Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde vindt dat het genoeg is geweest met de maatregel terbeschikkingstelling. Hij wil dat de maatregel wordt beëindigd of hooguit verlengd met een jaar. De terbeschikkinggestelde heeft de grote wens om nog tijd met zijn moeder te kunnen doorbrengen, die inmiddels de leeftijd van 92 jaar heeft bereikt en niet meer in staat is om hem te bezoeken in de kliniek. Doordat de terbeschikkinggestelde is teruggeplaatst naar de kliniek na een terugval in middelengebruik, heeft hij haar al zeven maanden niet kunnen zien. Ook de verloven zijn stopgezet en moeten weer opnieuw worden opgestart.
De raadsman heeft primair verzocht de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de maatregel te verlengen met een jaar.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Aan de wettelijke criteria voor verlenging van de maatregel is voldaan. Na een terugplaatsing heeft de terbeschikkinggestelde momenteel geen verlof. Hierdoor moet hij weer geleidelijk aan de stappen naar buiten zetten. Het is niet reëel om aan te nemen dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege over een jaar aan de orde kan zijn. Een verlenging met twee jaren is daarom aangewezen.
Het oordeel van het hof
Afwijzing verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege
Het hof acht het nog te vroeg om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te
beëindigen en zal het daartoe strekkende verzoek afwijzen.
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt met betrekking tot de duur van de verlenging van de maatregel.
Indexdelicten
Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 oktober 2019 is veroordeeld voor:
Dit zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies van FPK [instelling] van 22 augustus 2025 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken, een stoornis in alcoholgebruik (in vroege remissie in een gereguleerde omgeving), een stoornis in het gebruik van een opioïde (in onderhoudsbehandeling in een gereguleerde omgeving), een stoornis in hypnoticum of anxiolyticum (in onderhoudsbehandeling), een stoornis in het gebruik van cocaïne (in remissie in een gereguleerde omgeving), een depressieve stoornis en zwakbegaafdheid.
Uit ditzelfde advies volgt dat het recidiverisico in geval van beëindiging van de terbeschikkingstelling als hoog wordt ingeschat. De terbeschikkinggestelde heeft geen netwerk dat hem adequaat kan ondersteunen en beschikt over onvoldoende vaardigheden om zelfstandig vorm te geven aan zijn leven. De spanning bij de terbeschikkinggestelde zal hierdoor snel oplopen. Zonder structuur, toezicht of begrenzing bestaat een hoge kans op een terugval in middelengebruik, wat zeer waarschijnlijk gepaard zal gaan met een terugval in verbale (dreigende) en/of fysieke agressie.
Verlenging
Gelet op de adviezen van FPK [instelling] en de andere omstandigheden die op de zitting naar voren zijn gekomen, stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een stoornis en dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval – anders dan de rechtbank – aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Het hof acht de vraag gerechtvaardigd in hoeverre het huidige hoog intensieve risicomanagement op enig moment nog noodzakelijk is gelet op de relatief beperkte ernst van de te verwachten gevaarzetting die van de terbeschikkinggestelde uitgaat. Het hof acht het daarom wenselijk dat op kortere termijn een toetsingsmoment plaatsvindt om de voortgang van het traject te kunnen bezien en ziet daarom reden de maatregel te verlengen met een jaar.
Daarbij acht het hof het gewenst dat door de reclassering voor de volgende verlengingszitting wordt gerapporteerd over de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege waarbij de vraag dient te worden betrokken in hoeverre het huidige risicomanagement noodzakelijk is om het te verwachten risico beheersbaar te houden.
BESLISSING
Het hof:
Wijst af het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag, van 2 december 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. M.J. Vos, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. S. Taalman, raadsheren,
en dr. W.J. Canton en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 7 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.