[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in P.I. [locatie] te [plaats] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 april 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. J.C. Stam, is aangevoerd.
Omvang van het hoger beroep
Verdachte is door de rechtbank Noord-Nederland vrijgesproken van wat aan hem in de zaak met parketnummer 18-156459-25 onder 2 is ten laste gelegd. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraak. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak.
Het vonnis
Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank:
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-156459-25:
1.hij op of omstreeks 21 mei 2025, te [plaats] , in of uit of bij een winkel, gelegen aan of bij [locatie] , (onder meer) twee flessen wijn (merk Pierre Jean, Sauvignon Blanc), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het winkelbedrijf [winkelbedrijf] [locatie] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Zaak met parketnummer 18-048702-25:
1.hij op of omstreeks 14 februari 2025, te [plaats] , in of uit of bij een winkel, gelegen aan of [straat] , (onder meer) twee blikken bier (merk Amstel blond, Desperados) , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het winkelbedrijf [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op of omstreeks 14 februari 2025, te [plaats] , in of uit of bij een winkel, gelegen aan of bij de [straat] , (onder meer) een aantal blikken bier en/of een aantal boeken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [stichting] Station [plaats] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-156459-25 onder 1 en in de zaak met parketnummer 18-048702-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-156459-25:
1.hij op 21 mei 2025, te [plaats] , uit een winkel, gelegen aan of bij [locatie] , twee flessen wijn die geheel aan het winkelbedrijf [winkelbedrijf] [locatie] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Zaak met parketnummer 18-048702-25:
1.hij op 14 februari 2025, te [plaats] , uit een winkel, gelegen aan of bij de [straat] , twee blikken bier (merk Amstel blond, Desperados), die geheel aan het winkelbedrijf [benadeelde partij] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op 14 februari 2025, te [plaats] , uit een winkel, gelegen aan de [straat] , een aantal blikken bier en een aantal boeken, die geheel aan [stichting] Station [plaats] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 18-156459-25 onder 1 en in de zaak met parketnummer 18-048702-25 onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
telkens: diefstal.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van maatregel
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een ISD-maatregel voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – indien het hof beslist tot oplegging van de ISD-maatregel – verzocht deze op te leggen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verder heeft de raadsman verzocht – indien het hof beslist tot oplegging van de ISD-maatregel van 2 jaren – om te bepalen dat na 12 maanden een tussentijdse beoordeling moet plaatsvinden. Verdachte is gemotiveerd en wil meewerken aan een behandeling. Een tussentijdse beoordeling zorgt voor extra druk op de ketel en geeft verdachte het vertrouwen dat de ISD-maatregel hem ditmaal wel kan helpen. Tot slot heeft de raadsman aangegeven dat verdachte zich niet kan verenigen met de invulling van de ISD-maatregel. Verdachte zou graag gedurende de ISD-maatregel zo snel mogelijk naar de Penitentiaire Inrichting in [locatie] willen, omdat hij daar bekend is, om vervolgens sneller te kunnen beginnen met een behandeling aan zijn verslavingen bij de [kliniek] . Bij een langere behandeling bij de [kliniek] heeft verdachte meer baat.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft acht geslagen op de reclasseringsrapporten van 22 mei 2025 en 24 juli 2025, alsmede het strafblad van verdachte van 10 maart 2026.
Het hof kan zich vinden in de navolgende overwegingen van de rechtbank. Het hof neemt die overwegingen over en maakt die tot de zijne. Waar ‘de rechtbank’ staat, dient ‘het hof’ te worden gelezen.
“Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten, die naast schade vaak veel hinder veroorzaken voor de gedupeerde bedrijven. De kosten die met winkeldiefstallen gepaard gaan worden bovendien doorberekend naar de betalende consument.
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte meermalen - ook in het zeer recente verleden - onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Uit de reclasseringsrapporten van 22 mei 2025 en 24 juli 2025 en de toelichting van
de deskundige ter terechtzitting volgt het advies om de ISD-maatregel aan verdachte op te
leggen. Verdachte kampt met een jarenlange hardnekkige verslaving aan alcohol en GHB.
Dit alcohol- en drugsgebruik vergroten de kans op het plegen van delicten, met name door de combinatie met een gebrekkige impulscontrole en het moeizaam kunnen afwegen van
keuzes. De reclassering ziet geen mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het
recidiverisico binnen een voorwaardelijk kader. Verdachte heeft meerdere keren onder
toezicht van de reclassering gestaan en heeft ook diverse ambulante en klinische trajecten
doorlopen. Deze trajecten hebben echter niet kunnen leiden tot abstinentie of gecontroleerd
middelengebruik. De kans op recidive wordt ingeschat als hoog, in de optiek van de
reclassering zijn alle mogelijke interventies uitgeput en is verdachte onmachtig om te
wijzigen van koers.
De ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat verdachte in 2019 een ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen
welke is geëindigd in 2021. Sindsdien is verdachte meerdere malen per jaar in aanraking
geweest met politie en justitie en is hij ook herhaaldelijk veroordeeld, voornamelijk wegens
diefstallen.
De rechtbank stelt voorts vast dat aan de formele vereisten voor het opleggen van de ISD-
maatregel ingevolge artikel 38m, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is voldaan.
Immers, verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een strafbaar feit waarvoor voorlopige
hechtenis is toegelaten, terwijl hij in de vijfjaren voorafgaand aan het door hem begane
misdrijf ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende
straf of maatregel is veroordeeld en het feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen.
Gelet op de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers is de officier van
justitie ook bevoegd tot het vorderen van de ISD-maatregel. Dat verdachte een zeer actieve
veelpleger is. blijkt uit de documentatie van verdachte. Aan de eisen voor oplegging van de
ISD-maatregel is daarmee voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de ISD-maatregel. nu het dwingende kader daarvan als enige mogelijkheid wordt gezien om verdachte de nodige behandeling en structuur te bieden en het patroon van vastzitten, vrijkomen en hernieuwde recidive te doorbreken. Gezien het mislukken van andere pogingen om een einde te maken aan het recidiveren door verdachte beschouwt de rechtbank, net als de reclassering, deze maatregel als de enig overgebleven mogelijkheid daartoe. Een voorwaardelijke ISD-maatregel acht de rechtbank voorts niet afdoende om de kans op recidive te verkleinen.
Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de
behandeling van zijn problematiek kans van slagen te geven en de maatschappij optimaal te
beschermen is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD maatregel
ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van 2 jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak
in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de
duur van de maatregel.
De rechtbank ziet ook geen aanleiding om reeds nu te bepalen dat er een tussentijdse
beoordeling als bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht zal moeten
plaatsvinden. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die nopen tot een tussentijdse toetsing. Mochten deze omstandigheden er in een later stadium wel zijn, dan kan door de verdediging alsnog om tussentijdse toetsing worden verzocht.”
Ter aanvulling overweegt het hof dat het mede aan verdachte zelf is om invulling te geven aan zijn ISD-maatregel. Het hof benadrukt dat verdachte deze maatregel als kans kan zien om zijn tijd te benutten om zich eventueel te laten behandelen aan zijn verslavingen waarvoor hij, volgens zijn raadsman, zegt gemotiveerd te zijn. Dat is echter geheel afhankelijk van verdachte zijn eigen inzet en motivatie. Er moet nog een start worden gemaakt met het invullen van het ISD-traject en het hof heeft geen informatie gekregen waaruit het zou kunnen afleiden dat de hiervoor beschreven doelen in een kortere periode dan twee jaar zouden kunnen worden behaald. In het verlengde hiervan ziet het hof ook geen reden tot het bepalen van een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Er zijn op dit moment geen aanknopingspunten voor de verwachting dat het recidivegevaar duidelijk eerder dan de op te leggen twee jaren voldoende zal zijn ingedamd. Evenmin heeft het hof op dit moment enig aanknopingspunt voor de gedachte dat binnen twee jaren verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol zal zijn door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 191,00 ingediend, bestaande uit materiële schade. Gevorderd is een bedrag van € 10,00 voor (het hof begrijpt: de gestolen) 2 x bier en een bedrag van € 181,- voor “tijd afhandeling diefstal”. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
De verdediging heeft betwist dat de vordering rechtsgeldig is ingediend en, subsidiair, de hoogte van de geleden schade betwist. Zij wijst erop dat er geen stukken ter onderbouwing van het gevorderde zijn overgelegd, zoals bijvoorbeeld een bon van het bier. Op internet zijn de prijzen van 2 blikjes bier aanzienlijk lager dan het gevorderde bedrag van € 10,00. Het genoemde bedrag van € 181,00 lijkt een standaardbedrag te zijn zonder dat is toegelicht en onderbouwd dat een dergelijk schadebedrag daadwerkelijk is geleden.
Wat er verder zij van de vraag of de vordering rechtsgeldig is ingediend, het hof is van oordeel dat het gevorderde schadebedrag aan materiële schade van € 191,00, gelet ook op de betwisting daarvan door de verdediging, onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij in de gelegenheid stellen om de vordering nader te onderbouwen levert naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in de vordering van deze materiële schade niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wetsartikelen
De maatregel is gebaseerd op de artikelen 38m, 38n, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-156459-25 onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-156459-25 onder 1 en in de zaak met parketnummer 18-048702-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-156459-25 onder 1 en in de zaak met parketnummer 18-048702-25 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door mr. L.T. Wemes, mr. E.W. van Weringh en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. G.A.G. van Essen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 april 2026.