoeker] is verzocht, dient [verzoeker] deze procedures maar ook de aanvraag van bijvoorbeeld bijzondere bijstand zelf te regelen. [verzoeker] is hiertoe niet in staat. Het hof gunt het [verzoeker] dat hij in deze fase van zijn leven kan genieten van het contact met zijn dochter, zonder dat hij zich zorgen hoeft te maken om financiën en lopende procedures.

Het hof zal de beschikking van de kantonrechter bevestigen (bekrachtigen).

3. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van

20 november 2024,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, E. de Boer en A.L.H. Ernes, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, en is op 7 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.E. Vaartjes-de Wit

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand