ECLI:NL:GHARL:2026:2956

ECLI:NL:GHARL:2026:2956

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer 21-001873-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verdachte heeft een groot geldbedrag onttrokken aan een internationale christelijke geloofsgemeenschap waarbinnen verdachte was opgegroeid. Het hof veroordeelt hem - net als de rechtbank - wegens valsheid in geschrifte, oplichting, verduistering en het witwassen van een deel van dit onttrokken geldbedrag. Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging voor zover het gaat om het witwassen van het in koffers aangetroffen contante geldbedrag. Anders dan de rechtbank spreekt het hof verdachte vrij van het tenlastegelegde medeplegen voor zover het medeplegen met rechtspersonen betreft. De rechtbank had verdachte een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd. Het hof komt tot een gevangenisstraf van 24 maanden vanwege de persoon van de verdachte en schending van de redelijke termijn. De tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, wordt van deze straf afgetrokken.

Uitspraak

Feit 1 (valsheid in geschrifte)

Onderdeel (a) (valse facturen)

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Partiële vrijspraak

Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:

“In DOC-027 staat een adres op Cyprus vermeld als het adres van [medeverdachte 1] . Verdachte heeft hierover verklaard dat de vermelding van het adres op Cyprus op deze factuur een vergissing was. Verdachte was de enige die deze factuur zag, dus er had volgens verdachte beter het andere adres (de rechtbank begrijpt: in Panama) op kunnen staan. Gelet op deze verklaring van verdachte - die de rechtbank niet onaannemelijk voorkomt - zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onderdeel in de tenlastelegging dat hij valselijk in de factuur heeft vermeld dat [medeverdachte 1] was gevestigd of kantoor aanhield op Cyprus.”

Onderdeel (b) (overgedragen leningen)

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Onderdeel (c) (geldleningen met betrekking tot de woning in [plaats 2] )

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Partiële vrijspraak

Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:

“(…) Dat medeverdachte [medeverdachte 3] het geldbedrag niet zou gaan terugbetalen op welke wijze dan ook is niet komen vast te staan op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting. Er was naar het oordeel van de rechtbank dan ook sprake van een lening, waardoor niet valselijk in de overeenkomst is vermeld dat aan [medeverdachte 3] een geldbedrag werd geleend. Van dit onderdeel zal verdachte worden vrijgesproken.”

Onderdeel (d) (arbeidsovereenkomsten en werkgeversverklaring)

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Feit 2 (oplichting)

Onderdeel A (valse facturen)

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Partiële vrijspraak

Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:

”Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat verdachte een volmacht of bevoegdheden om zelfstandig namens [medeverdachte 4] rechtshandelingen te kunnen verrichten naar zich toe heeft getrokken met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. Gelet op het dossier gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte deze volmacht en bevoegdheden feitelijk al had. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging onder feit 2 onderdeel A.”

Onderdeel B (reis- en verblijfskosten)

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Onderdeel C (overgedragen geldleningen)

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Feit 3 (verduistering)

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Feit 4 (witwassen)

Eerste cumulatief tenlastegelegde

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Partiële vrijspraak

Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:

“Naar het oordeel van de rechtbank volgt niet uit het dossier dat verdachte de bankrekeningen in [locatie 3] en Duitsland heeft gebruikt bij het witwassen zoals ten laste is gelegd.

Rekening houdend met de concrete omstandigheden van het geval, namelijk dat verdachte zijn door eigen misdrijf verkregen gelden heeft weggesluisd en de frequentie waarmee hij dit heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat verdachte geen gewoonte heeft gemaakt van het witwassen. Evenmin is de rechtbank van oordeel dat verdachte het witwassen heeft gepleegd in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Verdachte heeft geen misbruik gemaakt van zijn beroep of bedrijf om de witwashandelingen te verrichten, nu zijn beroep of bedrijf geen specifieke mogelijkheid heeft geboden voor het verhullen en wegsluizen van misdaadgelden.

Verdachte zal worden vrijgesproken van deze onderdelen in de tenlastelegging.”

Tweede cumulatief tenlastegelegde

Buitenlandse bankrekeningen

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Contanten in koffers

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Deze opgave luidt:

Partiële vrijspraak

Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:

“De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat het kennelijk de bedoeling van verdachte was dat de woning in [plaats 2] zou worden gefinancierd met geld afkomstig van [medeverdachte 1] , via de bankrekening in [locatie 4] op naam van medeverdachte [medeverdachte 3] . Dit is echter niet gelukt, waardoor de woning uiteindelijk is gefinancierd met geld afkomstig van [slachtoffer 1] , via [medeverdachte 2] Van dit geld blijkt echter niet dat dit afkomstig is uit misdrijf. Er is een leningsovereenkomst opgemaakt tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] , waarover verdachte heeft verklaard dat dit een echte lening betrof. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat dit anders zou zijn. Er ligt dus een rechtsgeldige leningsovereenkomst ten grondslag aan het overmaken van het geldbedrag van [slachtoffer 1] naar [medeverdachte 2] Weliswaar is bewezen verklaard dat naderhand door verdachte een valse leningsovereenkomst is opgesteld tussen [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 3] , maar dat maakt de conclusie dat het geld - dat via [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] naar de derdengeldenrekening van de notaris is overgeboekt - niet uit misdrijf afkomstig is niet anders. De aankoop van de woning in [plaats 2] betreft dan ook geen witwashandeling, zodat verdachte van dit onderdeel zal worden vrijgesproken.

Verdachte zal eveneens worden vrijgesproken van het onderdeel in de tenlastelegging dat ziet op het omzetten van geldbedragen in chartale geldbedragen. Niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte uit misdrijf afkomstige geldbedragen heeft omgezet in chartale geldbedragen. Voor zover de tenlastelegging ziet op het pinnen van geldbedragen met creditcards, heeft de rechtbank onder feit 3 reeds beschreven dat verdachte mocht beschikken over de creditcards van [slachtoffer 2] en dat hij was gerechtigd tot het opnemen van geldbedragen met die creditcards. Er is dan ook geen sprake van witwassen.”

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.Hij, in of omstreeks de periode 9 maart 2015 tot en met 27 januari 2016, te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Noorwegen en/of Cyprus en/of Zwitserland en/of [locatie 3] en/of Zuid-Afrika en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

( a) een of meer van de volgende factu(u)r(en):

- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 1 januari 2016, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [slachtoffer 1] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 280.000,- (DOC-069);

- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 15 december 2015, voorzien van het factuurnummer [nummer] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 220.000,- (DOC-068);

- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 20 januari 2016, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [slachtoffer 2] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 200.000,- (DOC-091);

- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd op 30 december 2015, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [medeverdachte 2] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 115.450,- (DOC-027),

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk hebben/heeft opgemaakt en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die factu(u)r(en) van [medeverdachte 1] , vermeld of doen vermelden dat [medeverdachte 1] gevestigd was en/of kantoor aanhield in Cyprus en/of een of meer dienst(en) had verleend aan of ten behoeve van de geadresseerde(n) van die factu(u)r(en) en/of dat deze geadresseerde(n) ter zake van in die factuur omschreven dienstverlening(en) het in die factu(u)r(en) vermelde bedrag verschuldigd was/waren,

en/of

( b)

- een (schriftelijk) besluit van de gezamenlijke directeuren van [medeverdachte 4] gedateerd op 1 januari 2015 (DOC-004),

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk hebben/heeft opgemaakt en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in dat besluiten een onjuiste datum vermeld;

en/of

( c) een of meer van de volgende overeenkomst(en) van (geld)lening –

- een overeenkomst gedateerd op 11 januari 2016 tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.014.145,87 (DOC 090);

- een overeenkomst gedateerd op 24 december 2015 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.100.000,- (DOC-030);

- een overeenkomst gedateerd op 25 november 2015 tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.124.215,79 (DOC-028)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk hebben/heeft opgemaakt en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die overeenkomst(en) van (geld)lening een onjuiste datum vermeld en/of doen vermelden en/of in die overeenkomst(en) van (geld) lening vermeld en/of doen vermelden dat een (of meer) geldbedrag(en) werden geleend aan [medeverdachte 3] en/of die overeenkomst(en) van (geld)lening voorzien van een handtekening die door moest gaan voor de handtekening van [medeverdachte 3] ;

en/of

tezamen en in vereniging met een ander,

( d) een of meer van de volgende arbeidsovereenkomst(en) en/of een werkgeversverklaring:

- een arbeidsovereenkomst gedateerd op 1 januari 2014 (DOC-036), en/of

- een arbeidsovereenkomst gedateerd op 1 maart 2015 (DOC-032), en/of

- een werkgeversverklaring gedateerd op 1 april 2015 (DOC-110),

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben/heeft opgemaakt en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die arbeidsovereenkomst(en) en/of werkgeversverklaring vermeld of doen vermelden dat [medeverdachte 3] in dienst was bij [medeverdachte 2] en/of daarin een onjuiste datum vermeld en/of doen vermelden.

2.Hij, in of omstreeks de periode 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016, te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3] tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1] gevestigd in Zwitserland, en/of [slachtoffer 2] , gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten en/of [slachtoffer 3] gevestigd te [locatie 1] en/of [slachtoffer 4] gevestigd in Nederland (alle deel uitmakend van het netwerk van de internationale geloofsgemeenschap [naam 1] (“ [naam 1] ”)), heeft/hebben bewogen tot afgifte van (een) betalingsopdracht(en) en/of een of meer geldbedrag(en), althans enig goed, en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld;

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met voren omschreven oogmerk opzettelijk valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -:

A. Een volmacht(en) en/of bevoegdheden verkregen om zelfstandig namens [medeverdachte 4] rechtshandelingen te kunnen verrichtten en/of een trust en/of (andersoortige) rechtspersoon opgericht/doen oprichten naar Panamees recht met de naam [medeverdachte 1] welke naam een sterke gelijkenis vertoond met de naam [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 4] , een reeds bestaande rechtspersoon binnen vorenbedoeld netwerk, en/of (vervolgens) voor deze rechtspersoon een of meer bankrekeningen geopend / doen openen bij een bank op Saint Vincent and the Grenadines en/of (vervolgens) een of meer valse/vervalste factu(u)r(en) opgemaakt/doen opmaken door [medeverdachte 1] betreffende (niet) door [medeverdachte 1] verrichte dienst(en) voor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) in zijn hoedanigheid als bestuurder van de [slachtoffer 4] , althans zelf, een of meer opdracht(en) heeft gegeven aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] om tot betaling van de hiervoor bedoelde facturen over te gaan;

en/of

B. reis- en verblijfkosten, gemaakt voor een of meer privé reis/reizen, aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] gepresenteerd en/of ter declaratie aangeboden, als zijnde kosten gemaakt voor zakelijke doeleinden in het belang van de [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] , althans van enig aan vorenbedoeld netwerk gelieerde rechtspersoon en/of (vervolgens) in zijn hoedanigheid van bestuurder van de [slachtoffer 4] en/of in zijn hoedanigheid van boardmember van [slachtoffer 3] , een of meer opdracht(en) gegeven en/of heeft verzocht aan (de administrateur/bestuurder van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , tot betaling van de aldus gedeclareerde kosten over te gaan;

en/of

C. een of meer (geld)lening(en) van [medeverdachte 4] aan [naam 4] , gevestigd in Polen en/of [naam 2] , gevestigd in Hongarije, en/of [naam 3] , gevestigd in de Volksrepubliek China, over te (laten) nemen door [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) in zijn hoedanigheid van bestuurder van de [slachtoffer 4] en/of een andere aan het vorenbedoelde netwerk gelieerde rechtspersoon terzake daarvan geldbedragen te doen betalen aan [medeverdachte 1] , althans een of meer opdracht(en) daartoe te geven en/of heeft verzocht aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] om tot betaling van geldbedrag(en) over te gaan;

3.Hij, in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 3 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland, en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3] tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk een of meer geldbedrag(en), tot een totaal van ongeveer EUR 438.714, in elk geval enig goed, welk(e) geldbedrag(en) geheel of ten dele toebehoorden aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), en die hij anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking en/of zijn beroep als bestuurder van de [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of een aan [slachtoffer 4] gelieerde andere rechtspersoon, onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met de/een creditcard van [slachtoffer 2] - welke hem in het kader van/ten behoeve van de uitoefening van zijn werkzaamheden ter beschikking was gesteld - (in totaal) vele malen geldbedragen contant heeft opgenomen en (vervolgens) voor zichzelf gehouden en/of besteedt, althans niet voor zakelijke doeleinden besteedt en/of anders dan voor zakelijke doeleinden onder zich gehouden;

4.Hij, in of omstreeks de periode van 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3] tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt en/of witwassen heeft gepleegd in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, hierin bestaande dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), van (een) voorwerp(en), bestaande uit een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 8.052.123,=, althans enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld heeft wie de rechthebbende(n) op bovenomschreven geldbedrag(en) is/was of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad;

door:

- een buitenlandse rechtspersoon met de naam [medeverdachte 1] op te (doen) richten in een ver buitenland (Panama) die niet op eenvoudige wijze rechtstreeks naar hem, verdachte, herleidbaar was en/of

- (vervolgens) een of meer bankrekeningen te (doen) openen en/of aan te houden in Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3] en/of Duitsland en/of

- (vervolgens) een of meer geldbedragen over te (laten) boeken op een of meer buitenlandse bankrekening(en) in de Verenigde Arabische Emiraten en/of Saint Vincent and the Grenadines, waarover hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) kon(den) beschikken en/of

- (vervolgens) een of meer overeenkomst(en) van (geld)lening, althans een/of meer valse/vervalste document(en), te tonen en/of te overleggen en/of ter inzage aan te bieden die de aard en/of rechtmatige herkomst van de/het vorenbedoeld(e) ontvangen geldbedrag(en) op die buitenlandse bankrekening(en) moest(en) verklaren en/of aantonen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) - althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden - dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig(e) misdrij(f)(ven);

en/of

Hij, in of omstreeks de periode van 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3]

een voorwerp, bestaande uit een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 8.052.123,=, althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, door:

- op een of meer buitenlandse bankrekeningen in de Saint Vincent and the Grenadines en of de Verenigde Arabische Emiraten op naam van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] , althans op een andere naam dan van hem, verdachte zelf, vorenbedoelde geldbedrag(en) aan te houden, en/of

- van een deel van vorenbedoeld(e) geldbedrag(en) een woning in [plaats 2] , althans onroerend goed, aan te (doen) kopen welke op naam van [medeverdachte 3] werd geregistreerd, en/of

- (vervolgens) een deel van vorenbedoeld(e) geldbedrag(en) om te zetten in een of meer charta(a)l(e)(e) geldbedrag(en) en/of

- (vervolgens)een deel van vorenbedoeld(e) geldbedrag(en) in contanten in koffers te verbergen/laten verbergen onder de vloer van een (recreatie)woning;

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) - althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden - dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig(e) misdrij(f)(ven).

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

verduistering.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

witwassen, meermalen gepleegd,

en

witwassen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:

”Met betrekking tot het onder feit 4 tweede cumulatief tenlastegelegde is de rechtbank (…) van oordeel dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging voor zover het gaat om het in koffers aangetroffen contante geldbedrag.

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat het enkele voorhanden hebben door verdachte van het contante geldbedrag in koffers onder de vloer van een woning, terwijl dat geldbedrag afkomstig is van een door hemzelf begaan misdrijf, niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag. Deze gedraging van verdachte kan dan ook niet als witwassen worden gekwalificeerd. Daarom levert dit onderdeel (het vierde gedachtestreepje) in de tenlastelegging geen strafbaar feit op.

De overige feiten zijn strafbaar.”

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft, onder verwijzing naar de richtlijnen van het openbaar ministerie, gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de duur die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, en - rekening houdend met de omstandigheid dat sprake is van meerdaadse samenloop - oplegging van een taakstraf van 960 uren. Daartoe heeft zij aangevoerd dat rekening gehouden dient te worden met verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, alsmede met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich uit eigen beweging aangemeld voor psychologische behandeling en hij heeft het volledige benadelingsbedrag terugbetaald. Daarnaast is hij werkzaam als operationeel directeur in het bedrijf van een vriend van hem en neemt hij in het dagelijks leven voor zijn partner een ondersteunende en structurerende rol op zich. Een eventuele nieuwe vrijheidsbeneming zou leiden tot het noodgedwongen beëindigen van het bedrijf van zijn vriend alsmede van de bedrijven van zijn partner, nu zij daarbij in grote mate van verdachte afhankelijk zijn. Een nieuwe detentie zal - naast grote financiële - ook persoonlijke gevolgen hebben voor verdachte en zijn gezin. Tenslotte heeft de raadsvrouw aangevoerd dat rekening gehouden dient te worden met de omstandigheid dat de redelijke termijn zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is overschreden.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:

“Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) valsheid in geschrifte, oplichting en verduistering, waardoor een groot geldbedrag aan een internationale christelijke geloofsgemeenschap - waarbinnen verdachte was opgegroeid - is onttrokken. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het (…) witwassen van een deel van dit onttrokken geldbedrag.

Begin 2016 heeft verdachte gebroken met de geloofsgemeenschap en zijn functies binnen diverse entiteiten van deze geloofsgemeenschap neergelegd. Voordat dit alles plaatsvond, heeft verdachte een entiteit opgericht in Panama met de naam [medeverdachte 1] (één van de medeverdachten). Deze naam vertoont sterke gelijkenissen met een entiteit binnen de geloofsgemeenschap waarbij verdachte nauw betrokken is geweest. (…) Verdachte heeft op basis van valse facturen en overgenomen leningsovereenkomsten aanzienlijke geldbedragen laten uitbetalen op de bankrekening van deze entiteit in Saint Vincent and the Grenadines. Door deze geldbedragen op de rekening in Saint Vincent and the Grenadines aan te houden en deels over te maken naar een bankrekening in de Verenigde Arabische Emiraten (op naam van medeverdachte [medeverdachte 3] ), heeft verdachte deze geldbedragen witgewassen. Immers heeft verdachte op deze manier de criminele herkomst van de geldbedragen verborgen en verhuld. Verder heeft verdachte gemaakte reis- en verblijfkosten ten behoeve van privéreizen laten uitbetalen als zijnde kosten gemaakt voor zakelijke doeleinden. Daarnaast heeft verdachte een geldbedrag, dat hij onder zich had ten behoeve van de geloofsgemeenschap, verduisterd op het moment dat hij brak met de geloofsgemeenschap. Ten slotte heeft verdachte nog verschillende andere geschriften valselijk opgemaakt, ten dele om ervoor te zorgen dat zijn partner (…) een hypotheek kon krijgen en ten dele ter verantwoording van de aankoop van een nieuwe woning in [plaats 2] .

Verdachte heeft bij het plegen van deze strafbare feiten misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen als de “financiële man” binnen de geloofsgemeenschap. Hij heeft de feiten puur en alleen gepleegd ten behoeve van zijn eigen financiële gewin zodat hij aan een nieuw leven kon beginnen buiten de geloofsgemeenschap, dit alles echter ten koste van (de leden van) die geloofsgemeenschap. (…) De rechtbank acht (…) oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen gelet op de ernst van de feiten en de hoge geldbedragen (…) die verdachte door de geloofsgemeenschap aan zichzelf heeft laten uitbetalen. Een andere strafmodaliteit doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de gepleegde feiten. De rechtbank houdt bovendien in strafverzwarende zin rekening met het ten laste gelegde ad info feit, dat door verdachte ter terechtzitting is bekend.

Uit het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 13 februari 2017 van drs. H.A. Stierum (GZ-psycholoog) en het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 19 maart 2017 van prof. dr. J. Neeleman (psychiater) volgt dat verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis. Volgens de psychiater gaat het om een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en voornamelijk obsessieve en vermijdende trekken en volgens de psycholoog gaat het om een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale, narcistische, ontwijkende en obsessief-compulsieve trekken. Beide deskundigen hebben geadviseerd het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen, omdat de stoornis de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte heeft beïnvloed ten tijde van het begaan van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal bij de straftoemeting dan ook rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

De deskundigen hebben beiden geadviseerd dat verdachte zich (ambulant) laat behandelen voor zijn persoonlijkheidsproblematiek. Uit een brief van de Waag van 6 september 2021 volgt dat verdachte zich op eigen initiatief heeft gemeld naar aanleiding van het behandeladvies en dat hij sinds 9 september 2019 in behandeling is bij de Waag. De behandeling bevond zich op het moment van schrijven in een afrondende fase en het risico op recidive is ingeschat als verlaagd.

Dat verdachte geen strafrechtelijke documentatie heeft, geeft de rechtbank geen aanleiding om daarmee in strafmatigende zin rekening mee te houden nu dit als een normale omstandigheid heeft te gelden.”

In aanvulling daarop overweegt het hof als volgt.

Net als de rechtbank houdt het hof wel rekening met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Verdachte is op 2 maart 2016 in verzekering gesteld. De rechtbank heeft vonnis gewezen op 21 april 2022. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg overschreden met 4 jaren. Namens verdachte is op 5 mei 2022 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof pas op 13 mei 2026 arrest wijst. De redelijke termijn in hoger beroep is hierdoor met 2 jaren overschreden, terwijl dit niet aan verdachte valt toe te rekenen.

Gelet op de aard en de ernst van de feiten alsmede de hoge geldbedragen die voor eigen gewin zijn weggenomen door verdachte neemt het hof als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 4,5 jaren. Het hof zal deze straf verminderen vanwege de persoon van de verdachte en de schending van de redelijke termijn. Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en noodzakelijk. Het hof ziet in hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd geen aanleiding om een andere strafsoort te kiezen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 57, 225, 321, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraken van de in feit 1 sub (b) genoemde verklaringen.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Verklaart het vierde gedachtestreepje van het onder feit 4 tweede cumulatief bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, mr. G. Dam en mr. P.L.M. van Gorkom, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 13 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand